Akkoord van Schengen

Het Akkoord van Schengen is op 14 juni 1985 in het Luxemburgse plaatsje Schengen ondertekend door België, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg en Nederland. Het doel van dit akkoord is geleidelijke afschaffing van controles aan de gemeenschappelijke grenzen en de instelling van een regeling voor vrij verkeer van alle burgers uit de deelnemende staten, de overige staten van de Europese Gemeenschap (EG) en een aantal derde landen.

Het akkoord en alle aanverwante overeenkomsten vormen samen het zogeheten 'Schengen-acquis'. De besluitvorming over zaken die met Schengen te maken hebben verloopt sinds het verdag van Lissabon volgens de gewone wetgevingsprocedure.

De juridische integratie van Schengen in de Unie heeft inmiddels geleid tot integratie van de verschillende Europese instellingen. Zo is het Uitvoerend Comité van Schengen opgegaan in de Raad van de Europese Unie en heeft het Secretariaat-Generaal van de Raad de taken van het secretariaat van Schengen overgenomen. Sinds 1997 bepaalt het Verdrag van Amsterdam ook dat het Schengen-acquis in zijn geheel door de kandidaat-lidstaten van de EU moet worden overgenomen voordat zij mogen toetreden.

Het Schengengebied is in de loop der jaren steeds verder uitgebreid: Italië is in 1990 toegetreden, Spanje en Portugal in 1991, Griekenland in 1992, Oostenrijk in 1995 en Finland, IJsland, Noorwegen en Zweden in 1996. Voor drie landen geldt echter een speciale regeling:

  • Ierland en het Verenigd Koninkrijk maken formeel gezien geen deel uit van het Schengengebied, maar zij hebben de mogelijkheid om desgewenst wel deel te nemen aan alle bepalingen van het Schengen-acquis of een gedeelte daarvan.
  • Denemarken mag, hoewel zij het Akkoord van Schengen reeds in 1996 heeft ondertekend, in het kader van de Europese Unie zelf kiezen of het eventuele nieuwe besluiten die op basis van Schengen zijn genomen wel of niet toepast.

Delen

enveloppe