Talen in de Europese Unie

De Europese Unie heeft 27 lidstaten en 23 officiële talen: Bulgaars, Deens, Duits, Engels, Ests, Fins, Frans, Grieks, Hongaars,  Iers, Italiaans, Lets, Litouws, Maltees, Nederlands, Pools, Portugees, Roemeens, Sloveens, Slowaaks, Spaans, Tsjechisch en Zweeds.

Dit zijn officieel ook de werktalen van de Europese Unie. In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat alle wetgeving in deze talen voorhanden is, dat iedere Europarlementariër zijn of haar eigen taal kan spreken in de plenaire debatten en dat iedere burger zich schriftelijk in één van deze talen tot de Europese instellingen kan richten. Elke lidstaat geeft bij de toetreding tot de Europese Unie aan welke taal of talen aan de lijst van officiële EU-talen moeten worden toegevoegd. Het tolkwerk en de vertalingen die gepaard gaan met deze grote hoeveelheid talen kosten ongeveer drie euro per jaar per EU-burger.

Naast de officiële talen erkent de Europese Unie een aantal regionale talen. Deze talen zijn niet officieel geaccepteerd als Europese talen, maar worden wel erkend als communicatiemiddel tussen de burgers en de EU. Het Baskisch, Catalaans, Galicisch en Welsh vallen onder deze talen. Door deze overeenkomst met de Europese Unie hebben ook burgers uit deze regionale streken de mogelijkheid om mondelinge en schriftelijke vragen te stellen en antwoord te krijgen in hun eigen regionale taal.

Wanneer Kroatië toetreedt tot de Europese Unie, zal het Kroatisch de 24e officiële taal van de Europese Unie worden.

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Taalverscheidenheid

Het basisidee van de Europese Unie is "eenheid in verscheidenheid": verscheidenheid in cultuur, tradities, overtuigingen én taal.

De doelbewuste keuze voor officiële meertaligheid als beleidsinstrument is uniek in de wereld. De EU ziet het gebruik van de talen van de burgers als één van de factoren die haar transparantie, legitimiteit en doeltreffendheid vergroten.

De EU zet zich in voor de integratie op Europees niveau, maar steunt evenwel de taalkundige en culturele verscheidenheid van haar burgers. Zij beoogt het bevorderen van het onderwijs en het leren van talen, met inbegrip van regionale en minderheidstalen. Haar ambitieuze doelstelling, die is vastgelegd in een nieuw actieplan, luidt: ervoor zorgen dat zo veel mogelijk burgers één — of idealiter twee – talen spreken naast hun moedertaal.

De Europese Unie erkent het belang van haar speciale taalbeleid en heeft een eurocommissaris voor (onder meer) meertaligheid aangesteld om deze kwestie op het hoogste niveau te verdedigen. Deze functie wordt sinds februari 2010 vervuld door Androulla Vassiliou.

2.

Beleid: iedere Europeaan zal drie talen spreken

Met haar beleid op het gebied van taalverscheidenheid wil de Europese Unie een omgeving scheppen waarin alle talen volledig tot hun recht komen en die bevorderlijk is voor het onderwijs en het leren van een veelheid aan talen.

De ambitieuze doelstelling van de Europese Unie luidt dat zo veel mogelijk EU-burgers hun moedertaal plus twee andere talen kunnen spreken.

De Europese Unie erkent dat Engels nu de meest gesproken taal in Europa is (maar liefst 38% van de Europeanen spreekt Engels), maar beseft ook dat dit op termijn de taalverscheidenheid in Europa in gevaar kan brengen. Om dit te voorkomen, werd er in 2004 in het Europees Parlement gediscussieerd over een kunstmatige internationale taal (Esperanto), die naast het Engels de tweede taal binnen Europa zou worden. Omdat er geen meerderheid was voor dit plan, heeft de Europese Commissie vervolgens de doelstelling "moedertaal plus twee andere talen" in haar taalbeleid opgenomen.

Volgens de jongste cijfers zegt ongeveer 28% van de Europeanen zijn of haar moedertaal plus twee andere talen te kennen. Zo'n 53% van de EU-inwoners spreekt één vreemde taal naast zijn of haar moedertaal. De EU staat nu voor de uitdaging deze aantallen zo snel mogelijk, maar op duurzame en doeltreffende wijze, uit te breiden.

3.

Concrete actieplannen

In het Europees Jaar van de talen in 2001, dat werd georganiseerd door de Europese Commissie en de Raad van Europa, stonden talen meer dan ooit in de kijker. Sindsdien wordt elk jaar op 26 september de Europese Dag van de Talen georganiseerd. Bij die gelegenheid wordt de nadruk gelegd op het belang van talen leren, op de talrijke in Europa gesproken talen en op de voordelen van levenslang talen leren.

In 2003 heeft de Commissie in een actieplan beloofd mee te werken aan 45 nieuwe acties. Zij is ervan overtuigd dat samenwerking met nationale, regionale en lokale overheden "in belangrijke mate kan bijdragen aan de bevordering van het leren van talen en de taalverscheidenheid".

De acties van de programma's voor onderwijs en beroepsopleiding stimuleren de mobiliteit en het ontstaan van grensoverschrijdende partnerschappen en motiveren de deelnemers om talen te leren.

Bovendien bevorderen de culturele programma's van de Europese Unie de taal- en cultuurverscheidenheid. Het Media-programma financiert de nasynchronisatie en ondertiteling van Europese films, zodat deze overal in Europa in de bioscoop en op televisie vertoond kunnen worden.

Meer informatie