Het Kyoto-Protocol is een uitwerking van het Klimaatverdrag (United Nations Framework Convention on Climate Change) uit 1992. Deze uitwerking werd geschreven tijdens de klimaatconferentie van 1997 in Kyoto, Japan. Hier beloofden alle EU-lidstaten en nog 164 andere landen om de uitstoot van broeikasgassen in de periode 2008-2012 met acht procent terug te hebben gebracht ten opzichte van 1990.
Uit onderzoek blijkt dat door menselijke activiteiten een te hoge concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer hangt. Een toenemend gebruik van fossiele brandstoffen leidt tot een steeds grotere uitstoot van kooldioxide (CO2), het belangrijkste 'broeikasgas'. Dergelijke gassen houden door de aarde weerkaatste warmtestraling van de zon vast in de atmosfeer. Hierdoor warmt de aarde op en smelten de ijszeeën, wat lijdt tot een stijging van de zeespiegel.
Een ernstige tegenvaller voor het realiseren van de doelstellingen uit het Protocol van Kyoto vormde de afwijzing van het protocol door de VS in april 2001. De VS (verantwoordelijk voor één derde van alle CO2-uitstoot in de wereld) voerden als argument aan dat het Protocol van Kyoto alleen verplichtingen oplegt aan industrielanden. Van derdewereldlanden en opkomende grote industrielanden (en dus broeikasgasproducenten) als Brazilië, China, India en Mexico wordt namelijk voorlopig geen bijdrage verlangd. Het protocol kan pas in werking treden als niet alleen minimaal 55 landen het hebben geratificeerd, maar ook als deze landen nog eens minimaal 55 procent van de totale CO2-uitstoot vertegenwoordigen.
Tijdens een conferentie in Bonn in juli 2001 bereikten 178 landen (uitgezonderd de VS) op de valreep een akkoord over de nadere invulling van 'Kyoto'. Dit compromis wordt over het algemeen beschouwd als een afgezwakte versie van het oorspronkelijke Protocol.
Om te onderzoeken welker acties de EU nog moet ondernemen om de Kyoto-doelstellingen te halen heeft de Europese Commissie in 2000 het European Climate Change Project opgezet. De EU gaat intern wel door met de doelstelling om de uitstoot met 8 procent te verminderen. In de EU zijn sinds maart 2004 alle regels uit het Protocol EU-wetgeving geworden. Het gaat dan niet alleen om de doelstellingen, maar ook om hoe ze bereikt moeten worden.
Emissiehandel
Vanaf januari 2005 is in de EU de handel in emissierechten mogelijk voor bedrijven die het milieu vervuilen. Sommige bedrijven zullen hun uitstoot verminderen en overgehouden rechten verkopen. Andere bedrijven zullen juist extra rechten willen inkopen, omdat ze meer uitstoten dan is toegestaan. De prijs van de emissierechten wordt bepaald op de vrije markt. Iedere lidstaat publiceert een nationaal toewijzingsplan, waarin is bepaald hoeveel emissierechten iedere onderneming krijgt.
Tijdens de klimaatconferentie van 2011 in Durban werd besloten het Kyoto-Protocol te verlengen. De meeste landen hebben moeite de doelstellingen in 2012 te halen dus wordt de looptijd van het protocol verlengd tot 2017 en misschien zelfs wel tot 2020. Dit komt ook deels doordat niet alle landen zichzelf hebben verplicht zich aan het protocol te houden. De EU, Noorwegen en Zwitserland hebben toegezegd dit vanaf nu wel te gaan doen.
Canada heeft na afloop van de conferentie te kennen gegeven uit het Kyoto-protocol te stappen. Het land kan de doelstellingen niet halen en ziet het nut van het protocol niet in als groot-vervuilers zoals China en de VS niet mee doen.
Opvolger
Ook is tijdens de klimaatconferentie van 2011 gesproken over de opvolger van het Kyoto-Protocol. De landen gaan onderhandelen voor een nieuw klimaat akkoord dat in 2015 rond moet zijn en in 2020 in werking kan treden. Dit akkoord moet, in tegenstelling tot het Kyoto-protocol, wel verplicht zijn voor alle landen, dus ook de China, de Verenigde Staten, India en nu Canada dus ook.
