Euro

 

Logo euro

Dit is de naam van de gemeenschappelijke Europese munt die op 1 januari 1999 is ingevoerd. Vanaf die datum voeren de nationale centrale banken en het gehele bankwezen in de Europese Unie onderlinge transacties in euro’s uit en worden nieuwe overheidsschulden in euro’s uitgegeven. Ook is op die datum de koers van de euro vastgesteld op 2,20371 gulden.

Vanaf 1 januari 2002 is de euro in circulatie gebracht en verloopt het elektronische geldverkeer nog uitsluitend in euro’s. Na 28 januari 2002 was de gulden niet langer een wettig betaalmiddel. Omwisselen van guldens in euro’s bij De Nederlandsche Bank kon voor muntgeld tot 1 januari 2007 en voor papiergeld kan dit nog tot 1 januari 2032. Euro’s zijn er in biljetten van 5, 10, 20, 50, 100, 200 en 500 euro en in munten van 1, 2, 5, 10, 20 en 50 eurocent en van 1 en 2 euro. Het recht om euro's uit te geven berust bij de centrale banken van de EU-lidstaten. Om herkenbaar te houden waar de munten vandaan komen, zijn ze voorzien van een Europese zijde en een nationale zijde. Biljetten hebben geen nationale zijde, maar aan de serienummers is wel te zien welk land een biljet heeft uitgegeven.

Het Verenigd Koninkrijk en Denemarken zijn vrijwillig buiten de eurozone gebleven. Zweden voldoet nog niet aan alle criteria om de euro te mogen invoeren. Hoewel Zweden zich bij de toetreding tot de EU in 1995 verplicht heeft om de euro in te gaan voeren, heeft het volk zich in 2003 in een referendum tegen de invoering uitgesproken. Zweden heeft dan ook tot nu toe de invoering weten tegen te houden, door niet deel te nemen aan het wisselkoersmechanisme. Zolang Zweden niet toetreedt tot het wisselkoersmechanisme, kunnen ze de euro buiten de deur houden.

In juni 2004 zijn Estland, Litouwen en Slovenië toegetreden tot het wisselkoersmechanisme. In 2005 deden Cyprus, Letland, Malta en Slowakije dat ook. Om de euro in te voeren moet een lidstaat laten zien dat hij zijn munt ten minste twee jaar zonder al te grote waardeschommelingen kan handhaven. Van de bovengenoemde landen zijn tot op heden enkel Letland en Litouwen daar nog niet in geslaagd. Cyprus, Estland, Letland, Malta en Slowakije hebben in de periode 2007-2011 de euro als wettig betaalmiddel ingevoerd.

Litouwen streeft ernaar dit per 2013 te doen, Letland en Hongarije per 2014 en Polen en Tsjechië per 2015. 

Buiten de EU is de euro officieel toegestaan in Monaco, Vaticaanstad en San Marino. In de praktijk wordt de euro ook in Andorra, Bosnië-Herzegovina, Kosovo, Montenegro en Zwitserland als geldig betaalmiddel gezien.

Niveau

1.

Meer informatie