Cotonou-overeenkomst

De Overeenkomst van Cotonou, kortweg "Cotonou", is een verdrag tussen de Europese Unie en de zogeheten ACS-landen, de minder ontwikkelde landen in Afrika ten zuiden van de Sahara, het Caraïbisch gebied en de Stille Oceaan.

Cotonou gaat over armoedebestrijding en het meedoen van de ACS-landen in de wereldeconomie. Er wordt gelet op de bestrijding van corruptie en het goed gebruik van ontwikkelingsgelden. Er wordt geïnvesteerd in de kwaliteit van bestuur, financiële stelsels, bedrijven, onderwijs en zorg. Naast overheden zijn particulieren en maatschappelijke organisaties betrokken bij de ontwikkelingssamenwerking.

Net als in eerdere verdragen kan hulp worden opgeschort als er sprake is van schendingen van de mensenrechten. Naast economische afspraken staan er ook afspraken in over het het verbod op de handel in kernwapens (en in technologie om die te maken), milieu, terrorisme, en het Internationaal Strafhof.

De regels over handel in het verdrag moeten in 2008 geheel in overeenstemming zijn met de regels opgesteld door de Wereldhandelsorganisatie (de WTO). Soms mag de Europese Unie niet zomaar gunstige handelsvoorwaarden aan de ACS-landen geven.

Het budget in het kader van Cotonou voor de periode 2008-2013 is 22,7 miljard euro (tegen ongeveer 13,5 miljard voor de huidige periode). Het geld wordt uitgegeven via het Europees Ontwikkelingsfonds, en nog 2 miljard euro door de Europese Investeringsbank.

Delen

enveloppe