Dit is een belasting die door nationale overheden wordt geheven over de verkoop van geselecteerde goederen: alcoholhoudende (gedistilleerde) dranken en overige dranken met meer dan 1,2 % alcohol, tabaksproducten, benzine en andere minerale oliën zoals diesel, huisbrandolie en Liquified Petroleum Gas (LPG).
Een essentieel kenmerk is dat accijnzen geheven worden over de hoeveelheid van de producten en niet over de waarde ervan. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de BTW. Accijnzen zijn verwerkt in de prijs die de consument voor de eerder genoemde producten betaalt. Deze belastingen worden door fabrikanten, handelaars en ook door importeurs van accijnsgoederen afgedragen aan de Belastingdienst.
Een van de voornaamste doelen van de heffing van accijnzen is het gebruik van bepaalde goederen te ontmoedigen met het oog op de volksgezondheid. Een tweede doel is het genereren van inkomsten voor de staat. In enkele EU-lidstaten worden hoge accijnzen geheven als onderdeel van het algemene beleid ter ontmoediging van roken en drinken. Anderzijds zijn wijn en tabak in sommige lidstaten belangrijke landbouwproducten.
In het belang van een goede werking van de interne markt zijn de voorwaarden waaronder accijns wordt geheven binnen de Europese Unie geharmoniseerd. In verband met herhaaldelijke ingrijpende wijzigingen van de oorspronkelijke richtlijn van 1992, is een nieuwe Europese richtlijn inzake accijns aangenomen die in 2009 in werking is getreden.
