Nederland heeft al meer dan 50 jaar geleden samen met België, Duitsland, Frankrijk, Italië en Luxemburg de conclusie getrokken, dat we in Europa meer moesten gaan samenwerken, omdat we een aantal grensoverschrijdende problemen niet meer in ons eentje konden oplossen.
Bovendien was en is samenwerken goed voor de handel en daar heeft Nederland het altijd al van moeten hebben. Ook was Europa aan het herstellen van een verwoestende oorlog en men verwachtte dat landen die nauw samenwerken, elkaar niet gauw zullen aanvallen.
Deze samenwerking is een succes gebleken: de welvaart nam sterk toe en onderlinge conflicten werden aan de onderhandelingstafel bijgelegd. Ook telt de Europese Unie inmiddels 27 lidstaten, en voert de EU met nog een aantal landen onderhandelingen ovr etoetreding. In andere werelddelen zijn soortgelijke samenwerkingsverbanden tussen landen opgericht; zoals ASEAN, de Zuid-Amerikaanse Unie en de Afrikaanse Unie.
Het enthousiasme voor de Europese Unie en verdere integratie is sinds de begin jaren negentig sterk verminderd. In 2005 stemde het Nederlandse volk via een referendum tegen de Europese Grondwet. Het 'nee' had een aantal oorzaken. Zo was er onvrede over onder andere de gestegen prijzen na invoering van de euro en de gebrekkige manier waarop de Nederlandse regering het land informeerde over de toen in te voeren Europese Grondwet. Ook was er kritiek op de snelle uitbreiding van de EU. Bovendien werd Nederland sinds de jaren negentig in plaats netto-ontvanger een netto-betaler in de Europese Unie. En de netto-betalingen werden steeds groter. Het referendum werd bovendien gebruikt om onvrede over andere zaken te uiten dan de Europese Grondwet zelf, zoals over het kabinetsbeleid.
Uit onderzoek in de jaren erna blijkt dat er meer tegenstanders zijn gekomen van verdergaande Europese eenwording. Zo vrezen velen dat de EU zich meer gaat bezighouden met onze pensioenen, zorg en onderwijs, of met onze typisch Nederlandse euthanasiewetgeving of ons softdrugsbeleid. Ook zijn er zorgen over de komst van nieuwe werknemers uit toegetreden landen zoals Polen, Bulgarije en Roemenië.
Anderzijds zijn er wereldwijde problemen die de noodzaak van grensoverschrijdende samenwerking nog meer onderstrepen. Zo kan de klimaatverandering alleen worden bestreden met gezamenlijk regelgeving om een CO2-reductie te behalen. Ook energievoorziening en internationale veiligheid zijn terreinen waarop we als klein land effectiever zijn als we de krachten bundelen met de rest van Europa. De gemiddelde Nederlander moedigt samenwerking op deze gebieden aan. Dit geeft aan dat Nederlanders, ondanks de kritische houding van de afgelopen jaren, nog steeds de waarde inzien van de Europese samenwerking.
Ook de politiek is in de loop der jaren veel minder vanzelfsprekend voor Europese samenwerking. Partijen als SGP, SP en PVV waren soms fel gekant tegen Europese maatregelen. En ook in de traditioneel pro-Europese partijen valt vaker kritiek op de EU te horen. Tegen de achtergrond van de economische crisis speelde de Europese Unie in de Tweede Kamerverkiezingen van 2012 een grote rol, en dan met name de rol die de Europese Unie had in de aanpak van de crisis. Met die vraag kwamen ook allerlei andere kwesties aan de orde, zoals waar Europa zich mee bezig moet houden en hoe de Europese Unie democratischer kan worden.
In 2013 verzamelde de organisatie BurgerforumEU in een maand tijd de benodigde 40.000 handtekeningen om een verzoek in te kunnen dienen bij de Tweede Kamer. Dit platform wil dat wanneer er nieuwe bevoegdheden worden overgedragen aan de Europese Unie er in Nederland een referendum wordt gehouden waarin de bevolking zich over die bevoegdheidsoverdracht kan uitspreken. De Kamer moet het verzoek nog officieel ontvangen en in behandeling nemen.
Iedere vijf jaar mogen alle stemgerechtigde burgers uit de EU stemmen voor het Europees Parlement. Iedere burger stemt voor kandidaten uit het eigen land. Die nationale Europarlementariërs werken volgens hun politieke kleur samen. In veel gevallen kijken de Europarlementariërs bij het nemen van beslissingen ook naar de belangen van hun land.
De Nederlandse ministers vertegenwoordigen ons land in de Raad van Ministers, kortweg de Raad. De minister-president doet dat in de Europese Raad. Ieder land verdedigt de belangen van het eigen land zo goed als mogelijk in de onderhandelingen met de andere landen over nieuwe voorstellen. In verreweg de meeste gevallen neemt de Raad besluiten bij gekwalificeerde meerderheid. In die gevallen heeft ieder land in de Raad een aantal stemmen; geen enkel land kan in zijn eentje een besluit tegenhouden.
In het dagelijks bestuur van de Europese Unie, de Europese Commissie, zit een eurocommissaris uit iedere lidstaat. Van de eurocommissarissen wordt verwacht dat ze werken voor het Europees belang, en niet voor het land waar ze vandaan komen.
In de verschillende Europese instellingen werken burgers uit alle lidstaten, dus ook Nederlanders. Net als bij de eurocommissarissen wordt van de medewerkers van de Europese instellingen verwacht dat ze het Europese belang dienen, en niet het belang van het land waar ze vandaan komen.
- De Tweede Kamerverkiezingen 2012: referendum over Europa?
- Hoe denken wij over Europa
- Europa: kosten en baten voor Nederland
- Europa in de wereld
- PVV-meldpunt Midden- en Oost-Europeanen
- Begrotingstekort en staatsschuld Nederland
- Overzicht van de EU-bestedingen per land, bijdrage van elk land aan de EU-begroting
- bronnen over Nederland en de Europese integratie
