Zweden heeft een constitutie uit het jaar 1974, welke eenvoudig met een gewone meerderheid gewijzigd kan worden. Het heeft een éénkamerstelsel, waar de leden van hetzelfde district bij elkaar zitten in plaats van partij. De uitvoerende macht ligt bij de minister-president. De koning, het staatshoofd heeft weinig macht. De rechter mag adviezen over wetten uitbrengen, maar ze niet onconstitutioneel verklaren.
De huidige Zweedse constitutie stamt uit 1974 en verklaart dat het land een democratie is waar alle macht komt van het volk. Dit in tegenstelling tot eerdere constituties welke het belang van de monarch benadrukten.
De constitutie kan worden gewijzigd door een gewone parlementaire meerderheid. Er moet wel twee keer gestemd worden, een keer voor en een keer na de verkiezingen.
Zweden kent een éénkamerstelsel, dat bestaat uit 349 leden. Deze leden worden door het volk gekozen voor een periode van vier jaar.
De Riksdag verschilt van de meeste parlementen in het feit dat de leden in de kamer zitten volgens het district dat ze vertegenwoordigen en niet hun partijkleur. Het gevaar hiervan is dat de parlementsleden uit hetzelfde district op regionale thema's elkaar gunsten verlenen. De meeste leden handelen meer naar hun partijkleur dan hun regionale achterban.
De Zweeds monarchie heeft weinig echte macht en is sinds 1975 niet meer betrokken bij de regeringsformatie. Tegenwoordig benoemt de voorzitter van het parlement de minister-president, nadat hij met de partijleiders overlegd heeft. Als niet meer dan de helft van het parlement tegen het voorstel stemt dan is het goedgekeurd.
Na vier onsuccesvolle pogingen om een minister-president te benomen, moeten er nieuwe verkiezingen worden gehouden. Eenmaal benoemd, wijst de minister-president andere kabinetsleden aan. Deze benoemingen hoeven niet door het parlement te worden goedgekeurd.
Er kan getoetst worden aan de constitutie, maar een wet kan niet onconstitutioneel worden verklaard. Vooral de linkse partijen staan terughoudend tegenover het idee dat de rechter een wet van het democratisch gekozen parlement terzijde kan schuiven. Maar de rechter mag adviezen uitbrengen over hoe nieuwe wetsvoorstellen zich verhouden tot de constitutie. Aan dit advies wordt aanzienlijk gewicht toegekend.
.
