Laatste nieuws: 

Beleid buurlanden

Moskee in Turkije

De Europese Unie onderhoudt wereldwijd betrekkingen met vele landen. Met de directe buurlanden zijn er echter intensievere banden. Op deze manier probeert de EU de stabiliteit en vrede in haar omgeving te bewaren. Bovendien is een goede relatie in het belang van de internationale handel en de beschikbaarheid van energiebronnen zoals aardolie en aardgas.

Een aantal buurlanden wil lid worden van de EU. De Europese Unie en de kandidaat-lidstaten hebben een strategie uitgestippeld die hen moet voorbereiden op toetreding. De Unie geeft de landen steun om te kunnen voldoen aan de eisen voor het lidmaatschap.

Het beleid dat zich richt op de buurlanden van de EU heet officieel Europees Nabuurschapsbeleid (European Neighbourhood Policy of ENP). Het dateert van 2004 en is in 2011 herzien. Bij dit beleid staan steun aan het democratiseringsproces en het bevorderen van de economische ontwikkeling in buurlanden centraal, evenals versterking van het Oostelijk Partnerschap en van het Partnerschap voor Democratie en Gedeelde Welvaart. Er komt meer geld voor die doelstellingen. Samenwerking met overheden en maatschappelijke groeperingen op het gebied van democratie, klimaat en energie, soepelere arbeidsmigratie en betere handelsbetrekkingen, zijn belangrijke speerpunten.

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

Ontwikkeling in vogelvlucht

Er zijn in grote lijnen vier redenen waarom de EU speciale banden met zijn buurlanden onderhoudt:

Handel

Om de onderlinge handel te vergemakkelijken heeft de EU bijzondere overeenkomsten gesloten met landen in Midden- en Oost-Europa en in het Middellandse Zeegebied. De EU ziet ontwikkelingshulp aan partnerlanden niet alleen als solidariteit, maar ook als een kans om sterkere, welvarende partners te ontwikkelen.

Uitbreiding van de EU

De Europese Unie breidt zich langzamerhand steeds verder uit naar het oosten en zuidoosten van Europa. In 2004 werd de Europese Unie uitgebreid van 15 naar 25 lidstaten, en op 1 januari 2007 traden ook Roemenië en Bulgarije toe. Kroatië is op 1 juli 2013 de 28e lidstaat van de EU geworden. Met Macedonië, Montenegro, IJsland, Servië en Turkije voert de Unie onderhandelingen over toetreding. Dit worden de kandidaat-lidstaten genoemd. Albanië, Bosnië en Herzegovina en Kosovo behoren tot potentiële kandidaat-lidstaten landen die wellicht in de toekomst in aanmerking komen voor EU-lidmaatschap.

De kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten gebruiken de steun uit de EU om te kunnen voldoen aan de eisen voor het lidmaatschap, mede om te zorgen dat de wetgeving en de werking van de overheid aan Europese eisen zullen voldoen.

Energie

Het energiebeleid van de Europese Unie gaat terug tot de oprichting van de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal in 1952 en het Euratom-verdrag in 1958 (samenwerking op het gebied van kernenergie).

Ruim 50 procent van de energie die Nederland nodig heeft komt uit het buitenland. De buurlanden van de Europese Unie zijn vaak doorvoerlanden voor onze aardolie (Midden-Oosten), of aardgas (Rusland). De Europese samenwerking streeft naar een constante en veilige aanvoer van energie.

2.

Deelnemende landen

De volgende landen vallen onder het beleid voor buurlanden:

  • Wit-Rusland, Oekraïne, Moldavië
  • Georgië, Armenië, Azerbeidzjan
  • Syrië, Libanon, Jordanië, Israël, de Palestijnse Autoriteit
  • Marokko, Algerije, Tunesië, Libië, Egypte

3.

Niet-deelnemende landen

De kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten vallen niet onder het beleid buurlanden.

Kandidaat-lidstaten

De Europese Unie is met de volgende landen officieel in onderhandeling over toetreding:

Potentiële kandidaat-lidstaten

Met de volgende landen is een Stabilisatie en Associatie-Overeenkomst ondertekend, maar worden (nog) geen onderhandelingen over toetreding gevoerd:

Daarnaast zijn er buurlanden van de EU die formeel niet onder het buurlandenbeleid vallen en ook geen kandidaat-lidstaat zijn, zoals:

  • Rusland, Noorwegen en Zwitserland

Met Rusland heeft de EU wel een speciaal strategisch partnerschap gesloten.

4.

Strategie sinds 2011

In mei 2011 lanceerden Hoge Vertegenwoordiger Ashton en eurocommissaris Füle een vernieuwd nabuurschapsbeleid. Dit hernieuwde beleid gold in eerste instantie voor de periode 2011-2013 en had tot doel beter te kunnen reageren op de snel veranderende situatie bij buurlanden.

  • Er kwam 1 miljard euro beschikbaar voor de programma's SPRING (zuidelijke buurlanden) en EaPIC (oostelijke buurlanden)
  • Het leningplafond van de Europese Investeringsbank steeg met 1,12 miljard euro
  • Het mandaat van de Europese Investeringsbank werd uitgebreid voor de opbouw en de ontwikkeling van de zuidelijke buurlanden
  • De Europese hulp aan buurlanden die hervormingen doorvoeren steeg, terwijl het aantal sancties tegen landen die achterblijven, toenam
  • In samenwerking met de Moldavische regering trachtte de EU een oplossing te vinden voor het conflict tussen Moldavië en Transnistrië
  • Er werd een faciliteit opgezet voor het maatschappelijk middenveld van alle buurlanden

Het nabuurschapsbeleid werd tot en met 2013 gefinancierd uit het Europees Nabuurschaps- en Partnerschapsinstrument (ENPI). De Europese Commissie stelde in 2011 voor dit instrument te vervangen door het Europees Nabuurschapsinstrument (ENI), dat bovenstaande doelstellingen moet ondersteunen. Dit is instrument is op 1 januari 2014 van start gegaan.

5.

Politieke associatie met de buurlanden

De Europese Unie heeft op meerdere wijzen speciale relaties met de buurlanden:

  • Met Armenië en Azerbeidzjan wordt momenteel onderhandeld over associatieverdragen.
  • Met Moldavië en Georgië is tijdens de top van het Oostelijk Partnerschap in november 2013 overeenstemming bereikt over associatieverdragen. Deze zullen naar verwachting in de herfst van 2014 worden ondertekend. Vervolgens kunnen ook de vrijhandelsruimtes (DCFTA's) in werking treden.
  • Met Armenië wordt momenteel onderhandeld over een vrijhandelsruimte. Met Azerbeidzjan kan geen vrijhandelsruimte worden opgezet zolang het land geen lid is van de WTO.
  • In 2012 is begonnen met onderhandelingen over associatieovereenkomsten met Tunesië, Marokko en Jordanië.

De ondertekening van zowel het vrijhandelsakkoord als het associatieverdrag met Oekraïne ketste in november 2013 plotseling en tot verbazing van velen af. Volgens de oppositie in Oekraïne zou Rusland het overleg torpederen.

Ook op het gebied van mobiliteit wordt er intensief onderhandeld met de buurlanden:

  • Met Armenië, Georgië, Moldavië en Marokko zijn mobiliteitspartnerschappen opgezet.
  • Over mobiliteitspartnerschappen met Azerbeidzjan, Oekraïne, Tunesië en Jordanië wordt onderhandeld.

6.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit terrein geldt dat het kader waarin het beleid voor buurlanden wordt uitgezet onderdeel is van het algemene buitenlandse beleid van de Europese Unie.

Binnen het opgestelde kader wordt het beleid vorm gegeven door een aantal internationale overeenkomsten, die per land worden afgesloten.

Bij het sluiten van deze overeenkomsten spelen de Europese Commissie, de Raad, de Hoge Vertegenwoordiger voor het Buitenlands en Veiligheidsbeleid en het Europees Parlement  een rol.

Initiatief voor nieuw beleid: Europese Commissie of Hoge vertegenwoordiger

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Uitbreiding en nabuurschapsbeleid:

Daarnaast kan de Hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid in het kader van het gehele externe optreden van de EU ook voorstellen doen die van invloed zijn op het nabuurschapsbeleid. De Hoge Vertegenwoordiger is:

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

Voor internationale overeenkomsten geldt dat de Raad de Europese Commissie machtigt om te onderhandelen. Bij overeenkomsten op het terrein van buitenlands en veiligheidsbeleid beslist de Raad. Bij overeenkomsten op andere terreinen beslist de Raad, met goedkeuring van het Europees Parlement.

De raadsformatie die beslist over overeenkomsten is de Raad Buitenlandse Zaken. Vertegenwoordiger voor Nederland in deze Raad is:

Voor het Europees Parlement beoordeelt de commissie Buitenlandse Zaken de voorstellen van de Raad, Europese Commissie en Hoge vertegenwoordiger. Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs lid:

Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs plaatsvervangend lid:

nog niet bekend

Als het Europees Parlement, wanneer het beslissingsbevoegdheid heeft, het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Wanneer het Europees Parlement geen beslissingsbevoegdheid heeft sluit overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 352. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

7.

Meer informatie

Achtergrondartikelen

Dossier Clingendael

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa

Delen

enveloppe

Terug naar boven