Beleid rechtspraak

 
Rechtspraak 1

De rechtsstelsels en gerechtelijke apparaten van de lidstaten zijn verschillend. Elke lidstaat heeft zijn eigen wetgeving en rechtspraak. De behoefte om op dit gebied samen te gaan werken groeit echter. De lidstaten zijn immers nauw met elkaar verbonden. Zo is er binnen de Unie vrij verkeer van personen en goederen. Als mensen vrij door de EU kunnen reizen, moeten zij in een andere lidstaat net zo makkelijk bij de rechter terecht kunnen als in hun eigen land.

Daarom streeft de Europese Unie er naar om de verschillende rechtssystemen zo goed mogelijk op elkaar te laten aansluiten. Hiertoe heeft het in oktober 2013 een belangrijke richtlijn aangenomen. Deze richtlijn stelt dat iedere verdachte in de EU recht heeft op een advocaat en dat de besprekingen tussen de verdachte en advocaat vertrouwelijk zijn.

Daarnaast bevat de richtlijn een aantal minimumrechten die de verdachte heeft. Zo moet de verdachte het recht krijgen om een derde persoon te informeren over zijn of haar opsluiting en moet de verdachte de mogelijkheid krijgen om met het consulaat van zijn of haar land te kunnen communiceren. Bovendien is er recht op vertolking in de eigen taal, ook van juridisch advies, voor alle rechtbanken in de EU en tijdens de hele strafprocedure.

 

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

Ontwikkeling in vogelvlucht

Het is niet de bedoeling dat mensen in een andere lidstaat aan een veroordeling kunnen ontkomen. Daarom krijgt de samenwerking tussen nationale gerechtelijke autoriteiten veel aandacht. In april 2009 heeft de Europese Commissie in een groenboek aangegeven uiteindelijk te willen komen tot een systeem waarbij de lidstaten elkaars gerechtelijke uitspraken erkennen. De uitspraken zouden dan ook in elke lidstaat uitvoerbaar moeten zijn.

Deze afstemming is van belang bij veroordelingen door de rechter, maar ook in zaken als echtscheiding, voogdijschap, alimentatie en faillissementen, wanneer de betrokkenen in verschillende landen wonen.

Ook bestaat het Europees aanhoudingsbevel. Hiermee hebben de nationale autoriteiten een wapen in handen in de strijd tegen grensoverschrijdende criminaliteit. Het aanhoudingsbevel voorkomt langdurige procedures over de uitlevering. Het zorgt ervoor dat verdachte personen of veroordeelde criminelen die naar een andere EU-lidstaat zijn gevlucht om hun straf te ontlopen, snel kunnen worden teruggebracht naar het land waar zij veroordeeld zijn.

Procesrecht

Daarnaast tracht de Europese Unie ook enkele grondrechten van verdachten te verankeren in de lidstaten. Een voorbeeld daarvan is een in mei 2012 aangenomen richtlijn over het recht van verdachten op informatie over fundamentele procedurele rechten. Dit betekent onder andere dat een verdachte in een taal die hij of zij begrijpt, gewezen wordt op de volgende rechten:

  • het recht op een advocaat
  • het recht om te zwijgen
  • het recht op informatie over de aanklacht
  • het recht op inzage in de dossiers over zijn of haar zaak.

In oktober 2013 heeft de Raad een akkoord bereikt over het recht op een advocaat, net zoals al eerder een akkoord was bereikt over het recht op informatie, interpretatie en vertaling voor de verdachte. In aanvulling op dit pakket heeft de Commissie eind november 2013 voorgesteld dat het vermoeden van onschuld en het recht bij een proces aanwezig te zijn, altijd in acht moeten worden genomen. Het Openbaar Ministerie moet bewijzen dat iemand schuldig is; verdachten hoeven niet te bewijzen dat zij onschuldig zijn. Ook moeten er voor kinderen in strafprocedures speciale waarborgen gelden en kunnen verdachten en beklaagden in een vroeg stadium van het proces toegang krijgen tot voorlopige rechtsbijstand.

Op 7 april 2014 stemde het Europees Parlement in met het voorstel van de Commissie dat verdachten onschuldig zijn tot het tegendeel bewezen is en dat zij recht hebben bij het proces aanwezig te zijn. Het voorstel moet nog worden aangenomen door de Raad van Ministers.

Rechten voor slachtoffers

Op 4 oktober 2012 is een Europese richtlijn in werking getreden die de slachtoffers van misdrijven bepaalde minimumrechten verschaft, ongeacht waar zij zich in de Europese Unie bevinden. In alle 28 EU-lidstaten geldt dat slachtoffers gedurende het politieonderzoek en het strafproces worden beschermd. Ook hebben kwetsbare slachtoffers, zoals kinderen en personen met een handicap, recht op passende bescherming.

De slachtoffers moeten te allen tijde met respect behandeld worden door de autoriteiten, en slachtofferhulp moet overal beschikbaar zijn. Volgens de richtlijn hebben slachtoffers ook recht op begrijpelijke informatie over hun rechten en de zaak waar zij bij betrokken zijn.

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

NL

Justitie: inleidingen samenvatting van de EU wetgeving

2.

Wie doet wat

Bij besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad, het Europees Parlement en de Europese Raad een rol.

Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Justitie, consumentenrechten en gendergelijkheid:

Zaken aangaande fundamentele rechten vallen ook onder competentie van de Eurocommissaris voor Betere regelgeving, inter-institutionele relaties, duurzame ontwikkeling, rechtsregels en fundamentele rechten:

Bij justitiële samenwerking in strafzaken kunnen de lidstaten van de Europese Unie ook initiatief-voorstellen indienen. Voorwaarde is dat een initiatief ten minste door een kwart van de lidstaten wordt ingediend.

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

Besluitvorming op dit terrein, met uitzondering van het familierecht, verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure. Op het terrein van justitiële samenwerking in strafzaken kan in de Raad een noodremprocedure (zie hieronder) worden ingezet.

Voor familierecht geldt dat de Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement.

De raadsformatie die beslist over justitiële zaken is de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken. Vertegenwoordigers voor Nederland in deze Raad zijn:

De noodremprocedure houdt in dat, wanneer een lidstaat meent dat fundamentele aspecten van zijn strafrechtstelsel worden aangetast, de wetgevingsprocedure wordt stilgelegd. De Europese Raad bespreekt het voorstel en besluit met eenparigheid van stemmen  of de wetgevingsprocedure wordt hervat. 

Vertegenwoordiger voor Nederland in de Europese Raad is:

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Burgerlijke vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs lid: 

 

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Voor voorstellen volgens de gewone wetgevingsprocedure geldt dat als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure afsluit. Bij raadpleging van het Europees Parlement sluit overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt doorgevoerd.

3.

Meer informatie

Achtergrondartikelen

Nederland

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Delen

enveloppe

Terug naar boven