Het criminaliteitsbeleid van de Europese Unie is met name gericht op de aanpak van internationale criminele netwerken.
Criminele organisaties hebben voordeel gehad bij het verdwijnen van de grenscontroles tussen de EU-landen. De EU hecht grote waarde aan het waarborgen van de veiligheid van haar burgers. Daarom is het belangrijk dat de lidstaten en betrokken organisaties nauw samenwerken bij het bestrijden van (grensoverschrijdende) criminaliteit.
Belangrijke organisaties in het bestrijden van grensoverschrijdende criminaliteit zijn Europol en Eurojust.
De EU streeft naar veiligheid voor de inwoners. Daarvoor is nauwe samenwerking nodig tussen de lidstaten op het gebied van politie en justitie.
Sinds het Verdrag van Amsterdam van 1997 is de samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van justitie en binnenlandse zaken ingedeeld in twee terreinen:
-
-activiteiten waarbij het niet gaat om het bestrijden van criminele activiteiten, maar om zaken als asiel, immigratie en controle aan de buitengrenzen van de EU;
-
-activiteiten die tot doel hebben de criminaliteit te bestrijden.
Aandachtspunten zijn onder meer de bestrijding van drugssmokkel, de handel in gestolen auto's, het witwassen van geld, creditcardfraude en valsmunterij, pedofiele netwerken, mensensmokkel, en illegale orgaanhandel.
Agentschappen
Voor de bestrijding van criminaliteit en terrorisme bestaan twee gespecialiseerde EU-agentschappen die in Den Haag zijn gevestigd. Dit zijn:
Lees meer
Bron |
Taal |
Informatie |
|---|---|---|
Europese Unie |
EN |
|
Europese Unie |
EN |
|
Europese Unie |
NL |
Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement een rol.
Initiatief voor nieuw beleid: Europese Commissie
Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Binnenlandse Zaken:
Bij samenwerking tussen de politiekorpsen kunnen de lidstaten van de Europese Unie ook initiatief-voorstellen indienen. Voorwaarde is dat een initiatief ten minste door een kwart van de lidstaten wordt ingediend.
Invloed nationale parlementen
Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.
Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:
Besluitvorming door Raad en Europees Parlement
Voor besluiten over de preventie van criminaliteit geldt de gewone wetgevingsprocedure.
Voor besluiten over de operationele samenwerking, al dan niet in andere lidstaten, geldt dat de Raad beslist met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement.
De raadsformatie die beslist over het criminaliteitsbeleid is de Raad Justitie en binnenlandse zaken (JBZ). Nederland kan in deze raad, afhankelijk van het onderwerp, onder meer vertegenwoordigd worden door:
Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Burgerlijke vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs lid:
Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 345. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.
Hot issues
Europese Unie
Activiteitendossier
Factsheet Europees Parlement
Betrokken instanties
Statistiek
Eurobarometer
