r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Criminaliteitsbeleid

De EU vindt de veiligheid van de burgers erg belangrijk. Daarom is het van belang dat de lidstaten nauw samenwerken bij het bestrijden van criminaliteit.

De Europese Unie houdt zich bezig met de bestrijding van drugssmokkel, de handel in gestolen auto's, het witwassen van geld, creditcardfraude en valsmunterij, pedofiele netwerken, mensensmokkel en illegale orgaanhandel. Dit gebeurt op verschillende manieren. Zo werken de politiediensten van de Europese landen steeds beter samen. Bijvoorbeeld door het uitwisselen van gegevens. Ook kunnen de lidstaten Europese wetgeving maken om criminaliteit te bestrijden.

Belangrijke organisaties in het bestrijden van grensoverschrijdende criminaliteit zijn Europol en Eurojust.

 
Politieagenten

Delen

Inhoud

1.

Ontwikkeling in vogelvlucht

De EU streeft naar veiligheid voor de inwoners. Daarvoor is nauwe samenwerking nodig tussen de lidstaten op het gebied van politie en justitie.

Sinds het Verdrag van Amsterdam van 1997 is de samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van justitie en binnenlandse zaken ingedeeld in twee terreinen:

Aandachtspunten zijn onder meer de bestrijding van drugssmokkel, de handel in gestolen auto's, het witwassen van geld, creditcardfraude en valsmunterij, pedofiele netwerken, mensensmokkel, en illegale orgaanhandel.

Het opheffen van de grensposten binnen de Europese Unie heeft niet alleen geleid tot een stimulans van de economie, maar gaf ook de grensoverschrijdende criminaliteit een impuls. Het beleid van de Europese Unie is met name gericht op de aanpak van internationale criminele netwerken. Onderdeel van dit beleid is de bestrijding van onder meer drugssmokkel, handel in gestolen auto's, het witwassen van geld, creditcardfraude en valsemunterij, pedofiele netwerken, mensensmokkel, en illegale orgaanhandel.

Een aantal lidstaten van de Europese Unie wisselt vingerafdrukken, DNA-profielen en kentekenregistraties uit in de strijd tegen criminaliteit. Sinds augustus 2011 kunnen alle lidstaten dit doen, als zij aan een aantal voorwaarden voldoen. Nederland wisselt deze gegevens al uit met een aantal landen. Deze uitwisseling is vastgelegd in het verdrag van Prüm.

2.

Samenwerking

Op praktisch vlak werken de nationale politiediensten steeds meer samen, in het bijzonder in het kader van Europol. Europol heeft sinds 1999 als taak het vergemakkelijken van het verzamelen, uitwisselen en analyseren van gegevens op Europees niveau en het bevorderen van de samenwerking tussen de nationale politiediensten.

De bestrijding van internetcriminaliteit (cybercrime) is sinds 2010 een belangrijk aandachtspunt. Het European Cybercrime Centre (EC3) is een onderdeel van Europol dat de strijd aangaat met onder andere fraude en de verspreiding van kinderporno op internet. Medio 2014 ondertekenden het EC3 en ENISA een overeenkomst waarin de nauwere samenwerking en betere uitwisseling van kennis ter bestrijding van cybercrime is vastgelegd.

Het witwassen van geld wordt aangepakt met behulp van wetgeving die het mogelijk maakt om de opbrengsten van criminele activiteiten verbeurd te verklaren. Bovendien zijn financiële instellingen en bepaalde beroepsgroepen, zoals boekhouders, advocaten en casino-eigenaren, verplicht verdachte transacties te melden.

3.

Drugscriminaliteit

In juni 2010 ondertekenden de Europese ministers van Binnenlandse Zaken een verdrag om drugssmokkel harder te bestrijden. De voornaamste doelstelling van het verdrag is om de aanvoer van cocaïne en heroïne naar Europa af te snijden. Hiervoor is de samenwerking met landen buiten de Europese Unie van groot belang. Ook de samenwerking tussen de Europese en niet-Europese instanties die bij de bestrijding van drugssmokkel betrokken zijn, wordt door het verdrag versterkt.

Een maand na het sluiten van dit belangrijke verdrag op het gebied van de bestrijding van drugscriminaliteit maakte een adviseur van hetEuropees Hof van Justitie bekend dat Nederland personen die niet in Nederland wonen mag weren uit coffeeshops. Softdrugs vallen niet onder EU-regels over vrij goederenverkeer omdat ze in andere landen zijn verboden. Dit advies is overgenomen door de Raad van State.

Sinds 2010 ligt er meer nadruk op de rechten van Europese burgers die in een ander EU-land worden aangehouden. Zo hebben verdachten recht op een tolk en zijn er plannen om een standaard infokaart te introduceren. Dit houdt in dat politie-agenten in ieder EU-land verplicht worden een kaart in de moedertaal van de verdachte te geven (indien dit één van de 22 officiële talen van de EU is) waarop zijn of haar rechten en de aanklacht worden vermeld.

4.

Agentschappen

Voor de bestrijding van criminaliteit en terrorisme bestaan twee gespecialiseerde EU-agentschappen die in Den Haag zijn gevestigd. Dit zijn:

5.

Lees meer

Bron

Taal

Informatie

Europese Unie

EN

Website van Europol

Europese Unie

EN

Website van Eurojust

Europese Unie

NL

Inleiding + samenvatting van de EU wetgeving

6.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement een rol.

Initiatief voor nieuw beleid: Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Migratie, binnenlandse zaken en burgerschap:

Bij samenwerking tussen de politiekorpsen kunnen de lidstaten van de Europese Unie ook initiatief-voorstellen indienen. Voorwaarde is dat een initiatief ten minste door een kwart van de lidstaten wordt ingediend.

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

Voor besluiten over de preventie van criminaliteit geldt de gewone wetgevingsprocedure.

Voor besluiten over de operationele samenwerking, al dan niet in andere lidstaten, geldt dat de Raad beslist met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement.

De raadsformatie die beslist over het criminaliteitsbeleid is de Raad Justitie en binnenlandse zaken (JBZ). Nederland kan in deze raad, afhankelijk van het onderwerp, onder meer vertegenwoordigd worden door:

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Burgerlijke vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs lid:

 

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

7.

Juridisch kader

Het criminaliteitsbeleid is gebaseerd op het Verdrag betreffende de werking van de  Europese Unie (VwEU).

  • beginselen en politiële en justitiële samenwerking: derde deel VwEU titel V hoofdstuk 1 art. 67, 71, 72, derde deel VwEU titel V hoofdstuk 4 art. 82, 83, 85, derde deel VwEU titel V hoofdstuk 5 art. 87-89, zevende deel VwEU art. 346.

8.

Meer informatie

Achtergrondartikelen

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Statistiek

Eurobarometer

Delen

Terug naar boven