Schengen- en visabeleid

Visa
Bron: euobserver.com

Het Verdrag van Schengen regelt het vrije verkeer van personen tussen 26 deelnemende landen in Europa. Tussen deze landen zijn de controles aan de binnengrenzen verdwenen, waardoor burgers vrij kunnen reizen. Ook vier niet-EU-landen vallen onder de Schengenbepalingen. Dit zijn IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland.

Niet alle EU-landen doen mee: het Verenigd Koninkrijk en Ierland hebben nog steeds een paspoortcontrole bij de grens. De toetreding van Roemenië en Bulgarije werd in maart 2013 voorlopig nog geblokkeerd door de andere lidstaten en ook voor Cyprus is het verdrag nog niet in werking getreden. Naar verwachting zal het op 1 juli 2013 tot de EU toegetreden Kroatië pas enkele jaren na toetreding klaar zijn voor Schengen.

Op 9 april 2013 is het Schengen Informatie Systeem II (SIS II) operationeel geworden. Dit systeem vervangt het intergouvernementele SIS-systeem dat sinds medio jaren '90 van kracht is en moet zorgen voor een betere informatie-uitwisseling tussen de lidstaten. Hierbij gaat het om verbeterde alarmering aangaande personen die mogelijk betrokken zijn bij een zwaar misdrijf, personen die geen toegang zouden mogen hebben tot de EU, vermiste personen - met name kinderen - en om informatie over gestolen of verloren goederen.

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

Ontwikkeling in vogelvlucht

Het Verdrag van Schengen trad op 14 juni 1985 in werking. Het doel was om druk uit te oefenen op de andere lidstaten om hun binnengrenzen open te stellen en te komen tot vrij verkeer van personen. Frankrijk, Duitsland en de Benelux-landen tekenden destijds als eersten het verdrag; zij openden hun grenzen voor elkaar. Ze kwamen tot deze overeenkomst in het plaatsje Schengen in Luxemburg.

Inmiddels kan binnen 26 landen vrij gereisd worden. De controles aan de binnengrenzen tussen de overeenkomstsluitende staten zijn afgeschaft en er is één enkele buitengrens gecreëerd waar de controles bij de binnenkomst in de Schengen-ruimte volgens identieke procedures uitgevoerd worden. Ook zijn er gemeenschappelijke voorschriften vastgesteld inzake visa, asielrecht en controle bij de buitengrenzen, zodat het vrije verkeer van personen binnen de Schengen-ruimte niet ten koste gaat van de openbare orde.

Schengenlanden

Land

Datum lidmaatschap

Datum inwerkingtreding

België, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Nederland

14 juni 1985

26 maart 1995

Italië

27 november 1990

26 oktober 1997

Portugal, Spanje

25 juni 1992

26 maart 1995

Griekenland

6 november 1992

26 maart 2000

Oostenrijk

28 april 1995 

1 december 1997

Denemarken*, Finland, IJsland**, Noorwegen**, Zweden

19 december 1996

25 maart 2001

Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije, Tsjechië

1 mei 2004 

21 december 2007 

Cyprus

1 mei 2004 

-

Zwitserland

16 oktober 2004

12 december 2008,
luchthavens 29 maart 2009

Roemenië***, Bulgarije***

1 januari 2007 

2014?

Liechtenstein

14 februari 2009 

19 december 2011

Kroatië

1 juli 2013

enkele jaren na toetreding

  • Denemarken kan kiezen of het nieuwe maatregelen overneemt, zelfs als zo'n maatregel een uitbreiding inhoudt. Denemarken is echter wel gebonden aan bepaalde maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk visumbeleid.

** IJsland en Noorwegen zijn geassocieerd lid. De landen behoren, samen met Zweden, Finland en Denemarken, tot de Noordse paspoortunie, die de controles aan hun gemeenschappelijke grenzen hebben afgeschaft.

*** Wel is de grenscontrole al versoepeld voor Bulgaren en Roemenen die een bezoek van minder dan 5 dagen aan de EU brengen. Sinds 1 januari 2014 mogen Roemenen en Bulgaren zich ook zonder werkvergunning in andere EU-lidstaten vestigen.

Compensatie voor wegvallen controles

Om vrijheid en veiligheid met elkaar in overeenstemming te brengen werden er naast dit vrije verkeer zogenaamde 'compenserende' maatregelen ingevoerd. Het doel daarvan was de coördinatie tussen de diensten van politie, douane en justitie te verbeteren, en de nodige maatregelen te nemen om met name terrorisme en georganiseerde misdaad te bestrijden. Met het oog daarop is er een complex informatiesysteem ingesteld om gegevens uit te wisselen over de identiteit van personen en de beschrijving van gezochte voorwerpen: het Schengen-informatiesysteem (SIS).

Nieuw Schengen Informatie Systeem (SIS II)

Op 9 april 2013 is het Schengen Informatie Systeem II van kracht geworden (SIS II). Deze tweede generatie van het Schengen Informatie Systeem moet de veiligheid verhogen en een vrij verkeer binnen het Schengengebied vereenvoudigen.

SIS II voorziet in een eenvoudige informatie-uitwisseling tussen nationale grenscontroles, douane- en politieautoriteiten met betrekking tot personen die mogelijk betrokken zijn bij een ernstig misdrijf. Het systeem bevat ook een alarmering voor vermiste personen, met name kinderen, en voor informatie over bepaalde goederen zoals bankbiljetten, voertuigen, vuurwapens en identiteitsbewijzen die zijn gestolen, verloren of verduisterd.

Het systeem bestaat uit drie componenten: een centraal systeem, de nationale systemen van de Schengenlanden en een communicatienetwerk tussen het centrale systeem en de nationale systemen. De nieuwe functionaliteiten van SIS II zijn:

  • verbeterde alarmering voor personen en objecten zoals voertuigen, vuurwapens, documenten en bankbiljetten
  • nieuwe categorieën voor alarmering: gestolen vliegtuigen, schepen, scheepsmotoren, containers, industrieel materieel, securities en betalingsmiddelen
  • directe zoekmogelijkheid in het centrale systeem
  • koppelen van alarmeringen voor personen, objecten en voertuigen
  • biometrische gegevens (vingerafdrukken en foto's)
  • Europees arrestatiebevel direct verbonden met alarmering van personen voor aanhouding of uitlevering
  • informatie over identiteitsmisbruik ter voorkoming van verkeerde identificatie

Gemeenschappelijk visumbeleid

Een wezenlijk onderdeel van de totstandkoming van een gemeenschappelijke ruimte zonder controles aan de binnengrenzen is een gemeenschappelijk visumbeleid, ook wel Visumcode genoemd. Deze Visumcode is op 5 april 2010 in werking getreden. Hierdoor kunnen burgers van niet-Schengenlanden met één visum door alle Schengenlanden reizen. Dat visum is negentig dagen geldig.

Inwoners van de niet-EU-landen Servië, Montenegro, Macedonië (sinds 2009), Albanië en Bosnië-Herzegovina (sinds 2010) en Moldavië (sinds 28 april 2014) kunnen visumvrij reizen naar de EU. Er is afgesproken dat bij een te grote toestroom de vrijstelling kan worden opgeschort. Met Rusland, Oekraïne, Georgië en Kaapverdië zijn regelingen getroffen over een versoepeling van de visumplicht met Schengenlanden.

De voor een visum benodigde persoonsgegevens, inclusief biometrische gegevens, worden opgeslagen in het Visum Informatiesysteem (VIS). Dit systeem is op 11 oktober 2011 in gebruik genomen.

Vanaf 19 juli 2013 zijn de eisen voor paspoorten van reizigers uit niet-EU-landen aangepast: het paspoort van deze reizigers moet voortaan nog minimaal drie maanden geldig zijn na vertrek uit de EU en het reisdocument mag maximaal tien jaar oud zijn.

Op 1 april 2014 heeft de Europese Commissie een pakket gepresenteerd om het visumbeleid flexibeler te maken en economische groei te stimuleren. De voorstellen moeten zorgen voor een aanzienlijke bekorting en vereenvoudiging van de procedures voor mensen die voor een kort verblijf naar de EU willen komen. De Commissie wil dat de termijn voor de behandeling van visumaanvragen en de beslissing over de afgifte van vijftien naar tien dagen wordt teruggebracht, en dat een visum al vanaf zes maanden (in plaats van drie) voor de reis kan worden aangevraagd. Als er geen vertegenwoordiging van een bepaalde lidstaat in een land buiten de EU aanwezig is, moet een visum op een ander consulaat kunnen worden aangevraagd. Verder worden herhaalde bezoeken eenvoudiger door het Visumregistratiesysteem, dat in 2015 zal worden voltooid. Ten slotte zal de invoering van het nieuwe rondreisvisum zorgen dat reizigers maximaal een jaar in het Schengengebied kunnen rondreizen, met een maximale verlenging van twee jaar.

In 2015 zullen de Raad en het Europees Parlement zich uitspreken over dit voorstel.     

Kandidaat-landen voor Schengen

Visa-verplichtingen voor burgers uit Servië, Montenegro, Macedonië, Albanië, Bosnië-Herzegovina en Moldavië zijn vereenvoudigd. Burgers uit deze landen kunnen in principe zonder visum de Europese Unie betreden. Zij moeten dan wel over een biometrisch paspoort beschikken. Daarnaast geldt dat alleen reizen met een zakelijk, toeristisch of educatief doel, met een tijdsbestek van minder dan 90 dagen, in aanmerking komen voor visumvrijstelling. Voor een langer verblijf, of de mogelijkheid te werken of studeren in een Schengenland, blijft wel een visum en verblijfsvergunning vereist.

Roemenië en Bulgarije, die sinds 2007 lid zijn van de EU, mogen vooralsnog niet toetreden tot het Schengengebied. Sinds 1 januari 2014 hebben Roemenen en Bulgaren weliswaar geen werkvergunning meer nodig om in een andere EU-lidstaat te kunnen werken, maar dit betekent niet dat Roemenië en Bulgarije lid zijn geworden van de Schengenzone. Duitsland en Nederland hebben dit in december 2013 met een veto tegengehouden. Hierdoor blijven er wel onder meer grenscontroles bestaan tussen de EU enerzijds en Roemenië en Bulgarije anderzijds. Pas in 2014 zal een besluit over een onvoorwaardelijk lidmaatschap van de Schengenzone genomen worden.

Botsingen over zeggenschap visabeleid

In april 2011 lieten Frankrijk en Italië weten het Schengenverdrag te willen wijzigen, om de toestroom van Noord-Afrikaanse illegale migranten naar het Italiaanse eiland Lampedusa het hoofd te kunnen bieden. De Commissie stelde daarop voor herinvoering van grenscontroles toe te staan als een land wordt geconfronteerd met een massale toestroom van migranten. De Europese Raad ging hiermee akkoord. Daardoor worden controles aan de binnengrenzen van vijf dagen mogelijk, indien er sprake is van bijzondere omstandigheden, waardoor lidstaten niet meer in staat zijn om zonder deze controles toezicht te houden op immigratie en douane.

In eerste instantie mochten lidstaten zelf beslissen over het instellen van deze interne grenscontroles, maar in juni 2013 werd door de Raad, Commissie en het EP besloten dat dit voortaan op Europees niveau moest gebeuren. Hierin heeft de Europese Commissie een coördinerende functie, maar is ook de rol van het EP versterkt. Daarnaast zullen er aangekondigde en niet-aangekondigde inspecties worden uitgevoerd om te voorkomen dat landen illegale grenscontroles houden. Bij eventuele tekortkomingen moet de lidstaat een stappenplan opstellen om de illegale situatie te beëindigen; de Commissie zal daarop toezicht houden. 

In drie gevallen kunnen tijdelijke grenscontroles worden ingevoerd:

  • bij te voorziene omstandigheden zoals grote sportevenementen of politieke demonstraties
  • in urgente gevallen zoals terroristische aanslagen
  • als er aanhoudende tekortkomingen zijn bij de controles op de buitengrenzen van de Unie in een lidstaat

Lees meer

2.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement een rol.

Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Binnenlandse Zaken:

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

De besluitvorming verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure.

De raadsformatie die beslist over het Schengen- en visabeleid is de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken. Besluiten worden genomen met gekwalificeerde meerderheid. Vertegenwoordigers voor Nederland in deze Raad zijn:

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Burgerlijke vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs lid:

De volgende Europarlementariërs zijn voor Nederland in deze commissie plaatsvervangend lid:

nog niet bekend

Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 352. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

3.

Meer informatie

Achtergrondartikelen

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Delen

enveloppe

Terug naar boven