Asiel- en migratiebeleid

 
Immigranten komen aan in Valletta
Bron: AFM

Sinds 1999 is de Europese Unie steeds meer betrokken bij het opstellen van een gemeenschappelijk asielbeleid. Door de sterk toegenomen welvaart werd Europa een steeds aantrekkelijkere bestemming voor zowel economische als politieke vluchtelingen. De basis van dit beleid werd gelegd in 2003, met de Dublin-verordening. Sinds 2008 is de Europese Commissie bezig om een gemeenschappelijk asielbeleid op poten te zetten, met solidariteit, coördinatie en harmonisatie als kernpunten.

Na jaren van onderhandelen ging medio 2013 het Europees Parlement (EP) akkoord met de EU-voorstellen rondom regels over tijdelijke herinvoering van binnengrenscontroles en met richtlijnen en verordeningen in het Gemeenschappelijk Europees Asielbeleid (GEAS). Hiermee zou een Europees asielstelsel in 2015 een feit moeten zijn. De volgende stap is het invoeren van de regels in de nationale wetgeving van de EU-lidstaten.

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

Ontwikkeling van beleid

Voor EU-burgers heeft de EU het Verdrag van Schengen ondertekend en voor hoogopgeleide migranten bestaat de Blue Card. Voor vluchtelingen en andere migranten heeft de EU ook een eigen beleid gecreëerd en ontwikkeld. De vroegste vorm van dit beleid dateert uit 2003, toen in Dublin door de lidstaten een verdrag over de opvang van immigranten werd ondertekend. Dit verdrag is de geschiedenis ingegaan als de Dublin-verordening. De verordening is sindsdien vervangen door Dublin II; en diens opvolger Dublin III. 

In 2007 verzond de Europese Commissie een groenboek met een aantal beleidsvoorstellen om het Europese migratiebeleid meer en beter af te stemmen. Dit groenboek kwam tot stand na een openbare raadpleging onder de lidstaten. Dit groenboek had drie speerpunten: het institutionele deel, de harmonisatie en de solidariteit.

Op basis van deze speerpunten deed de Commissie in juni 2008 een voorstel dat een concrete bijdrage leverde aan het gemeenschappelijk asielbeleid. Zowel de Europese Raad als het Europees Parlement benadrukten het belang van solidariteit. Deze solidariteit kwam tot uiting in onder andere een voorstel om hervestiging van vluchtelingen te bevorderen.

In juni 2008 is ook overeengekomen dat alle EU-landen opgepakte illegalen actief zullen terugsturen naar het land van herkomst of doorreis. Voorheen stuurde het ene EU-land wel illegalen terug en het andere niet.

Een punt van zorg is de toestroom van migranten uit Noord-Afrika en Turkije naar Zuid-Europese landen. Hierdoor zijn de opvangfaciliteiten in die landen overbelast. Sinds 2010 wordt gepoogd dit probleem het hoofd te bieden door een Europees grensinterventieteam. De solidariteit tussen de noordelijke en zuidelijke lidstaten is hierbij van groot belang. In 2011 lanceerde de Commissie nieuwe plannen om deze solidariteit te verbeteren. Verbeterde financiële steun, betere EU-wetgeving en een nauwere samenwerking waren de hoofdonderdelen van deze voorstellen. De scheepsramp voor de kust van Lampedusa in oktober 2013 vestigde opnieuw de aandacht op dit probleem.

In juni 2013 nam het EP de Richtlijn Asielprocedures aan. Hierin zijn afspraken gemaakt over de voorwaarden voor opvang van asielzoekers, gemeenschappelijke procedures over behandeling van asielaanvragen en de basisrechten van asielzoekers wanneer zij aankomen in de EU. Er is bijvoorbeeld een tijdslimiet ingesteld voor de afhandeling van aanvragen. Ook is besloten dat opvang in detentiecentra alleen toegestaan is in uitzonderlijke gevallen en dat rechtshandhavingsinstellingen toegang krijgen tot een database met vingerafdrukken van asielzoekers (EURODAC) bij terrorisme of ernstige criminaliteit. EU-lidstaten moeten deze regels nu omzetten in nationale wetgeving. Het streven is naar een Europees asielbeleid in 2015.

Met een aantal landen heeft de EU mobiliteitspartnerschappen gesloten. Deze partnerschappen zijn bedoeld om het verkeer van personen effectiever te maken door bijvoorbeeld het vergemakkelijken van visa afgiften. Hiermee wordt geprobeerd om illegale migratie tegen te gaan en legale migratie te bevorderen. De landen met wie de EU mobiliteitspartnerschappen heeft zijn Moldavië (2008), Kaapverdië (2008), Georgië (2009), Armenië (2011), Marokko (2013) en Azerbeidzjan (2013).

Programma's binnen het Gemeenschappelijk Europees Asielbeleid

In 1999 besloten de Europese lidstaten in het Verdrag van Amsterdam om toe te werken naar een gezamenlijk Europees asielbeleid, het Gemeenschappelijk Europees Asielbeleid (GEAS). Op dit moment is het derde programma van kracht. Hieronder volgt een kort overzicht van de programma's en de doelstellingen:

  • Het Tampere Programma (2000-2004) had als doel om een Europese ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid te creëren.
  • Het Haagse Programma (2004-2009) zorgde voor de voltooiing van de basisprincipes van het CEAS. Bij de afronding van het Haagse programma waren onder andere de minimumrechten van migranten erkend en de gemeenschappelijke criteria en instrumenten voor een goed asielbeleid vastgesteld.
  • Het Stockholm Programma (2010-2014) streeft naar drie zaken: een verdere harmonisatie, coördinatie en onderlinge solidariteit van het Europese asielbeleid.

Kritiek 

Het Europese asielbeleid lokt veel kritiek uit. Terwijl Zuid-Europese landen (Malta, Italië en Griekenland) ontevreden zijn over de oneerlijke verdeling van vluchtelingen, heeft ook de Raad van Europa zich tegen het beleid uitgesproken.

Naar aanleiding van een rechtszaak verwoordde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens haar zorgen: Zuid-Europese landen (zoals Griekenland), waar de situatie voor asielzoekers slecht is, krijgen te maken met (terug)gestuurde vluchtelingen. De situatie wordt hierdoor nog slechter, met mensonterende omstandigheden tot gevolg. De kwaliteit van de huisvesting is laag, de gezondheidszorg is vrijwel onbereikbaar en daarnaast steekt ook in Griekenland racisme steeds meer de kop op.

2.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement een rol.

Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Binnenlandse Zaken (grensbewaking, Europol, Schengen- en visabeleid, bestrijding drugscriminaliteit):

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

De besluitvorming verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure.

De raadsformatie die beslist over het asiel- en migratiebeleid is de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken. Besluiten worden genomen met gekwalificeerde meerderheid. Nederland wordt in deze Raad, afhankelijk van het onderwerp, vertegenwoordigd door:

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Burgerlijke vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken  de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs lid:

De volgende Europarlementariërs zijn voor Nederland in deze commissie plaatsvervangend lid:

3.

Meer informatie

Achtergrondartikelen

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Statistiek

Informatie voor (im)migranten

Verenigde Naties

Delen

enveloppe

Terug naar boven