Antiterrorismebeleid

 
Kranten met berichten over terrorisme

Sinds de aanslagen van 11 september 2001 in New York, 11 maart 2004 in Madrid en 7 juli 2005 in Londen heeft terrorismebestrijding hoge prioriteit gekregen in Europa. Al sinds het einde van de 20ste eeuw werken de politie- en inlichtingendiensten van verschillende landen samen om aanslagen op burgers en instellingen te voorkomen. Sinds Europa met verschillende terroristische aanslagen werd geconfronteerd, is deze samenwerking verder uitgebreid. 

Inmiddels is voor alle grote samenwerkingsverbanden in Europa (Europese Unie, Raad van Europa, OVSE en NAVO) terrorismebestrijding een prioriteit.

De EU heeft verschillende maatregelen genomen waardoor terroristische organisaties moeilijker in Europa kunnen opereren. Zo zijn er regels gemaakt om de financiering van terroristische organisaties moeilijker te maken. Financiële tegoeden van bepaalde personen of groepen kunnen bijvoorbeeld direct of indirect worden bevroren als zij op een specifieke lijst zijn geplaatst. Daarnaast wordt tussen de verschillende EU-landen steeds meer informatie uitgewisseld, zoals persoonsgegevens en informatie over verdachte websites.

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

Ontwikkeling in vogelvlucht

Terrorisme vormt een bedreiging voor de veiligheid, de vrijheid en de waarden van de Europese Unie en voor haar burgers. Om voorbereid te zijn op gebeurtenissen die deze waarden in gevaar kunnen brengen, werkt de EU sinds een aantal jaar aan passend beleid. Met het Verdrag van Amsterdam (1997) zijn de grondslagen gelegd voor het optreden van de EU specifiek op het gebied van terrorisme. Na de aanslagen in de Verenigde Staten en in Europa is het Europese optreden verder uitgebreid.

Het EU-terrorismebeleid richt zich op verschillende onderwerpen:

  • Instellingen en organen: steeds meer organen van de EU gaan nauwer samenwerken op dit gebied om gezamenlijk terrorisme aan te pakken.
  • Toegang tot en uitwisseling van informatie: hierbij wordt er EU-breed samengewerkt, maar ook met bijvoorbeeld de Verenigde Staten. Zo wisselen de EU en de VS persoonsgegevens uit van vliegtuigpassagiers.
  • Preventie: de mogelijkheid en de middelen voor terroristen moeten ontoereikend zijn. Zo werden EU-paspoorten aangepast en wordt het moeilijker om toegang te krijgen tot de materialen waar je mogelijk wapens mee kunt ontwikkelen. Ook worden de mogelijkheden om terroristische organisaties te financieren beperkt.
  • Bescherming: op dit terrein wordt vooral gewerkt aan de veiligheid van belangrijke publieke plekken en is er aandacht voor de slachtoffers.
  • Vervolging: sinds 2002 is er een Europees aanhoudingsbevel en een uitleveringsverdrag tussen EU-lidstaten.

2.

Instellingen en organen

In mei 2005 werd het agentschap voor de bewaking van de buitengrenzen FRONTEX ingesteld. Bovendien werd het EU-agentschap Europol versterkt en is er een Permanent Comité voor operationele samenwerking op het gebied van de binnenlandse veiligheid opgericht.

Coördinator voor terrorismebestrijding

Sinds 17 september 2007 wordt de functie van EU-coördinator voor terrorismebestrijding bekleed door de Belg Gilles de Kerchove. De functionaris coördineert namens de Europese Raad het beleid om binnen de EU terrorisme te bestrijden. Het is zijn taak om de communicatie tussen EU-lidstaten op het gebied van antiterrorismebeleid te stroomlijnen en ervoor te zorgen dat de gezamenlijke EU-strategie tegen terrorisme wordt uitgevoerd.

3.

Uitwisselen van informatie

Ook de Verenigde Staten zijn sinds 2001 manieren aan het zoeken om terroristische aanslagen in de toekomst te voorkomen. Eén van de manieren is om informatie uit te wisselen van passagiers die vanuit andere werelddelen naar de VS reizen. Hoog op het prioriteitenlijstje van de Verenigde Staten stond het in bezit komen van privégegevens van naar de VS reizende passagiers, zoals naam- en creditcardgegevens. Na een lange strijd tussen de EU en de VS waarbij vooral de EU de privacy van haar burgers trachtte te beschermen, is in 2012 een verdrag gesloten met de VS.

Op 18 november 2011 werd ook een akkoord bereikt over het verstrekken van bankgegevens aan de Verenigde Staten, het zogeheten SWIFT-akkoord. Enig inzicht in dergelijke gegevens werd toegestaan, maar niet zo uitgebreid als de VS eerst verlangden; ze mogen de gegevens niet gebruiken voor andere doeleinden dan terrorismebestrijding, en slechts een beperkte periode bewaren.

4.

Preventie

In alle paspoorten uit de lidstaten zijn biometrische kenmerken opgenomen, zoals vingerafdrukken en een gezichtsopname. Ook zijn de regels tegen het gebruik van explosieven verscherpt. In 2008 stelde de Commissie dat zowel fabrieken, handelaars als gebruikers van explosieven hun voorraadadministratie moesten aanscherpen. Met deze maatregelen wordt het makkelijker verloren of gestolen explosieven te traceren. In november 2012 werden de regels voor grondstoffen waar explosieven van gemaakt kunnen worden, verder aangescherpt.

5.

Bescherming

Het 2009-2011 Indicative Programme for the Instrument for Stability was een driejarenplan van de Europese Commissie met als doel terrorisme en de verspreiding van massavernietigingswapens nog feller te bestrijden. Het plan richtte zich voornamelijk op drie regio's: Pakistan, Afghanistan en de Sahelregio in Afrika. In het programma stonden tevens maatregelen genomen om het gevaar van piraterij op zee en de georganiseerde misdaad in drugs- en wapensmokkel aan te pakken.

6.

Samenwerking met andere organisaties

NAVO

Na de aanslagen van 11 september 2001 verklaarde de NAVO de oorlog aan het internationale terrorisme ("war on terror"). De lidstaten van de NAVO wisselen sinds die tijd gegevens uit databanken van de geheime diensten uit. Ook startte de NAVO een grootschalige militaire operatie in Afghanistan. Onder andere Nederland en Duitsland leverden hiervoor troepen.

Lees meer

Bron

Taal

Soort informatie

Europese Unie

NL

Inleiding + samenvatting van de EU wetgeving

NAVO

EN

nieuws, officiële documenten

OVSE

EN

activiteiten en kenmerken strijd terrorisme

7.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement een rol.

Initiatief voor nieuw beleid: Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Migratie, binnenlandse zaken en burgerschap: 

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

Voor maatregelen over de financiële aspecten van terrorisme (zoals bevriezing van tegoeden), en het vaststellen van minimumvoorschriften over strafbare feiten en sancties geldt de gewone wetgevingsprocedure. Het bepalen van minimumnormen voor de strafmaat op dit beleidsterrein is onderdeel van de samenwerking op het gebied van de rechtspraak. Daarvoor gelden de besluitvormingsprocedures die daar vermeld staan.

De raadsformatie die beslist over justitiële zaken is de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken. Vertegenwoordiger voor Nederland in deze Raad is:

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Burgerlijke vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs lid: 

 

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

Relatie met andere terreinen

Terrorismebestrijding kan onderdeel zijn van het buitenlands beleid, het defensiebeleid en/of het criminaliteitsbeleid van de Europese Unie. Voor maatregelen op die terreinen gelden de besluitvormingsprocedures die daar vermeld staan.

EU-coördinator voor de bestrijding van terrorisme

Deze coördinator is verantwoordelijk voor de onderlinge samenhang en afstemming van initiatieven op de verschillende beleidsterreinen die zich met terrorisme bezighouden.

De huidige EU-coördinator voor de bestrijding van terrorisme is:

De functie valt onder de verantwoordelijkheid van de Hoge Vertegenwoordiger voor het Buitenlands en Veiligheidsbeleid. De huidige Hoge Vertegenwoordiger is:

8.

Meer informatie

Achtergrondartikelen

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Delen

enveloppe

Terug naar boven