r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Antiterrorismebeleid

Kranten met berichten over terrorisme

In de 21e eeuw is het aantal terroristische aanslagen toegenomen. Met name na de aanslagen van 11 september 2001 in New York, 11 maart 2004 in Madrid en 7 juli 2005 in Londen staat terrorismebestrijding hoog op de Europese agenda. De Raad van de Europese Unie heeft in 2005 een EU-strategie voor terrorismebestrijding aangenomen, met als doel het gezamenlijk bestrijden van terrorisme en het bieden van de best mogelijke bescherming aan haar burgers.

Ook voor alle grote samenwerkingsverbanden in Europa (Europese Unie, Raad van Europa, OVSE en NAVO) is terrorismebestrijding een prioriteit. De EU heeft naast de leidende strategie verschillende maatregelen genomen waardoor terroristische organisaties moeilijker in Europa kunnen opereren.

In maart 2016 heeft de Raad overeenstemming bereikt over een aanvullende richtlijn terrorismebestrijding, waarbij voorbereidende handelingen, zoals het volgen van een terroristische training, het uitreizen met terroristische doeleinden en het geven van (financiële) hulp bij voorbereidende handelingen, strafbaar worden. Het Europees Parlement is in mei 2016 akkoord gegaan met meer bevoegdheden voor Europol op het gebied van informatie-uitwisseling. De Raad was hiermee al in november 2015 akkoord gegaan. Bij iedere nieuwe maatregel die de EU formuleert zal de afweging tussen veiligheid en privacy moeten worden gemaakt.

Delen

Inhoud

U ziet nu de basisversie van de tekst
U ziet nu de uitgebreide versie van de tekst

1.

Ontwikkeling in vogelvlucht

Terrorisme vormt een bedreiging voor de veiligheid, de vrijheid en de waarden van de Europese Unie en voor haar burgers. Om voorbereid te zijn op gebeurtenissen die deze waarden in gevaar kunnen brengen, werkt de EU sinds een aantal jaar aan passend beleid. Met het Verdrag van Amsterdam (1997) zijn de grondslagen gelegd voor het optreden van de EU specifiek op het gebied van terrorisme. Na de aanslagen in de Verenigde Staten en in Europa is het Europese optreden verder uitgebreid.

Na de aanslag op de redactie van het Franse tijdschrift Charlie Hebdo in Parijs op 7 januari 2015 gaf de Europese Raad opdracht aan de Europese Commissie om meer werk te maken van een Europees Passagiersnamen Register. De bloedige aanslagen in Parijs op 13 november 2015, in Brussel op 22 maart 2016 en in Nice op 14 juli 2016 onderstreepten opnieuw het belang van een effectieve aanpak van terrorisme.

De EU-strategie voor terrorismebestrijding bestaat een aantal belangrijke subonderdelen:

  • Voorkomen: om te kunnen anticiperen op recente trends zoals zogenoemde 'lone wolves' en 'foreign fighters' heeft de EU een strategie voor het bestrijden van radicalisatie en rekrutering gecreeërd, die meerdere malen herzien is.
  • Beschermen: de EU wil op dit vlak burgers beter beschermen tegen aanvallen door middel van, bijvoorbeeld, het Passagiersnamen Register. Ook strategische doelwitten moeten minder kwetsbaar gemaakt worden voor aanslagen.
  • Achtervolgen: betreft voornamelijk het verbeteren van praktische samenwerking en informatie-uitwisseling tussen politiële en justitiële autoriteiten (met name via Europol en Eurojust). In mei 2015 stelden de Raad en het Parlement een nieuw pakket regels vast ter voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.
  • Reageren: de gevolgen van een aanslag opvangen, de reactie coördineren en inspelen op de behoeften van slachtoffers.
  • Samenwerking met internationale partners: de terrorismebestrijdingsagenda komt steevast aan bod bij politieke dialogen op hoog niveau. Onder andere de Verenigde Staten en landen in de Westelijke Balkan, de Sahel, Noord-Afrika, het Midden-Oosten, Noord-Amerika en Azië zijn hierbij betrokken. Tevens wordt er samengewerkt met andere internationale organisaties als de Raad van Europa, de OVSE, de Verenigde Naties, de Arabische Liga en de Organisatie van Islamitische Samenwerking.

2.

Instellingen en organen

In mei 2005 werd het agentschap voor de bewaking van de buitengrenzen FRONTEX ingesteld. Bovendien werd het EU-agentschap Europol versterkt en is er een Permanent Comité voor operationele samenwerking op het gebied van de binnenlandse veiligheid opgericht.

Coördinator voor terrorismebestrijding

Sinds 17 september 2007 wordt de functie van EU-coördinator voor terrorismebestrijding bekleed door de Belg Gilles de Kerchove. De functionaris coördineert namens de Europese Raad het beleid om binnen de EU terrorisme te bestrijden. Het is zijn taak om de communicatie tussen EU-lidstaten op het gebied van antiterrorismebeleid te stroomlijnen en ervoor te zorgen dat de gezamenlijke EU-strategie tegen terrorisme wordt uitgevoerd. De functie valt onder de verantwoordelijkheid van de Hoge Vertegenwoordiger voor het Buitenlands en Veiligheidsbeleid. De huidige Hoge Vertegenwoordiger is Federica Mogherini.

In zijn rapportage van 4 maart 2016 stelt de coördinator vast dat er op alle terreinen sprake is van vooruitgang, maar dat op het gebied van informatie-uitwisseling tussen de politie en inlichtingendiensten en grensbeveiliging urgente verbeteringen moeten worden gerealiseerd.

Eurocommissaris Veiligheidsunie

Na de aanslagen in Brussel op 22 maart 2016 riep Commissievoorzitter Juncker op te werken aan een Europese Veiligheidsunie. Daartoe benoemde hij in augustus 2016 de Brit Julian King als eurocommissaris Veiligheidsunie. King verving Jonathan Hill die na de uitslag van het Britse EU-referendum terugtrad als eurocommissaris. King moet zorgen voor de uitvoering van de belangrijkste Europese prioriteiten op het gebied van veiligheid.

Europees Centrum voor terrorismebestrijding

Op 25 januari 2016 werd het Europees Centrum voor terrorismebestrijding gelanceerd door Europol. Dit Centrum moet zorgen voor een betere uitwisseling van informatie tussen de Europese diensten die terreur moeten bestrijden. Aanleiding voor de oprichting van het centrum zijn de aanslagen in Parijs van 13 november 2015 en de aanhoudende terroristische dreiging in Europa. Het Europees Centrum moet het centrale informatiepunt worden in de strijd tegen terrorisme. Het richt zich op betere samenwerking tussen nationale politie- en veiligheidsdiensten.

Sinds mei 2016 heeft Europol de mogelijkheid terreurpropaganda snel van Internet te verwijderen.

Uitwisselen van informatie

Ook de Verenigde Staten zijn sinds 2001 manieren aan het zoeken om terroristische aanslagen in de toekomst te voorkomen. Eén van de manieren is om informatie uit te wisselen van passagiers die vanuit andere werelddelen naar de VS reizen. Hoog op het prioriteitenlijstje van de Verenigde Staten stond het in bezit komen van privégegevens van naar de VS reizende passagiers, zoals naam- en creditcardgegevens. Na een lange strijd tussen de EU en de VS waarbij vooral de EU de privacy van haar burgers trachtte te beschermen, is in 2012 een verdrag gesloten met de VS.

Op 18 november 2011 werd ook een akkoord bereikt over het verstrekken van bankgegevens aan de Verenigde Staten, het zogeheten SWIFT-akkoord. Enig inzicht in dergelijke gegevens werd toegestaan, maar niet zo uitgebreid als de VS eerst verlangden; ze mogen de gegevens niet gebruiken voor andere doeleinden dan terrorismebestrijding, en slechts een beperkte periode bewaren.

Na de terroristische aanslag van 7 januari 2015 in Parijs op de redactie van Charlie Hebdo is de roep om meer grenscontroles binnen de EU sterker geworden. Op uitnodiging van de Franse minister van Binnenlandse Zaken Bernard Cazeneuve kwamen zondag 11 januari 2015 tien Europese ministers en de Amerikaanse minister Eric Holder in Parijs bijeen om te overleggen hoe landen samen meer kunnen doen om terrorisme te bestrijden.

Uit dit overleg kwam naar voren dat de ministers zich twee doelen stellen. Ten eerste moet het reizen van geradicaliseerde personen of terroristen worden beperkt en ten tweede moet worden voorkomen dat mensen radicaliseren. Om deze doelen te bereiken willen de ministers een aantal beleidsmaatregelen treffen: zo willen ze meer informatie met elkaar delen over buitenlandse strijders en geldstromen naar terreurgroepen en terroristen blokkeren. Daarnaast zou een Europees Passagiersnamen Register (EU PNR) moeten worden opgezet waarmee vliegreizen van mensen worden geregistreerd.

Europol rapporteert sinds 2016 jaarlijks aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de nationale parlementen over de inhoud die door de lidstaten wordt aangeleverd.

3.

Spanning met privacy

Bij de creatie van een samenhangend antiterrorismebeleid is de schending van burgerrechten waar veel EU-inwoners mee te maken krijgen een struikelblok van formaat. In 2008 stelde de Raad van Europa bijvoorbeeld dat het recht op overheidsinformatie door Europese landen steeds vaker werd ingeperkt met een beroep op staatsveiligheid, en dat journalisten die toch publiceerden te maken kregen met vervolging, huiszoekingen of publicatieverboden.

Ook het Europees Passagiersnamen Register (EU PNR), dat als doel heeft inzicht te geven in verdachte vliegpatronen, wordt algemeen beschouwd als een aantasting van de privacy van burgers.

4.

Preventie

In alle paspoorten uit de lidstaten zijn biometrische kenmerken opgenomen, zoals vingerafdrukken en een gezichtsopname. Ook zijn de regels tegen het gebruik van explosieven verscherpt. In 2008 stelde de Commissie dat zowel fabrieken, handelaars als gebruikers van explosieven hun voorraadadministratie moesten aanscherpen. Met deze maatregelen wordt het makkelijker verloren of gestolen explosieven te traceren. In november 2012 werden de regels voor grondstoffen waar explosieven van gemaakt kunnen worden, verder aangescherpt.

In november 2007 nam de Europese Commissie een pakket maatregelen tegen terrorisme aan. Hiermee werd onder andere het opleiden en rekruteren van terroristen verboden. Ook het oproepen tot terreur wordt in de hele Europese Unie verboden. In maart 2016 heeft de Raad overeenstemming bereikt over een aanvullende richtlijn terrorismebestrijding: het doel van de richtlijn is voorbereidende handelingen, zoals het volgen van een terroristische training en het uitreizen met terroristische doeleinden, strafbaar te maken. Ook het geven van hulp bij voorbereidende handelingen en financiering van terrorisme worden strafbaar.

Om zwakke punten in de wetgeving op het gebied van vuurwapenhandel en vuurwapenbezit aan te pakken, heeft de JBZ-raad in juni 2016 besloten de bestaande richtlijn hierover te herzien. De herziening is gericht op het aanscherpen van de controle op op vuurwapenhandel, het verbeteren van de traceerbaarheid van vuurwapens en strenge regelgeving over het aanschaffen van vuurwapens. Ook gaan EU-lidstaten meer informatie uitwisselen.

5.

Bescherming

Het 2009-2011 Indicative Programme for the Instrument for Stability was een driejarenplan van de Europese Commissie met als doel terrorisme en de verspreiding van massavernietigingswapens nog feller te bestrijden. Het plan richtte zich voornamelijk op drie regio's: Pakistan, Afghanistan en de Sahelregio in Afrika. In het programma stonden tevens maatregelen genomen om het gevaar van piraterij op zee en de georganiseerde misdaad in drugs- en wapensmokkel aan te pakken.

6.

Financiering van terroristische organisaties

Zo zijn er regels gemaakt om de financiering van terroristische organisaties te dwarsbomen. Financiële tegoeden van bepaalde personen of groepen kunnen bijvoorbeeld direct of indirect worden bevroren als zij op een specifieke lijst zijn geplaatst. Tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap heeft de Raad Economische en Financiële Zaken de Europese Centrale Bank verzocht om te onderzoeken of het 500 euro-biljet afgeschaft kon worden. Dit omdat de financiering van terroristische organisaties voor een groot deel via contante betalingen gebeurt. De ministers zouden graag nog verder willen gaan dan de Europese Commissie, met name op het gebied van witwassen van geld.

7.

Europese dag voor de slachtoffers van terrorisme

Naar aanleiding van de terroristische aanslagen in Madrid in 2004, herdenkt de EU jaarlijks de slachtoffers van terrorisme. 11 maart is uitgeroepen tot de Europese Dag ter nagedachtenis aan de slachtoffers van terrorisme.

8.

Samenwerking met andere organisaties

NAVO

Na de aanslagen van 11 september 2001 verklaarde de NAVO de oorlog aan het internationale terrorisme ("war on terror"). De lidstaten van de NAVO wisselen sinds die tijd gegevens uit databanken van de geheime diensten uit. Ook startte de NAVO een grootschalige militaire operatie in Afghanistan. Onder andere Nederland en Duitsland leverden hiervoor troepen.

Lees meer

Bron

Taal

Soort informatie

Europese Unie

NL

inleiding + samenvatting van de EU wetgeving

NAVO

EN

nieuws, officiële documenten

OVSE

EN

wat doet de OVSE

  •  
  •  
  •  

9.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement een rol.

Initiatief voor nieuw beleid: Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Migratie, binnenlandse zaken en burgerschap:

Avramopoulos wordt daarbij vanaf augustus 2016 ondersteund door de Britse eurocommissaris Julian King, die de Veiligheidsunie als portefeuille heeft.

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

Voor maatregelen over de financiële aspecten van terrorisme (zoals bevriezing van tegoeden), en het vaststellen van minimumvoorschriften over strafbare feiten en sancties geldt de gewone wetgevingsprocedure. Het bepalen van minimumnormen voor de strafmaat op dit beleidsterrein is onderdeel van de samenwerking op het gebied van de rechtspraak. Daarvoor gelden de besluitvormingsprocedures die daar vermeld staan.

De raadsformatie die beslist over justitiële zaken is de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken. Vertegenwoordiger voor Nederland in deze Raad is:

Ard van der Steur (VVD), minister van Veiligheid en Justitie

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Burgerlijke vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs lid:

 

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

Relatie met andere terreinen

Terrorismebestrijding kan onderdeel zijn van het buitenlands beleid, het defensiebeleid en/of het criminaliteitsbeleid van de Europese Unie. Voor maatregelen op die terreinen gelden de besluitvormingsprocedures die daar vermeld staan.

10.

Meer informatie

Achtergrondartikelen

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Delen

Terug naar boven