De Europese Unie heeft 23 officiële talen. Hiermee wordt het principe van gelijkheid tussen lidstaten gehonoreerd: mensen uiten zich meestal het best in hun eigen taal. Door aan elke taal een officiële status te geven, kunnen ook vertegenwoordigers uit kleine lidstaten zich optimaal uitdrukken op diverse fora in de EU.
De Europese Unie is vanaf 1 januari 2007 een samenwerkingsverband van 27 lidstaten. Om te zorgen dat iedere burger op gelijke voet kan communiceren met de Unie heeft zij 23 officiële talen (in artikel IV-448 wordt nog over 21 talen gesproken).
De 23 officiële talen zijn het Spaans, Deens, Duits, Grieks, Engels, Frans, Iers, Italiaans, Nederlands, Portugees, Fins, Zweeds, Tsjechisch, Estisch, Lets, Litouws, Hongaars, Maltees, Pools, Sloveens, Slowaaks, Roemeens en Bulgaars.
Overigens worden hiermee geen landen tekort gedaan:
-
-België heeft als officiële talen Frans, Duits en Nederlands
-
-Luxemburg heeft als officiële talen Frans, Duits en Letzebürgs (de laatste is geen officiële EU-taal)
-
-Oostenrijk heeft als officiële taal het Duits
-
-Cyprus heeft als officiële talen Grieks, Engels en Turks (de laatste is nog geen officiële EU-taal)
De Europese Grondwet waarborgt dat elke Europese burger de belangrijkste Europese instellingen kan aanspreken in zijn eigen taal. Als fundamenteel recht staat dit vastgelegd in het Handvest van Grondrechten (artikel II-101, lid 4). Artikel I-10 "Het Burgerschap van de Unie" bepaalt het volgende:
De burgers van de Unie genieten [..] het recht om verzoekschriften tot het Europees Parlement te richten, zich tot de ombudsman van de Unie te wenden, alsook de Instellingen en de adviesorganen van de Unie in een van de officiële talen van de Unie aan te schrijven en in die taal antwoord te krijgen.
In artikel III-128 staat welke instellingen dit precies zijn: het Europees Parlement, de Europese Commissie, de Europese Raad, de Raad van Ministers en het Hof van Justitie; alsmede de Europese Rekenkamer, de Europese Centrale Bank, het Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio's en de Europese Ombudsman.
De agentschappen van de Unie (bijvoorbeeld de Europese politiedienst Europol), zijn niet expliciet gebonden aan de verplichting in alle talen te publiceren en aanspreekbaar te zijn. In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat de websites van veel van deze instellingen slechts in het Engels beschikbaar zijn (eventueel met een Franse of Duitse versie).
Artikel III-433 bevat zelfs een exit-clausule voor de belangrijkste EU-organen waarvan artikel III-128 de bereikbaarheid waarborgt: als alle lidstaten ermee instemmen, kan de regeling van het taalgebruik door de instellingen van de Unie gewijzigd worden.
In het Tweede-Kamerdebat na afloop van de Europese Top van 17-18 juni 2004, waarin de Europese leiders een akkoord bereikten over de Europese Grondwet, vroeg Wijnand Duyvendak (GroenLinks) of de regering bereid was het grondwettelijk verdrag in het Fries te laten vertalen. "Als het erom gaat de burger dichter bij Europa te brengen, is het van belang dat de tekst ook in het Fries verschijnt", aldus Duyvendak.
Minister Bot van Buitenlandse Zaken gaf hierop aan dat een dergelijke vertaling als bezwaar heeft dat de kosten door de Nederlandse schatkist gedragen moeten worden. "Bovendien," zei Bot, "zijn de Friezen het Nederlands machtig. Zij kunnen dus heel goed nagaan wat er is besloten".
Overigens is er een Friese vertaling gemaakt van de officiële samenvatting van de Europese Grondwet.
Achtergronden
De IGC-Raad van 17-18 mei 2004 heeft de deur geopend voor de officiële vertaling van de Europese Grondwet in talen die geen EU-taal zijn. Dit houdt in dat als Portugal, Spanje, Ierland, Luxemburg en Cyprus hiervoor kiezen, de Europese Grondwet ook een officiële vertaling zal krijgen in talen als het Mirandees, Catalaans, Baskisch, Galicisch, Asturisch, Iers-Gaelisch, en Lëtzebuergs. Ook zou een officiële vertaling in het Turks mogelijk zijn, omdat dit één van de officiële talen van Cyprus is. Van dergelijke vertalingen zullen de lidstaten een gewaarmerkt afschrift sturen aan de archieven van de Raad in Brussel.
Voorwaarde voor de officiële vertaling is dat het een door de nationale Grondwet bekrachtigde nationale taal moet zijn. Om die reden behoren officiële vertalingen in bijvoorbeeld het Romaans (taal van de Roma en de Sinti, die een grote bevolkingsroep vormen in de EU-lidstaten Slowakije en Hongarije) of Russisch (dat veel wordt gesproken in met name Letland) niet tot de mogelijkheden.
Is het Fries een officiële nationale taal?
Het Fries heeft in Nederland als "tweede rijkstaal" een relatief sterke positie, die verankerd is in diverse wetten (bijvoorbeeld de Wet Primair Onderwijs, artikel 9-4; de Wet op het Voortgezet Onderwijs, artikel 11a-2; en de Algemene Wet Bestuursrecht artikel 2-7). Ook is het Fries opgenomen in het Europees Handvest voor regionale talen, dat door de Nederlandse overheid is geratificeerd.
De Nederlandse Grondwet zegt echter niets over de talen die gesproken worden binnen het Koninkrijk. Zo is zelfs een bepaling over de Nederlandse taal afwezig; in 1997 strandden pogingen van de Tweede-Kamerleden Koekkoek (CDA) en Van Middelkoop (GPV) om deze lacune op te vullen via een Grondwetswijziging. Omdat hiermee automatisch ook de Friese taal niet verankerd is als officiële taal in de Nederlandse Grondwet, zal een Friese vertaling van de Europese Grondwet waarschijnlijk geen officiële "Europese" status kunnen hebben.
In de Nederlandse Grondwet ontbreekt elke verwijzing naar de taal. In oktober 1995 poogden de Tweede-Kamerleden Alis Koekkoek (CDA) en Eimert van Middelkoop (GPV) deze lacune op te vullen. Zij dienden een voorstel in om de positie van de Nederlandse taal in de Grondwet te verankeren, door opname van een artikel 22a dat als volgt had moeten luiden: "De bevordering van het gebruik van de Nederlandse taal is voorwerp van zorg van de overheid."
De twee Kamerleden vonden dat onvoldoende geregeld was in welke taal de overheid naar de burgers toe moet communiceren. Ook betoogden zij dat de Nederlandse taal (zowel het gesproken als geschreven woordgebruik) onder druk stond door de toenemende internationalisering. Ten slotte spraken zij de vrees uit door de uitbreiding van de Europese Unie met nieuwe lidstaten, een discussie kon ontstaan over de status van het Nederlands als officiële taal.
Koekkoek en Van Middelkoop waren destijds beide lid van de oppositie, en het wetsvoorstel kreeg geen steun van de paarse regeringscoalitie. De vrees van beide kamerleden over de status van het Nederlands in de EU was echter ongegrond. De Nederlandse taal is, hoewel áfwezig in de Nederlandse Grondwet, wél verankerd in de Europese Grondwet.
Gebarentaal
In oktober 2004 laaide de discussie over de Nederlandse taal weer op. In een Tweede-Kamerdebat met staatssecretaris Ross van Volksgezondheid, drongen PvdA, GroenLinks, de fractie-LPF en ChristenUnie aan op verankering van de taal voor doven en slechtshorenden in de Nederlandse Grondwet. In Groot-Brittanië en Polen is de positie van gebarentaal wel in de Grondwet verankerd. In Nederland 'spreken' tienduizenden mensen deze taal.
De LPF-fractie opperde dat de Nederlandse Grondwet drie talen moest bevatten (Nederlands, Fries en gebarentaal). Staatssecretaris Ross voelde hier echter niets voor.
Statuut Europees Hof van Justitie:
