Deze studiegroep van de Europese Conventie is ingesteld om zich te buigen over de gevolgen van de mogelijke versterking van het Europees Hof van Justitie, een vraagstuk dat cruciaal is voor de werking van de Unie in de toekomst.
De studiegroep bekeek met name de toekomstige werking van het Hof tegen de achtergrond van de uitbreiding van de Unie met tien nieuwe lidstaten. Belangrijke onderwerpen waren onder meer:
-
-De toegankelijkhet van het Europese Hof van Justitie voor burgers in de toekomst
-
-Geldigheid van eerdere uitspraken door instellingen en organen van de Europese Unie na de uitbreiding
-
-De werking van sancties, als uitspraken van het Hof niet worden nageleefd
-
-De mate waarin het Hof kan oordelen over beslissingen door EU-organen die zich bezighouden met het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid, en met justitie (bijvoorbeeld Europol en Eurojust)
-
Europese Hof van Justitie
Het in 1952 opgerichte Hof van Justitie van de Europese Unie moet ervoor zorgen dat de wetten en regels die in Europa gemaakt worden, goed worden toegepast. De Europese wetten - het gemeenschapsrecht - moeten in alle landen hetzelfde worden uitgevoerd, zodat het niet uitmaakt of je in Nederland of in Polen woont. Het Hof van Justitie kijkt daarom bijvoorbeeld ook of rechters in Nederland de Europese wetten wel goed toepassen.
Het Hof oordeelt over overtredingen van Europese regels, en over het niet nakomen door lidstaten van gemaakte afspraken en verplichtingen die uit de Verdragen voortvloeien. In de loop der jaren heeft het Hof ook steeds meer zaken in behandeling gekregen die specifieke terreinen betroffen, met name op het terrein van mededinging en zaken waar de Europese instellingen als werkgever tegenover hun ambtenaren stonden.
Voorzitter: Antonio Vitorino
Nederlandse afgevaardigde: Thom de Bruijn
