De Republiek Polen maakte sinds de val van het communisme in Oost-Europa in 1989 een democratische ontwikkeling door. Het overwegend katholieke land trad per 1 mei 2004 toe tot de Europese Unie.
Polen maakte al sinds vóór de Middeleeuwen deel uit van de hoofdstroming in de culturele ontwikkeling van Europa. Het land heeft zich ontwikkeld tot een schoolvoorbeeld van een liberale democratie met eerbied voor de rechten van minderheden. Bij de val van het communistische bewind speelde de leider van de vrije vakbond Solidariteit, Lech Walesa, een belangrijke rol. Hij won in 1983 de Nobelprijs voor de vrede. In 1978 werd de aartsbisschop van Krakow, Karol Wojtyla, onder de naam Johannes Paulus II de eerste niet-Italiaanse paus sinds 1522.
Het land heeft Europa figuren van groot belang geschonken. Zo toonde de astronoom Copernicus in 1543 aan dat de aarde niet het middelpunt van het heelal is. Marie Sklodowska (getrouwd met Pierre Curie) won in 1903 de Nobelprijs voor de natuurkunde voor haar onderzoek naar radioactiviteit. Leidende culturele figuren zijn onder meer de componisten Chopin en Górecki, en de filmregisseurs Andrzej Wajda en Krzysztof Kieslowski. De dichteres Wislawa Szymborska won in 1996 de Nobelprijs voor literatuur.
Bekende Poolse sporters waren de hardloopster Irena Szewinska, de roeier Tomasz Kucharski, de wielrenners Lang, Jaskula en Piasecki, en de voetballers Tomaczewski, Lubanski, Deyna en Lato. Op de Olympische Spelen van Peking werden gouden medailles gewonnen bij het roeien, kogelstoten en de ritmische gymnastiek. In Londen behaalden de kogelstoter Majewski en de gewichtheffer Zielinski goud.
Polen wordt sinds de parlementsverkiezingen van oktober 2007 geregeerd door een coalitie van twee katholieke (conservatief-liberale) partijen. Donald Tusk, de leider van de grootste coalitiepartij, Burgerforum, is premier. Op 9 oktober 2011 waren er parlementsverkiezingen, die werden gewonnen door de zittende regeringspartijen, waarna een tweede kabinet-Tusk aantrad.
Na de val van het communisme in 1989 werd de parlementaire democratie met een meerpartijenstelsel ingevoerd. Aanvankelijk speelden politici afkomstig uit de vakbond Solidarność een belangrijke rol. Er waren toen veel partijen (in 1991 29 in het Lagerhuis) en coalitiewisselingen. Na 1995 ontstond een stabieler beeld. Kabinetten werden tussen 1995 en 2005 (met een onderbreking in 1997-2001) veelal geleid door socialistische premiers. De socialisten regeerden geregeld samen met de Poolse Volkspartij. In 1997-2001 was de rechts-liberaal Jerzy Buzek minister-president.
In de jaren 2005-2007 regeerden twee overwegend rechtse, nationalistische kabinetten. In 2006-2007 was Jaroslav Kaczynski van de partij 'Recht en Rechtvaardigheid' daarvan de leider. Zijn tweelingbroer Lech was tezelfdertijd president.
Polen is een parlementaire republiek met als staathoofd een president, die beperkte bevoegdheden heeft. De voor vijf jaar rechtstreeks gekozen president heeft bij wetgeving een vetorecht, maar dat kan teniet worden gedaan door een 3/5-meerderheid van het parlement. De president heeft wel belangrijke representatieve functies. De feitelijke regeermacht komt toe aan het kabinet.
Na het verongelukken van de in 2005 gekozen Lech Kazynski werd in augustus 2010 Bronislav Komorowski president. Voorgangers van hem waren Lech Walesa (1990-1995) en Aleksandr Kwasniewski (1995-2005).
Het kabinet heeft de uitvoerende macht en samen met het parlement (Nationale Vergadering, Zgromadzenie Narodowe) de wetgevende macht. Het parlement bestaat uit twee Kamers, het Lagerhuis (Sejm) en de Senaat (Senat). De Senat kan wetsvoorstellen wijzigen en blokkeren, maar het veto kan door de Sejm ongedaan worden gemaakt. Een kabinet kan alleen aantreden na aanneming van een motie van vertrouwen in de Sejm.
Polen heeft een Constitutioneel Hof dat wetten aan de Grondwet kan toetsen en kent referenda. Er was in 2003 referendum over toetreding van Polen tot de EU.
kiesstelsel
De 460 leden van de Sejm worden voor vier jaar gekozen op basis van evenredige vertegenwoordiging in combinatie met kiesdistricten. In kiesdistricten worden afhankelijk van het inwonertal 7 tot 19 afgevaardigden gekozen. Er is een vaste zetel voor de Duits-sprekende minderheid.
De 100 leden van de Senat worden eveneens rechtstreeks gekozen in kiesdistricten op basis van een meerderheidsstelsel. Ieder district kiest twee senatoren.
partijen
De belangrijkste partijen zijn PO, PSL, PiS en LiD. PO (Platforma Obywatelska, Burgerplatform) is een in 2001 gevormde conservatief-liberale katholieke partij. De partij is aangesloten bij de EVP. Dat geldt ook voor de meer agrarisch-nationalistische PSL (Polskie Stronnictwo Ludowe, Poolse Volkspartij). In oktober 2010 scheidde een deel van de linkerzijde van PO zich af onder leiding van Janusz Palikot. Hij stichtte RP (Ruch Palikota, Beweging van Palikot), die centrumlinks en antiklerikaal is.
Ter rechterzijde bevinden zich de nationalistische conservatief-katholieke partijen PiS (Prawo i Sprawiedliwosc, Recht en Rechtvaardigheid) en de LPR (Liga Polskich Rodzin, Liga van Poolse Families). Tot de verkiezingen van 2007 speelde ook de populistisch-nationalistische SRP (Samoobrona Rzeczpospolitej Polskiej, Zelfverdediging van de Poolse Republiek) van Andrzej Lepper een belangrijke rol.
Ter linkerzijde staat LiD (Lewica i Demokraci, 'Links en Democraten') dat in 2006 ontstond uit een fusie van de socialistische partijen SLD (Sojusz Lewicy Demokratycznej) en UP (Unia Pracy, Arbeidersunie) en enkele kleine links-liberale partijen.
Tot 2001 speelde AWS (Akcja Wyborcza Solidarność, Kiesactie Solidariteit) een voorname rol. Die breed samengestelde coalitiepartij kwam voort uit de vakbond Solidarność en de liberale UW (Unia Wolności, Vrijheidsunie).
Het centrumrechtse kabinet-Tusk bestaat uit ministers van PO en PSL. Minister van Buitenlandse Zaken is Radoslaw Sikorski (PO), minister van Financiën is Jan Vincent Rostowski (PO) en minister van Economische Zaken en vicepremier is Waldemar Pawlak (PSL), die in 1992 en 1993-1995 premier was.
jaar |
SLD LiD |
UP |
AWS |
PO |
UW |
PSL |
PiS |
SRP |
LPR |
Ov. |
datum |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1993 |
171 |
41 |
74 |
132 |
42 |
19 sept. |
|||||
1997 |
164 |
201 |
60 |
27 |
8 |
21 sept. |
|||||
2001 |
216 |
65 |
42 |
44 |
53 |
38 |
2 |
23 sept. |
|||
2005 |
55 |
133 |
2 |
25 |
155 |
56 |
34 |
2 |
25 sept. |
||
2007 |
53 |
209 |
31 |
166 |
1 |
21 okt. |
|||||
RP |
|||||||||||
2011 |
27 |
207 |
40 |
28 |
157 |
1 |
9 okt. |
naam |
periode |
kleur |
partijen |
belangrijke ministers |
|---|---|---|---|---|
Pawlak II |
26 oktober 1993-6 maart 1995 |
centrumlinks |
SLD-PSL |
BuZa: Olechowski |
Oleksy |
6 maart 1995-7 februari 1996 |
centrumlinks |
SLD-PSL |
BuZa: Bartoszweski 1995 Rosati |
Cimoszewicz |
7 februari 1996-17 oktober 1997 |
centrumlinks |
SLD-PSL |
BuZa: Rosati |
31 oktober 1997-19 oktober 2001 |
centrum |
AWS-UW 2000: AWS |
BuZa: Geremek 2000 Bartoszewski |
|
Miller |
19 oktober 2001-2 mei 2004 |
centrumlinks |
SLD-UP-PSL |
BuZa: Cimoszewicz |
Belka I |
2 mei-11 juni 2004 (geen vertrouwen) |
sociaaldem. |
SLD |
BuZa: Cimoszewicz |
Belka II |
11 juni 2004-31 oktober 2005 |
sociaaldem. |
SLD |
BuZa: Cimoszewicz 2005 Rotfeld |
Marcinkiewicz |
31 oktober 2005-14 juli 2006 |
nationalistisch |
PiS |
BuZa: Meller |
J. Kaczynski |
14 juli 2006-16 november 2007 |
nationalistisch |
PiS-SRP-LPR |
BuZa: Fotyga |
Tusk I |
16 november 2007-18 november 2011 |
centrumrechts |
PO-PSL |
BuZa: Sikorski |
Tusk II |
18 november 2011- |
centrumrechts |
PO-PSL |
BuZa: Sikorski |
hoofdstad |
Warschau |
|---|---|
staatshoofd |
President Bronislaw Komorowski (vanaf 6 augustus 2010) |
regeringsleider |
Premier Donald Tusk (vanaf 16 november 2007); Vicepremiers Janusz Piechocinski (vanaf 6 december 2012) en Jacek Rostkowski (vanaf 20 februari 2013) |
aantal inwoners |
38.383.809 |
7,6% van de EU |
|---|---|---|
% van de bevolking jonger dan 15 |
14.6% (mannen: 2.881.605/vrouwen: 2.721.614) |
|
% van de bevolking van 15 t/m 24 |
12.3% (mannen: 2.412.546/vrouwen: 2.313.222) |
|
% van de bevolking van 25 t/m 54 |
44.1% (mannen: 8.506.429/vrouwen: 8.408.872) |
|
% van de bevolking van 55 t/m 64 |
14.5% (mannen: 2.632.058/vrouwen: 2.952.063) |
|
% van de bevolking ouder dan 65 |
14.5% (mannen: 2.142.246/vrouwen: 3.413.154) |
|
gemiddelde levensverwachting |
76.45 jaar |
|
geletterdheid |
99.5% |
|
bruto binnenlands product (bbp) |
$799,2 miljard |
5,0% van de EU |
|---|---|---|
bijdrage van landbouw aan bbp |
3.5% |
|
bijdrage van industrie aan bbp |
34.2% |
|
bijdrage van dienstensector aan bbp |
62.3% |
|
werkloosheid |
12.6% |
|
oppervlakte |
312.685 km² |
7,1% van de EU |
|---|---|---|
laagste punt |
near Raczki Elblaskie -2 m |
|
hoogste punt |
Rysy 2499 m |
|
aantal zetels in het |
51 van de 754 zetels |
||
|---|---|---|---|
stemgewicht in de |
27 van de 345 stemmen |
||
gastland Europese |
|
||
prominenten in |
Europese Commissie:
|
