Italië

Italië op de kaart

Italië is sinds 1945 een republiek. Sinds dat jaar ontwikkelde het land zich, ondanks vele regeringswisselingen, tot de vierde economie van West-Europa. Er bestaat wel een grote tegenstelling tussen het zeer welvarende noorden en het veel armere zuiden. De bevolking is overwegend katholiek.

Het land bestaat sinds 1861 als eenheidsstaat, toen persoonlijkheden als Garibaldi, Cavour en koning Viktor Emmanuel van Savoie de verschillende staten van het schiereiland verenigden. De pauselijke bezittingen, die toen nog grote delen van centraal-Italië besloegen, werden teruggebracht tot wat nu Vaticaanstad is. In de eerste helft van de twintigste eeuw had Italië een koloniaal rijk dat onder meer Libië, Ethiopië en Somalië omvatte. Het fascistische bewind van Mussolini overleefde de Tweede Wereldoorlog niet.

Beroemde Italiaanse componisten zijn Vivaldi, Rossini, Verdi en Puccini. Iconen uit de Italiaanse cinema zijn de filmregisseurs Luchino Visconti en Federico Fellini; belangrijke Italiaanse acteurs zijn Sophia Loren, Claudia Cardinale en Marcello Mastroianni.

Prominenten uit de Italiaanse sportgeschiedenis zijn de skiër Alberto Tomba, de wielrenners Fausto Coppi, Gino Bartali, Felice Gimondi, Marco Pantani en Mario Cipollini, de schaatsers Roberto Sighel en Enrico Fabris, en de motorcoureurs Max Biaggi, Valentino Rossi en Loris Capirossi. Het Italiaanse voetbalelftal werd vier keer wereldkampioen (in 1934, 1938, 1982 en 2006) en had in onder anderen Gianni Rivera, Paolo Rossi, Dino Zoff en Paolo Maldini sterspelers. Ook boekt Italië traditioneel grote successen bij het schermen, schieten, roeien en volleybal. In 2012 werden op de Olympische Spelen acht gouden medailles gewonnen.

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

Politieke situatie

Op 22 februari 2014 trad het centrumlinkse kabinet-Renzi aan, onder leiding van de oud-burgemeester van Florence Matteo Renzi. Sinds 28 april 2013 regeerde een brede coalitie onder leiding van de sociaaldemocraat Enrico Letta. Hij maakte op 13 februari 2014 echter zijn terugtreden bekend, nadat zijn partij het vertrouwen in hem opzegde. Letta vormde een kabinet nadat de (vervroegde) verkiezingen een onduidelijke uitslag hadden opgeleverd. Pas na de herverkiezing van de 87-jarige president Napolitano en na het terugtreden van PD-leider Bersani waren links en Berlusconi's PDL bereid tot samenwerking.

De vervroegde verkiezingen van 2013 waren nodig, nadat het kabinet-Monti was gevallen. Dat kabinet werd in november 2011 gevormd door oud-eurocommissaris Mario Monti nadat het centrumrechtse kabinet van Silvio Berlusconi was afgetreden. Het (vierde) kabinet-Berlusconi regeerde sinds 2008, maar kwam voortijdig ten val door verdeeldheid over aanpak van de financiële problemen en door schandalen.

Tussen 1945 en 1994 was de Italiaanse politiek zeer instabiel. Er waren maar liefst vijftig kabinetten, met onder anderen christendemocraten als Alcide De Gasperi (tussen 1946 en 1953), Aldo Moro (tussen 1963 en 1978), Mario Rumor (tussen 1968 en 1974), Gulio Andreotti (tussen 1972 en 1992) en Amitore Fanfani (tussen 1954 en 1987) als minister-presidenten. De bekendste niet-christendemocratische premier was de sociaaldemocraat Bettino Craxi (1983-1987).

In de Italiaanse politiek begon in 1993 een nieuwe fase, toen het door de christendemocraten (Democrazia Cristiana) en socialisten (Partito Socialista Italiano en Partito Socialista Democratico Italiano) gedomineerde politieke stelsel door diverse schandalen 'failliet' was gegaan. In 1993 werd per referendum besloten tot een nieuw kiesstelsel, dat de vorming van nieuwe partijformaties bevorderde. Na de verkiezingen van 1994 kwam de populistische mediamagnaat Berlusconi voor de eerste maal aan het bewind als aanvoerder van zijn partij Forza Italia ('Vooruit Italië').

In de jaren 1996-1998, 1999-2001 en 2006-2008 waren er centrumlinkse kabinetten. Berlusconi was premier in 1994-1995 en 2001-2006. De positie van het vierde kabinet-Berlusconi verzwakte, nadat in juni 2010 Kamervoorzitter Gianfranco Fini en een deel van de Nationale Alliantie uit het samenwerkingsverband met Berlusconi stapte. In november ontstond een crisis door het uittreden van enkele ministers. In november 2011 verloor het kabinet-Berlusconi feitelijk zijn meerderheid.

2.

Staatsvorm, partijen en kiesstelsel

Italië is een republiek, met een parlementair tweekamerstelsel. Het politieke overwicht ligt bij de minister-president. Diens kabinet is afhankelijk van het vertrouwen van Camera dei deputati (Kamer van Afgevaardigden) en Senato della Repubblica (Senaat). Het kiesstelsel versterkt echter de machtspositie van de winnaar van de parlementsverkiezingen. De regering kan bij decreet regeren en het houden van referenda is mogelijk. Daarvoor zijn 50.000 handtekeningen van kiezers vereist.

Italië kent een vrij strikte scheiding der machten. Het parlement heeft de wetgevende macht. De uitvoerende macht ligt bij de minister-president, de ministers en het kabinet. De president, die voor een termijn van zeven jaar door Kamer en Senaat gezamenlijk wordt gekozen, benoemt de minister-president, die vervolgens zijn kabinet samenstelt.

De president heeft vooral representatieve taken, is opperbevelhebber en staat formeel aan het hoofd van de rechterlijke macht. Hij heeft verder een taak bij het bewaken van de grondwettelijke waarden. Zo kan hij wetten die hij strijdig acht met de Grondwet (eenmalig) blokkeren.

Er zijn twintig regio's met uitgebreide bevoegdheden. Enkele regio's (zoals Zuid-Tirol, Sardinië en Sicilië) hebben vergaande autonomie. Italië heeft een Constitutioneel Hof, dat wetten kan toetsen aan de Grondwet.

kiesstelsel

Het huidige Italiaanse kiesstelsel dateert uit 2005. Van de Kamerleden wordt 75 procent op basis van een meerderheidsstelsel gekozen (de winnaar in een district behaalt de zetel) en 25 procent via evenredige vertegenwoordiging. Het stelsel bevordert coalitievorming tussen partijen.

Bij de verkiezingen van de 630 leden van de Kamer is het land verdeeld in 26 kiesdistricten die 617 leden kiezen. Daarnaast kiest Val d'Aosta een lid en worden 12 leden door Italianen in het buitenland gekozen. 

Bij de toewijzing van zetels via districten worden diverse kiesdrempels gehanteerd (onder meer vier procent voor afzonderlijke partijen en twee procent voor partijen in een coalitie). Een coalitie die de meerderheid haalt, maar geen 340 zetels, krijgt extra zetels toebedeeld (tot ongeveer 54% van het totale aantal zetels). De kiesgerechtigde leeftijd is 18 jaar.

De 315 leden van de Senaat worden in 20 regio's gekozen en daarnaast zijn er 6 zetels die door Italianen in het buitenland worden gekozen. Ook hier gelden drempels om voor een zetel in aanmerking te komen. Een coalitie die in een regio de meerderheid haalt, krijgt direct 55% van alle zetels van die regio. Kiezers moeten 25 jaar of ouder zijn.

partijen

Sinds de politieke hervormingen van de jaren negentig is er sprake van twee grote coalities van partijen, waarvan de naam per verkiezing kan wisselen. In 2008 vormden ter rechterzijde Il Popolo della Libertà (PdL), de separatistische partij Lega Nord en een kleine regionale partij een coalitie onder leiding van Berlusconi. PdL is een federatie die in 2008 ontstond uit Forza Italia en de rechtse Alleanza Nazionale, een voorzetting van de neofascistische partij.

In november 2010 richtte Gianfranco Fini een nieuwe conservatief-liberale partijop: FLI (Futuro e Libertà per l'Italia, Toekomst en Vrijheid voor Italië). In december 2012 stichtten onder anderen premier Monti en Fini de centrumrechtse coalitie 'Con Monti per l'Italia', 'met Monti voor Italië'. Daarvan maakt ook oud-eurocommissaris Franco Frattini deel uit.

In 2013 viel de PDL uiteen. Vicepremier Alfano richtte een nieuwe partij, NCD (Nuovo Centrodestra, Nieuw Centrumrechts), op. Berlusconi ging verder met het heropgerichte Forza Italia.

Ter linkerzijde is er een coalitie van de PD (Partito Democratico,  Democratische Partij) en van de links-liberale Italia dei Valori (IdV) die werd geleid door Pier Luigi Bersani. De PD is in 2007 ontstaan uit de in 1996 gevormde Olijfcoalitie van Romano Prodi en omvat sociaaldemocraten, sociaal-liberalen, links-socialisten, linkse christendemocraten en voormalige communisten.

Een derde blok is de christendemocratische Unione di Centro (UdC), een samenwerking van kleinere christendemocratische partijen, regionale partijen en enkele gematigde centrumpartijen en liberale partijen.

Een nieuwkomer na de verkiezingen van 2013 was MoVimento 5 Stelle (de vijf sterrenbeweging) van de populist Beppe Grillo. De partij is anticorruptie, eurosceptisch, libertair en ecologisch.

3.

Zetelverdeling Camera dei deputati en Senato vanaf 1994

jaar

verenigd

rechts

Monti

verenigd

links

M5S

Lega

Nord

centr.

PCI

Ov.

Huis-

Senaat

datum

1994

302

156

 

164

122

 

46

31

   

5

5

630

315

27 maart

1996

246

117

 

285

157

 

59

27

 

35

10

5

5

630

315

21 april

2001

368

176

 

246

127

     

11

4

5

8

630

315

13 mei

2006

281

156

 

348

158

       

1

1

630

315

9-10 april

2008

344

174

 

246

134

   

36

3

 

3

4

630

315

13-14 april

2013

125

117

47

19

345

123

108

54

     

4

2

630

315

23-24 febr

4.

Kabinetten vanaf 1993

naam

periode

kleur

partijen

belangrijke ministers

Ciampi

28 april 1993-10 mei 1994

centrumlinks

DC-PSDI-PSI-PLI

BuZa: Andreatta

Fin: Gallo

Berlusconi I

10 mei 1994-17 januari 1995

centrumrechts

Forza-Lega Nord-AN-chr.dem.

BuZa: Martino

Fin: Tremonti

Dini

17 januari 1995-17 mei 1996

technocraten

-

BuZa: Agnelli

Fin: Fantozzi

Prodi I

17 mei 1996-21 oktober 1998

centrumlinks

Olijfcoalitie

BuZa: Dini

Fin: Visco

D'Alema I

21 oktober 1998-22 december 1999

centrumlinks

Olijfcoalitie-chr.dem.

BuZa: Dini

Fin: Visco

D'Alema II

22 december 1999-25 april 2000

centrumlinks

Olijfcoalitie-chr.dem.

BuZa: Dini

Fin: Visco

Amato II

25 april 2000-11 juni 2001

centrumlinks

Olijfcoalitie-chr.dem.

BuZa: Dini

Fin: Del turco

Berlusconi II

11 juni 2001-23 april 2005

centrumrechts

Verenigd Rechts-Centr.

BuZa: Ruggiero

2002 Frattini

2004 Fini

Fin: Tremonti

2004 Siniscalco

Berlusconi III

23 april 2005-17 mei 2006

centrumrechts

Verenigd Rechts

BuZa: Fini

Fin: Tremonti

Prodi II

17 mei 2006-8 mei 2008

centrumlinks

Verenigd Links

BuZa: D'Alema

Fin: Padoa Schioppa

Berlusconi IV

8 mei 2008-16 november 2011

centrumrechts

PdL-Lega Nord

BuZa: Frattini

Fin en EZ: Tremonti

Monti

16 november 2011-28 april 2013

technocraten

-

BuZa: Terzi

Fin en EZ: Monti

Letta

28 april 2013-22 februari 2014

brede coalitie

PD-PDL

BuZa: Bonino

Renzi

22 februari 2014-

centrumlinks

PD-NCD

BuZa: Mogherini

5.

Kerngegevens

hoofdstad

Rome

staatshoofd

President Giorgio NAPOLITANO (vanaf 15 mei 2006)

regeringsleider

Premier Matteo Renzi (vanaf 22 februari 2014)

6.

Bevolking

aantal inwoners

61.680.122

12,1% van de EU

% van de bevolking jonger dan 15

13.8% (mannen: 4.340.943/vrouwen: 4.154.547)

 

% van de bevolking van 15 t/m 24

9.8% (mannen: 3.046.202/vrouwen: 3.028.190)

 

% van de bevolking van 25 t/m 54

43% (mannen: 13.107.098/vrouwen: 13.405.812)

 

% van de bevolking van 55 t/m 64

21% (mannen: 3.703.329/vrouwen: 3.942.261)

 

% van de bevolking ouder dan 65

20.8% (mannen: 5.548.047/vrouwen: 7.403.693)

 

gemiddelde levensverwachting

82.03 jaar

 

geletterdheid

99%

 

7.

Economie

bruto binnenlands product (bbp)

$1,805 biljoen

11,1% van de EU

bijdrage van landbouw aan bbp

2%

 

bijdrage van industrie aan bbp

24.4%

 

bijdrage van dienstensector aan bbp

73.5%

 

werkloosheid

12.4%

 

8.

Geografie

oppervlakte

301.340 km²

6,7% van de EU

laagste punt

Mediterranean Sea 0 m

 

hoogste punt

Mont Blanc (Monte Bianco) de Courmayeur 4748 m (a secondary peak of Mont Blanc)

 

9.

Positie in Europa

aantal zetels in het
Europees Parlement

73 van de 754 zetels

stemgewicht in de
Raad van Ministers

29 van de 345 stemmen

gastland Europese
organen

Agentschap Europese Unie:
Europese Stichting voor Opleiding (ETF)
Overige:
Voorzitterschap Europese Unie

prominenten in
Europa

Europese Commissie:

Antonio Tajani (belast met industrie en ondernemerschap)

vicevoorzitter Europese Commissie:

Antonio Tajani

president Europese Centrale Bank:

Mario Draghi
 
Bovenstaande gegevens zijn voor een belangrijk deel gebaseerd op het CIA World Factbook.

10.

Volkslied

Titel: Fratelli d'Italia

11.

Staatkundige ontwikkelingen

13.03.2014
Francesco Pigliaru takes office as president of Sardegna.
 
16.02.2014
In presidential elections in Sardegna, Francesco Pigliaru (centre-left) is elected with 42.4% of the vote, while incumbent Ugo Cappellacci (centre-right) wins 39.7% and Michela Murgia (independentist) 10.3%.
 
14.02.2014
Prime Minister Enrico Letta resigns. On February 17 President Giorgio Napolitano asks Matteo Renzi to form a government. On February 21 Renzi nominates Federica Mogherini as foreign minister, Roberta Pinotti as defense minister, and Pier Carlo Padoan as finance minister; Angelino Alfano is to remain interior minister. The government is sworn in on February 22. On February 25 it wins confidence votes in the Senate (169-139) and the Chamber of Deputies (378-220).
 
11.12.2013
The government of Prime Minister Enrico Letta wins confidence votes in the Chamber of Deputies (379-212) and the Senate (173-127).
 
02.10.2013
Prime Minister Enrico Letta's government wins a vote of confidence in the Senate (235-70).
 
 
Bron: www.rulers.org

Delen

enveloppe

Terug naar boven