Griekenland

Griekenland

De Republiek Griekenland is een overwegend agrarisch land dat honderden eilanden omvat. Sinds 1981 is het lid van de Europese Gemeenschap. Griekenland wordt beschouwd als de bakermat van de democratie en heeft een rijke culturele historie.

Griekenland werd onafhankelijk in 1829, na een vrijheidsstrijd tegen het Ottomaanse rijk. De grote belangstelling voor de klassieke oudheid bracht vanaf het midden van de negentiende eeuw archeologische expedities naar Griekenland, waarbij vele kunstschatten verhuisden naar toonaangevende musea in Duitsland (Pergamon altaar), Frankrijk (Venus van Milo), Engeland (Parthenon-beelden) en Rusland. De fascinatie met Griekenland beïnvloedde in die tijd ook diepgaand de architectuur van vele Europese en Amerikaanse steden, en leidde ook tot de introductie van de 'moderne' Olympische Spelen door de Fransman Pierre de Coubertin. Deze werden gehouden in de Griekse hoofdstad Athene, in 1896.

Griekenland profiteerde van het uiteenvallende Ottomaanse Rijk door het grondgebied uit te breiden, dat in 1947 de huidige omvang bereikte. Na de Tweede Wereldoorlog sloeg een bloedige burgeroorlog tussen een sterke communistische beweging en het leger diepe wonden in de Griekse maatschappij. In 1967 kwam een kolonelsregime aan de macht na een staatsgreep. In 1974 kwam een einde aan die dictatuur en keerde de democratie weer terug. Tot 1973 was Griekenland een koninkrijk.

Na de val van de dictatuur trad Griekenland versneld toe tot de Europese Unie. Binnen de Europese Unie heeft het land nooit bekend gestaan als 'het beste jongetje van de klas' en in 2009 bracht Griekenland de stabiliteit van de euro zelfs in gevaar toen bekend werd dat het land kampte met een zeer groot begrotingstekort en een hoge staatsschuld.

Toonaangevende Griekse musici waren de operazangeres Maria Callas, de volkszanger Mikis Theodorakis en componist Xenakis. De romanschrijver Giorgos Seferis en de dichter Elytis Odysseus wonnen de Nobelprijs voor de literatuur. Op sportgebied onderscheidden zich de gewichtheffer Pyrros Dimas (gouden medailles tijdens de Olympische Spelen van Barcelona, Atlanta en Sydney), en de nationale basketbalploeg. Het Griekse nationale voetbalelftal verraste vriend en vijand door in 2004 de Europese Kampioenschappen te winnen.

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

Politieke situatie

Na verkiezingen op 17 juni 2012 werd Nieuwe Democratie de grootste partij, vóór het linkse Syriza, dat af wil van de ingrijpende bezuinigingen. Op 20 juni slaagden Nieuwe Democratie, Pasok en Democratisch Links erin een coaltiekabinet te vormen met Antonis Samaris als premier. Samen beschikten de partijen over 179 van de 300 zetels in het parlement. De regeringspartijen zijn eensgezind de euro te behouden, maar zijn wel voornemens om onderhandelingen met de EU en het IMF te heropenen. In juni 2013 stapte Democratisch Links uit de coalitie vanwege een conflict over de publieke omroep.

De verkiezingen van juni 2012 werden door het interim-kabinet-Pikrammenos georganiseerd, nadat bij de parlementsverkiezingen van 6 mei de twee partijen die de Griekse politiek tot nu domineerden, Nieuwe Democratie en Pasok, samen geen meerderheid wisten te behalen. Het vinden van een derde coalitiepartij bleek daarna onmogelijk waarna nieuwe verkiezingen werden uitgeschreven.

Van november 2011-mei 2012 regeerde een nationaal kabinet onder leiding van oud-vicepresident van de ECB Loukas Papademos. Daarvan maakten Pasok en ND deel uit. Het nationale kabinet volgde het sociaaldemocratische kabinet-Papandreou op, dat sinds de verkiezingen van oktober 2009. Dat kabinet werd geconfronteerd met een enorm begrotingstekort en enorme staatsschuld, waarvan de omvang door het voorgaande kabinet was verdoezeld. Het noodzakelijke bezuinigingsbeleid stuitte op veel verzet. In juni 2011 vond een ingrijpende ministerswisseling plaats en in november overleefde het kabinet een vertrouwensstemming, maar kort daarna werden vorming van een overgangsregering en nieuwe verkiezingen voor mei 2012 aangekondigd.

Griekenland kende al langer een roerige politieke geschiedenis. Na de bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog brak een burgeroorlog uit, die duurde tot 1949. In 1967 werd de democratische situatie opnieuw verstoord door een militaire staatsgreep. Dit kolonelsregime verbande de koning. In 1973 werd Griekenland een republiek en dat bleef het nadat in 1974 het kolonelsregime ten val was gekomen.

De politiek wordt vanaf die tijd gedomineerd door twee partijen: de socialistische partij PASOK en de conservatieve partij Néa Dimokratía (ND). Meestal weet één van deze partijen een absolute meerderheid te behalen in het parlement, waardoor de winnende partij een regering kan vormen.

Opvallend is de belangrijke rol die bepaalde families binnen de Griekse politiek spelen. De familie Papandreou leverde liefst drie Griekse minister-presidenten, onder wie de vorige premier Giorgos Papandreou (PASOK). Ook de oom van voormalig premier Kostas Karamanlis (ND) was eerder minister-president van Griekenland. 

2.

Staatsvorm, partijen en kiesstelsel

Na de val van het Griekse kolonelsregime in 1974 werd de Grondwet van 1952 opnieuw van kracht, behalve de artikelen die te maken hadden met de monarchie. In de Grondwet die in 1975 werd aangenomen werd de presidentiële, parlementaire monarchie verankerd.

De president wordt gekozen door de leden van het parlement voor een termijn van vijf jaar. Hij heeft geen werkelijke macht.

Meestal lukt het de winnende partij een absolute meerderheid te behalen in het parlement. De leider van die partij wordt in dat geval door de president benoemd tot minister-president. De minister-president draagt vervolgens ministers voor, die ook door de president worden benoemd. Ministers zijn meestal tevens lid van het parlement. Als geen van de politieke partijen een absolute meerderheid behaalt in het parlement, krijgt de leider van de grootste partij de opdracht een coalitie te vormen.

Parlementariërs worden gekozen voor een termijn van vier jaar. Op verzoek van de regering kan de president het parlement eerder ontbinden, zodat nieuwe verkiezingen kunnen worden gehouden. De regering kan om ontbinding van het parlement vragen in de hoop tijdens de verkiezingen een nieuw mandaat te krijgen voor een kwestie van nationaal belang.

De rechterlijke macht in Griekenland opereert onafhankelijk van de wetgevende en uitvoerende machten. De hoogste rechterlijke macht wordt gevormd door drie hoven: de Raad van State, het Hof van Cassatie en de Griekse Rekenkamer. Griekenland kent geen permanent constitutioneel hof. Wel kan een Speciaal Hoogste Hof worden ingesteld, bestaande uit rechters van de drie instituties van de rechterlijke macht. Uitspraken van dit speciaal samengestelde hof zijn bindend, ook voor de drie andere hoven.

kiesstelsel

Het Griekse parlement bestaat uit 300 rechtstreeks gekozen leden. 288 daarvan komen van kieslijsten in één van de 56 regionale kieskringen. Sommige van die kieskringen zijn goed voor één zetel, andere voor meerdere zetels. De partij die de verkiezingen wint krijgt een bonus van 50 zetels.

partijen

De belangrijkste politieke partijen in Griekenland zijn de sociaaldemocratische partij PASOK (Panellinio Sosialistiko Kinima, Panhelleense Socialistische Beweging) en de partij Néa Dimokratía (ND, Nieuwe Democratie). Beide partijen werden in 1974 opgericht, na de val van het kolonelsregime. In 2012 kwam de radikaal-linkse milieupartij SYRIZA (Synaspismos tis Aristeras ton Kinimaton kai tis Oikologias, 'Coalitie van Links, Bewegingen en Ecologie') sterk op. Dat is een samenwerkingsverband van diverse linkse partijen.

Een constante factor in het parlement is KKE (Kommounistiko Komma Elladas, Griekse Communistische partij). In 2010 richtten gematigde leden van Syriza DIMAR (Dimokratiki Aristera, Democratisch Links) op. In februari 2012 ontstond verder AE (Anexartitoi Ellines, Onafhankelijke Grieken) als afsplitsing van ND. De leden van de partij stemden tegen een vertrouwensvotum van het kabinet-Papademos en keerden zich tegen de afspraken over het terugdringen van de Griekse staatsschuld. De partij wil herstel van nationale soevereiniteit en vervolging van de schuldigen van de financiële crisis.

De partij Chrysi Avyi (CA, Gouden Dageraad) is extreemrechts (neofascistisch). De partij bestaat al sinds 1993, maar was tot nu toe niet in het parlement vertegenwoordigd. De partij keert zich tegen immigranten, is gewelddadig, gebruikt de fascistengroet en verlangt terug naar de tijd van het Griekse kolonelsregime (1967-1974).

Lange tijd speelde ook de orthodox-nationalistische LAOS (Laïkós Orthódoxos Synagermós, Orthodoxe Volksbeweging) een rol in de Griekse politiek.

3.

Huidige kabinet

Het kabinet-Samaras bestaat uit ministers van ND en Pasok, maar geen van hen zijn uitgesproken politieke figuren. Coalitiepartij Dimar levert geen ministers. Als minister van Financiën was aanvankelijk Vassilis Rapanos aangezocht, maar hij moest zich vanwege zijn gezondheid terugtrekken. Minister werd toen de econoom Yannis Stournaras. Sinds een ministerswisseling in juni 2013 is de socialist Venizelos minister van Buitenlandse Zaken.

4.

Zetelverdeling Vouli sinds 1981

jaar

ND

Pasok

KKE

Syr

AE

CA

Ov.

datum

1981

115

172

13

       

18 oktober

1985

126

161

12

     

1

2 juni

1989

145

125

 

28

   

2

18 juni

1989

128

148

 

21

   

3

5 november

1990

150

123

 

19

   

8

8 april

1993

111

170

9

     

10

10 oktober

1996

108

162

11

10

   

9

22 september

2000

125

158

11

6

     

9 april

2004

165

117

12

6

     

7 maart

2007

152

102

22

14

   

10

15 september

2009

91

160

21

13

   

15

4 oktober

2012

108

41

26

52

33

21

19

6 mei

2012

129

33

12

71

20

18

17

17 juni

5.

Kabinetten vanaf 1981

naam

periode     

kleur

partijen

belangrijke ministers

A.Papandréou I

21 oktober 1981-5 juni 1985

sociaaldem.

Pasok

BuZa: Charalampopoulos

A.Papandréou II

5 juni 1985-2 juli 1989

sociaaldem.

Pasok

BuZa: Papoulias

Tzannetakis

2 juli-12 oktober 1989

centrumrechts

ND-Syn

BuZa: Tzannetakis

Grivas

12 oktober-23 november 1989

interim

geen

BuZa: Papoulias

Zolotas

23 november 1989-11 april 1990

grote coalitie

ND-Pasok-Syn

BuZa: Samaras

Mitsotakis

11 april 1990-13 oktober 1993

centrumrechts

ND

BuZa: Samaras

1992 Mitsotakis

A.Papandréou III

13 oktober 1993-22 januari 1996

sociaaldem.

Pasok

BuZa: Papoulias

Simitis I

22 januari 1996-25 september 1996

sociaaldem.

Pasok

BuZa: Pangalos

Simitis II

25 september 1996-13 april 2000

sociaaldem.

Pasok

BuZa: Pangalos

1999 G. Papandréou

Simitis III

13 april 2000-10 maart 2004

sociaaldem.

Pasok

BuZa: G. Papandréou

Karamanlis I

10 maart 2004-19 september 2007

centrumrechts

ND

BuZa: Molyviatis

2006: Bakoyannis

Karamanlis II

19 september 2007-7 oktober 2009

centrumrechts

ND

BuZa: Bakoyannis

Fin/EZ: Alogoskoufis

2009: Papathanassiou

G.Papandréou I

7 oktober 2009-17 juni 2011

sociaaldem.

Pasok

BuZa: G. Papandréou

2010 Droutsas

Fin: Pangalos

G.Papandréou II

17 juni 2011-11 november 2011

sociaaldem.

Pasok

BuZa: Lambrinidis

Fin: Venizelos

Papademos

11 november 2011-16 mei 2012

grote coalitie

(Pasok, ND, LAOS, tot feb.2012)

BuZa: Dimas

Fin: Venizelos

maart 2012: Sachinidis

Pikrammenos

16 mei 2012-20 juni 2012

interim

geen

BuZa: Molyviatis

Fin: Zanias

Samaras

20 juni 2012 -

grote coalitie

ND, Pasok, Dimar (tot juni 203)

BuZa: Avramopoulus

2013: Venizelos

Fin: Stournaras

6.

Kerngegevens

hoofdstad

Athene

staatshoofd

President Karolos Papoulias (sinds 12 maart 2005)

regeringsleider

Premier Antonis Samaras (vanaf 20 juni 2012)

7.

Bevolking

aantal inwoners

10.775.557

2,1% van de EU

% van de bevolking jonger dan 15

14.1% (mannen: 781.151/vrouwen: 735.444)

 

% van de bevolking van 15 t/m 24

9.8% (mannen: 537.849/vrouwen: 515.359)

 

% van de bevolking van 25 t/m 54

43.2% (mannen: 2.321.709/vrouwen: 2.337.502)

 

% van de bevolking van 55 t/m 64

20.2% (mannen: 670.270/vrouwen: 694.399)

 

% van de bevolking ouder dan 65

20.1% (mannen: 954.605/vrouwen: 1.227.269)

 

gemiddelde levensverwachting

80.3 jaar

 

geletterdheid

97.3%

 

8.

Economie

bruto binnenlands product (bbp)

$266 miljard

1,6% van de EU

bijdrage van landbouw aan bbp

3.5%

 

bijdrage van industrie aan bbp

16%

 

bijdrage van dienstensector aan bbp

80.5%

 

werkloosheid

27.9%

 

9.

Geografie

oppervlakte

131.957 km²

2,9% van de EU

laagste punt

Mediterranean Sea 0 m

 

hoogste punt

Mount Olympus 2917 m

 

10.

Positie in Europa

aantal zetels in het
Europees Parlement

22 van de 754 zetels

stemgewicht in de
Raad van Ministers

12 van de 345 stemmen

gastland Europese
organen

Agentschap Europese Unie:
Europees Agentschap voor de Wederopbouw (EAR)
Europees Centrum voor de Ontwikkeling van de Beroepsopleiding (Cedefop)

prominenten in
Europa

Europese Commissie:

Maria Damanaki (belast met maritieme zaken en visserij)

rechter Europees Hof van Justitie:

Vassilios Skouris
 
Bovenstaande gegevens zijn voor een belangrijk deel gebaseerd op het CIA World Factbook.

11.

Volkslied

Titel: Imnos pros tin Eleftherian

12.

Staatkundige ontwikkelingen

11.11.2013
Prime Minister Antonis Samaras and his cabinet survive a no-confidence motion in parliament, which is defeated 153-124.
 
24.06.2013
In a cabinet reshuffle, Evangelos Venizelos is named foreign minister, Dimitris Avramopoulos defense minister, and Ioannis Michelakis interior minister; the new government is sworn in on June 25.
 
09.07.2012
The government of Prime Minister Antonis Samaras wins a confidence vote in parliament (179-121).
 
05.07.2012
Yannis Stournaras is sworn in as finance minister.
 
17.06.2012
In parliamentary elections, New Democracy wins 29.7% of the vote (129 of 300 seats), the Coalition of the Radical Left 26.9% (71), the Panhellenic Socialist Movement 12.3% (33), Independent Greeks 7.5% (20), Golden Dawn 6.9% (18), the Democratic Left 6.3% (17), and the Communist Party 4.5% (12). Turnout is 62.5%. On June 20 Antonis Samaras is sworn in as prime minister. His cabinet is named on June 21 including Dimitris Avramopoulos as foreign minister, Panos Panagiotopoulos as defense minister, Evripidis Stylianidis as interior minister, and Vassilis Rapanos as finance minister. The cabinet members are sworn in the same day except for Rapanos who, without having taken office, resigns because of ill health on June 25; on June 26 Yannis Stournaras is appointed in his place.
 
 
Bron: www.rulers.org

Delen

enveloppe

Terug naar boven