De Franse Republiek is één van de grootmachten in Europa. Na 1945 bouwde het land een welvarende economie op, en stond het aan de wieg van de Europese samenwerking (het was in 1951 medeoprichter van de EGKS, de voorloper van de Europese Unie). De Fransman Jacques Delors was een dynamische en baanbrekende voorzitter van de Europese Commissie.
De Franse revolutie in 1789 stond aan de wieg van de staatsvorm die nu in Europa domineert: de parlementaire democratie. Tijdens de periode van Napoleon (1799-1814) overheerste Frankrijk grote delen van het Europese vaste land. Frankrijks rivaliteit met Duitsland speelde een belangrijke rol bij het uitbreken van drie oorlogen: de Frans-Duitse oorlog in 1870-1871 en de Eerste en Tweede Wereldoorlog.
Van het eind van de negentiende eeuw tot 1960 was Frankrijk met koloniale bezittingen in Afrika en Zuidoost-Azië de tweede koloniale grootmacht ter wereld. Sinds 1959 is er sprake van de Vijfde Republiek, waarin de president veel macht heeft.
Tot op de dag van vandaag heeft de Franse cultuur een internationale uitstraling. Culturele erflaters zijn onder meer de componisten Bizet, Ravel, Debussy en Satie, de schilders Gaugain, Monet, Manet en Toulouse-Lautrec en de schrijver Voltaire. Toonaangevende 20e-eeuwse auteurs zijn onder anderen Marcel Proust, Louis-Ferdinand Céline, Albert Camus en Jean-Paul Sartre. De Franse filmindustrie is de grootste van Europa, het Parijse Louvre is één van de bestbezochte musea ter wereld.
Prominente Fransen in de recente sporthistorie zijn onder meer Alain Prost (Formule 1), Jean-Claude Killy (skiën), Jeannie Longo, Jacques Anquetil, Bernard Hinault en Laurent Fignon (wielrennen), Michel Platini, Zinedine Zidane en Thierry Henry (voetbal), Mary Pierce (tennis), Marie-José Perec en Guy Drut (atletiek), en Serge Blanco en Philippe Sella (rugby). Bij de Olympische Spelen van 2012 werd goud gewonnen bij onder meer zwemmen en judo.
Sinds de presidentsverkiezingen van 6 mei 2012 is François Hollande president van Frankrijk. Hij versloeg toen in de tweede verkiezingsronde de zittende centrumrechtse president (sinds 2007) Nicolas Sarkozy. Hollande is, sinds Mitterand (1981-1995), de tweede sociaaldemocratische president van de Vijfde Republiek. Op 17 juni behaalde zijn partij een meerderheid in het Franse parlement.
Sinds 1958, toen de Vijfde Republiek begon, regeerden vooral rechtse of centrumrechtse presidenten. In de periode 1959-1969 was dat generaal Charles de Gaulle, de voormalige leider van de Vrije Fransen tijdens de Duitse bezetting. Hij werd opgevolgd door diens voormalige minister-president Georges Pompidou. In 1974 kwam de rechts-liberaal Giscard d'Estaing in het presidentiële paleis.
De socialist François Mitterrand - eerder in 1965 en 1974 verliezend presidentskandidaat - werd president na de verkiezingen van 1981. Tweemaal moest hij regeren met een in meerderheid oppositionele Nationale Vergadering. Dat gold in de periode 1997-2002 ook voor president Jacques Chirac (rechts-liberaal), die in 1995 Mitterrand opvolgde.
Frankrijk kent een semipresidentieel constitutioneel systeem. De Grondwet die aan de basis hiervan lag, werd in oktober 1958 vastgesteld. Daarmee begon de Vijfde Republiek. De uitvoerende macht kwam grotendeels in handen van de president, die rechtstreeks voor zeven jaar werd gekozen. In 2000 werd die termijn vijf jaar. Een president kan maximaal tien jaar regeren.
De president benoemt de minister-president en het kabinet. Via een motie van wantrouwen kan een kabinet door het parlement tot aftreden worden gedwongen. Het is voorgekomen dat de oppositiepartijen een meerderheid hadden in het parlement, waardoor de president met hen moest samenwerken, de zogenoemde cohibitation. Dit gebeurde onder meer in de perioden 1993-1995 en 1997-2002. De president kan het parlement ontbinden.
Het parlement bestaat uit de rechtstreeks gekozen Nationale Vergadering (Assemblée Nationale) en de getrapt gekozen Senaat.
De Grondwet kent een beperkt aantal beleidsgebieden voor wetgeving toe aan het parlement. Op andere gebieden kan de president bij decreet regeren. Er zijn geen controlerende taken ten opzichte van de president of diens kabinet. Beide Kamers hebben het recht van initiatief en het recht van amendement. Bij conflicten tussen Assemblée en Senaat moet een gemengde commissie een compromis opstellen. De Senaat heeft echter geen vetorecht, waardoor de Assemblée het laatste woord heeft.
Het houden van referenda is mogelijk. Frankrijk kent toetsing aan de Grondwet van wetten door een Constitutioneel Hof.
kiesstelsel
De president wordt rechtstreeks gekozen. Als bij de verkiezingen geen kandidaat een absolute meerderheid behaalt, is een tweede ronde nodig tussen de twee kandidaten met de meeste stemmen.
De Nationale Vergadering wordt, net als de president, iedere vijf jaar rechtstreeks gekozen. Er is een districtenstelsel, waarbij de kandidaat die de absolute meerderheid behaalt de zetel wint. Ook hierbij is in veel districten een tweede ronde nodig. Niet alleen de partijen die
De leden van de Senaat worden gekozen door regionale en gemeentelijke bestuurders voor een periode van zes jaar (met vernieuwing van de helft om de drie jaar). Door een overwicht van het platteland is de Senaat conservatiever dan de Nationale Vergadering.
partijen
In de Franse politiek treden geregeld nieuwe partijformaties op. De sociaaldemocratische Parti Socialiste (PS) en de communistische Parti Communiste Français (PCF) bestaan al wel langere tijd. De PS kent echter diverse facties, variërend van links-socialisten tot gematigde sociaal-liberalen. Frankrijk kent ook een sociaal-liberale Radicale Partij, die samenwerkt met de PS. Ter linkerzijde is er ook een milieupartij, Les Verts (De Groenen).
Ter rechterzijde vindt partijvorming vaak plaats rond de persoon van de presidentskandidaat. Momenteel is er een Union pour un Mouvement Populaire (UMP), waarin conservatief-liberalen, christendemocraten, Gaullisten, sociaal-liberalen en conservatieven samenwerken. In 2007 ontstond links in het centrum La Mouvement démocrate (MoDem) geleid door François Bayrou, maar die haalde bij de parlementsverkiezingen van 2011 slechts twee zetels.
Het ultrarechtse Front National van Marine Le Pen is door de werking van het kiesstelsel met slechts twee leden in het parlement vertegenwoordigd.
Het kabinet-Ayrault trad op 16 mei 2012 aan. Het kabinet bestaat hoofdzakelijk uit leden van de PS, maar ook de centrumlinkse PRG heeft een minister. Belangrijkste leden zijn oud-premier Laurent Fabius op Buitenlandse Zaken en minister van Economische Zaken, Financiën en Buitenlandse Handel Pierre Moscovici.
Belangrijkste ministers:
minister-president |
Jean Marc Ayrault |
|---|---|
Buitenlandse Zaken |
Laurent Fabius |
Justitie en Vrijheden |
Christiane Taubira |
Binnenlandse Zaken |
Manuel Valls |
Economie, Financiën en Buitenlandse Handel |
Pierre Moscovici |
Defensie |
Jean-Yves Le Drian |
Milieu, Duurzaamheid en Energie |
Nicole Bricq |
Werkgelegenheid en Sociale Dialoog |
Michel Sapin |
Sociale Zaken en Solidariteit |
Marisol Touraine |
verkiezing |
in functie |
naam |
kleur |
tegenstander |
|---|---|---|---|---|
21 december 1958 |
8 januari 1959 |
Charles de Gaulle |
rechts |
- |
19 december 1965 |
- |
Charles de Gaulle(tot 28 april 1969) |
rechts |
François Mitterrand (soc.) |
15 juni 1969 |
20 juni |
Georges Pompidou(tot 2 april 1974) |
rechts |
Alain Poher (rechts-liberaal) |
19 mei 1974 |
27 mei |
Valéry Giscard d'Estaing |
rechts-liberaal |
François Mitterrand (soc.) |
10 mei 1981 |
21 mei |
François Mitterrand |
sociaaldemocraat |
Valéry Giscard d'Estaing (rechts-lib.) |
8 mei 1988 |
- |
François Mitterrand |
sociaaldemocraat |
Jacques Chirac (rechts-lib.) |
7 mei 1995 |
17 mei |
Jacques Chirac |
rechts-liberaal |
Lionel Jospin (soc.) |
5 mei 2002 |
- |
Jacques Chirac |
rechts-liberaal |
Jean-Marie Le Pen (ultra-rechts) |
6 mei 2007 |
16 mei |
Nicolas Sarkozy |
rechts-liberaal |
Ségolène Royal (soc.) |
6 mei 2012 |
15 mei |
François Hollande |
sociaaldemocraat |
Nicolas Sarkozy(rechts-lib.) |
jaar |
Gaull. |
rechts- lib. |
Cen.- rechts |
PS |
PC |
Rad |
links |
Gr. |
FN |
tot. |
datum |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1958 |
189 |
189 |
83 |
40 |
10 |
511 |
30 nov. |
||||
1962 |
229 |
84 |
65 |
41 |
44 |
2 |
465 |
25 nov. |
|||
1967 |
200 |
83 |
9 |
116 |
73 |
5 |
486 |
12 maart |
|||
1968 |
294 |
91 |
9 |
57 |
34 |
485 |
30 juni |
||||
1973 |
184 |
138 |
19 |
89 |
73 |
12 |
3 |
488 |
11 maart |
||
1978 |
137 |
148 |
6 |
103 |
86 |
10 |
1 |
491 |
19 maart |
||
1981 |
62 |
85 |
11 |
266 |
44 |
14 |
9 |
491 |
21 juni |
||
1986 |
127 |
149 |
14 |
206 |
35 |
2 |
5 |
35 |
573 |
16 maart |
|
1988 |
129 |
126 |
16 |
260 |
27 |
9 |
7 |
1 |
575 |
12 juli |
|
1993 |
207 |
242 |
37 |
53 |
24 |
6 |
8 |
577 |
28 maart |
||
UMP |
|||||||||||
2002 |
29 |
357 |
13 |
141 |
21 |
13 |
3 |
577 |
16 juli |
||
2007 |
313 |
37 |
186 |
15 |
7 |
15 |
4 |
577 |
17 juni |
||
2012 |
206 |
25 |
300 |
10 |
15 |
18 |
2 |
577 |
17 juni |
naam |
periode |
kleur |
partijen |
belangrijke ministers |
|---|---|---|---|---|
Debré |
9 januari 1959-14 april 1962 |
centrumrechts |
Gaull.-Rep. |
BuZa: Couve de Murville Fin: Baumgartner, 1961: Giscard d'Estaing |
Pompidou I |
14 april 1962-14 dec 1962 |
centrumrechts |
Gaull.-Rep. |
BuZa: Couve de Murville Fin: Giscard d'Estaing |
Pompidou II |
14 dec 1962-9 jan 1966 |
centrumrechts |
Gaull.-Rep. |
BuZa: Couve de Murville Fin: Giscard d'Estaing |
Pompidou III |
9 jan 1966-6 april 1967 |
centrumrechts |
Gaull.-Rep. |
BuZa: Couve de Murville Fin: Giscard d'Estaing |
Pompidou IV |
6 april 1967-1 juni 1968 |
centrumrechts |
Gaull.-Rep. |
BuZa: Couve de Murville Fin: Giscard d'Estaing 1968: Debré |
Pompidou V |
1 juni 1968-13 juli 1968 |
centrumrechts |
Gaull.-Rep. |
BuZa en Fin: Couve de Murville |
Couve de Murville |
13 juli 1968-24 juni 1969 |
centrumrechts |
Gaull.-Rep. |
BuZa: Debré Fin: Ortoli, 1969 Giscard d'Estaing |
Chaban-Delmas |
24 juni 1969-6 juli 1972 |
centrumrechts |
Gaull.-Rep-Centr. |
BuZa: Schuman Fin: Giscard d'Estaing |
Messmer I |
6 juli 1972-5 april 1973 |
centrumrechts |
Gaull.-Rep-Centr. |
BuZa: Schuman Fin: Giscard d'EstaingLandb.: Chirac |
Messmer II |
5 april 1973-1 maart 1974 |
centrumrechts |
Gaull.-Rep-Centr. |
BuZa: JobertFin: Giscard d'Estaing Landb.: Chirac |
Messmer III |
1 maart 1974-26 mei 1974 |
centrumrechts |
Gaull.-Rep-Centr. |
BuZa: JobertFin: Giscard d'Estaing |
Chirac I |
26 mei 1974-27 aug 1974 |
centrumrechts |
Gaull.-Rep-Centr. |
BuZa: Sauvagnarques Fin: Fourcade |
Barre I |
27 aug 1976-30 maart 1977 |
centrumrechts |
Gaull.-Rep-Centr. |
BuZa: De Guiringaud Fin: Barre |
Barre II |
30 maart 1977-31 maart 1978 |
centrumrechts |
Gaull.-RPR |
BuZa: De Guiringaud Fin: Barre |
Barre III |
31 maart 1978-21 mei 1981 |
centrumrechts |
Gaull.-RPR |
BuZa: De Guiringaud, 1978 Poncet Fin: Barre |
Mauroy I |
21 mei 1981-23 juni 1981 |
centrumlinks |
PS-Rad |
BuZa: Cheysson Fin: Delors |
Mauroy II |
23 juni 1981-23 maart 1983 |
centrumlinks |
PS-PC-Rad |
BuZa: Cheysson Fin: Delors |
Mauroy III |
23 maart 1983-17 juli 1984 |
centrumlinks |
PS-PC-Rad |
BuZa: Cheysson Fin: Delors |
Fabius |
17 juli 1984-20 maart 1984 |
centrumlinks |
PS-Rad |
BuZa: Cheysson, 1984 Dumas Fin: Bérègovoy |
Chirac II |
20 maart 1986-10 mei 1988 |
centrumrechts |
Gaull.-RPR |
BuZa: Raimond Fin: Balladur |
Rocard I |
10 mei 1988-23 juni 1988 |
centrumlinks |
PS-Rad |
BuZa: Dumas Fin: Bérègovoy |
Rocard II |
23 juni 1988-15 mei 1991 |
centrumlinks |
PS-Rad |
BuZa: Dumas Fin: Bérègovoy |
15 mei 1991-2 april 1991 |
centrumlinks |
PS-Rad |
BuZa: Dumas Fin: Bérègovoy |
|
Bérègovoy |
2 april 1991-2 april 1992 |
centrumlinks |
PS-Rad |
BuZa: Dumas Fin: Bérègovoy |
Balladur |
2 april 1992-17 mei 1995 |
centrumrechts |
UDF-RPR |
BuZa: Juppé Fin: Sapin, 1993 Sarkozy, 1995 Douste-Blazy |
Juppé I |
17 mei 1995-7 nov 1995 |
centrumrechts |
UDF-RPR |
BuZa: De Charette, 1995 Védrine Fin: Madelin, 1995 Arthuis |
Juppé II |
7 nov 1995-2 juni 1997 |
centrumrechts |
UDF-RPR |
BuZa: Védrine Fin: Arthuis |
Jospin |
2 juni 1997-6 mei 2002 |
centrumlinks |
PS-PC-Groenen |
BuZa: Védrine Fin: Strauss-Kahn, 1999 Stautter, 2000 Fabius |
Raffarin I |
6 mei 2002-17 juni 2002 |
centrumrechts |
UMP-RPR |
BuZa: De Villepin Fin: Mer |
Raffarin II |
17 juni 2002-30 maart 2004 |
centrumrechts |
UMP-RPR |
BuZa: Barnier Fin: Mer |
Raffarin III |
30 maart 2004-31 mei 2005 |
centrumrechts |
UMP-RPR |
BuZa: Barnier Fin: Sarkozy |
De Villepin |
31 mei 2005-17 mei 2007 |
centrumrechts |
UMP-RPR |
BuZa: Douste-Blazy Fin: Breton |
Fillon I |
17 mei 2007-19 juni 2007 |
centrumrechts |
UMP |
BuZa: Kouchner Fin: Borloo |
Fillon II |
19 juni 2007-14 nov 2010 |
centrumrechts |
UMP |
BuZa: Kouchner Fin: Lagarde |
Fillon III |
14 nov 2010- 15 mei 2012 |
centrumrechts |
UMP-MoDem |
BuZa: Alliot-Marie 2011: Juppé Fin: Lagarde Def: Juppé 2011: Longuet |
Ayrault |
16 mei 2012- |
centrumlinks |
PS-PRG |
BuZa: Fabius Fin: Moscovici |
hoofdstad |
Paris |
|---|---|
staatshoofd |
President Francois HOLLANDE (since 15 May 2012) |
regeringsleider |
Prime Minister Jean-Marc AYRAULT (since 16 May 2012) |
aantal inwoners |
65.951.611 |
13,1% van de EU |
|---|---|---|
% van de bevolking jonger dan 15 |
18.7% (mannen: 6.314.779/vrouwen: 6.029.258) |
|
% van de bevolking van 15 t/m 24 |
11.9% (mannen: 4.017.893/vrouwen: 3.840.268) |
|
% van de bevolking van 25 t/m 54 |
38.9% (mannen: 12.877.039/vrouwen: 12.764.229) |
|
% van de bevolking van 55 t/m 64 |
12.6% (mannen: 4.020.974/vrouwen: 4.287.381) |
|
% van de bevolking ouder dan 65 |
17.9% (mannen: 5.029.801/vrouwen: 6.769.989) |
|
gemiddelde levensverwachting |
81.56 jaar |
|
geletterdheid |
99% |
|
bruto binnenlands product (bbp) |
$2,253 biljoen |
14,1% van de EU |
|---|---|---|
bijdrage van landbouw aan bbp |
1.9% |
|
bijdrage van industrie aan bbp |
18.3% |
|
bijdrage van dienstensector aan bbp |
79.8% |
|
werkloosheid |
10.3% |
|
oppervlakte |
643.801 km² |
14,5% van de EU |
|---|---|---|
laagste punt |
Rhone River delta -2 m |
|
hoogste punt |
Mont Blanc 4807 m |
|
aantal zetels in het |
74 van de 754 zetels |
||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
stemgewicht in de |
29 van de 345 stemmen |
||||||||
gastland Europese |
instelling van de Europese Unie: |
||||||||
prominenten in |
Europese Commissie:
president Europese Centrale Bank:
voorzitter Economisch en Sociaal Comité EU:
directeur IMF:
|
