China is met zijn 1,3 miljard inwoners het grootste land ter wereld. De bevolking is zelfs zo groot geworden dat de overheid heeft besloten dat elk gezin nog maar één kind mag krijgen. De Chinese beschaving is een van de oudste en langst bestaande beschavingen in de wereld. Ook heeft China een van de oudste geschriften.
Na de Tweede Wereldoorlog werd China een belangrijke speler op het wereldtoneel. Aanvankelijk was dat vooral ideologisch en militair (China heeft kernwapens), maar de laatste decennia geldt dat ook op economisch gebied. Sinds 1949 is er een gespannen relatie met Taiwan en India. Onder andere de Tibetanen streven naar grotere autonomie.
Historische ontwikkeling
Er zijn in China sporen gevonden van bewoning van 250.000 jaar geleden. Vanuit de vroege bewoning ontstonden rijken die zich vanuit het stroomgebied van de gele rivier uitbreidden. Er ontstond een feodaal systeem, met een sterk gelaagde sociale opbouw. Een belangrijk denker die daarbij een rol speelde, was Confucius (551-479 voor Chr.). In 206 voor Chr. ontstond de Han-dynastie. In deze periode kwam een sterke ambtenarenklasse op.
In de vierde eeuw waren er invallen van onder meer de Hunnen. In de zesde eeuw kwamen er handelscontacten met het Westen. In de 13e en 14e eeuw werd China onderworpen door de Mongolen (Djingiz Khan). Aan de macht van de Mongolen kwam in 1355 een einde en enkele jaren later ontstond de Ming-dynastie. Tijdens deze periode ontstonden er contacten met Japanners, Portugezen, Hollanders en Engelsen, die handelsposten oprichtten. Vanaf 1644 werd China geregeerd door de Tj´ing-dynastie. De bevolking nam in deze periode sterk toe. Vreemde (Westerse) overheersing ging een steeds grotere rol spelen.
In de 19e eeuw werden Opiumoorlogen gevoerd met Engeland en moest Hong Kong aan dat land worden afgestaan. China werd hierna geteisterd door gewapende opstanden (onder meer de Bokseropstand van 1900) en in 1895 wist Japan China een nederlaag toe te brengen. Het gezag van de keizer brokkelde steeds verder af. In 1911 brak een revolutie uit tegen de absolute monarchie. In 1912 werd de laatste keizer, Pu'Ji, afgezet. Dr. Sun Yat-sen, leider van de hervormingspartij, werd president, maar hij trad spoedig af en in 1913 werd een staatsgreep gepleegd. Japan wist hierna grote invloed te verkrijgen, onder meer in Mantsjoerije. In het overige deel van China regeerden krijgsheren. Sun Yat-sen vormde in 1914 een tegenregering. Omstreeks 1917 ontstond ook de Chinese communistische partij, met Mao Zedong als belangrijkste leider.
Na de dood van Sun trad Tsjian-Kaj-sjek op als leider van de nationalistische partij Kwomintang. Hij wist China grotendeels onder zijn gezag te krijgen en in 1927 trok hij via een staatsgreep alle macht naar zich toe. Mao Zedong trok zich met zijn aanhangers terug op het platteland en begon vanuit daar een gewapende strijd tegen de nationalisten. Het communistische rode leger moest zich in 1934 echter via de Lange Mars terugtrekken naar het berggebied in het noordwesten. Vanwege de Japanse dreiging besloten communisten en nationalisten in 1935 de strijd te staken. In 1937 begon de Chinees-Japanse oorlog en werd China door Japan bezet (tot 1945).
Van communistisch bewind naar economische macht
In 1946 hervatte Mao Zedong de burgeroorlog, waarna de communisten aan de macht kwamen. De republiek China werd op 1 oktober 1949 de Volksrepubliek China, met de Chinese Communistische Partij (CCP) als politieke macht.
In 1958 werd de 'Grote Sprong Voorwaarts' geïntroduceerd. Met dit programma wilde Mao Zedong zowel op agrarisch als op industrieel gebied een stap vooruit zetten. Aanvankelijk leek dit een recordoogst op te brengen, maar uiteindelijk mislukte het plan door slechte administratieve en economische organisatie. Dit leidde tot scherpe terugval van productie en welvaart. Dit zorgde voor een lange periode van onzekerheid, die in 1976 leidde tot grote sociale onrust. In dat jaar stierf op 9 september Mao Zedong.
Hierop volgde in 1978 een radicale breuk met het beleid van Mao. China liberaliseerde op economisch, cultureel en in mindere mate op politiek gebied. China heeft op dit moment na de Verenigde Staten het hoogste Bruto Binnenlands Product (BBP) van de wereld. Als er echter wordt gekeken naar het BBP per hoofd van de bevolking, dan staat het land 105e op de ranglijst. Wel is China het snelst groeiende land in de laatste 25 jaar. Ook heeft China de armoede in de laatste decennia sterk teruggedrongen.
Cultuur en sport
China heeft een rijke cultuur. Bekend is onder andere de Chinese architectuur, met als bekendste werk de Chinese muur, maar ook de 'Verboden Stad' en diverse grote tempels. In Xi'an bevindt zich een groot terracottaleger uit het graf van de eerste keizer van China. Op muzikaal gebied is China bekent om zijn opera's. China is verder een van de belangrijkste landen in 'krijgskunsten' (martial arts). Uit China komt onder andere de sport Kung Fu.
China is tegenwoordig een vooraanstaand sportland. In 2008 heeft China de Olympische Spelen georganiseerd, waar het land bovendien zelf de meeste gouden medailles won (namelijk 51). Populaire sporten in China zijn vechtsporten, gewichtheffen, tafeltennis, schoonspringen, turnen en badminton. De schaatsster Beixing Wang werd in 2009 wereldkampioene sprint.
hoofdstad |
Beijing |
|---|---|
staatshoofd |
President HU Jintao (since 15 March 2003); Vice President XI Jinping (since 15 March 2008) |
regeringsleider |
Premier WEN Jiabao (since 16 March 2003); Executive Vice Premier LI Keqiang (17 March 2008), Vice Premier HUI Liangyu (since 17 March 2003), Vice Premier ZHANG Dejiang (since 17 March 2008), and Vice Premier WANG Qishan (since 17 March 2008) |
aantal inwoners |
1.343.239.923 |
|---|---|
% van de bevolking jonger dan 15 |
17.6% (mannen: 126634384/vrouwen: 108463142) |
% van de bevolking van 15 t/m 64 |
73.6% (mannen: 505326577/vrouwen: 477953883) |
% van de bevolking 65 jaar en ouder |
8.9% (mannen: 56823028/vrouwen: 61517001) |
gemiddelde levensverwachting |
74.84 jaar |
geletterdheid |
92.2% |
bruto binnenlands product |
$11,29 biljoen |
|---|---|
bijdrage van landbouw aan bbp |
10.1% |
bijdrage van industrie aan bbp |
46.8% |
bijdrage van dienstensector aan bbp |
43.1% |
werkloosheid |
6.5% |
oppervlakte |
9.596.961 km² |
|---|---|
laagste punt |
Turpan Pendi -154 m |
hoogste punt |
Mount Everest 8850 m |
