Deze werkgroep van de Europese Conventie kreeg in haar mandaat onder meer de volgende vragen voorgelegd:
-
-Op welke punten moeten de Verdragen verbeterd worden om een werkelijke, volledige totstandbrenging van de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid te bevorderen?
-
-Op welke punten in het bijzonder moeten de instrumenten en procedures verbeterd worden?
-
-Wat kan er gedaan worden om duidelijker aan te geven welke strafrechtelijke thema's actie op het niveau van de Unie vergen? Hoe dient de justitiële samenwerking op het gebied van strafrecht te worden geïntensiveerd?
-
-Welke verbeteringen kunnen er aangebracht worden in de formulering van de Verdragsbepalingen waarin de bevoegdheid van de Gemeenschap, met name op het gebied van immigratie en asiel, omschreven wordt?
De lidstaten van de Europese Unie werken steeds meer samen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken. Dit is met name van belang sinds het wegvallen van de grenscontroles tussen de lidstaten.
Samenwerking is noodzakelijk door de toestroom van vluchtelingen en (illegale) asielzoekers naar alle lidstaten van de Europese Unie (EU), grensoverschrijdende misdaad en het wereldwijde terrorisme. Dit zijn vraagstukken die het beste op Europees niveau opgelost kunnen worden.
Motto slotverslag: Een coherente ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, onderworpen aan de principes van transparantie en democratische controle
De beraadslagingen van de werkgroep hebben ten aanzien van veel vraagstukken een ruime consensus aan het licht gebracht. Gemeenschappelijke standpunten zijn ontwikkeld op basis van de volgende gouden regels:
▪ Een gemeenschappelijk algemeen rechtskader dat recht doet aan de specifieke kenmerken van deze materie.
Alle bepalingen betreffende de Europese ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid kunnen in één titel van het Verdrag worden samengebracht. Een enkel juridisch en institutioneel kader betekent echter niet dat de Unieprocedures per se op identieke wijze moeten worden toegepast: de procedures zouden kunnen variëren naar gelang van het op Unie-niveau geplande optreden.
De voorstellen van de werkgroep combineren elementen van de communautaire methode met mechanismen die in sommige gevallen een versterkte coördinatie van de operationele samenwerking op Unie-niveau en de betrokkenheid van de nationale parlementen mogelijk maken teneinde rekening te houden met de specifieke kenmerken van politie en strafrecht. Daarnaast valt te overwegen dat de Europese Raad een meerjaren-strategieprogramma opstelt waarin een algeheel kader voor het optreden van de Unie op het gebied van wetgeving en operationele samenwerking wordt bepaald.
▪ "Wetgevende en "operationele" taken zoveel mogelijk scheiden
Er moet een duidelijker onderscheid worden gemaakt tussen wetgeving (rechtsinstrumenten; wetgevingsprocedures; uitvoering; grotendeels af te stemmen op de algemene procedures van het Gemeenschapsrecht) en een versterkte coördinatie van de operationele samenwerking op Unieniveau. Dit onderscheid heeft richting gegeven aan de opstelling van het slotverslag van de groep.
De werkgroep is globaal van oordeel dat de huidige operationele samenwerking tekortschiet op het gebied van efficiëntie, transparantie en verantwoordingsplicht. De operationele verantwoordelijkheden zijn momenteel verdeeld tussen de politiële en justitiële autoriteiten van de lidstaten (die de primaire verantwoordelijkheid hebben), Europol, meer recentelijk Eurojust (dat de samenwerking moet ondersteunen en vergemakkelijken) en OLAF (dat belast is met administratieve onderzoeks-procedures op het specifieke gebied van de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap).
Daarnaast vormt een efficiënte controle van de buitengrenzen van de Unie een nieuwe grote uitdaging voor de operationele samenwerking. In dit verband verwachten de mensen significante vooruitgang: verbeteringen in de bestaande situaties zouden een rechtstreeks en zichtbaar effect hebben op de perceptie van Europa door gewone burgers.
Voorzitter: John Bruton (Ierland, vertegenwoordiger Nationale parlementen)
Nederlands lid: Tom de Bruijn (plv. regeringsvertegenwoordiger)
