Deze werkgroep van de Europese Conventie kreeg in haar mandaat onder meer de volgende vragen voorgelegd:
-
-Hoe kan het aantal wetgevingsprocedures worden verminderd? Zijn er procedures die kunnen worden vereenvoudigd?
-
-Hoe kan het aantal in de verdragen opgenomen rechtsinstrumenten worden verminderd? Kan aan die instrumenten een benaming worden gegeven die duidelijker maakt welke werking zij hebben?
De Europese Unie neemt jaarlijkse veel besluiten. Dat doet de Europese Unie volgens een aantal procedures. Naast de gewone wetgevingsprocedures kent de EU een aantal bijzondere wetgevingsprocedures. Daarnaast zijn er aparte procedures voor regelgeving die de details van eerder aangenomen besluiten uit moet werken.
Waarom zoveel procedures?
De EU heeft veel verschillende procedures omdat sommige zaken gevoeliger liggen dan andere. Een verdragswijziging is heel ingrijpend, daar wordt bepaald wie meer of minder macht krijgt in Europa. Daarom is die procedure lang en zwaar - iedereen moet het ermee eens zijn. Daarentegen moet in andere gevallen snel en slagvaardig ingespeeld kunnen worden op nieuwe omstandigheden. Zo moet bijvoorbeeld een besluit over het verlengen van een extra heffing op schoenen uit één bepaald land buiten de EU snel genomen kunnen worden.
Motto van het slotverslag: Minder instrumenten en gereorganiseerde procedures
De Werkgroep Vereenvoudiging heeft zich twee doelen gesteld: het Europese systeem inzichtelijker maken en de democratische legitimiteit van de rechtsinstrumenten van de Europese Unie versterken. De werkgroep had als thema de rechtsinstrumenten, de wetgevingsprocedures en de begrotingsprocedure.
▪ Van vijftien op zes instrumenten overgaan
Momenteel bestaan er 15 instrumenten. De werkgroep was van oordeel dat sommige van die instrumenten niet onderling wezenlijk verschillende effecten hebben en dus kunnen worden samengevoegd, en dat andere, zeer zelden gebruikte instrumenten, kunnen worden opgeheven. De werkgroep beveelt derhalve aan dat er slechts zes instrumenten blijven bestaan die alle voorkomende gevallen dekken. In feite betekent deze vereenvoudiging het einde van de indeling van de beleidsterreinen in "pijlers" (iedere "pijler" met zijn eigen instrumenten en procedures). De werkgroep beveelt tevens aan dat de benamingen van die instrumenten in sommige gevallen worden veranderd voor een beter begrip van de aard van die instrumenten.
Verbindende instrumenten:
-
1.De wet van de Europese Unie: vervangt de verordening, is verbindend en rechtstreeks toepasselijk in de gehele Europese Unie
-
2.De kaderwet: vervangt de richtlijn, is verbindend wat haar werking betreft, de uitvoeringsregelingen worden aan de lidstaten overgelaten. De wet en de kaderwet zijn wetgevingsinstrumenten, de toegepaste procedure is die van de medebeslissing (de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement zijn co-wetgevers) op voorstel van de Europese Commissie.
-
3.Het besluit: kan al dan niet bijzondere adressaten gelden (het is een flexibel instrument, bijvoorbeeld in het bijzonder geschikt voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid - GBVB).
-
4.De verordening: benaming die alle gedelegeerde instrumenten en uitvoeringsinstrumenten bestrijkt (zie hierna).
Niet verbindende instrumenten:
-
5.De aanbeveling
-
6.Het advies
▪ Een nieuwe soort instrument voor een betere verdeling van de wetgevende en de uitvoerende taak: de gedelegeerde instrumenten
Als antwoord op het verwijt aan de Europese wetgeving dat zij teveel in details treedt. De werkgroep stelt voor de volgende hiërarchie van de instrumenten van de Unie vast te stellen:
-
-Wetgevingsinstrumenten: vastgesteld op grond van het Verdrag, bevatten de essentiële elementen en de fundamentele beleidskeuzen, alsook de daarbij behorende regelgeving.
-
-Gedelegeerde instrumenten: hebben in het bijzonder betrekking op de technische aanvullingen bij een wetgevingsinstrument, worden per geval bij het wetgevingsinstrument ingesteld, de Europese Commissie is daarmee belast, de wetgever controleert en kan de delegatie van bevoegdheden intrekken.
-
-Uitvoeringsinstrumenten: betreffen de uitvoering van wetgevings- of gedelegeerde instrumenten, ressorteren in de regel onder de bevoegdheid van de Europese Commissie en bij uitzondering onder de bevoegdheid van de Raad.
▪ Vereenvoudigde procedures
Alleen de rol van het Europees Parlement en die van de Raad van de Europese Unie in aanmerking nemende, gelden de aanbevelingen van de werkgroep de volgende procedures:
-
-De medebeslissingsprocedure (Raad van de Unie en Europees Parlement): de werkgroep constateert dat die procedure goed functioneert. Zij beveelt aan dat de stemming bij gekwalificeerde meerderheid wordt uitgebreid tot alle gevallen waarin de medebeslissingsprocedure geldt. Zij beveelt tevens meer flexibiliteit in de samenstelling van het bemiddelingscomité aan.
-
-De samenwerkingsprocedure: de werkgroep beveelt aan deze procedure op te heffen en naar gelang van het geval in plaats daarvan de adviesprocedure of de medebeslissingsprocedure te hanteren.
-
-De instemmingsprocedure: de werkgroep beveelt aan het gebruik daarvan te beperken tot de bekrachtiging van bepaalde internationale overeenkomsten.
-
-De begrotingsprocedure: volgens de werkgroep moet de begrotingsautoriteit tweeledig blijven: de Raad van de Unie heeft het laatste woord over de inkomsten, en het Europees Parlement over de uitgaven. De financiële vooruitzichten moeten in het Verdrag worden opgenomen, waardoor zij een verbindend karakter krijgen en waardoor het ook mogelijk zal worden één uniforme procedure te gebruiken voor zowel de verplichte uitgaven als de niet-verplichte uitgaven. De jaarlijkse begrotingsprocedure zou de vorm kunnen krijgen van een vereenvoudigde medebeslissingsprocedure, waarbij het Parlement het laatste woord zou hebben. De werkgroep beveelt aan dat de beginselen die ten grondslag liggen aan de begrotingsbepalingen in het constitutionele verdrag worden opgenomen; zij zouden het kader vormen voor de jaarlijkse begrotingsprocedure.
Voorzitter: Giuliano Amato (Italië, vice-voorzitter van de Europese Conventie)
Nederlands lid: Jan-Jacob van Dijk (plv. Tweede Kamer)
