Deze werkgroep van de Europese Conventie had een drieledig mandaat. De werkgroep boog zich over de volgende vragen:
-
-Wat zouden de gevolgen zijn van uitdrukkelijke erkenning van de rechtspersoonlijkheid van de EU?
-
-En van een fusie van de rechtspersoonlijkheid van de EU met die van Europese Gemeenschap?
-
-Zou een en ander een bijdrage kunnen leveren tot de vereenvoudiging van de verdragen?
Door de totstandbrenging van één institutioneel kader wordt het beginsel van de institutionele eenheid geconcretiseerd. Het houdt in dat lidstaten die de integratie en samenwerking willen intensiveren, ermee instemmen op te treden via gemeenschappelijke instellingen. Voorts vereist dit beginsel dat lidstaten die niet aan deze intensievere samenwerking willen deelnemen, aanvaarden dat gemeenschappelijke instellingen kunnen worden gebruikt voor gedifferentieerde integratiemaatregelen.
De legale basis voor wat de "Europese Unie" wordt genoemd, is een verzameling verdragen die naast elkaar bestaan. In de jaren '50 zijn drie gemeenschappen opgericht, namelijk de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal (1951), de Economische Europese Gemeenschap (E.E.G., 1958) en Euratom (1958). Deze drie gemeenschappen hebben altijd dezelfde landen verenigd, maar hebben drie verschillende rechtspersoonlijkheden.
Motto van het slotverslag: Eén rechtspersoonlijkheid voor de Unie.
▪ Gevolgen van een erkenning van de rechtspersoonlijkheid
De afwezigheid van een expliciete rechtspersoonlijkheid voor de Unie leidt te dikwijls tot verwarring over het Europese stelsel, zowel in de betrekkingen met staten die geen lidstaten van de Unie zijn als bij de Europeanen zelf. Tegen de achtergrond van die constatering doet de Werkgroep rechtspersoonlijkheid de volgende aanbevelingen:
-
-de Europese Unie moet expliciet rechtspersoonlijkheid hebben;
-
-deze nieuwe rechtspersoon moet in de plaats komen van de huidige rechtspersonen;
-
-de werkgroep pleit derhalve voor één enkele rechtspersoonlijkheid voor de Europese Unie.
Als volkenrechtelijk subject zou de Europese Unie in staat zijn:
-
-Europa te vertegenwoordigen
-
-verdragen te ondertekenen
-
-in rechte op te treden en voor het gerecht gedaagd te worden
-
-lid te worden van internationale organisaties
Dit zou kunnen leiden tot meer duidelijkheid in de betrekkingen met de rest van de wereld, meer doeltreffendheid en rechtszekerheid, en een efficiënter optreden. Deze mogelijkheden laten echter de conclusies van de werkgroep "Extern optreden" onverlet.
▪ Fusie van de rechtspersoonlijkheid van de EU met die van de Europese Gemeenschap
In de tweede plaats kwam de werkgroep tot de bevinding dat het creëren van één enkele rechtspersoonlijkheid voor de Europese Unie samenvoeging van de verschillende Verdragen die van toepassing zijn op Europa mogelijk maakt. Door samenvoeging van de Verdragen kan de identiteit van Europa worden versterkt en het Europese stelsel voor de burgers worden verduidelijkt.
▪ Vereenvoudiging van de verdragen
Ten slotte: als het principe van een samenvoeging van de Verdragen wordt aanvaard, dan is herstructurering ervan mogelijk. Er valt dan te denken aan een constitutioneel verdrag. (Zie ook de conclusies van werkgroep IX: "Vereenvoudiging")
Voorzitter: Giuliano Amato (Italië, vice-voorzitter Europese Conventie)
Nederlands lid: Wim van Eekelen (Eerste Kamer)
