Beleid begroting Europese Unie

Spaarpot met eurobiljetten

In de jaarlijkse EU-begroting staan de te verwachten inkomsten en uitgaven van de Europese Unie. De begroting komt jaarlijks uit op net iets meer dan één procent van het Bruto nationaal product van alle landen van de Europese Unie bij elkaar. Vanaf 2014 is de begroting structureel iets verlaagd. De begroting voor 2013 bedroeg 151 miljard euro; de begroting voor 2014 zo'n 142 miljard euro. De uiteindelijke uitgaven vallen jaarlijks vaak lager uit dan de begroting, soms wel enkele miljarden lager.

De Europese Commissie komt meestal rond juni met een ontwerp-begroting voor het opvolgende jaar. Het duurt vaak tot het eind van het jaar voordat alle onderhandelingen tussen de lidstaten (in de Raad van Ministers) onderling en tussen de lidstaten en het Europees Parlement zijn afgerond. De jaarlijkse begrotingen vallen binnen meerjarige financiële kaders. In grote lijnen wordt daarin vastgelegd aan welke activiteiten van de Europese Unie het geld wordt uitgegeven.

De begroting van de EU is aan strikte regels gebonden. De hoogte van de jaarbegroting en de wijze van financiering van de EU ligt al vast in het meerjarig kader. Ook moet iedere begroting van de Europese Unie aan een aantal beginselen voldoen. Een lidstaat als Nederland heeft veel meer ruimte om de jaarlijkse inkomsten en uitgaven aan te passen dan de EU kan en mag.

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

Ontwikkeling in vogelvlucht

Jaarbegroting en meerjarig kader

Jaarbegroting

De Europese Unie stelt voor ieder jaar een begroting vast. Een begrotingsjaar loopt van 1 januari t/m 31 december.

Meerjarig financieel kader

De hoogte van de jaarbegrotingen en de bestemming van het geld op hoofdlijnen zijn vastgesteld in een meerjarig financieel kader, dat tenminste vijf jaar beslaat. Het financiële kader moet zorgen voor continuïteit in het EU-beleid, en het biedt de EU de mogelijkheid om uitgavenprogramma’s een aantal jaren vooruit te plannen.

Algemene beginselen

Begrotingsevenwicht

Uitgaven en inkomsten moeten in evenwicht zijn. In tegenstelling tot nationale overheden mag de Europese Unie niet meer geld uitgeven dan de EU binnenkrijgt. De EU mag ook geen geld dat over is oppotten voor later gebruik.

Universaliteits- en specialiteitbeginsel

Inkomsten kunnen niet gereserveerd worden voor specifieke uitgaven. Een lidstaat kan niet eisen dat het geld dat die lidstaat bijdraagt voor bepaalde doelen wordt gebruikt. Tegelijkertijd moeten alle inkomsten en alle uitgaven ieder jaar per specifieke begrotingspost worden aangegeven. Er mag binnen een jaar in principe niet tussen posten worden geschoven.

Eenheidsbeginsel en transparantie

Alle uitgaven en inkomsten worden in één begrotingsdocument vastgelegd. Dit moet de controle op de financiën van de Europese Unie vergemakkelijken. Alle uitgaven en inkomsten worden openbaar gemaakt, evenals tussentijdse aanpassingen.

Beheren van de uitgaven

De uitgaven van de Europese Unie worden voor een deel door de Europese Unie (Europese Commissie en de verschillende agentschappen) zelf beheerd. Dat gaat om uitgaven die direct aan rechthebbenden worden betaald, of aan 'eigen' Europese projecten worden uitgegeven. Verreweg het grootste deel van de uitgaven loopt echter via de lidstaten. Dan is er sprake van gedeeld beheer; de lidstaten zijn dan voor een deel verantwoordelijk voor het beheer van uitgaven.

Effecten meten

De Europese Unie streeft er naar om bij alle uitgaven van tevoren aan te geven welke doelen bereikt moeten worden en waarom voor een specifieke instrument is gekozen. Waar mogelijk worden meetbare doelen vastgesteld om de effecten van uitgaven beter in kaart te brengen.

Rekeneenheid

De begroting wordt opgesteld in euro's. Uitgaven in landen die de euro niet als munt hebben worden toch in euro's berekend.

Inkomsten

De inkomsten van de EU komen uit drie bronnen:

  • de gezamenlijke douanetarieven die de lidstaten heffen op import uit en export naar derde landen (de lidstaten mogen een klein deel van de inkomsten houden)
  • een percentage van de btw-opbrengsten uit alle lidstaten
  • directe bijdragen door lidstaten; alle lidstaten dragen een vaststaand percentage van hun bruto nationaal product bij

Korting op EU-bijdrage

Een aantal landen die relatief veel bijdragen aan de Europese Unie en bovendien relatief weinig subsidies en andere EU-gelden ontvangen, krijgen een korting op hun bijdrage aan de EU. Die korting wordt geregeld via de zogeheten 'rebate', een teruggave. Ook Nederland heeft een korting op de bijdrage bedongen van honderden miljoenen per jaar.

Netto- vs. bruto-bijdrage

In de discussie over de hoogte van de bijdragen wordt vaak gekeken naar het aandeel van het BNP van een lidstaat dat wordt afgedragen aan de Europese Unie. Dan gaat het over de bruto-bijdrage van een lidstaat. Om te kijken hoeveel het lidmaatschap van de Europese Unie een lidstaat op jaarbasis nu werkelijk kost moet ook gekeken worden naar hoeveel een lidstaat ontvangt aan EU-gelden. Na verrekening van de uitgaven en inkomsten is de netto-bijdrage van een lidstaat bekend.

Uitgaven

De uitgaven van de Europese Unie kunnen op twee manieren worden ingedeeld. Die indelingen staan los van elkaar.

  • het onderscheid tussen vastleggingskredieten en betalingskredieten is van belang wanneer je kijkt naar de hoogte van de EU-begroting
  • het onderscheid tussen verplichte en niet-verplichte uitgaven. Dit onderscheid gaat met name om de manier waarop de uitgaven in verschillende begrotingsposten zijn geregeld

Vastleggingskredieten en betalingskredieten

Vastleggingskredieten (in het Engels: commitment appropriations, CA) zijn alle uitgaven die voor een jaar zijn gereserveerd. Makkelijker gezegd: het is het maximum bedrag dat de EU mag uitgeven in een jaar.

Betalingskredieten (in het Engels: payment appropriations, PA) zijn alle uitgaven die voortvloeien uit het nakomen van verplichtingen die de EU voor dat begrotingsjaar en/of in eerdere begrotingsjaren is aangegaan. Makkelijker gezegd: het zijn alle uitgaven die de EU dat jaar zal moeten maken.

Alle voorziene uitgaven worden tot in detail uitgewerkt; voor iedere uitgave wordt in een jaarbegroting een eigen, aparte begrotingsregel opgenomen, met het maximum bedrag dat er voor die post mag (in het geval van vastleggingskredieten) of zal (in geval van betalingskredieten) worden uitgegeven. Meerjarige subsidie-, actie- en beleidsprogramma's worden opgenomen in de begroting voor het deel wat voorzien is voor dat specifieke jaar.

Wanneer er over de begroting voor de Europese Unie wordt gesproken, gaat het vrijwel altijd over de vastleggingskredieten. Het verschil tussen de begroting volgens vastleggingskredieten en betalingskredieten bedraagt ieder jaar vele miljarden. Het verschil zit hem vooral in de ruimte die de begroting volgens vastleggingskredieten biedt aan nieuwe initiatieven en beleid.

Het geld gereserveerd in vastleggingskredieten wordt ook nooit opgemaakt, en er hoeft in sommige gevallen minder aan betalingskredieten worden uitgegeven dan voorzien. Dat heeft meerdere oorzaken: nieuwe regels of initiatieven gaan soms niet door, er kan sprake zijn van structurele meevallers of ontvangers van Europese gelden kunnen niet voldoen aan de strenge voorwaarden om geld te ontvangen. Het tegendeel is ook mogelijk; de kosten voor een post kunnen hoger uitvallen. In beginsel mag er per begrotingsregel nooit meer worden uitgegeven dan is vastgelegd, en zijn tegenvallers niet mogelijk.

Door het grote verschil tussen betalingskredieten en vastleggingskredieten is er ruimte gemaakt om tegenvallers op te vangen door waar mogelijk te schuiven in de begroting. Volgens de regels is dat heel lastig, maar in de praktijk wordt dat met tussentijdse wijzigingen binnen de jaarbegroting vaak opgelost.

Verplicht en niet-verplichte uitgaven

De verplichte uitgaven zijn de uitgaven die de EU direct aan individuele burgers overmaakt. De verplichte uitgaven beslaan eigenlijk alleen de directe betalingen aan boeren. Zij krijgen van de EU een minimum-prijs voor bepaalde producten (suiker, graan en boter) en inkomenssteun.

De niet-verplichte uitgaven zijn alle gelden die niet direct aan individuele burgers worden overgemaakt. Dat omvat alle subsidieprogramma's én alle uitgaven om het implementeren van EU-beleid mogelijk te maken. Hieronder vallen ook de kosten voor het functioneren van de Europese instellingen zelf.

Vaststellen begroting

Jaarbegroting

Elk voorjaar doet de Europese Commissie een voorstel voor de begroting voor het opvolgende jaar. Dat voorstel wordt besproken door het Europees Parlement en de Raad van Ministers. Als zij akkoord gaan, wordt de begroting voor het komende jaar definitief vastgesteld. Dat gebeurt meestal in november of december.

Meerjarig financieel kader

Een paar jaar vóór de lopende meerjarenbegroting afloopt, doet de Commissie een voorstel voor de nieuwe meerjarenbegroting. Het Europees Parlement en de Raad van Ministers moeten de meerjarenbegroting beiden goedkeuren. In de praktijk beslaat de nieuwe meerjarenbegroting een jarenlange onderhandeling tussen de Europese instellingen en de lidstaten onderling voordat een akkoord bereikt wordt. Ook de Europese regeringsleiders spelen een belangrijke rol in de onderhandelingen, al wordt de Europese Raad niet genoemd in de officiële procedure.

Controle en fraudebestrijding

Ieder jaar kijkt de Europese Rekenkamer of de Europese gelden goed zijn besteed. De rekenkamer kijkt of het geld terecht is uitgegeven en of uitgaven de gewenste resultaten opleverden. Sinds de Europese Rekenkamer is opgericht heeft zij zelden de jaarrekening helemaal goedgekeurd. Vrijwel ieder jaar vindt de Rekenkamer dat voor (kleine) delen van de uitgaven onduidelijk is waaraan het geld is besteed, of dat het geld niet goed gebruikt is. Het Europees Parlement besluit uiteindelijk of het wel of geen kwijting verleent, of anders gezegd, of ze de gecontroleerde jaarrekening goed- of afkeurt.

Het grootste deel van EU-gelden wordt niet door de Europese instellingen zelf uitgegeven, maar door de lidstaten. Nederland komt elk jaar met lidstaatverklaring waarin wordt aangegeven waaraan Europese gelden door Nederland zijn besteed. Deze lidstaatverklaring is niet verplicht.

Europese Unie heeft een speciaal bureau opgericht, OLAF, dat fraude met EU-gelden opspoort.

Lees meer

2.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Raad, de Europese Commissie, de Raad, het Europees Parlement en de Europese Rekenkamer een rol.

Ontwerp van begroting bij de Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de eurocommissaris voor Financiële programmering en begroting:

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

Voor het vaststellen van meerjarige kader voor de uitgaven en besluiten over de manier waarop de EU gefinancierd wordt, geldt dat de Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na goedkeuring door het Europees Parlement.

Voor het vaststellen van de regels voor het financieel toezicht geldt de gewone wetgevingsprocedure, na raadpleging van de Europese Rekenkamer.

Het vaststellen van de jaarlijkse begroting verloopt volgens de begrotingsprocedure.

De raadsformatie die beslist over het meerjarige kader voor de uitgaven en beleid aangaande begrotingen is de Raad Algemene Zaken (RAZ). Vertegenwoordiger voor Nederland in deze Raad is:

De verantwoording van de EU-uitgaven verloopt volgens de kwijtingsprocedure.

De raadsformatie die jaarbegrotingen behandelt is de Raad Economische en Financiële zaken (Ecofin). Vertegenwoordiger voor Nederland in deze Raad is:

Voor het Europees Parlement houden de parlementaire commissies Begroting en Begrotingscontrole zich bezig met de kwijting van de begroting.

Van de commissie Begroting is de volgende Nederlandse Europarlementariër lid:

Plaatsvervangende leden in deze commissie zijn:

nog niet bekend

Van de Commissie Begrotingscontrole is de volgende Nederlandse Europarlementariër lid:

De plaatsvervangende Europarlementariërs voor Nederland zijn in deze commissie:

nog niet bekend

Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 345. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

Voor het meerjarig begrotingskader stemt de Raad met eenparigheid, met goedkeuring van het Europees Parlement.

Controlerende instanties

De Europese Rekenkamer controleert of de inkomsten en uitgaven wettig en regelmatig hebben plaatsgevonden, en of er een goed financieel beheer is gevoerd. De bevindingen van de rekenkamer gaan in een betrouwbaarheidsverklaring naar de Raad van Ministers en het Europees Parlement. Het jaarverslag wordt in het Publicatieblad van de Europese Unie openbaar gemaakt.

EU-lidstaatverklaring

In de jaarlijkse EU-lidstaatverklaring legt het Nederlandse kabinet publiekelijk verantwoording af over de wijze waarop de EU-gelden die Nederland heeft ontvangen, in eigen land zijn besteed. De EU-lidstaatverklaring is gericht aan de Europese Commissie en het Nederlandse parlement.

3.

Meer informatie

Achtergrondartikelen

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Statistiek

Overig

Delen

enveloppe

Terug naar boven