Eurobeleid

Euromuntstukken

De euro is een wettig betaalmiddel in achttien lidstaten van de Europese Unie. Bijna alle andere lidstaten zijn verplicht om op termijn de euro in te voeren. Zij moeten dan wel voldoen aan bepaalde voorwaarden. Denemarken en het Verenigd Koninkrijk zijn echter niet verplicht om de euro in te voeren. Zij hebben een uitzonderingsclausule.

Landen waar betaald wordt met de euro hebben het beleid met betrekking tot hun munt, zoals de wisselkoers, overgedragen aan één Europese financiële instelling. Die instelling is de Europese Centrale Bank (ECB).

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

Ontwikkeling in vogelvlucht

Al vanaf de jaren '70 van de vorige eeuw wordt eraan gewerkt om de Europese economieën en munteenheden meer op één lijn te krijgen. In 1989 presenteerde men een drie-stappenplan om te komen tot een Economische en Monetaire Unie (EMU).

Dit plan werd opgeschreven in het Verdrag van Maastricht (1992). Tien jaar later was het mogelijk om in de winkel met euro's te betalen. Dat is heel snel voor zo'n grote stap in de geschiedenis. De Europese Centrale Bank (ECB) werd opgericht om te zorgen voor een goed rentebeleid. Dit moest het vertrouwen van de burgers in de euro vergroten.

In achttien EU-landen kan met euro's worden betaald: België, Cyprus, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Letland, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Slovenië, Slowakije en Spanje.

In de Europese verdragen is afgesproken dat alle EU-landen overstappen op de euro als ze voldoen aan een aantal economische voorwaarden. Alleen Denemarken en Groot-Brittannië zijn niet verplicht de euro in te voeren.

Deze voorwaarden, de zogenoemde convergentiecriteria, zijn streng. Zo moet bijvoorbeeld de wisselkoers van hun munteenheid twee jaar lang stabiel zijn. Daarnaast mag de staatsschuld niet te hoog zijn. Landen die zich niet houden aan de criteria (bijvoorbeeld door het laten oplopen van hun begrotingstekort) worden onder speciaal toezicht gesteld door de Europese Commissie. In het uiterste geval kan de Raad van Ministers een boete uitdelen.

De Europese Centrale Bank is verantwoordelijk voor het eurobeleid. De ECB geeft munten en biljetten uit, coördineert de samenwerking op Europees niveau en houdt toezicht op de stabiliteit van de financiële sector. Ook moet de ECB ervoor zorgen dat de inflatie niet te veel oploopt.

Omdat de economieën van de eurozone veel invloed op elkaar hebben, houden de ministers van Financiën van de landen met de euro evenals de staatshoofden en regeringsleiders van de landen met de euro extra overleggen om de economische ontwikkelingen beter op elkaar af te stemmen.

Begrotingsregels en de kredietcrisis

Het economische beleid en de positie van de Europese Centrale Bank komen met regelmaat onder vuur te liggen. Door de kredietcrisis zijn veel lidstaten genoodzaakt hun overheidsfinanciën op orde te brengen en tekorten op hun begroting terug te dringen met bezuinigingsmaatregelen, om aan de begrotingsregels van het Stabiliteits- en Groeipact te kunnen voldoen.

In juli 2010 bepaalden de EU-landen dat er zowel financiële als niet-financiële sancties zullen worden opgelegd aan landen die zich niet aan de begrotingsregels houden. Op die wijze wil men een schuldencrisis zoals in Griekenland en andere landen voorkomen.

Europees monetair noodfonds

Tijdens de Eurotop van december 2010 is besloten om een permanent noodfonds voor de euro in te stellen, het zogenaamde European Stability Mechanism. Dit permanente noodfonds moet voorkomen dat landen met financiële problemen de euro verzwakken. De hulp kan alleen worden toegepast als dat onontbeerlijk is voor de stabiliteit van de hele eurozone. Alle vereiste hulp wordt aan strikte voorwaarden verbonden. In maart 2011 werden Europese regeringsleiders het eens over de precieze bedragen die de lidstaten moeten bijdragen en over de werkwijze van het permanente noodfonds. Het noodfonds is in 2013 van kracht geworden.

Het huidige Verdrag van Lissabon bepaalt dat EU-landen elkaar niet financieel mogen helpen. Daarom is voor een permanent noodfonds een wijziging van het Verdrag noodzakelijk.

In 2010 trad al een tijdelijk noodfonds in werking, de European Financial Stability Facility, om eurolanden in financiële problemen bij te staan en de stabiliteit van de euro te waarborgen. De Europese Commissie kwam met het plan voor een tijdelijk noodfonds naar aanleiding van de wereldwijde financiële crisis en de financiële problemen in Griekenland. Sinds de inwerkingtreding van dit fonds hebben tot op heden alleen Griekenland, Ierland en Portugal er een beroep op hoeven doen. Het tijdelijke fonds liep tot 2013.

Voor- en nadelen van de euro

Het feit dat er tijdens de kredietcrisis tussen de Europese economieën geen schommelingen in onderlinge wisselkoersen zijn ontstaan, heeft ertoe geleid dat de financiële klappen op het Europese continent minder hard voelbaar waren. De euro toonde zich in 2009 wereldwijd als een veilige munt met een sterke en stabiele wisselkoers ten opzichte van de dollar. Een ander voordeel van de euro is dat er niet langer sprake is van transactiekosten bij het omwisselen van valuta tussen de eurolanden. Doordat in bijna alle lidstaten met de euro kan worden betaald, is een omvangrijke markt met één munt ontstaan.

Als nadelen van de euro gelden de vaak hoge kosten bij introductie van de munt en de vermeende prijsstijgingen in de eurolanden. Ook wordt het verlies aan nationale controle en identiteit door tegenstanders van de euro als een fors minpunt gezien.

Ontwikkeling Europese munt

Onder het kopje "Historie" bovenaan de linkerkolom van deze pagina, vindt u een toelichting op de ontwikkeling naar één Europese economie en munt.

Lees meer

2.

Wie doet wat

Bij besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad, de Europese Raad, het Europees Parlement en de Europese Centrale Bank (ECB) een rol.

Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie en Europese Centrale Bank

De Commissie en de ECB samen adviseren de Raad in hoeverre lidstaten die nog niet aan de euro meedoen zouden kunnen toetreden tot de eurozone.

Eerstverantwoordelijk voor de Commissie is Eurocommissaris voor Euro & sociale dialoog:

De huidige president van de Europese Centrale Bank:

Mario Draghi
Mario Draghi

Hoofdfunctie:
president Europese Centrale Bank

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door de Raad

Voor het terrein van toezicht op financiële instellingen geldt dat de Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na raadpleging  van het Europees Parlement en de Europese Centrale Bank.

Voor invoering van de euro geldt een andere procedure. Indien een lidstaat die de euro niet heeft, voldoet aan de eisen om de euro in te kunnen voeren, besluit de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen over invoering van de euro in de betrokken lidstaat. Alleen lidstaten die de euro hebben ingevoerd, mogen in de Raad stemmen. Het Europees Parlement en de Europese Raad moeten zijn geraadpleegd. Hoe de euro in de betrokken lidstaat wordt ingevoerd, en de koers waartegen de munt ingeruild wordt voor de euro, wordt door de Raad met eenparigheid van stemmen besloten. De Europese Centrale Bank moet zijn geraadpleegd.

De raadsformatie die beslist over de Economische Zaken is de Raad Economische en Financiële Zaken (Ecofin). De ministers van Financiën van de eurolanden komen tevens bijeen in de Eurogroep. Vertegenwoordiger voor Nederland in de Raad Ecofin is:

Dijsselbloem is sinds januari 2013 tevens voorzitter van de eurogroep. Omdat de voorzitter geen stemrecht heeft, wordt Nederland in deze bijeenkomsten vertegenwoordigd door:

De staatshoofden en de regeringsleiders van de eurolanden komen bijeen in de Euroraad (ook wel Eurotop genoemd). Vertegenwoordiger voor Nederland bij deze bijeenkomsten en tevens in de Europese Raad is:

Het Europees Parlement

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Economische en Monetaire zaken de voorstellen van de Europese Commissie. Voor Nederland is de volgende Europarlementariër lid:

De volgende Europarlementariërs zijn voor Nederland plaatsvervangend lid in deze commissie:

nog niet bekend

Overeenstemming in de Raad van de Europese Unie sluit de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 352. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

3.

Meer informatie

Achtergrondartikelen

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Statistiek

Delen

enveloppe

Terug naar boven