Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ)

De raadsformatie Justitie en Binnenlandse Zaken bestaat uit de ministers van justitie en/of binnenlandse zaken van de lidstaten van de Europese Unie. De JBZ-raad vergadert ongeveer zes keer per jaar. Ook informele bijeenkomsten zijn mogelijk.

Afhankelijk van het onderwerp en het belang dat daaraan wordt gehecht kan Nederland in deze Raad onder meer vertegenwoordigd worden door:

  • een hoge ambtenaar

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie mag zich in het buitenland 'minister voor Immigratie' noemen.

Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Ierland nemen aan een aantal JBZ-onderdelen niet geheel, of onder bepaalde voorwaarden deel. Het Verenigd Koninkrijk en Ierland nemen met name niet deel aan de Schengenvoorschriften over het vrije verkeer van personen, de grenscontrole en het visumbeleid. Derhalve stemmen de vertegenwoordigers van deze landen in de Raad niet over deze aangelegenheden.

In de Raad van de Europese Unie nemen bewindspersonen uit alle EU-lidstaten een gezamenlijk besluit over het te volgen beleid binnen de EU. De Raad wordt ondersteund door het Comité van permanente vertegenwoordigers dat besluiten voorbereidt en de uitvoering van de besluiten van de Raad bewaakt.

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

Relevante beleidsvelden

Daarnaast heeft deze raad specifiek aandacht voor:

  • samenwerking bij douanecontroles
  • het Schengeninformatiesysteem (SIS)
  • politiële en justitiële samenwerking

2.

Raadsbesluiten

Op de pagina's 'relevante beleidsterreinen' die hierboven vermeld staan, is te lezen hoe de besluitvorming plaatsvindt en wat de rol van deze Raad daarin is. De link hieronder ontsluit de notulen van deze Raad. Tijdens de Raad bespreken de bewindspersonen openstaande punten. Als overeenstemming is bereikt, komt het punt als hamerstuk terug in de notulen van een volgende raadsvergadering, onder het kopje 'zonder debat goedgekeurde punten'.

3.

Geschiedenis

De lidstaten zijn halverwege de jaren 70 op een informele, intergouvernementele basis buiten het communautaire kader gaan samenwerken op het gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken. In 1990 hebben Duitsland, Frankrijk en de landen van de Benelux het Akkoord van Schengen ondertekend, dat een belangrijke stap was in de richting van samenwerking tussen de lidstaten op dit gebied. In de daaropvolgende jaren zijn verscheidene lidstaten tot het Akkoord van Schengen toegetreden.

Het Verdrag betreffende de Europese Unie, dat in november 1993 in werking is getreden, ging een stap verder door Justitie en Binnenlandse Zaken op te nemen in zijn institutionele kader.

Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam in mei 1999 zijn de Schengen-voorschriften opgenomen in het institutionele raamwerk van de Europese Unie.

 

Delen

enveloppe

Terug naar boven