r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Concurrentiebeleid

Mededinging logo

Open concurrentie (mededinging) is een belangrijke voorwaarde voor een vrije Europese handel en het totstandbrengen van de Europese interne markt. De Europese Unie zorgt voor regels die de concurrentie bevorderen, om zo een goede prijs-kwaliteitverhouding voor de consument te garanderen en technologische innovatie te stimuleren.  

De Europese Commissie heeft de bevoegdheid op te treden bij concurrentievervalsing, bijvoorbeeld bij prijsafspraken tussen bedrijven. En de Commissie kijkt of grote bedrijven geen misbruik maken van hun sterke positie. Zo startte de Commissie onderzoeken naar bedrijven als Microsoft en Google. De Commissie deelt jaarlijks voor honderden miljoenen euro's aan boetes uit.

Delen

Inhoud

1.

Ontwikkeling in vogelvlucht 

Met het wegvallen van de binnengrenzen is een open markt ontstaan die alle lidstaten van de Europese Unie bestrijkt. Alle bedrijven op deze markt moeten op gelijke voorwaarden kunnen concurreren. Dat betekent dat elk bedrijf een gelijke kans moet hebben op een aandeel in deze markt. Daarom heeft de Europese Commissie uitgebreide en exclusieve bevoegdheden gekregen om op te treden tegen concurrentievervalsing.

De Europese Commissie kan alleen ingrijpen op de interne markt, als de handel tussen de lidstaten (intracommunautaire handel) ongunstig wordt beïnvloed. In alle andere gevallen zijn de mededingingsregels van de betreffende lidstaat van toepassing. De Europese Commissie en het Hof van Justitie leggen het begrip intracommunautaire handel in de praktijk echter vaak ruim uit.

De bevoegdheden van de Europese Commissie omvatten het bestrijden van geheime prijsafspraken tussen bedrijven (kartelvorming), het beoordelen van fusies en het goedkeuren van staatssteun.

Kartelvorming

Bedrijven maken soms onderling afspraken over hun prijzen om de marktwerking te beïnvloeden en zo maximale winst te behalen. Hierdoor krijgen deze bedrijven een monopoliepositie. Bij een monopoliepositie wordt een product of dienst maar door één aanbieder (of samenwerkende groep van aanbieders) aangeboden. De prijs wordt dan dus niet bepaald door de markt, maar alleen door deze aanbieder. Dit is verboden, omdat consumenten vaak een hogere prijs betalen voor de producten van bedrijven die aan een kartel deelnemen dan voor dezelfde producten bij een eerlijke marktwerking. 

De Europese Commissie kan boetes opleggen aan ondernemingen die deelnemen in een kartel. Dit kan oplopen tot 10 procent van de wereldwijde omzet van de onderneming. Geïnde boetes worden toegevoegd aan het budget van de Europese Commissie, waardoor het bedrag dat de lidstaten moeten bijdragen, kleiner wordt. Kartelbeslissingen van de Commissie kunnen worden aangevochten bij het Gerecht van eerste aanleg, en vervolgens bij het Europese Hof van Justitie. Bedrijven die deelnemen aan een kartel, maar zichzelf 'aangeven' bij de Europese Commissie, kunnen worden vrijgesteld van boetes als zij de Commissie voorzien van essentiële informatie. Bedrijven die volgen kunnen korting krijgen op de boete.

Particulieren of bedrijven die benadeeld menen te zijn door een verboden kartel, kunnen zich wenden tot nationale rechtbanken en daar een schadevergoeding eisen.

Fusies

Als grote bedrijven fuseren (samengaan), kan een partij ontstaan die een te sterke positie op de markt of zelfs een monopolie heeft. Hiermee komt een gezonde concurrentie in gevaar. De Europese Commissie kan in een dergelijk geval waarborgen eisen om een te machtige positie te voorkomen. Zo kan het gefuseerde bedrijf gedwongen worden om bepaalde activiteiten af te stoten. 

De Europese Commissie onderzoekt een fusie wanneer er door deze fusie een bedrijf ontstaat met een wereldwijde of Europese jaaromzet die een bepaalde drempel overschrijdt. Wanneer deze drempel niet wordt overschreden, dan zijn de nationale mededingingsautoriteiten verantwoordelijk voor het oordeel over de fusie. Onderling kunnen de Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten ook fusieonderzoeken aan elkaar doorverwijzen wanneer zij van oordeel zijn dat de andere partij daar beter over kan oordelen. 

Staatssteun

Staatssteun kan de marktwerking ernstig verstoren: een bedrijf uit eigen land zou door overheidssteun een opdracht goedkoper kunnen uitvoeren dan een buitenlandse concurrent. De Europese Commissie moet daarom goedkeuring verlenen als een bedrijf staatssteun krijgt.

Een bedrijf kan profiteren van overheidssubsidies. Hoewel staatssteun in principe verboden is, zijn er ook uitzonderingen vastgelegd. Zo kan het zijn dat overheidssubsidies nodig zijn om de economie te stabiliseren (bijvoorbeeld bij een economische crisis). In bepaalde situaties is staatssteun dus toegestaan zolang deze geen 'gevaar' oplevert voor de principes van de interne markt. 

Bij banken die in de problemen geraken geldt dat steun onder strenge voorwaarden is toegestaan. Overheden proberen in die gevallen te voorkomen dat ze op een later moment alsnog moeten betalen in het kader van de garantiestelsels voor het compenseren van rekeninghouders.

Samenwerking over EU-grenzen heen

Hoewel de regels van het concurrentiebeleid betrekking hebben op intracommunautaire handel (tussen de lidstaten), worden deze ook toegepast in gevallen waarbij bedrijven van buiten de Europese Unie betrokken zijn.

De Commissie werkt samen met mededingingsautoriteiten in vele landen buiten de Europese Unie. Deze samenwerking kan zijn gebaseerd op afspraken met die landen over alleen mededingingszaken; in andere gevallen kunnen de afspraken deel uitmaken van bredere algemene afspraken, zoals bijvoorbeeld vrijhandelsovereenkomsten. Zo werd in 2011 een intentieovereenkomst gesloten met Rusland, en in 2013 met India over samenwerking tussen mededingingsautoriteiten.

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

NL

Inleiding + samenvatting van de EU wetgeving

2.

Spraakmakende zaken

Door beslissingen over kartels, staatssteun en fusies komt de Europese Commissie regelmatig in het nieuws met spraakmakende zaken. Grote ondernemingen binnen Europa moeten hun fusieplannen aan de Europese Commissie voorleggen, om te verhinderen dat monopolieposities ontstaan. Mede onder druk van Europese antitrust-regelgeving zijn vaak ook overheidsmonopolies (spoorwegen, postbezorging, waterleidingbedrijven e.d.) geliberaliseerd. In juni 2014 deed het Europees Hof een uitspraak dat bedrijven die deelnemen in een kartel verantwoordelijk mogen worden gesteld voor de schade die andere bedrijven door de kartelvorming hebben geleden, zelfs als deze andere bedrijven handelden met niet-kartelbedrijven.

Chipproducent Intel kreeg in 2009 een recordboete van ruim 1 miljard euro opgelegd voor het verhinderen van de concurrentie. De Europese Commissie deed acht jaar onderzoek naar de zaak. De boete werd opgelegd, omdat het bedrijf pc-fabrikanten betaald zou hebben als zij zouden kiezen voor de chips van Intel.

Softwareproducent Microsoft kreeg in 2013 een boete opgelegd van 561 miljoen euro, omdat het bedrijf consumenten geen vrije keuze bood voor een internetbrowser. Het jaar daarvoor kreeg Microsoft al een boete van 860 miljoen euro, omdat het bedrijf zijn concurrenten te hoge tarieven rekende om programma's op Windows te laten draaien.

In 2014 heeft de Europese Commissie vijf toeleveranciers aan de automobielindustrie boetes van bijna een miljard euro opgelegd. De bedrijven hadden onderling afspraken gemaakt over de prijzen die zij de autofabrikanten voor hun producten zouden vragen. Volgens oud-eurocommissaris Almunia kunnen prijsafspraken ertoe leiden dat consumenten meer moeten betalen voor hun auto. 

In april 2015 kondigde de Europese Commissie maatregelen aan tegen de dominante marktpositie van het Amerikaanse technologiebedrijf Google. De Commissie verdenkt Google ervan zijn dominante marktpositie te misbruiken. Een formele klacht van de Europese Unie tegen Google laat mogelijk nog enige tijd op zich wachten.

3.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement een rol.

Initiatief voor nieuw beleid: Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Mededinging:

Besluitvorming door de Raad (en Europees Parlement)

Besluitvorming over verstoring van de interne markt verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure.

Voor het uitwerken van de regels voor staatssteun geldt dat de Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement.

Voor het uitwerken van de regels voor ondernemingen geldt dat de Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement.

De raadsformatie die beslist over mededinging is de Raad Concurrentievermogen: interne markt, industrie en onderzoek. Vertegenwoordigers voor Nederland in deze Raad zijn:

Henk Kamp (VVD), minister van Economische Zaken

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Interne markt en Consumentenbescherming de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs lid: 

 

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Voor voorstellen volgens de gewone wetgevingsprocedure geldt dat als het Europees Parlement het (eventueel geamendeerde) voorstel goedkeurt, overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure afsluit. Bij raadpleging van het Europees Parlement sluit overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt doorgevoerd.

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden, vanuit het zogenoemde subsidiariteitsbeginsel.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

4.

Juridisch kader

Het concurrentiebeleid vindt zijn basis in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU).

  • mededinging: derde deel VwEU titel VII hoofdstuk 1 eerste afdeling (artikelen 101 t/m 106)
  • overheidssteun: derde deel VwEU titel VII hoofdstuk 1 tweede afdeling (artikelen 107 t/m 109)
  • marktverstorende regels: derde deel VwEU titel VII hoofdstuk 3 (artikel 116)

5.

Meer informatie

Achtergrondartikelen

Nederland

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Statistiek

Wereldhandelsorganisatie

Delen

Terug naar boven