Werkgelegenheids- en sociaal beleid

Bouwvakkers

ESF

De Europese Unie wil een hoog werkgelegenheidsniveau binnen alle lidstaten bevorderen. De werkgelegenheid moet bovendien hoogwaardig zijn, zodat de EU zijn doelstellingen van de Europa 2020-strategie voor een sterke en duurzame economie kan behalen.

In dat kader is het van belang dat er veel banen bijkomen in sectoren waarin kennis een belangrijke rol speelt, zoals de Informatie- en Communicatietechnologie (ICT). Zo is de EU in staat beter te concurreren met andere grote economieën, zoals de Verenigde Staten.

Ook in 2015 streeft de EU naar een hoog werkgelegenheidsniveau. De Commissie Juncker wil zich met name richten op het aanpakken van de jeugdwerkloosheid en het moderniseren van de arbeidsmarkt. 

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

Ontwikkeling in vogelvlucht

Werkgelegenheid

De landen van de Europese Unie werken samen op het gebied van de werkgelegenheid. Het is vooral de bedoeling dat meer vrouwen en ouderen aan het arbeidsproces deelnemen. Via het Europees Sociaal Fonds (ESF) stelt de EU jaarlijks miljarden euro's ter beschikking aan de lidstaten om sociale en werkgelegenheidsprojecten te financieren.

Vergrijzing en meerjarenstrategieën

Om de kosten van de vergrijzing binnen Europa op te vangen werd in het kader van de Lissabonstrategie op de Europese top in 2001 besloten dat in 2005 67 procent van de mensen tussen de 15 en 64 aan het werk moest zijn. In 2010 had dat 70 procent moeten zijn. Uit cijfers van Eurostat bleek dat de Europese Unie in september 2006 slechts op 63,8 procent zat. Nederland deed het relatief gezien goed met een score van 73,2 procent.

Naarmate 2010 naderde werd steeds duidelijker dat de doelen van de Lissabonstrategie niet gehaald zouden worden. In 2010 kwam de Europese Commissie daarom met de vervangende Europa 2020-strategie, waarbinnen onder andere meer aandacht wordt geschonken aan uitdagingen op demografisch gebied (zoals vergrijzing), klimaatverandering, energievoorziening en de gevolgen van globalisering.

In Europa 2020 zijn 5 kerndoelen afgesproken, waaronder:

  • 75 procent werkgelegenheid in de leeftijdscategorie 20 tot 65 jaar.
  • 20 miljoen minder mensen die in armoede leven
  • minstens 40 procent van 30- tot 34-jarigen moet hoger onderwijs hebben genoten

De 2020-strategie wilt door middel van deze kerndoelen de economische crisis overwinnen. De strategie streeft ernaar om op vijf gebieden te moderniseren. Deze gebieden zijn: 

  • werkgelegenheid
  • onderwijs
  • onderzoek en innovatie
  • sociale inclusie (het tegengaan van uitsluiting) en armoedebestrijding
  • klimaat en energie

Vooral het verbeteren van de werkgelegenheid is belangrijk. De hierboven genoemde 75% moet dan ook behaald worden door het stimuleren van sociaal ondernemen, de flexibiliteit en dynamiek van de arbeidsmarkt te vergroten en de economie te herstructureren. 

In 2012 leefden 124,5 miljoen mensen in de EU (24,8 % van de bevolking) in armoede of sociale uitsluiting, of op de rand daarvan. Veelal ging het om vrouwen en kinderen. Een van de belangrijkste doelstellingen van Europa 2020 is daarom om nog vóór het einde van het decennium minstens 20 miljoen mensen uit de armoede te halen. Dit probeert de EU te bereiken door te werken aan de werkgelegenheid en sociale voorzieningen. 

Het beleidsinstrument dat hiervoor een kader biedt is het 'Europees Semester'. Omdat de verschillende EU-lidstaten het beleid rondom werkgelegenheid, economie en sociale zaken zelf het beste uit kunnen voeren biedt de EU vooral een ondersteunende rol. Dit gaat door middel van de 'open coördinatiemethode' die de lidstaten ondersteunt in de samenwerking. 

Goede arbeidsomstandigheden

De EU strijdt voor goede arbeidsomstandigheden en tegen discriminatie en seksuele intimidatie op het werk. Dat wordt gedaan door regels vast te stellen voor de bescherming van de werknemer. In de normen staat bijvoorbeeld ook beschreven wat voor gezondheidsrisico's zijn toegestaan op het werk.

Op 6 juni 2014 presenteerde de Europese Commissie een nieuw Strategisch kader voor gezondheid en veiligheid op het werk voor de periode 2014-2020. Het kader bevat de belangrijkste doelstellingen op het gebied van gezondheid en veiligheid, zoals een betere preventie van werkgerelateerde ziekten en een betere tenuitvoerlegging van gezondheids- en veiligheidsvoorschriften.

Sociale zekerheid

Elk land heeft zijn eigen stelsel van sociale uitkeringen. De EU respecteert die verschillen. Wel is er overeenstemming dat iedere burger recht heeft op een basisuitkering bij werkloosheid of pensioen. De EU heeft ook een aantal regels opgesteld over hoe landen om moeten gaan met sociale rechten bij grensoverschrijdende gevallen. 

Prioriteiten Commissie-Juncker 

De huidige eurocommissaris voor Werkgelegenheid, sociale zaken en arbeidsmobiliteit, de Belgische Marianne Thyssen, heeft voor de periode 2014-2019 vijf doelen opgesteld:

  • Ondersteunen van het creëren van banen en ondernemerschap. Het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI) ziet zij als een belangrijk instrument om deze ontwikkeling te bewerkstelligen. 
  • De strijd tegen zwartwerk en segmentatie van de arbeidsmarkt
  • Belastingsinkomsten minder afhankelijk maken van inkomstenbelasting
  • Investeren in vaardigheden jonge mensen en langdurig werklozen aan een baan helpen
  • Moderniseren van de sociale zekerheid, inclusief pensioensystemen

De hoeksteen van al deze hervormingsmaatregelen moet de sociale dialoog zijn, om ervoor de zorgen dat het beleid succesvol is. Echter, stelt Thyssen, ook op de gebieden van de dienst- en productenmarkten moeten maatregelen worden genomen om de volledige potentiële groei te bewerkstelligen. Daarnaast moedigt de Commissie de lidstaten aan investeringsbarrières te doorbreken en hun overheidsapparaat efficiënter te maken.

Ook het investeringsplan van Commissievoorzitter Juncker moet een grote bijdrage leveren aan de werkgelegenheid. De investeringen moeten de economische groei en de private bestedingen weer aanjagen, wat zal leiden tot meer werkgelegenheid. 

Thema's

Jeugdwerkloosheid

In september 2010 kwam de Europese Commissie met het initiatief 'Jeugd in Beweging', om onderwijs en trainingssystemen in Europa te verbeteren. Twee jaar later, in 2012, deed de Commissie op verzoek van de Europese Raad en het EP een voorstel  om de Jeugdgarantie te introduceren. Deze garantie moet ervoor zorgen dat alle jongeren tot 25 jaar een goed baanaanbod, meer scholing, een praktijkopleidingsplaats of een stage krijgen in een tijdsbestek van vier maanden na het schoolverlaten of werkloos worden.

In 2013 benadrukte de Commissie dat het tegengaan van jeugdwerkloosheid prioriteit moet krijgen. In maart 2013 waren bijna zes miljoen jongeren werkloos. Op de Europese Raad van 27 en 28 juni 2013 presenteerde de Commissie voorstellen om de jeugdwerkloosheid terug te dringen. In die voorstellen staat onder meer dat er op EU-niveau meer gedaan moet worden en dat de Jeugdgarantie snel ingevoerd moet worden.

Roma en Sinti

De Roma en Sinti zijn een groep van 10 tot 12 miljoen mensen die door heel Europa wonen en ook wel worden aangeduid met de, als kwetsend ervaren, naam 'zigeuners'. Om verscheidene redenen is deze groep nooit goed geïntegreerd in Europese samenlevingen. Armoede, analfabetisme en criminaliteit zijn enkele voorbeelden van de problemen die hieruit voortvloeien. De EU wil iets doen aan deze situatie, onder andere door het opstellen van het 'Europees kader voor nationale strategieën voor integratie van de Roma.'

Vergrijzing

Europa heeft een vergrijzingsprobleem. Het aantal jongeren tussen 0 en 14 jaar zal dalen van 100 miljoen in het peiljaar 1975 tot 66 miljoen in 2050. De beroepsbevolking zal in 2050 naar verwachting met zo'n 50 miljoen zijn afgenomen tot ongeveer 280 miljoen. Het aantal ouderen daarentegen neemt toe, waardoor sociale voorzieningen onder druk komen te staan. De EU probeert een oplossing voor dit probleem te vinden.

Zwangerschapsverlof

De regels voor zwangerschapsverlof zijn niet in elke lidstaat gelijk. Vrouwen in Duitsland hebben bijvoorbeeld recht op 14 weken, terwijl dat in het Verenigd Koninkrijk 26 weken zijn. De discussie in Europa ging, behalve over de gewenste duur van het zwangerschapsverlof, ook over de vraag of de EU zich hier wel mee bezig moest houden. Inmiddels is wel overeenstemming bereikt over een verlofregeling voor vrouwelijke zelfstandigen en hun partners, die in 2012 is omgezet in nationale wetgeving. In Nederland betekent dit dat vrouwen recht hebben op een zwangerschapsuitkering van minimaal 16 weken tijdens en na de zwangerschap. Deze uitkering heet de Zelfstandig en Zwangerregeling (ZEZ).

Regels voor ondernemingsraden

Een goed voorbeeld van Europees sociaal beleid is een nieuwe Europese regeling voor ondernemingsraden. Deze Europese ondernemingsraden vertegenwoordigen de Europese werknemers van een bedrijf met 1000 of meer werknemers. De werknemers worden via de ondernemingsraden op de hoogte gesteld en op een transnationaal niveau geadviseerd over zaken en beslissingen die effect op hen kunnen hebben.

Stakingsrecht

Op aandringen van de vakbonden is de Europese Commissie met een verordening gekomen die stelt dat het stakingsrecht en de vrije markt even belangrijk zijn. De vakbonden vreesden, na enkele uitspraken van het Europees Hof van Justitie, dat zij de rechten van werknemers niet meer konden beschermen in grensoverschrijdende situaties waarin sprake is van detachering of verplaatsing van ondernemingen.

Seizoensarbeid

De Raad heeft op 17 februari 2014 een nieuwe richtlijn voor seizoensarbeid door niet-EU-burgers aangenomen. Deze richtlijn bevat regels voor toegang en verblijf van seizoensarbeiders uit de derde wereld. Daarnaast stelt de richtlijn welke rechten deze seizoensarbeiders hebben tijdens hun verblijf, om economische en sociale exploitatie te voorkomen. De lidstaten behouden het recht om quota in te stellen of aanvragen te weigeren bij beschikbaarheid van arbeiders uit EU-landen.

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

NL

Inleiding + samenvatting van de EU

2.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad, het Europees Parlement, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's een rol.

Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie

Bij het vormen van nieuw beleid betrekt de Europese Commissie adviezen bij het Economisch en Sociaal Comité, een adviesorgaan waar bijvoorbeeld Nederlandse werkgevers- en werknemersorganisaties in zijn vertegenwoordigd, en het Comité van de Regio's.

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Werkgelegenheid, sociale zaken, vaardigheden en arbeidsmobiliteit:

Sociaal beleid valt ook onder de competentie van de Eurocommissaris voor Euro & sociale dialoog

Het werkgelegenheidsbeleid valt ook onder de competentie van de Eurocommissaris voor Banen, groei, investeringen en concurrentievermogen:

Gendergelijkheid en non-discriminatie vallen onder de competentie van de Eurocommissaris voor Justitie, consumentenrechten en gendergelijkheid:

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

Voor het vaststellen van regelgeving op dit terrein geldt in de meeste gevallen de gewone wetgevingsprocedure na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's.

In bepaalde gevallen geldt dat de Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement en beide bovenstaande comités. Dat geldt voor het vaststellen van bepalingen over de volgende onderwerpen:

  • de bescherming van de werknemers bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst
  • sociale zekerheidsregels
  • de vertegenwoordiging en collectieve verdediging van de belangen van werknemers en werkgevers
  • de werkgelegenheidsvoorwaarden voor onderdanen van derde landen die op wettige wijze binnen de EU verblijven 

Bij onderdelen van het werkgelegenheidsbeleid waar de lidstaten Europees samenwerken en hun beleid op elkaar afstemmen, maar niet direct op basis van de Europese verdragen handelen, geldt de open coördinatiemethode.

De raadsformatie die beslist over Werkgelegenheid en sociaal beleid is de Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken. Besluiten worden genomen met gekwalificeerde meerderheid.

Vertegenwoordiger voor Nederland, afhankelijk van het onderwerp en het belang daarvan, in de Raad is:

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Werkgelegenheid en Sociale Zaken de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs lid:

 

Ondervoorzitter(s)


Lid/leden

De commissie voor Rechten van de vrouw en gendergelijkheid houdt zich bezig met de bevordering van gelijkheid van kansen van mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt. Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs lid:

 

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

3.

Meer informatie

Achtergrondartikelen

Nederland

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Statistiek

Raad van Europa

Delen

enveloppe

Terug naar boven