Visserijbeleid en Maritieme Zaken

Visvangst

De Europese Unie is de derde visproducent ter wereld. Er werken in de visserij- en visverwerkende sector ongeveer 267.000 mensen. De EU-burger consumeert gemiddeld 22 kg vis per jaar.

De EU wil bij de visserij in Europese wateren meer rekening houden met het milieu en de hoeveelheid vis. Ze verstrekt daartoe vergunningen en voert controles uit. Het beleid van de EU richt zich op het garanderen van een betaalbaar visaanbod voor de consument, het behouden van de werkgelegenheid voor de vissers en het beschermen van het (zee)milieu.

Sinds 2007 wordt het visserijbeleid betaald uit het Europees Visserijfonds (EVF), waarvoor in de meerjarenbegroting 2007-2013 in totaal 3,8 miljard euro is gereserveerd. Voor 2011 is een bedrag van 658 miljoen euro beschikbaar, bijna 1 procent van de totale begroting voor dat jaar.

De Unie heeft in haar beleid contact met vissers uit de lidstaten en met vissers van landen buiten de EU.

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

In vogelvlucht

De Europese Commissie vindt dat het visserijbeleid op vijf punten tekortschiet:

  • Overbevissing: er wordt te veel vis gevangen, waardoor de visstand wordt bedreigd. Er zijn verschillende manieren om de visstand te beschermen, zoals het verkleinen van de visvloot door middel van een sloopregeling voor verouderde vissersboten of het instellen van overdraagbare visquota. Een visquotum geeft een visser het recht een bepaalde maximale hoeveelheid vis te vangen. Lidstaten van de EU zijn het echter nog niet eens over de juiste aanpak van het probleem van overbevissing.
  • Prioriteiten stellen: moet het visserijbeleid vooral gebaseerd zijn op de ecologische, de sociale of de economische pijler? Oftewel: moet het milieu centraal staan, moet het vooral gaan over banen in de visserijsector of moet het visserijbeleid met name gericht zijn op de voedselprijzen? Het Europees Parlement wil niet dat één van deze drie pijlers als belangrijkste wordt gezien en streeft naar evenwicht. Sleutelwoord is duurzaamheid: het beleid moet zorgen voor een vissector die ook in de toekomst gezond is.
  • Wie beslist over welk onderwerp: veel lidstaten vinden dat te veel maatregelen van bovenaf worden opgelegd. Zij pleiten voor meer 'regionalisering': sommige beslissingen zouden niet door de Europese Commissie moeten worden genomen, maar bijvoorbeeld door de lidstaten zelf of door een groep lidstaten rond een bepaald visserijgebied. Verder vinden sommigen dat belanghebbende partijen, zoals vissers of milieuorganisaties, een belangrijkere rol zouden moeten krijgen in het bepalen van het beleid.
  • Wie is verantwoordelijk: veel lidstaten vinden dat de vissers zelf meer verantwoordelijk moeten zijn voor het visserijbeheer, in plaats van de overheid. Vissers zelf zien dat wel zitten, maar willen niet de verantwoordelijkheid voor een eventuele mislukking op hen wordt afgeschoven. Veel milieuorganisaties zijn daar alleen voor als de overheid zorgt voor strenge controles, en zien eigenlijk liever dat de overheid en de vissers samen voor het beheer zorgen.
  • Veel regels worden niet nageleefd: dit komt vooral doordat er weinig controle is, doordat regels niet begrepen worden of doordat in de ene lidstaat andere straffen gelden dan in de andere. Sommige partijen willen daarom alleen financiële steun geven aan bedrijven die zich wel aan de regels houden.

Aquacultuur

Aquacultuur is een bio-industrie, waarbij vis wordt gekweekt in bassins. De gehele wereldwijde visproductie bestaat volgens de FAO sinds 2009 voor meer dan de helft uit aquacultuurvis. Slechts 4 procent van de aquacultuurvis is afkomstig uit Europa, en dan met name uit Noorwegen, dat geen EU-lidstaat is. Daaruit is op te maken dat deze industrie kan uitgroeien tot een effectieve vervanger voor vis uit zee.

De EU steunt deze industrie met financiële middelen en beleidsmaatregelen, en zet hiermee het eigen visserijbeleid kracht bij. Behalve een bescherming van de vispopulatie in zee, wordt er ook gezorgd voor extra werkgelegenheid in gebieden waar visserij normaal gesproken een seizoensgebonden beroep is.

Maritiem beleid

De visserij heeft veel invloed op het milieu en duurzaam gebruik van zeeën en oceanen. Met de rijkdommen van de zee moet op een verantwoorde manier worden omgegaan, zodat ook toekomstige generaties hiervan kunnen profiteren. Daarom heeft de Europese Commissie besloten het visserijbeleid beter af te stemmen op andere gebieden zoals het milieu, maar ook op het beheer van kustgebieden en bescherming tegen illegale praktijken als mensensmokkel en illegale visserij. In 2007 heeft de Commissie een actieplan gepresenteerd met daarin haar plannen voor het maritiem beleid. Een aantal onderdelen van dit plan zijn:

  • minder uitstoot van broeikasgassen door schepen en havens
  • geen administratieve of douanebarrières meer in de Europese wateren
  • zeeën en oceanen zo gebruiken dat ze ook in de toekomst behouden blijven
  • de visserijsector moet moderner worden
  • betere bestrijding van illegale praktijken door betere samenwerking van de Europese kustwachten
  • betere bescherming van de kustregio's tegen klimaatverandering (vooral stijging van de zeespiegel)
  • verbetering van de opleidingen en betere carrièrekansen in de sector.

In mei 2011 kwam eurocommissaris Damanaki met haar definitieve hervormingsplannen.

Middelen

Voor de periode 2007-2013 heeft Commissie het Europees Visserijfonds opgericht, waaruit de volgende onderdelen van het visserijbeleid mogen worden bekostigd:

  • maatregelen om de visserijvloot in de EU te moderniseren
  • bevordering van aquacultuur en binnenvisserij
  • collectieve actie die gericht is op duurzame ontwikkeling
  • duurzame ontwikkeling van visserijgebieden
  • technische hulp bij het implementeren van het visserijbeleid onder de meerjarenbegroting 2007-2013.

Vooral minder ontwikkelde regio's zullen steun ontvangen uit het fonds. 

Het totale budget tussen 2007 en 2013 bedraagt 3,8 miljard euro. Ongeveer 272 miljoen euro daarvan is gereserveerd voor de jongste lidstaten Roemenië en Bulgarije. Daarnaast is 30 miljoen euro gereserveerd voor het opzetten van het nieuwe fonds. Jaarlijks is ongeveer 506 miljoen euro beschikbaar voor het geven van steun.

Hervormingsplannen

Op 22 april 2009 heeft de Europese Commissie een groenboek over de toekomst van het gemeenschappelijk visserijbeleid van de Europese Unie aangenomen. In dit document worden de tekortkomingen van het huidige beleid op een rij gezet en wordt een eerste aanzet gegeven voor een openbare raadpleging in de gehele EU.

Het groenboek heeft twee centrale doelstellingen: in de eerste plaats wil de Commissie de Europese burgers bewust maken van de problematiek waarmee de visserijsector de laatste jaren te kampen heeft, en in de tweede plaats hoopt de Commissie hiermee draagvlak onder de Europese bevolking te creëren voor een meer innovatieve en op consensus gebaseerde aanpak.

Tijdens de openbare raadpleging hebben vissers en andere belanghebbenden uit de sector, maar ook wetenschappers en geïnteresseerde burgers, de kans gekregen zich uit te spreken over het Europese visserijbeleid. Deze consultatie was de eerste stap in een proces dat moet leiden tot een ingrijpende herziening van het gemeenschappelijk visserijbeleid.

De openbare raadpleging is op 31 december 2009 afgerond. Op basis van de resultaten hiervan én op basis van het groenboek gaan de lidstaten het toekomstige beleid gestalte geven. De onderhandelingen zijn in 2011 gestart. Het resultaat wordt aan het Europees Parlement en de Raad voorgelegd, waarna de voorgestelde hervormingen in 2012 doorgevoerd zullen worden.

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

NL

Inleiding + samenvatting van de EU wetgeving

 

2.

Wie doet wat?

De activiteiten die de Europese Unie ontwikkelt betreffende Visserijbeleid worden ontplooid in het kader van de gewone wetgevingsprocedure. Dit houdt in dat de Europese Commissie, de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement alle een grote rol spelen in het besluitvormingsproces.

Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Visserij en maritieme zaken:

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

De raadsformatie die beslist over Visserij is de Raad Landbouw, die formeel één keer per maand bijeenkomt. Ook informele of buitengewone bijeenkomsten zijn mogelijk. Vertegenwoordiger voor Nederland in deze Raad is:

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Visserij de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Er zit geen Nederlandse Europarlementariër in deze commissie.

Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 345. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering dat het voorstel nationaal wordt doorgevoerd.

3.

Meer informatie

Hot issues

Nederland

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Statistiek