Visserijbeleid en Maritieme Zaken

Visvangst © ANP-Photo

De Europese Unie is de vierde visproducent ter wereld. Er werken in de visserij- en visverwerkende sector ongeveer 350.000 mensen. De visserij levert daarmee een belangrijke bijdrage aan de Europese economie. Het beleid van de EU richt zich op het garanderen van een betaalbaar visaanbod voor de consument, het behoud van de werkgelegenheid voor de vissers en het beschermen van het (zee)milieu.

In de praktijk betekent dit dat er een stelsel van vergunningen is ingevoerd dat bepaalt hoeveel vis gevangen mag worden. Om te kijken of vissers zich aan de afspraken houden, voert de EU controles uit op zee en op land.

De regels en controles bleken echter niet afdoende te zijn om overbevissing te voorkomen en een goed inkomen voor de vissers te garanderen. Daarom is het visserijbeleid hervormd. Deze hervormingen zijn op 1 januari 2014 in werking getreden.

De EU kent sinds 2011 ook een Geïntegreerd Maritiem Beleid, waaronder alles valt wat met zeeën en oceanen te maken heeft. Vooral de scheepvaart en het milieu staan in het maritieme beleid centraal, maar ook onderwerpen als mensensmokkel over zee en zeeweringen vallen er onder. 

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

Ontwikkeling in vogelvlucht

De Europese Commissie vond in 2009 dat het op vijf punten niet goed ging met het visserijbeleid:

  • Overbevissing: er wordt te veel vis gevangen, waardoor de visstand wordt bedreigd. Daarom hebben de EU-lidstaten in het gemeenschappelijk visserijbeleid afgesproken hoeveel vis er mag worden gevangen en waar en hoe deze vissen mogen worden gevangen. Dit betekent onder meer dat er beperkingen worden opgelegd aan de grootte van een vissersvloot en het aantal dagen dat deze op zee mag vertoeven.
  • Keuzes maken: moet het milieu centraal staan, moet het vooral gaan over banen in de visserijsector of moest het visserijbeleid vooral gericht zijn op de voedselprijzen? De EU gaat voor een coherente aanpak, waarbij onder aanvoering van de zogenoemde Europa 2020-strategie zowel milieubescherming, kustontwikkeling als werkgelegenheid worden nagestreefd en vervuiling van de wateren wordt tegengegaan. 
  • Wie beslist over welk onderwerp: veel lidstaten vinden dat te veel maatregelen van bovenaf worden opgelegd. Zij willen dat de landen zelf meer invloed krijgen. Sommigen vinden dat er ook beter geluisterd moet worden naar vissers en milieuorganisaties. De EU probeert met het gemeenschappelijk visserijbeleid Europese regels vast te stellen, die door nationale overheden worden gecontroleerd.
  • Rol van de vissers: veel landen vinden dat de vissers zelf voor een goede visstand moeten zorgen. Veel milieuorganisaties zien liever dat de overheid en de vissers samen voor het beheer zorgen. In 2013 heeft de Europese Commissie een voorstel gedaan om alle belanghebbenden, van vissers tot milieuorganisaties en overheden, bij elke fase van het beheer te betrekken.
  • Veel regels worden niet nageleefd: dit komt vooral doordat er weinig controle is, doordat regels niet begrepen worden of doordat in de ene lidstaat andere straffen gelden dan in de andere. Daarom wil de EU het toezicht meer coördineren en dat er bepaalde minimumeisen gelden waaraan moet worden voldaan. Daarnaast is voor het naleven van de regelgeving in 2009 een verordening in werking getreden die illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij moet bestrijden. Het gaat hier om een controlesysteem dat ervoor zorgt dat de vis door de gehele voedselketen traceerbaar blijft.

De tekortkomingen vormden de basis voor nieuw beleid. Dit nieuwe visserijbeleid trad per 1 januari 2014 in werking.

Aquacultuur

Aquacultuur is een bio-industrie, waarbij vis wordt gekweekt in bassins. De gehele wereldwijde visproductie bestaat volgens de FAO sinds 2009 voor meer dan de helft uit aquacultuurvis. Slechts 4 procent van de aquacultuurvis is afkomstig uit Europa, en dan met name uit Noorwegen, dat geen EU-lidstaat is. Daaruit is op te maken dat deze industrie kan uitgroeien tot een effectieve vervanger voor vis uit zee.

De EU steunt deze industrie met financiële middelen en beleidsmaatregelen, en zet hiermee het eigen visserijbeleid kracht bij. Behalve een bescherming van de vispopulatie in zee, wordt er ook gezorgd voor extra werkgelegenheid in gebieden waar visserij normaal gesproken een seizoensgebonden beroep is.

Maritiem beleid

De visserij heeft veel invloed op het milieu en duurzaam gebruik van zeeën en oceanen. Met de rijkdommen van de zee moet op een verantwoorde manier worden omgegaan, zodat ook toekomstige generaties ervan kunnen profiteren.

Daarom is in 2007 binnen de EU het Geïntegreerd Maritiem Beleid (GMB) opgezet. Het doel van dit beleid is het stimuleren van een meer samenhangende aanpak van maritieme zaken en meer samenwerking tussen sectoren en lidstaten. Dit vanuit het besef dat alles wat met de Europese zeeën en oceanen te maken heeft met elkaar verweven is. Een geïntegreerde en sectoroverschrijdende aanpak moet leiden tot een innoverende, concurrerende en duurzame maritieme sector waarin economische en ecologische belangen op elkaar zijn afgestemd. Dit ligt ook in lijn met de Europa 2020-strategie (2011-2020).

Het GMB streeft vooral naar het coördineren van beleid in specifieke maritieme sectoren en niet naar het vervangen ervan. In juni 2008 werd de eerst stap richting dit beleid gezet door het aannemen van richtlijnen over een integrale benadering van maritiem beleid. Twee jaar later, in november 2009, reageerde de Raad van Ministers positief op de vooruitgang die de Commissie had geboekt. In december 2011 trad  het eerste operationale programma van het GMB in werking.

Naast vangstbeperkingen gelden er binnen de EU ook regels over het teruggooien van gevangen vis. Vissers mogen in het nieuwe beleid maximaal vijf procent van de ongewenste gevangen vis teruggooien in zee. Het idee hierachter is dat vissers bewuster zullen gaan vissen om ongewenste 'bijvangst' te voorkomen.

De EU heeft ook overeenkomsten met landen en visserijorganisaties buiten de EU over de bevissing in de wateren van de EU en de rest van de wereld.

Middelen

Voor de periode 2007-2013 werden verschillende onderdelen van het visserijbeleid bekostigd met behulp van het Europees Visserijfonds. Dit fonds is voor de periode 2014-2020 vervangen door het Europees Fonds Maritieme Zaken en Visserij (EFZMV). Onder dit fonds valt ook het maritieme beleid, met onder meer als doel het duurzame gebruik van zeeën en oceanen te verbeteren. 

Op 28 januari 2014 werd pas een akkoord tussen het Europees Parlement en de Raad bereikt na maandelang gesteggel over het budget en de precieze invulling ervan. Uiteindelijk wordt er voor de periode 2014-2020 6,4 miljard euro uitgetrokken voor dit fonds.

2.

Wie doet wat

De activiteiten die de Europese Unie ontwikkelt betreffende Visserijbeleid worden ontplooid in het kader van de gewone wetgevingsprocedure. Dit houdt in dat de Europese Commissie, de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement alle een grote rol spelen in het besluitvormingsproces.

Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Maritieme zaken en visserij:

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

De raadsformatie die beslist over Visserij is de Raad Landbouw, die formeel één keer per maand bijeenkomt. Ook informele of buitengewone bijeenkomsten zijn mogelijk. Vertegenwoordiger voor Nederland in deze Raad is:

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Visserij de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Er zit geen Nederlandse Europarlementariër in deze commissie.

Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 352. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering dat het voorstel nationaal wordt doorgevoerd.

3.

Meer informatie

Achtergrondartikelen

Nederland

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Statistiek

Delen

enveloppe

Terug naar boven