Regionaal beleid

Herder met schapen

Hoewel de Europese Unie één van de rijkste delen van de wereld is, zijn er grote welvaartsverschillen tussen de regio's in Europa. Vooral in de zuidelijke en oostelijke landen zijn arme regio's. De Europese Unie heeft voor het bevorderen van de economie in zwakke regio's binnen haar lidstaten verschillende fondsen opgezet. Het geld daaruit wordt gebruikt om het verschil in welvaart tussen de regio's te verkleinen. De fondsen richten zich met name op de ontwikkeling van de infrastructuur (zoals wegen en spoorwegen) en de werkgelegenheid.

Voor de periode 2014-2020 is het bedrag voor de verschillende fondsen van het regionale beleid in totaal vastgesteld op 325 miljard euro.

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

Ontwikkeling in vogelvlucht

Europese Unie

Welvaartsverschillen kunnen zich voordoen tussen verschillende landen. Maar tussen regio’s bestaan ook verschillen in onder andere ontwikkeling en werkgelegenheid. Zo is in de tien meest dynamische regio’s het bruto binnenlands product (BBP) per inwoner bijna drie keer zo hoog als in de minst ontwikkelde regio’s. De ongelijkheid kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van een afgelegen ligging of veroorzaakt zijn door sociale en economische factoren.

De drie doelstellingen van het regionaal beleid zijn in het kort:

  • 1. 
    Iedere regio helpen het beste uit zichzelf te halen
  • 2. 
    De concurrentiekracht en werkgelegenheid vergroten door investeringen in sectoren met groeimogelijkheden
  • 3. 
    De levensstandaard in nieuw toegetreden EU-landen snel naar het gemiddelde van de Unie brengen

Eind 2013 stemden het Europees Parlement en de Raad in met het nieuwe cohesiebeleid.

Welke gebieden komen in aanmerking?

Volgens de richtlijnen komt een land in aanmerking voor regionale steun als het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking minder is dan 75 procent is van het EU-gemiddelde. Door de grote uitbreiding van de EU in 2004 en 2007, waarbij armere landen toetraden die het gemiddelde omlaag trokken, hebben sommige oude lidstaten een overgangsregeling gekregen. In aanmerking hiervoor komen regio’s waarvan het BBP per inwoner tussen de 75 en 90% van het EU-gemiddelde ligt. 

Als aan de 75%-regel niet is voldaan kunnen regio's binnen landen toch nog steun krijgen als zij veel achterstand hebben ten opzichte van het land als geheel. In Nederland gold dat bijvoorbeeld lange tijd voor Flevoland.

Elk land kan regio's aanwijzen die in aanmerking komen voor regionale steun. In de nieuwe regelgeving mag de bevolking in het totaal van deze regio's 47,2 procent bedragen van de bevolking in alle lidstaten samen. Dit was eerder 46,1 procent.

Structuurfondsen

De EU beschikt over Structuurfondsen, waarmee meerjarenprogramma's voor regionale ontwikkeling worden ondersteund; de uitgaven zijn bestemd voor specifieke initiatieven en acties. Het betreft:

  • het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), waarmee steun wordt gegeven aan projecten in het kader van de Europa 2020-doelstellingen. Ook is er geld beschikbaar voor innovatie en steun aan het midden- en kleinbedrijf. Ook stedelijke ontwikkeling valt onder het EFRO
  • het Europees Sociaal Fonds (ESF), waarmee steun wordt gegeven aan de bevordering van werkgelegenheid, onderwijs, opleiding en armoedebestrijding
  • het Cohesiefonds, waarmee de EU subsidies verleent aan trans-Europese vervoersnetwerken (wegen, spoorwegen, luchthavens e.d.) en aan milieuprojecten (bijv. energiebesparing).

Stadsontwikkeling

Toenemende verstedelijking leidde in mei 2007 tot het aannemen van een gezamenlijke strategie met betrekking tot stedelijke ontwikkeling. Voor de periode tussen 2007 en 2013 werd hiervoor ongeveer 21,1 miljard euro vrijgemaakt. Programma's voor vervoer, huisvesting, opleidingen en werkgelegenheid, aangepast aan de plaatselijke behoeften, moeten er voor zorgen dat de problemen veroorzaakt door verstedelijking worden opgelost.

Ook in de periode 2014-2020 wordt de aparte, speciale strategie voor steden voortgezet. Hiervoor is in de plannen een deel van het EFRO-geld beschikbaar gesteld. Dit kan besteed worden aan bijvoorbeeld duurzame stedelijke ontwikkeling.

Natuurrampen

In 2002 werd het Solidariteitsfonds (EUSF) opgericht om snel en doeltreffend op natuurrampen te kunnen reageren. Sinds de oprichting is het fonds al ingezet bij tientallen rampen.

Globalisering

Als grote bedrijven in het kader van globalisering activiteiten naar het buitenland verplaatsen, worden regio's soms hard getroffen. Indien meer dan 1.000 mensen hun baan verliezen als gevolg van één enkele herstructurering, kan een land compensatie krijgen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de Globalisering (EGF).

Het geld moet besteed worden aan het begeleiden van individuele ontslagen werknemers naar een nieuwe baan.

Er kan ook eenmalige financiële steun uitgekeerd worden voor bijvoorbeeld inschrijfgeld voor omscholing of toelagen voor werkzoekenden. In de nieuwe plannen wordt ook de landbouw in het fonds opgenomen. Daar neemt de werkgelegenheid af door het afsluiten van nieuwe handelsovereenkomsten.

Adviserende en uitvoerende organisaties van de Europese Unie

Comité van de Regio's

Het Comité van de Regio's ondersteunt en stimuleert ontwikkeling op regionaal niveau. Ook geeft het Comité van de Regio's advies over hoe het beleid van de Europese Unie de regio's kan versterken en hoe de regionale en lokale overheden regels het beste kunnen uitvoeren.

Europees Economisch en Sociaal comité

Het Europees Economisch en Sociaal Comité is een raadgevend orgaan dat de belangen van de verschillende economische en maatschappelijke organisaties in de Europese Unie vertegenwoordigt.

Europese Investeringsbank

De Europese Investeringsbank (EIB) verstrekt goedkope leningen aan ondernemingen, lokale en regionale overheden voor de uitvoering van projecten in het kader van het regionaal beleid.

Crisismaatregelen

In het kader van de maatregelen om de economische crisis tegen te gaan, stelde de Europese Commissie in juni 2009 voor om de uitkering van subsidiegelden te versnellen. Ook stelde de Commissie voor de regels voor aanvraagprocedures, aanbetalingen en bestedingstermijnen te versoepelen. Het Europees Parlement stemde hier in mei 2010 mee in. Projecten in Roemenië, Hongarije, Estland, Litouwen en Letland konden daardoor eerder rekenen op steun.

Nu Europa in de eurocrisis verkeert, is er besloten tot de introductie van voorwaarden waaraan moet worden voldaan voordat Europese steun wordt verleend. Die voorwaarden hebben te maken met waarborgen die kunnen garanderen dat het geld goed wordt besteed.

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

NL

Inleiding + samenvatting van de EU wetgeving

2.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad, het Europees Parlement, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's een rol.

Initiatief voor nieuw beleid: Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Regionaal beleid.

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

De besluitvorming verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure, na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's.

Omdat het Regionaal beleid raakt aan vele beleidsaspecten (begroting, infrastructuur, werkgelegenheid, onderwijs, milieu, veiligheid, etc.), vergadert de Raad in meerdere samenstellingen over de diverse aspecten van het regionaal beleid.

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Regionale ontwikkeling  de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland is de volgende Europarlementariër lid:

Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 352. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

3.

Meer informatie

Nederland

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Statistiek

Eurobarometer

Overig

Delen

enveloppe

Terug naar boven