Beleid ontwikkelingssamenwerking

Afrikaanse mensen

De Europese Unie is de grootste donor van ontwikkelingsgelden ter wereld. Samen met de lidstaten is de Europese Unie verantwoordelijk voor meer dan de helft van alle niet-particuliere internationale hulpverlening. In 2012 gaven de lidstaten en de EU-fondsen samen ruim 55 miljard euro aan officiële ontwikkelingshulp.

De Europese Unie reserveert elke vijf jaar een budget voor ontwikkelingssamenwerking in het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) om de doelstellingen uit het Cotonou-akkoord (2000) te kunnen verwezenlijken. Het elfde Europees Ontwikkelingsfonds heeft een budget van 30,5 miljard euro voor de periode van 2014-2020. Voor veel projecten in ontwikkelingslanden kunnen organisaties goedkope leningen sluiten bij de Europese Investeringsbank (EIB).

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

Ontwikkeling in vogelvlucht

Doelen en focus van het Europese ontwikkelingsbeleid

De Europese Unie voert een ontwikkelingsbeleid dat rekening houdt met de Millenniumdoelen van de VN. Het streeft de volgende doelen na:

  • Economisch en humanitair: het stimuleren van duurzame ontwikkeling in ontwikkelingslanden om de armoede te bestrijden en deze landen meer te betrekken in de wereldeconomie.
  • Politiek: het verstevigen van democratische structuren, het ondersteunen van een rechtsstaat die mensenrechten eerbiedigt en de fundamentele vrijheden voor de bewoners waarborgt.

Deze doelen probeert de EU te bereiken door zich bij het verlenen van ontwikkelingssamenwerking vooral te richten op de volgende gebieden:

  • Handel en regionale integratie
  • Milieu en duurzaam management van natuurlijke hulpbronnen
  • Infrastructuur, communicatie en transport
  • Water
  • Energie
  • Plattelandsontwikkeling, territoriale planning, landbouw en voedselveiligheid
  • Bestuur, democratie, mensenrechten en steun voor economische en institutionele hervormingen
  • Conflictpreventie en instabiele staten
  • Menselijke ontwikkeling (Onderwijs, gelijke rechten tussen man en vrouw etc.)
  • Sociale cohesie en werkgelegenheid

Er is een afzonderlijke commissaris voor het beleid humanitaire hulp en rampenbestrijding.

Het einddoel van de Unie is om achtergebleven bevolkingsgroepen in de wereld weer controle te geven over hun eigen ontwikkeling. Daarom richt de hulp zich vooral op de oorzaken van hun achterstand.

Samenwerkingsverbanden

De EU heeft een speciaal samenwerkingsverband met de landen van Afrika ten zuiden van de Sahara, de Caraïben en de Stille Oceaan (de ACS-landen). De samenwerking bestaat al sinds het ontstaan van de Europese Gemeenschap. In 1975 werd de relatie tussen de ACS-landen en de Europese Unie geregeld in de overeenkomst van Lomé. 25 jaar later werd dit opnieuw gedaan door de Cotonou-overeenkomst, die in 2005 werd herzien. Sindsdien wordt gewerkt met de herziene overeenkomst.

Naast het actieve samenwerkingsverband met de ACS-landen, bestaat er ook nauwe samenwerking met de overzeese gebieden die verbanden hebben met Denemarken, Frankrijk, Nederland en Groot Brittannië en die verbonden zijn met de Europese Unie.

Verder wordt er samengewerkt met de landen in het zuidelijk en oostelijk gedeelte van het Middellandse Zeegebied, landen in Midden- en Oost-Europa en voormalige Sovjetrepublieken in Centraal-Azië.

Ontwikkelingsbudgetten

De Europese Unie en haar lidstaten besteden jaarlijks gemiddeld ruim 55 miljard euro aan overheidssteun voor ontwikkelingslanden. De EU-lidstaten zijn verantwoordelijk voor het grootste deel van het budget, maar ook de Europese Commissie heeft ook een fors budget (tot 2013 ruim een miljard euro per jaar). 

In oktober 2011 zijn er echter wel hervormingen in het beleid doorgevoerd. Het doel van deze hervormingen was dat Europese ontwikkelingshulp meer gericht moest worden op regio's, landen en staten die de meeste hulp nodig hebben. Landen en regio's die zelf over genoeg middelen beschikken, zullen geen bilaterale subsidies ontvangen, maar zullen profiteren van hulp in de vorm van partnerschappen met de Unie. 

Deze partnerschappen zijn nieuw in het ontwikkelingsbeleid opgenomen, om de belangen van de EU te verdedigen, te bevorderen en om belangrijke mondiale problemen aan te pakken. Verder kan de EU met de partnerschappen werken aan andere thema's naast ontwikkelingsamenwerking in deze partnerschappen. De Europese Commissie heeft eind 2011 negen financiële instrumenten ingevoerd voor het uitvoeren van het beleid ontwikkelingssamenwerking. Deze financiële instrumenten zijn subsidies of financiële steun van de Europese Unie:

  • Instrument voor pré-toetredingssteun (IPA)
  • Europees nabuurschapinstrument (ENI)
  • Instrument voor ontwikkelingssamenwerking (DCI)
  • Partnerschapinstrument (PI)
  • Stabiliteitsinstrument (IfS)
  • Europees instrument voor democratie en mensenrechten (EIDHR)
  • Instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid (INSC)
  • Instrument voor Groenland (GI)
  • Europees ontwikkelingsfonds (EOF, buiten reguliere EU-begroting)

Per land sluit de Europese Unie een verdrag over een 'nationaal indicatief programma' (NIP) waarin het land de specifieke doelen die zij met de steun van de EU wil bereiken worden vastgelegd. Ieder land moet zich richten op maximaal drie sectoren waar de steun het meest nodig is of het meest effectief kan worden ingezet. In juni 2014 sloot de EU met zestien landen het eerste NIP verdrag voor het elfde Europees Ontwikkelingsfonds. Voor de eerste keer werd dit verdrag gebaseerd op het overheidsbeleid en analyses van de hulpbehoevende landen. De EU verwacht dat in 2015 het verdrag met de overige NIP-landen wordt getekend.  

Voor de periode 2008-2013 stelde de Europese Commissie een budget van 22,6 miljard euro vast voor het EOF. Daarvan werd 21,9 miljard gereserveerd voor landen in Afrika, de Caraïben en de Stille Oceaan, waarvan 17 miljard euro bestemd was voor ontwikkelingsbeleid. De besteding van deze middelen moest meer bijdragen aan het behalen van de Millenniumdoelen. Het accent verschoof daarmee van ontwikkeling van infrastructuur naar onderwijs en zorg. Het totale EU-budget (afkomstig van de EU én de lidstaten) voor Europees ontwikkelingsbeleid tussen 2008 en 2013 bedroeg ongeveer 40 miljard euro.

De Europese Commissie heeft voor de periode 2014-2020 30,5 miljard euro vrijgemaakt voor het Europees Ontwikkelingsfonds. Volgens de ramingen van de Europese Commissie dragen de lidstaten in 2014 in totaal 3,25 miljard bij aan het fonds. In 2015 zal dit bedrag oplopen tot 3,3 miljard.

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

NL

portaal Ontwikkelingshulp

2.

Wie doet wat

De uitvoering van het Europese ontwikkelingsbeleid, de gunning van contracten en de onderhandelingen met (bijvoorbeeld) Afrikaanse overheden over de besteding van ontwikkelingsgelden berust bij de Europese Commissie.

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement een rol.

Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Ontwikkeling:

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

De besluitvorming verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure.

De raadsformatie die beslist over Ontwikkelingsbeleid is de Raad Buitenlandse Zaken. Besluiten worden genomen met gekwalificeerde meerderheid. Vertegenwoordiger voor Nederland in deze Raad is:

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Ontwikkelingssamenwerking de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland is de volgende Europarlementariër lid:

De volgende europarlementariërs zijn voor Nederland plaatsvervangend lid:

nog niet bekend

Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 352. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

Voor veel projecten in ontwikkelingslanden kunnen organisaties goedkope leningen sluiten bij de Europese Investeringsbank (EIB).

3.

Meer informatie

Achtergrondartikelen

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Eurobarometer

Internationaal Monetair Fonds

Verenigde Naties

Wereldbank

Overig

Delen

enveloppe

Terug naar boven