r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Beleid ontwikkelingssamenwerking

Afrikaanse mensen

De Europese Unie is de grootste donor van ontwikkelingsgelden ter wereld. Samen met de lidstaten is de Europese Unie verantwoordelijk voor meer dan de helft van alle niet-particuliere internationale hulpverlening. In 2016 is gezamenlijk 68 miljard aan ontwikkelingslanden gegeven.    Tussen 2014 en 2020 wil de Europese Unie zelf 51,4 miljard euro uittrekken voor ontwikkelingshulp. Het grootste deel van dat bedrag, 29,1 miljard euro, is bestemd voor het Europees Ontwikkelingsfonds. Ook kunnen organisaties met projecten in ontwikkelingslanden goedkope leningen afsluiten bij de Europese Investeringsbank.

Het ontwikkelingsbeleid van de EU gaat uit van handel en hulp. De EU ziet handel als een stimulans voor economische groei en productiecapaciteit in arme landen. Zo krijgen ontwikkelingslanden in sommige gevallen gemakkelijker toegang tot de Europese markt dan andere landen. Vooral met gebieden dichtbij de EU en voormalige koloniën bestaan actieve samenwerkingsverbanden.

Delen

Inhoud

1.

Ontwikkeling in vogelvlucht

Doelen en focus van Europese ontwikkelingssamenwerking

De ontwikkelingshulp gaat naar ongeveer 150 landen wereldwijd. In de afgelopen jaren zijn de economieën van een aantal ontwikkelingslanden flink gegroeid en is de armoede afgenomen. Daarom begon de Europese Unie in 2014 met het afbouwen van steun aan deze landen. De steun wordt voortaan meer gericht op de allerarmste landen, zo is tussen 2014 en 2020 ongeveer 75 procent van de hulp bestemd voor deze landen.

De Europese Unie voert een ontwikkelingsbeleid dat rekening houdt met de Millenniumdoelen van de VN. Het streeft de volgende doelen na:

  • economisch en humanitair: het stimuleren van duurzame groei in ontwikkelingslanden om de armoede te bestrijden en deze landen meer te betrekken in de wereldeconomie.
  • politiek: het verstevigen van democratische structuren, het ondersteunen van een rechtsstaat die mensenrechten eerbiedigt en de fundamentele vrijheden voor de bewoners waarborgen.

Deze doelen probeert de EU te bereiken door zich bij het verlenen van ontwikkelingssamenwerking vooral te richten op de volgende gebieden:

  • handel en regionale integratie
  • milieu en duurzaam management van natuurlijke hulpbronnen
  • infrastructuur, communicatie en transport
  • water
  • energie
  • plattelandsontwikkeling, territoriale planning, landbouw en voedselveiligheid
  • bestuur, democratie, mensenrechten en steun voor economische en institutionele hervormingen
  • conflictpreventie en instabiele staten
  • menselijke ontwikkeling (Onderwijs, gelijke rechten tussen man en vrouw etc.)
  • sociale cohesie en werkgelegenheid

Er is een afzonderlijke commissaris voor het beleid humanitaire hulp en rampenbestrijding.

Het einddoel van de Unie is om achtergebleven bevolkingsgroepen in de wereld weer controle te geven over hun eigen ontwikkeling. Daarom richt Europese hulp zich voornamelijk op de oorzaken van deze achterstand.

Samenwerkingsverbanden

De EU heeft een speciaal samenwerkingsverband met de landen van Afrika ten zuiden van de Sahara, de Caraïben en de Stille Oceaan (de ACS-landen). Die samenwerking bestaat al sinds het ontstaan van de Europese Gemeenschap. In 1975 werd de relatie tussen de ACS-landen en de Europese Unie geregeld in de overeenkomst van Lomé. 25 jaar later werd dit opnieuw gedaan door de Cotonou-overeenkomst, die in 2005 werd herzien. Sindsdien wordt gewerkt met de herziene overeenkomst.

Naast het actieve samenwerkingsverband met de ACS-landen, bestaat er ook nauwe samenwerking met de overzeese gebieden die onderdeel uitmaken van Denemarken, Frankrijk, Nederland en Groot Brittannië en zo verbonden zijn met de Europese Unie. Verder wordt er samengewerkt met de landen in het zuidelijk en oostelijk gedeelte van het Middellandse Zeegebied, landen in Midden- en Oost-Europa en voormalige Sovjetrepublieken in Centraal-Azië.

Instrumenten voor ontwikkelingssamenwerking

De Europese Unie en haar lidstaten besteden jaarlijks gemiddeld bijna 60 miljard euro aan overheidssteun voor ontwikkelingslanden (in 2014: 58,2 miljard euro ). De EU-lidstaten zijn verantwoordelijk voor het grootste deel van het budget. Ook de Commissie mag een fors bedrag uitgeven aan ontwikkelingssamenwerking, ruim zeven miljard euro per jaar. 

In oktober 2011 is het beleid van de EU voor ontwikkelingssamenwerking hervormd. Doel van deze hervormingen was Europese ontwikkelingshulp meer te richten op regio's, landen en staten die de hulp het meest kunnen gebruiken. Landen en regio's die zelf over genoeg middelen beschikken, ontvangen geen subsidies meer, maar zullen profiteren van hulp in de vorm van partnerschappen met de Unie. 

Deze partnerschappen bieden de kans de belangrijke mondiale thema's aan te pakken maar tegelijkertijd Europa's belangen te verdedigen. Verder kan de EU met de partnerschappen aan bredere ontwikkeling werken. De Europese Commissie heeft eind 2011 negen financiële instrumenten ingevoerd voor het uitvoeren van het beleid ontwikkelingssamenwerking:

  • instrument voor pré-toetredingssteun (IPA)
  • Europees nabuurschapinstrument (ENI)
  • instrument voor ontwikkelingssamenwerking (DCI)
  • partnerschapinstrument (PI)
  • stabiliteitsinstrument (IfS)
  • Europees instrument voor democratie en mensenrechten (EIDHR)
  • instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid (INSC)
  • instrument voor Groenland (GI)
  • Europees ontwikkelingsfonds (EOF, buiten reguliere EU-begroting)

De Europese Unie sluit daarbij met ieder land dat ontwikkelingshulp ontvangt een verdrag over een 'nationaal indicatief programma' (NIP). Daarin worden per land specifieke doelen vastgelegd die met de steun van de EU bereikt moeten worden. Ieder land moet zich richten op maximaal drie sectoren waar de steun het meest nodig is of het meest effectief kan worden ingezet. In 2014 werden de eerste NIP-akkoorden gesloten, gebaseerd op analyses van het hulpbehoevende land en het overheidsbeleid.

Budget voor ontwikkelingssamenwerking

Voor de periode 2008-2013 stelde de Europese Commissie een budget van 22,6 miljard euro vast voor het Europees ontwikkelingsfonds. Daarvan werd 21,9 miljard gereserveerd voor landen in Afrika, de Caraïben en de Stille Oceaan, waarvan 17 miljard euro bestemd was voor ontwikkelingsbeleid. De besteding van deze middelen moest meer bijdragen aan het behalen van de Millenniumdoelen. Het accent verschoof daarmee van ontwikkeling van infrastructuur naar onderwijs en zorg. Het totale EU-budget (afkomstig van de EU én de lidstaten) voor Europees ontwikkelingsbeleid tussen 2008 en 2013 bedroeg ongeveer 40 miljard euro.

De Europese Commissie heeft voor voor het Europees Ontwikkelingsfonds 29,1 miljard euro vrijgemaakt voor de periode 2014-2020. Volgens de ramingen van de Europese Commissie droegen de lidstaten in 2014 in totaal 3,25 miljard bij aan het fonds. In 2015 zal dit bedrag oplopen tot 3,3 miljard.

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

NL

portaal Ontwikkelingshulp

2.

Wie doet wat

De uitvoering van het Europese ontwikkelingsbeleid, de gunning van contracten en de onderhandelingen met (bijvoorbeeld) Afrikaanse overheden over de besteding van ontwikkelingsgelden berust bij de Europese Commissie.

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement een rol.

Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Ontwikkeling:

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

De besluitvorming verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure.

De raadsformatie die beslist over Ontwikkelingsbeleid is de Raad Buitenlandse Zaken. Besluiten worden genomen met gekwalificeerde meerderheid. Vertegenwoordiger voor Nederland in deze Raad is:

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Ontwikkelingssamenwerking de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland is de volgende Europarlementariër lid: 

 
Er zitten geen Nederlandse leden in deze commissie

Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

Voor veel projecten in ontwikkelingslanden kunnen organisaties goedkope leningen sluiten bij de Europese Investeringsbank (EIB).

3.

Meer informatie

Achtergrondartikelen

Nederland

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Eurobarometer

Internationaal Monetair Fonds

Verenigde Naties

Wereldbank

Delen

Terug naar boven