Beleid interne markt

 
Supermarkt

Vanaf de jaren '60 is er in Europa gewerkt aan de opheffing van handelsbarrières tussen lidstaten van de Europese Unie om een gemeenschappelijke markt, zonder invoerrechten, en met vrij verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal te creëren. Dit proces werd in 1993 voltooid toen de grenscontroles tussen de lidstaten werden opgeheven.

Het creëren van deze interne markt heeft de verdere Europese samenwerking van het begin af aan gestimuleerd. Dit praktische en economische proces heeft er namelijk voor gezorgd dat er nu ook op andere terreinen, zoals handel en energie, meer wordt samengewerkt. Ook heeft de interne markt geleid tot de oprichting van de Economische en Monetaire Unie en de invoering van een gemeenschappelijke munt.

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

In vogelvlucht

Al in het Verdrag van Rome in 1957 werd het totstandbrengen van een interne markt genoemd als een van de centrale doelstellingen van de Europese samenwerking. Het duurde echter enige tijd voordat deze markt ook daadwerkelijk gerealiseerd zou worden. Toen Jacques Delors in 1985 voorzitter werd van de Europese Commissie kwam hier verandering in. De vrijemarktstrategie van Delors pleitte voor het unificeren van de toen 12 verschillende Europese markten.

Hoewel velen dit een goed plan vonden, zat er nog steeds niet veel schot in de invoering van een vrije markt. Dit kwam doordat er in de Europese Gemeenschap alleen besluiten werden genomen als iedereen voor stemde (unanimiteit). Pas toen de Europese Akte van 1986 in een groot aantal gevallen de eis van unanimiteit afschafte, kwam er vaart in het opzetten van een gemeenschappelijke interne markt.

In 1993 werd de interne markt uiteindelijk ingevoerd, maar wat betreft het vrij verkeer van personen was de interne markt in 1993 nog niet voltooid. Op dit gebied werd met het Verdrag van Amsterdam vooruitgang geboekt. Het akkoord van Schengen, dat het vrije verkeer van personen regelt, is in dit Verdrag opgenomen.

Ook nu is er nog steeds geen sprake van een volledige vrije markt. Er is namelijk in sommige sectoren (bijvoorbeeld de energiesector) nog geen volledige concurrentie. Er wordt wel hard gewerkt aan de liberalisering van deze en andere sectoren. De defensie-industrie valt nog volledig buiten de interne markt. Op fiscaal terrein is de beleidscoördinatie zeer beperkt te noemen. Er zijn alleen afspraken gemaakt over minimum btw-tarieven om oneerlijke concurrentie te vermijden.

De vier vrijheden

Van een interne markt is sprake wanneer vrij verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal bestaat tussen een aantal landen.

  • Vrij verkeer van goederen

Sinds het Verdrag van Maastricht (1992) worden goederen bij het overschrijden van de binnengrenzen van de EU niet meer aan controles onderworpen en vormt de EU één enkel grondgebied. De afschaffing van douanerechten binnen de EU is gunstig voor het onderlinge handelsverkeer van de lidstaten.

  • Vrij verkeer van personen

Bewoners van de EU mogen zonder restricties reizen in andere EU-lidstaten. Dit geldt ook voor bewoners van de landen die geen lid zijn van de EU maar wel deel uitmaken van de Europese Economische Ruimte (EER): Liechtenstein, Noorwegen en IJsland. Voor de 'nieuwe lidstaten' geldt een overgangstermijn. Zelfstandige ondernemers kunnen zich vrij vestigen in alle lidstaten.

  • Vrij verkeer van diensten

Iedere EU-burger mag werken waar hij of zij wil. Dat is de kern van het vrij verkeer van diensten dat in de hele Europese Unie van kracht is. Het vrij verkeer van diensten vindt zijn oorsprong in het eerste EU-verdrag uit 1957, het Verdrag van Rome. Sindsdien is hetmet opeenvolgende verdragen verder uitgebreid. In de Dienstenrichtlijn is opgenomen dat iedere EU-burger overal mag werken, maar voor nieuwe lidstaten gelden restricties.

  • Vrij verkeer van kapitaal

Het vrij verkeer van kapitaal biedt de Europese burgers tal van vrijheden op financieel gebied. Al in 1988, dus vóór de instelling van de interne markt, werden hierover afspraken gemaakt.

Belemmeringen

Het vrije verkeer van goederen kan soms belemmerd worden door acties van andere partijen dan de Europese lidstaten. Binnen de EU is men het erover eens dat de lidstaten verplicht zijn doeltreffend op te treden tegen verstoringen van het vrije verkeer van goederen. Hierbij moeten de lidstaten wel grondrechten, zoals het recht op staking, respecteren.

Ondanks de steeds verdergaande integratie van de interne markt constateerde de Europese Commissie in mei 2001 dat grote prijsverschillen tussen lidstaten blijven bestaan, met name voor (vers) voedsel, auto's en elektronica. Ook zetten de lidstaten vaak nog niet tijdig alle Europese richtlijnen en verordeningen om in nationale wetgeving. De Europese Commissie kan in dat geval optreden en de zaak uiteindelijk voorleggen aan het Europees Hof van Justitie. Lidstaten kunnen dan een boete krijgen.

In 2004 kwam de Commissie met voorstellen voor een dienstenrichtlijn. Die was bedoeld om de dienstenmarkt te liberaliseren, maar leverde vooral controverse en protest op. Inmiddels zijn de eerste stappen genomen in de post- en energiemarkten.

Verdere ontwikkeling interne markt

In februari 2008 nam het Europees Parlement een belangrijk pakket maatregelen aan, dat erop gericht is verdere blokkades op het gebied van de interne markt weg te nemen. Zo moeten de regels op basis waarvan individuele lidstaten besluiten dat producten voldoen aan de veiligheidsvoorschriften, beter op elkaar zijn afgestemd. Dit voorkomt dat producten in de ene lidstaat wel, en in de andere lidstaat niet verkocht mogen worden. Daarnaast moeten volgens de maatregelen burgers beter geïnformeerd worden over veiligheidsvoorschriften van producten.

In 2010 kwam de Commissie met een breed pakket aan voorstellen die de interne markt nog verder moet verdiepen, aangeduid als de 'Single Market Act'. Speerpunten zijn het verder wegnemen van belemmeringen voor ondernemers en consumenten. Relatief nieuw op dat vlak is de aandacht die de ontwikkeling van één digitale markt krijgt. Ook de sociale kanten van de interne markt verdienen volgens de Commissie meer aandacht. Daarom stelde de Commissie in oktober 2010 vijftig maatregelen voor om binnen de interne markt beter samen te werken, te ondernemen en zaken te doen.

Het Europees Parlement was echter van mening dat deze maatregelen niet ver genoeg gingen. Het parlement wil de interne markt socialer maken door de rechten van de mens meer centraal te stellen en speciale aandacht aan het midden- en kleinbedrijf te geven. Op 6 april 2011 nam het Europees Parlement drie resoluties over de interne markt aan. Hierin pleitte het Parlement voor een versterking van politiek leiderschap over de interne markt, het stimuleren van langetermijninnovatie en het creëren van banen door projectobligaties en een belangrijkere rol voor de Europese burger in de interne markt.

In oktober 2012 heeft de Europese Commissie een tweede wetgevingspakket voor de interne markt aangenomen: Single market Act II. Deze maatregelen moeten zorgen voor een beter geïntegreerde interne markt.

 

Ook zal er in stappen één Europees betaalstelsel komen. Binnen de eurozone, en mogelijk binnen de gehele EU, wordt een uniform systeem voor giraal en elektronisch betalingsverkeer geïntroduceerd, de Single European Payments Area (SEPA). Hiermee wordt een belemmering op de interne markt geëlimineerd.

Een andere handelsbelemmering vormt het aanvragen van patenten. Als een bedrijf zijn uitvinding in de hele Europese Unie wil beschermen, moet een procedure worden doorlopen die in vergelijking met de procedure van de Verenigde Staten erg duur is.

In elke lidstaat van de Europese Unie moet een octrooi worden aangevraagd, om zo het product in de hele Unie tegen namaak te beschermen. Om op dat punt beter samen te werken, hebben elf Europese lidstaten op 10 december 2010 een overeenkomst bereikt. Zij vormen op dit gebied een voorhoede, waarbij andere landen later kunnen aanhaken. Spanje en Italië doen niet mee, omdat zij willen dat naast Engels, Frans en Duits hun eigen talen worden erkend bij de nieuwe patentregeling. Door het akkoord van de 'kopgroep' wordt het aanvragen van een EU-octrooi in de deelnemende landen veel goedkoper en makkelijker.

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

NL

Inleiding + samenvatting van de EU

2.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad, het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité een rol.

Initiatief voor nieuw beleid: Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Interne markt en diensten:

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

Besluitvorming verloopt in de meeste gevallen volgens de gewone wetgevingsprocedure, uitgebreid met verplichte raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité.

Voor het opstellen van algemeen beleid dat ervoor moet zorgen dat de interne markt zich evenwichtig ontwikkelt geldt de procedure zonder deelname Europees Parlement.

Voor voorstellen over het vrij verkeer van kapitaal en diensten waar derde landen bij zijn betrokken, geldt dat de Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement. Voor richtlijnen die de bestuursrechtelijke of wettelijke bepalingen van lidstaten aanpassen die direct van invloed zijn op de interne markt geldt dat de Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité.

De raadsformatie die beslist over de interne markt is de Raad Concurrentievermogen: interne markt, industrie en onderzoek. Vertegenwoordiger voor Nederland in deze Raad is:

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Interne markt en Consumentenbescherming de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland is de volgende Europarlementariër lid:

De volgende Europarlementariërs zijn voor Nederland plaatsvervangend lid:

nog niet bekend

Voor voorstellen volgens de gewone wetgevingsprocedure geldt dat als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure afsluit. Bij raadpleging van het Europees Parlement sluit overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 352. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt doorgevoerd.

3.

Meer informatie

Achtergrondartikelen

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Statistiek

Eurobarometer

Delen

enveloppe

Terug naar boven