Landbouwbeleid

 
sfeerimpressie: koeien in een weiland

Het Europese landbouwbeleid moet ervoor zorgen dat er genoeg voedsel wordt verbouwd. Consumenten moeten voor redelijke prijzen landbouwproducten kunnen kopen; boeren moeten een behoorlijk inkomen hebben.

Landbouw is een belangrijk onderwerp voor de EU: ongeveer een derde van de begroting van de Europese Unie wordt eraan besteed.

In het landbouwbeleid moeten boeren ook rekening houden met andere belangen, zoals de voedselveiligheid, het behoud van het platteland, milieu, de leefomstandigheden van dieren en eerlijke handel met landen buiten de EU.

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

Ontwikkeling in vogelvlucht

Het Europees landbouwbeleid heeft in het verleden geleid tot enorme overschotten. De melkplas, de boterberg, volle graanschuren, en recenter de wijnplas; er werd en wordt soms nog steeds te veel geproduceerd. In het oude systeem kreeg een boer een gegarandeerde minimumprijs, kon de boer altijd al zijn producten verkopen, en waren er subsidies om het bedrijf verder te ontwikkelen. Dit maakte het landbouwbeleid erg kostbaar.

 
Een veld voor groeiende gewassen

Het gevolg was dat de overschotten tegen heel lage prijzen werden verkocht op de wereldmarkt. Vooral boeren uit ontwikkelingslanden konden niet concurreren met deze lage prijzen. De beloning voor het zoveel mogelijk produceren leidde ook tot een stijging in het gebruik van mest en bestrijdingsmiddelen, en steeds intensievere landbouw waar dierziekten sneller om zich heen konden grijpen. Door dit laatste vroegen mensen zich af of hun voedsel nog wel veilig was.

Vanwege al die problemen is vanaf de jaren '90 flink ingegrepen. Niet alleen zijn subsidies verminderd, het landbouwbeleid is anders van opzet geworden. Hierdoor zijn de totale uitgaven aan de landbouw in de Europese Unie gedaald van 70 procent naar ongeveer 40 procent (inclusief plattelandsontwikkeling), en ze blijven verder dalen.

Het huidige landbouwbeleid

Het Europese landbouwbeleid bestaat uit:

  • het regelen van de markt voor agrarische producten. De Europese Unie heeft voor elke groep producten (zoals voor granen, bloemen en planten, rundvlees, etc.) een organisatie opgezet die de prijzen vaststelt, bepaalt hoeveel er geproduceerd mag worden, en regels voor handel maakt. Het is de bedoeling dat de prijzen steeds dichter bij die van de vrije markt komen te liggen, en er niet te veel wordt geproduceerd. Derdewereldlanden krijgen eerlijker kansen om hun producten in Europa te verkopen. Boeren in Europa waren lange tijd ook verplicht een deel van hun land braak te laten liggen, maar deze regel is in 2008 afgeschaft vanwege dreigende voedseltekorten.
  • het bewaken van de voedselveiligheid.
  • het garanderen van een hoge kwaliteit. Het gaat vooral om het beschermen van unieke producten die uit een bepaalde streek komen of volgens een bepaalde manier geproduceerd worden.
  • plattelandsontwikkeling en zorg voor het milieu. Boeren krijgen aanvullende steun als ze minder dieren per hectare houden, meer groen aanleggen, en proberen de omgeving en het aanzien van het platteland te verzorgen. In combinatie met meer aandacht voor kwaliteit moet het welzijn van de dieren verbeteren.
  • een bedrijfstoeslag voor boeren. Een agrarisch bedrijf krijgt jaarlijks geld van de Europese Unie wanneer het bijdraagt aan milieubescherming, dierenwelzijn en duurzaamheid.

Voor de lidstaten die in 2004 en 2007 tot de Europese Unie zijn toegetreden, werd extra geld gereserveerd en werden overgangstermijnen ingesteld om ze de ruimte te geven zich aan te passen aan het Europese beleid.

In aanloop naar hervormingen

Het hele landbouwbeleid is in 2008 grondig bestudeerd, zodat het systeem in 2013 flink aangepast kon worden. Een tussenstap was de zogenaamde "health check", uitgevoerd eind 2007. Op basis van die evaluatie van het landbouwbeleid heeft Eurocommissaris voor Landbouw Dacian Ciolos de eerste hervormingsplannen in november 2010 gepresenteerd.

De onderhandelingen over een hervorming van het Europees landbouwbeleid hebben uiteindelijk tot eind 2013 geduurd, mede doordat de EU-lidstaten en het Europees Parlement het maar niet eens konden worden over het totale EU-budget voor de periode 2014-2020. De hervorming kan daardoor pas in 2015 volledig ingaan. 2014 is een overgangsjaar.

Met het nieuwe landbouwbeleid wil de Commissie duidelijke tekortkomingen aanpakken, het beleid groener, eerlijker, efficiënter en effectiever maken en inkomensondersteuning meer afhankelijk maken van doelen die gerelateerd zijn aan verbetering van het milieu en het tegengaan van klimaatverandering.

 
Tros blauwe druiven voor de wijn
Bron: Wikipedia.org

In aanloop naar deze grondige hervorming zijn al enkele veranderingen doorgevoerd. Zo is de verplichte braaklegging van landbouwgrond in 2008 afgeschaft. Dit gebeurde naar aanleiding van de stijgende vraag naar voedsel en biobrandstoffen in de wereld en dreigende tekorten. De Nederlandse regering blijft boeren wel aansporen om delen van hun land tijdelijk braak te laten liggen om weidevogels te laten broeden.

Eerder al had voormalig eurocommissaris Mariann Fischer Boel besloten om per 1 juli 2008 een flink aantal import- en exportvergunningen voor landbouwproducten af te schaffen, omdat de Europese landbouwministers hadden gevraagd de regelgeving te beperken. Ook wordt het melkquotum (de maximaal te produceren hoeveelheid melk) sinds 2009 elk jaar met 1 procent verhoogd, waarna het in 2015 volledig zal verdwijnen. Hierdoor zullen de melkprijzen door de vrije markt (vraag en aanbod) worden bepaald. Het melkquotum is in de jaren tachtig ingesteld om de overproductie van melk in te perken.

Hervormingen 2014-2015

De belangrijkste hervormingen die vanaf 2014/2015 worden ingevoerd:

  • De positie van boeren ten opzichte van hun afnemers wordt versterkt. Voortaan mogen bijvoorbeeld melkveehouders gezamenlijk onderhandelen over de prijs die zuivelproducenten moeten betalen voor hun melk.
  • Aan 30 procent van de totale inkomenssteun die boeren kunnen krijgen is de voorwaarde gekoppeld dat zij milieuvriendelijke maatregelen moeten treffen.
  • Er bestaan nu nog grote verschillen in de hoeveelheid inkomenssteun die boeren ontvangen. In 2019 moeten die verschillen veel kleiner zijn en mag een individuele boer niet minder ontvangen dan 60 procent van het gemiddelde in zijn land of regio. Verder is een specifiek percentage gereserveerd voor steun aan jonge boeren. Bedrijven die zich eigenlijk niet met landbouw bezighouden, zoals vastgoedbeheerders en luchthavens, zullen voortaan worden uitgesloten van inkomenssteun.

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

NL

Inleiding + samenvatting van de EU wetgeving

2.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad van Ministers en het Europees Parlement een rol.

Eerst verantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Landbouw en plattelandsontwikkeling:

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

De raadsformatie die beslist over landbouwaangelegenheden is de Raad Landbouw, die formeel één keer per maand bijeenkomt. Ook informele of buitengewone bijeenkomsten zijn mogelijk. Vertegenwoordiger voor Nederland in deze Raad is:

Voor het Europees Parlement beoordeelt meestal de parlementaire commissie Landbouw en Plattelandsontwikkeling de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland zijn geen Europarlementariërs lid van deze commissie.

De volgende Europarlementariërs zijn plaatsvervangend lid in deze commissie:

Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 352. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

Relatie met andere terreinen

De voedselveiligheid en daarmee samenhangend het bestrijden van uitbreken van epidemieën als de varkenspest of de gekkekoeienziekte valt onder het beleid voedselveiligheid.

Een deel van de structurele economische ontwikkeling van het platteland valt onder het regionaal beleid.

3.

Meer informatie

Achtergrondartikelen

Nederland

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Statistiek

Food and Agriculture Organization of the United Nations

Delen

enveloppe

Terug naar boven