Fiscaal beleid

Eurobiljetten

De Europese Unie probeert grote, structurele verschillen in de economieën van lidstaten te verkleinen, indien deze de werking van de interne markt belemmeren. Hierom is een zekere coördinatie nodig van de belastingen die in lidstaten worden geheven. Belastingregels mogen een producent van mobiele telefoons in Finland niet een voordeel geven ten op zichten van producenten in andere Europese landen. Dit zou een verstorend effect hebben op de economie van de interne markt.

Als instrumenten heeft de EU indirecte belastingen, zoals btw en douanetarieven die geheven worden op importgoederen. Nationale regeringen dragen de verantwoordelijkheid voor directe belastingen, zoals de inkomstenbelasting. 

De LuxLeaks-onthullingen in 2014 lieten zien dat veel multinationals afspraken (fiscale rulings) maakten met de belastingdienst van diverse lidstaten. Via constructies ontliepen grote bedrijven als Starbucks en Mexx voor miljarden euro’s aan belastingheffingen. Dit toonde het onvermogen van de EU om een volledig gelijk speelveld voor Europese bedrijven te creëren. 

In navolging van LuxLeaks pleitte de Europese Commissie in 2015 voor een gemeenschappelijk pakket aan regels voor bedrijven om hun belastingaangifte te doen. De Commissie Juncker wil bovendien met een actieplan belastingontduiking en –fraude aanpakken. 

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

Ontwikkeling in vogelvlucht

De EU streeft al sinds het Verdrag van Rome (1957) een interne markt na met vrij verkeer van kapitaal, goederen, diensten en personen. Uitwisseling tussen lidstaten moet zo min mogelijk hinder ondervinden van barrières. Dit zou volgens de Commissie de werkgelegenheid en het concurrentievermogen van de totale Europese gemeenschap positief beïnvloeden. 

Nationale overheden kunnen nu nog de eigen markt beschermen door bedrijven belastingvoordelen te gunnen. Verder verstoren verschillende btw-tarieven de interne markt: zij leiden tot prijsverschillen tussen goederen.   

De EU wil daarom de belastingregels tussen lidstaten zoveel mogelijk coördineren. Daarnaast bestaat er een Europees beleid voor sommige belastingen die vallen onder de directe inkomsten van de Unie. Zo bepaalt de Europese Unie wat voor heffingen buitenlandse bedrijven moeten betalen voor het importeren van diensten in de EU. Ook in landbouwheffingen heeft de EU een grote stem.

In het algemeen streeft de Europese Unie ernaar om schadelijke belastingconcurrentie gecoördineerd aan te pakken, met name op het gebied van het vrije verkeer van kapitaal. In het streven naar het beperken van obstakels voor vrij verkeer van kapitaal en kapitaalbelastingconcurrentie, heeft de EU de volgende speerpunten:

  • Minimumbelastingtarieven voor minerale oliën (zoals benzine en aardgas). Binnen de EU bestaat consensus over de hoogte van het btw-tarief hierop: 15 procent. Uitzonderingen naar boven of naar beneden zijn toegestaan, maar worden beperkt. Een minimumtarief beperkt oneigenlijke concurrentie. Bijkomend biedt het een instrument voor het milieubeleid.
  • Vennootschapsbelasting die gelijke kansen biedt voor ondernemingen in alle lidstaten. In het kader van de Europese interne markt kunnen te grote verschillen in heffing van vennootschapsbelasting in de diverse lidstaten leiden tot concurrentieverstoring. De Europese Commissie en de eurolanden  willen één heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting invoeren, zodat in alle EU-landen de vennootschapsbelasting op dezelfde manier wordt berekend. De lidstaten houden wel de bevoegdheid om zelf de hoogte van de tarieven te bepalen.
  • Btw: In februari 2008 nam de Raad een pakket maatregelen aan voor verbeterde btw-regelgeving op het gebied van diensten. Het pakket is in 2010 in werking getreden. Hierdoor is de heffing van btw eenvoudiger en brengt deze minder administratieve lasten met zich mee bij grensoverschrijdend verkeer. De nieuwe hoofdregel bij diensten in de EU is als volgt: de ondernemer die diensten afneemt, geeft de btw aan in eigen land. De leverancier van de diensten berekent geen btw voor diensten in het buitenland. Leveranciers van goederen doen maandelijks een opgaaf ICP (Intracommunautaire prestaties) als de omzet per kwartaal meer is dan € 100.000.

    In 2009 kwam de Europese Commissie met het voorstel om een speciaal orgaan op te richten waarin de EU-landen samenwerken om fraude met btw te bestrijden. Dankzij dit nieuwe instituut, Eurofisc, hebben landen direct toegang tot bepaalde gegevens van elkaars belastingdiensten en kunnen zij gemakkelijker fraude bestrijden.

  • Spaargeld en pensioenen moeten worden beschermd wanneer mensen - door bijvoorbeeld emigratie - te maken krijgen met een ander belastingstelsel. Specifieke bevoordelingen worden ook aangepakt.

Het doel van het EU-beleid is dat de belastingstructuren van de lidstaten zo gunstig mogelijk moeten uitpakken voor de werkgelegenheid en de werking van de interne markt. Zo houdt de Unie ook in de gaten welke ontwikkelingen zich voordoen in de lidstaten met betrekking tot loonbelastingen.

Bankgeheim en belastingfraude

In december 2010 hebben de EU-ministers van Financiën afgesproken dat EU-landen zich vanaf 1 januari 2011 niet langer op het bankgeheim mogen beroepen wanneer de belastingdienst van een andere lidstaat om informatie vraagt. Het bankgeheim belemmert vaak het opsporen van belastingontduiking via buitenlandse rekeningen. Bovendien is afgesproken dat vanaf 2014 belastingdiensten automatisch informatie uitwisselen over salarissen, pensioenen, onroerend goed en levensverzekeringen.

In 2014 zijn de ministers van Financiën overeengekomen dat in 2017 het bankgeheim voor buitenlanders in de EU officieel wordt afgeschaft. Hierdoor houdt de EU zich aan de wereldwijde standaard voor de automatische en grensoverschrijdende uitwisseling van informatie over inkomsten, opgesteld door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Daarnaast is er een akkoord bereikt over de strijd tegen witwassen en belastingontduiking. Zo is er onder andere besloten om een register op te richten dat meer inzicht moet geven in brievenbusfirma's en wie er achter deze bedrijven schuil gaan. Ook zullen alle EU-landen onderzocht worden op belastingafspraken met individuele bedrijven.

Financiële transaktietaks (FTT) of 'bankentaks'

In januari 2013 bereikten de (destijds) 27 ministers van Financiën van de EU overeenstemming over het verder vormgeven van de financiële transaktietaks. Dit is een speciale heffing op financiële transacties in de EU, waardoor het wereldwijde financiële systeem stabieler zou moeten worden en minder gevoelig voor agressieve beleggingsstrategieën.

De elf EU-landen die deze financiële transaktietaks willen invoeren, zullen de taks verder vormgeven. Het gaat om de volgende landen: Duitsland, Frankrijk, Spanje, Italië, België, Oostenrijk, Portugal, Griekenland, Estland, Slowakije en Slovenië. Nederland staat niet afwijzend tegen een speciale taks, maar wil wel een uitzondering voor de pensioenfondsen.

LuxLeaks

Bord bij grens Luxemburg

De Luxemburg Leaks, dikwijls afgekort tot LuxLeaks, is de naam van een onderzoek waardoor illegale belastingovereenkomsten in Luxemburg aan het licht kwamen. In het onderzoek, uitgebracht in november 2014 door het Internationaal Consortium van Onderzoeksjournalisten, komen de namen van meer dan 350 multinationals naar boven die tussen 2002 en 2010 met Luxemburg belastingovereenkomsten sloten. Daardoor konden ze hun wereldwijde belastingbijdragen laag houden.

Als reactie op de LuxLeaks affaire maakte de fractie van de Groenen op 15 januari 2015 bekend dat ze meer dan de 188 benodigde handtekeningen voor een onderzoekscommissie hadden verzameld. Op 5 februari 2015 werd echter duidelijk dat er toch geen parlementaire enquête zou komen nadat de juridische dienst van het Europees Parlement hierover een negatief oordeel had uitgebracht. Er is, in plaats daarvan, wel een speciale onderzoekscommissie ingesteld.

De onthullingen kregen veel internationale aandacht en hadden tot gevolg dat belastingontduiking in andere Europese landen, waaronder Nederland, ook in kaart werd gebracht. 

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

NL

Inleiding + samenvatting van de EU wetgeving

2.

Wie doet wat

Bij besluitvorming op dit terrein spelen de Europese Commissie, de Raad, het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité een rol.

Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Economische en financiële zaken, belastingen en douane:

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

Voor de harmonisatie van wetgeving geldt dat de Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité.

Voor het toestaan van tijdelijke compenserende maatregelen van een lidstaat geldt dat de Raad deze goed moet keuren met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen

De raadsformatie die beslist over de Economische Zaken is de Raad Economische en Financiële Zaken (Ecofin). Vertegenwoordiger voor Nederland in deze Raad is:

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Interne Markt en Consumentenbescherming de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs lid:

 

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Overeenstemming in de Raad van de Europese Unie sluit de procedure af. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

Relatie met andere beleidsterreinen

Op enkele specifieke beleidsterreinen, waaronder het milieubeleid, is de Europese Unie gerechtigd om besluiten van 'overwegend fiscale aard' te nemen. De procedures die daarvoor gelden staan bij het betreffende beleidsterrein vermeld.

3.

Meer informatie

Achtergrondartikelen

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Statistiek

Delen

enveloppe

Terug naar boven