Laatste nieuws: 

Handelsbeleid

Containerschip in haven

De Europese Unie is de grootste exporteur en de grootste importeur ter wereld. De EU is verantwoordelijk voor bijna éénvijfde van de wereldhandel.

Om hun handelsbelangen in de wereld te beschermen, werken de 28 lidstaten van de Europese Unie samen bij de handel met derde landen.

Binnen de EU is sprake van een gemeenschappelijke interne markt. Dit heeft tot gevolg dat er geen invoerrechten worden geheven bij de handel tussen EU-landen. Landen hoeven dus niet extra te betalen voor het invoeren van producten uit andere lidstaten. Dit maakt handel tussen de EU-lidstaten goedkoper. Voor de import uit landen buiten de EU gelden echter wel invoerrechten.

De interne markt van de EU is de grootste gemeenschappelijke markt van de wereld. Hierdoor is deze markt niet alleen voor Europese consumenten en producenten voordelig, maar is het ook aantrekkelijk voor buitenlandse producenten en consumenten om zich op de Europese markt te begeven.

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

In vogelvlucht

De interne markt van de EU is de grootste gemeenschappelijke markt van de wereld. Door haar economisch gewicht als gevolg van deze interne markt is de Europese Unie een serieuze speler op de wereldmarkt. Vanuit deze positie probeert de EU zich in te zetten voor een eerlijke en voor iedereen toegankelijke wereldhandel. Daarnaast tracht de EU haar economische gewicht in te zetten voor het wereldwijd bestrijden van onder meer kinderarbeid, gedwongen arbeid en milieuschade.

Cijfers

Import- en exportcijfers van de Europese Unie in miljoenen euro’s.

 
 

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

Import

1.363.882 

1.445.155

1.582.932 

1.234.317 

1.531.043

1.726.514 

1.791.618

Export

1.161.776 

1.244.005

1.319.819

1.101.746

1.360.059

1.561.890 

1.686.295

Bron: Eurostat

Wereldhandelsorganisatie

De 28 lidstaten van de Europese Unie zijn allen lid van de in 1995 opgerichte Wereldhandelsorganisatie (WHO). Vanuit de gedachte ‘samen staan we sterk’ worden de EU-landen bij onderhandelingen echter vertegenwoordigd door de EU.

In het kader van de WHO streeft de EU onder meer naar wereldwijde vrije handel. Dit betekent dat de EU zo weinig mogelijk belemmeringen wil op het gebied van handel. Omdat het met name voor ontwikkelingslanden soms lastig is om invoerrechten te moeten betalen, mogen zij in bepaalde gevallen tegen een lager tarief producten invoeren in de Unie. De regels voor speciale importtarieven voor ontwikkelingslanden liggen vast in het zogenaamde algemeen preferentiestelsel (Generalised System of Preferences, GSP). Met deze regeling verschaft de EU aan 176 ontwikkelingslanden en -gebieden voorrang op de Europese markt door middel van gereduceerde invoerrechten op hun goederen.

De EU heeft een speciaal samenwerkingsverband met enkele Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara en met een aantal landen in de Caraïben en de Stille Oceaan, de zogenoemde ACS-landen. Deze ACS-landen, voornamelijk bestaande uit voormalig Europese koloniën, profiteren van het vrij en ongelimiteerd kunnen invoeren van industrieproducten en bepaalde landbouwproducten die niet onder het gemeenschappelijk landbouwbeleid vallen.   

Verder maakt de EU zich sterk voor wereldwijde erkenning van technische normen en kwaliteitsstandaarden, en de bestrijding van het produceren en verkopen van namaakproducten.

Protectionisme

Deze vorm van economisch beleid is de tegenhanger van internationale vrijhandel. Door protectionisme schermt een land de eigen markt af voor buitenlandse concurrenten. Veel gebruikte protectionistische maatregelen zijn tarieven, importquota en subsidies. Hiermee worden buitenlandse concurrenten geneutraliseerd zodat de eigen industrie kan groeien. Protectionisme wordt zodoende vaak gezien als het tegenovergestelde van internationale vrijhandel.

Hoewel de EU zich openlijk uitspreekt tegen protectionisme moet worden vastgesteld dat deze vorm van economisch beleid wel degelijk voorkomt binnen de Unie. Zo is in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van de EU al decennia lang sprake van protectionisme. Daarnaast is als gevolg van de huidige economische crisis het protectionisme in de vorm van staatssteun binnen Europa sterk toegenomen.

Europese Economische Ruimte

De Europese Unie en drie van de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) - Liechtenstein, Noorwegen en IJsland - vormen sinds 1992 samen de Europese Economische Ruimte (EER). In de EER geldt de interne markt zoals die bestaat binnen de Europese Unie: er is sprake van vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal. Ook de Europese regels voor mededinging en overheidssubsidies zijn op de drie EVA-landen van toepassing.

Handelsovereenkomsten

De EU streeft naar meer mondiale vrijhandel. Daartoe voert het veel bilaterale (met één land) of multilaterale gesprekken met derde landen om handelsbarrières tussen de EU en de desbetreffende landen weg te nemen. Zo wordt sinds 2001 in de Doha-onderhandelingen geprobeerd om een nieuw handelsakkoord tot stand te brengen.

In december 2013 hebben de WHO-leden in het kader van de Doha-onderhandelingen een grote stap gezet en afgesproken om de handelsbarrières ook daadwerkelijk geleidelijk af te schaffen. Ook worden procedures bij de douanes versimpeld en exportsubsidies beperkt.

De EU heeft ook veel bilaterale handelsovereenkomsten. Zo zijn in juli 2013 onderhandelingen over een vrijhandelszone met de VS gestart. Er zal onderhandeld worden over onder andere het afschaffen van de douanetarieven. Naar verwachting zal dit akkoord de EU elk jaar 119 miljard euro opleveren. 

De EU voert onderhandelingen met belangrijke handelspartners als Japan en China. Europese bedrijven hebben veel baat bij een vrijhandelsakkoord met deze landen. Zij zouden hun producten dan goedkoper kunnen aanbieden en daarmee veel winst maken.

Ook met veel andere landen zijn vrijhandelsakkoorden gesloten, waaronder een aantal belangrijke landen als Zuid-Korea en Canada, en zich ontwikkelende vrijhandelszones zoals onder anderen Mercosur en ASEAN.

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

NL

Inleiding + samenvatting van de EU wetgeving tav handelsbeleid (L)

2.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement een rol.

Initiatief voor nieuw beleid: Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Handel:

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

Voor kaders voor de uitvoering van het handelsbeleid geldt de gewone wetgevingsprocedure.

Voor het sluiten van handelsakkoorden geldt dat de Raad de Europese Commissie machtigt om te onderhandelen. De Raad ziet toe op de onderhandelingen via een een speciaal comité dat de Commissie bijstaat. Voor het sluiten van akkoorden beslist de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen. Op de terrein van intellectueel eigendom, directe buitenlandse investeringen, culturele goederen en diensten in zorg, onderwijs en de sociale sector beslist de Raad met eenparigheid van stemmen.

De Commissie moet het Europees Parlement regelmatig op de hoogte stellen van de stand van de onderhandelingen.

De raadsformatie  die beslist over buitenlandse handel is de Raad Buitenlandse Zaken. Vertegenwoordiger voor Nederland in deze Raad is:

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Internationale Handel de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Er zijn geen Nederlandse Europarlementariërs lid van deze commissie. Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs lid:

 

Lid/leden

Plaatsvervanger(s)

Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

Relatie met andere samenwerkingsverbanden

WHO

De Europese Commissie mag zelfstandig als partij bij de WHO klachten indienen over oneerlijke concurrentie, bijvoorbeeld veroorzaakt door subsidies, oneerlijke fiscale voordelen of andere vormen van concurrentievervalsing. De Commissie mag zelfstandig extra invoerheffingen opleggen als straf voor dergelijke oneerlijke handelspraktijken.

3.

Meer informatie

Achtergrondartikelen

Nederland

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Statistiek

Wereldhandelsorganisatie

Delen

enveloppe

Terug naar boven