r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Defensiebeleid (Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid)

 
Militairen met Europese vlag

De Europese Unie is al enkele decennia bezig om een samenhangend Europees defensiebeleid op te stellen. Vroeger ging het bij defensie in Europa vooral om de verdediging van het eigen land tegen een aanvaller. Dit veranderde sinds het einde van de Koude Oorlog. Tegenwoordig zijn militaire operaties vaker bedoeld om vrede te bewaren, of om te helpen bij de opbouw van een land dat is verwoest door een oorlog of door interne conflicten. Door deze veranderingen is het defensiebeleid in Europa steeds in ontwikkeling.

De Europese Unie heeft geen gemeenschappelijk leger. De militaire verdediging van veel lidstaten van de Europese Unie en enkele kandidaat-lidstaten wordt, behalve door hun eigen nationale leger, gegarandeerd door de Noord-Atlantische Verdrags Organisatie (NAVO). De laatste jaren gaan er geluiden op dat er een defensiemacht onder commando van de EU moet komen.

Ondanks deze geluiden is er geen overeenstemming bereikt over een Europese defensiemacht. De lidstaten kwamen de afgelopen jaren wel overeen dat er meer samengewerkt moet worden op het gebied van defensie-innovatie, zoals de bouw van drones en bij de ontwikkeling van systemen die cybercriminaliteit kunnen voorkomen.

Delen

Inhoud

U ziet nu de basisversie van de tekst
U ziet nu de uitgebreide versie van de tekst

1.

Ontwikkeling in vogelvlucht

De basis voor het huidige defensiebeleid van de Europese Unie ligt in de periode na de Tweede Wereldoorlog. In 1952 werd getracht een Europese Defensiegemeenschap (EDG) op richten. Dit mislukte in 1954 door tegenstand in Frankrijk. Een jaar na de dood van Stalin leek het einde van de Koude Oorlog nabij en een Europees leger minder belangrijk.

De Europese Unie is al een tijd bezig om opnieuw een samenhangend defensiebeleid op te stellen. Sinds mei 2002 komen de ministers van defensie uit alle EU-lidstaten enkele keren per jaar bijeen om over dit gemeenschappelijke beleid te vergaderen. In december 2002 kreeg de discussie over Europese strijdkrachten een impuls door de werkzaamheden van Werkgroep VIII 'Defensie' van de Europese Conventie.

Met het in werking treden van het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009 is het Europees Veiligheids- en Defensiebeleid (EVDB) vervangen door het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB). De voornaamste vernieuwingen hiervan zijn dat het GVDB zich dient te richten op het geleidelijk tot stand brengen van een gemeenschappelijke Europese defensie.

Bij het Europese defensiebeleid speelt de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) een belangrijke rol als coördinator van alle externe betrekkingen van de EU.

Tevens zijn er drie nieuwe soorten mogelijke missies toegevoegd, waarmee het aantal soorten missies op zes komt (nieuwe taken zijn vetgedrukt):

  • Humanitaire en evacuatiemissies
  • Missies met het oog op conflictpreventie en vredeshandhaving
  • Crisisbeheersingsmissies van strijdkrachten
  • Gezamenlijke ontwapeningsacties
  • Advies en bijstand op militair gebied
  • Stabiliseringoperaties na afloop van conflicten

Bijstand bij aanval op grondgebied

Een lidstaat die wordt aangevallen mag een beroep doen op de andere lidstaten om hulp en bijstand te verlenen, zo staat het in artikel 42 lid 7 van het Verdrag Europese Unie. Er wordt niet gespecificeerd om wat voor soort hulp het dan gaat, wel wordt gesproken over 'met alle middelen waarover zij beschikken'.

Op 17 november 2015 deed Frankrijk, na de aanslagen in Parijs, als eerste lidstaat ooit een beroep op deze bepaling. De andere lidstaten steunden Frankrijk unaniem. Er is toen afgesproken dat Frankrijk op bilaterale basis met landen afspraken zou maken over hoe zij Frankrijk konden bijstaan. Volgens de Hoge Vertegenwoordiger faciliteert de EU, en leidt een beroep op deze bepaling niet automatisch tot een gezamenlijke Europese missie.

NAVO

De Noord-Atlantische Verdrags Organisatie (NAVO) is sinds 1949 het belangrijkste bondgenootschap dat zorgt voor vrede en veiligheid in West-Europa. Het regelt de wederzijdse verdediging en samenwerking van de legers van de leden. Naast de Europese landen maken de Verenigde Staten, Canada en Turkije deel uit van de NAVO.

Sinds 1996 werd er gewerkt aan de ontwikkeling van een Europese pijler binnen de NAVO; de West-Europese Unie (WEU) zou deze rol moeten vervullen. Dit idee is echter nooit goed van de grond gekomen en omdat de taken van de WEU steeds verder werden geïntegreerd in de Europese Unie, is de WEU in 2011 ook volledig opgeheven. De NAVO blijft belangrijk voor militaire missies, omdat de samenwerking en kennis op EU-niveau nog sterk leunt op de kennis en samenwerkingsverbanden van de NAVO.

Vanaf 2003 beschikt de NAVO over een snelle reactie-eenheid (NATO Response Force) die wereldwijd inzetbaar is. Naar aanleiding van de Russische agressie tijdens de Oekraïne-crisis besloot de NAVO in september 2014, tijdens de top in Wales, tot het oprichten van een Very High Readiness Joint Task Force (VJTF) binnen de NRF. Deze troepen zouden de speerpunt moeten vormen en zo de rol van de NRF vergroten. Hiermee zou met name de verontruste bondgenoten in het oosten gerustgesteld moeten worden. Eind 2016 moet de reactie-eenheid operationeel zijn. Voor de testfase stelt Nederland ongeveer tweehonderd militairen ter beschikking.

OVSE

De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) probeert vooral door diplomatieke middelen conflicten te voorkomen of te beperken. Na een conflict biedt de OVSE hulp bij de (weder)opbouw van democratie en rechtsorde. Ook leidt de OVSE de onderhandelingen over ontwapening en wapenbeheersing.

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

NAVO

EN

Officiële homepage

OVSE

EN

Officiële homepage

Europese Unie

NL

Officiële homepage Raad van de Europese Unie

2.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad, de Europese Raad en de Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid een rol.

Initiatief voor nieuw beleid: Raad

Voor voorstellen van algemene richtsnoeren geldt dat de Raad Buitenlandse Zaken deze opstelt. Als het thema binnen deze Raad specifiek gericht is op Defensiebeleid is de Vertegenwoordiger voor Nederland in deze Raad:

Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD), minister van Defensie

Initiatief voor nieuw beleid: lidstaat of Hoge vertegenwoordiger

Voor voorstellen voor de uitvoering van het defensiebeleid geldt dat een van de lidstaten van de Europese Unie of de Hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid deze opstelt. De Hoge Vertegenwoordiger is:

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door de Europese Raad

Voor het vaststellen van algemene richtsnoeren geldt dat de Europese Raad besluit met eenparigheid van stemmen.

Vertegenwoordiger van Nederland in de Europese Raad is:

Mark Rutte (VVD), minister van Algemene Zaken

Besluitvorming door de Raad

Voor voorstellen voor de inzet van missies of besluiten op specifieke onderwerpen geldt dat de Raad besluit met eenparigheid van stemmen.

Voor het Europees Parlement beoordeelt de subcommissie veiligheid en defensie de voorstellen van de Europese Commissie, Hoge vertegenwoordiger en Raad, en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland is de volgende Nederlandse Europarlementariër lid:

 

Lid/leden

Overeenstemming in de Raad van de Europese Unie sluit de procedure af. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

Relatie met andere samenwerkingsverbanden

NAVO

Het defensiebeleid van de Europese Unie doet geen afbreuk aan de verplichtingen die lidstaten van de Europese Unie zijn aangegaan in NAVO-verband. In de NAVO worden, afhankelijk van het niveau waarop, besluiten genomen door de ambassadeurs van de lidstaten bij de NAVO, door de ministers van Buitenlandse Zaken, of door de staatshoofden en regeringsleiders. Besluiten worden genomen met eenparigheid van stemmen. De dagelijkse leiding van de NAVO berust bij de secretaris-generaal:

OVSE

De ministers van Buitenlandse Zaken van de landen die lid zijn van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) komen eens per jaar bijeen. In het kader van de OVSE worden slechts politieke afspraken gemaakt, waarvan het aan de betrokken lidstaten zelf is om ze uit te voeren.

3.

Meer informatie

Activiteitendossier

Betrokken instanties

Statistiek

Verenigde Naties

West-Europese Unie

Delen

Terug naar boven