Consumentenrechtenbeleid

Markt

In de Europese Unie leven op dit moment ongeveer 500 miljoen consumenten. De EU streeft naar het waarborgen van de rechten en de belangen van deze consumenten. Zij moeten de garantie hebben dat producten in supermarkten en andere winkels gezond en veilig zijn en dat zij bij klachten een redelijke schadevergoeding kunnen krijgen.

Europees beleid op het terrein van consumentenrechten is noodzakelijk om een einde te maken aan de verschillen tussen landen op het gebied van consumentenbescherming. Dit is ook belangrijk voor een goed functioneren van de interne markt, zeker in het huidige tijdperk van online winkelen. Klanten en verkopers moeten namelijk niet tot aan- of verkoop gehinderd worden door nationale grenzen. Door het stellen van Europabrede regels en minimumeisen op het gebied van consumentenrechten probeert de EU dit te voorkomen. Zo zijn er uniforme veiligheidsregels voor een aantal productgroepen, zoals speelgoed, en hebben consumenten vanaf 2014 veertien dagen de tijd om een bestelling of overeenkomst zonder gevolgen te annuleren.

Ook wil de Europese Unie de bescherming voor consumenten uitbreiden. Het wil bijvoorbeeld dat de garantie op producten in alle EU-lidstaten gelijk wordt getrokken. Momenteel verschillen de garanties op producten in de lidstaten. Zo geldt in de Scandinavische landen levenslange garantie op producten. In Duitsland is dat twee jaar en in Frankrijk drie jaar. Door deze verschillen ontstaat er, vooral bij winkelen online, onduidelijkheid over de rechten van burgers.

In november 2011 heeft de Europese Commissie een nieuw consumentenprogramma voorgesteld voor de periode 2014-2020. Dit programma heeft als doel om de positie van de Europese consument verder te versterken, onder andere op het gebied van veiligheid, voorlichting en rechten. In oktober 2013 heeft de Europese Commissie overeenstemming met de Raad en het Europees Parlement bereikt over dit nieuwe consumentenprogramma. Op 14 januari 2014 is het programma aangenomen door het Europees Parlement.

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

Ontwikkeling in vogelvlucht

Het idee van een Europees consumentenbeleid ontstond halverwege de jaren zeventig. Op de top van Parijs in 1972 spraken de staatshoofden en regeringsleiders hier voor het eerst over. Kort daarna stelde de Europese Commissie haar eerste actieprogramma voor de bescherming van de consument op. Sindsdien heeft het Europees consumentenbeleid zich ontwikkeld tot een veelomvattend en uitvoerig beleidsterrein dat door middel van verschillende maatregelen veilige, gezonde en eerlijke producten in de EU nastreeft. 

Op het gebied van productveiligheid is het bijvoorbeeld voor veel producten verplicht geworden een CE-label te hebben. Met dit label verklaart een producent dat het product voldoet aan alle Europese veiligheidsvereisten. Daarnaast heeft de EU gezorgd voor uniforme veiligheidsregels voor speelgoed, elektrische apparaten, cosmetica, medicijnen, machines en pleziervaartuigen.

Ook zijn er regels gekomen die misleidende reclame en agressieve verkooppraktijken verbieden, die bescherming bieden bij het (ver)kopen van producten of diensten op afstand en die voor een verdere bescherming van de voedselveiligheid zorgen (bijvoorbeeld tijdens een uitbraak van een epidemie onder vee).

Op dit moment focust het consumentenbeleid zich op de volgende vier prioriteiten:

  • het bereiken van meer consumentenveiligheid
  • het verbeteren van zowel de voorlichting over producten, als over de rechten en plichten die consumenten en verkopers hebben
  • het verbeteren van de afstemming tussen nationale overheden en de EU bij het handhaven van de consumentenbescherming, bijvoorbeeld door het aanpakken van oneerlijke handelspraktijken en het uitvoeren van gerichte controles
  • het aanpassen van de wetgeving aan veranderingen, bijvoorbeeld door de bescherming bij online winkelen te vergroten 

Online winkelen

Met de opkomst van het internet en de toename in online winkelen, nam de vraag naar meer bescherming voor consumenten en winkeliers bij grensoverschrijdende aan- en verkopen toe. In oktober 2008 stelde de Europese Commissie daarom een nieuwe richtlijn met betrekking tot het consumentenrecht voor. Deze richtlijn moest de bestaande vier richtlijnen over consumentenrechten vervangen. Vooral aan het kopen via internet en in winkels in een andere lidstaat werd in de voorgestelde richtlijn veel aandacht besteed.

In juli 2009 kondigde de Europese Commissie daarnaast een pakket maatregelen aan om de naleving van de rechten van consumenten beter af te dwingen in de dagelijkse praktijk, bijvoorbeeld door eerder te waarschuwen voor gevaarlijke producten en een betere samenwerking tussen nationale instanties na te streven in het toezicht op consumentenrechten.

De Europese Commissie besloot in maart 2010 om haar voorstellen op bepaalde gebieden af te zwakken. Het streven naar volledige harmonisatie van consumentenrechten in de verschillende lidstaten kwam te vervallen. In de praktijk zou volledige harmonisatie voor de burgers van veel lidstaten namelijk een verslechtering van hun rechten betekenen. Wel stelde de Europese Commissie dat voortaan informatie gegeven moest worden over de aankoop, levering, reparaties en het vervangen van producten. Ook werden er regels opgesteld over contracten en garanties van producten.

De voorstellen van de Europese Commissie zorgden voor veel debat in het Europees Parlement en de Raad. Zo diende het Europees Parlement meer dan 1500 amendementen in op het voorstel en vergaderde de Raad maar liefst 65 keer over het dossier.

Uiteindelijk werd een compromis bereikt tussen Raad, Commissie en EP. Dit akkoord werd op 23 juni 2011 tijdens een stemming van het Parlement in Brussel aangenomen. In het bereikte compromis is onder andere vastgelegd dat consumenten 14 dagen bedenktijd hebben na een aankoop en dat verborgen kosten en heffingen worden uitgebannen. Extra kosten voor het gebruik van een creditcard om te betalen mogen ook niet meer. Nadat in oktober 2011 ook de Raad het voorstel goedkeurde, werd dit op 12 december 2011 van kracht. Op 13 december 2013 was de wetgeving in alle EU-lidstaten geïmplementeerd.

Consumentenprogramma 2014-2020

In oktober 2013 heeft de Europese Commissie overeenstemming bereikt met het Europees Parlement en de Raad over een nieuw consumentenprogramma voor de periode 2014-2020. Met dit werkprogramma stelt de EU zich tot doel om de positie van de consument nog verder te versterken. Hiervoor heeft zij vier doelstellingen opgesteld:

  • het verbeteren van de productveiligheid door doelgericht markttoezicht
  • het verbeteren van de consumenteninformatie en het meer bewustmaken van de rechten en plichten van de consument
  • het stimuleren van een alternatieve geschillenoplossing
  • het versterken van de handhaving van consumentenrechten

Betaalmarkten

Op 24 juli 2013 is een nieuwe richtlijn voor Betalingsdiensten ("RBD2") voorgesteld. Hiermee probeert de Europese Commissie de EU-betaalmarkt te verbeteren door versnippering te verhelpen en daarmee circa 130 miljard euro per jaar te besparen. Deze wijzigingen moeten:

  • makkelijkere, veilige en goedkope internetbetalingsdiensten aanbieden. Hiervoor worden betalingsinitiatiediensten gebruikt die hun diensten op een niveau tussen de handelaar en de bank van de koper aanbieden en een betaalwijze aanbieden waarbij geen kredietkaart nodig is. Daarnaast moeten banken hun bestaande betalingsdiensten veiliger maken.
  • Consumenten beter beschermen tegen fraude, mogelijke misbruiken en betalingsincidenten. Een consument zal in beperkte mate maximaal vijftig euro verliezen bij een betaling waarvoor geen toestemming gegeven is.
  • consumenten meer rechten geven bij overmakingen en geldtransfers buiten Europa of betalingen in munteenheden van landen buiten de EU.
  • de opkomst van nieuwe marktdeelnemers en de ontwikkeling van innovatieve mobiele en internetbetalingen in Europa stimuleren.

In combinatie met deze richtlijn zullen maxima voor interbancaire vergoedingen voor transacties met debet- en kredietkaarten van consumenten worden vastgesteld. Na een transitieperiode van 22 maanden - waarin deze interbancaire vergoedingen alleen nog maar voor grensoverschrijdende transacties gelden - zullen de maxima op 0,2 procent van de transactie voor debetkaarten en 0,3 procent van de transactie voor kredietkaarten worden vastgesteld.

Het CE-keurmerk

Er zijn in de lidstaten vele keurmerken die bijvoorbeeld aangeven of producten veilig of milieuvriendelijk zijn. Voldoet een product aan de minimumeisen gesteld in de Europese richtlijnen, dan krijgt het product het CE-keurmerk.

Producten zonder CE-keurmerk worden niet toegelaten tot de Europese markt.

Het Europees Parlement wilde dat de Europese Commissie strengere eisen stelde aan de veiligheid van producten. In de nieuwe Speelgoedrichtlijn, die in 2011 in werking is getreden, staat nu dat bepaalde (gevaarlijke) chemicaliën niet meer mogen worden gebruikt bij het maken van speelgoed. Naast het CE-keurmerk wil het Europees Parlement dat er een veiligheidskeurmerk komt dat aangeeft of een product veilig te gebruiken is. Producenten kunnen vrijwillig voor dit nieuwe keurmerk kiezen, dat dan in de plaats komt van de nationale etiketten waarop informatie over de productveiligheid vermeld staat.

Verbeterde informatie-uitwisseling

Sinds 2004 kent de Europese Unie RAPEX, het Europees waarschuwingssysteem voor gevaarlijke niet-voedingsproducten. Dit systeem verbetert de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten over producten die een gevaar vormen voor de volksgezondheid. Hieronder vallen ook producten waar nog geen specifieke richtlijnen voor bestaan.

In februari 2013 kwam de Commissie met een pakket maatregelen om de interne markt te harmoniseren en te verduidelijken voor consumenten. Zo moet onder andere van ieder product duidelijk zijn waar het is geproduceerd. Producenten en consumenten horen daarnaast - door een goede voorlichting - op de hoogte te zijn van hun rechten en plichten. Ook moet iedere lidstaat hetzelfde wettelijke raamwerk ook daadwerkelijk implementeren. Als laatste wordt het belang van RAPEX onderstreept: RAPEX wordt het communicatiemiddel om gevaarlijke producten aan te duiden en te traceren.

Cosmeticaverordening in de EU

Naast algemene regelgeving voor consumentenrechten, heeft de EU ook richtlijnen voor specifieke producten, zoals cosmetica. Vanaf 2009 is de Cosmeticaverordening van kracht, waarin veiligheidsvoorschriften voor cosmetica zijn opgenomen. In 2013 is deze verordening gewijzigd. Met de nieuwe regels wordt de consument beter geïnformeerd en zijn de veiligheidsnormen aangescherpt. Deze gewijzigde verordening is op 11 juli 2013 in werking getreden.

Ook werd in 2013 een nieuwe verordening van de Commissie vastgesteld met gemeenschappelijke criteria voor beweringen over cosmetische producten. Fabrikanten moeten ervoor zorgen dat beweringen op hun producten aan zes gemeenschappelijke criteria voldoen: de wettelijke eisen zijn nageleefd, de bewering is juist, zij is onderbouwd met bewijsmateriaal, zij is eerlijk, zij is billijk en de consument kan met kennis van zaken een beslissing nemen. De nationale bevoegde instanties zullen beweringen aan deze criteria kunnen toetsen.

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

NL

Inleiding + samenvatting van de EU wetgeving

2.

Wie doet wat

De activiteiten die de Europese Unie ontwikkelt op het terrein van de consumentenrechten worden ontplooid in het kader van de gewone wetgevingsprocedure. Dit houdt in dat de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement alle een grote rol spelen in het besluitvormingsproces.

Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Justitie, consumentenrechten en gendergelijkheid:

De Europese Commissie betrekt adviezen bij het Economisch en Sociaal Comité, een adviesorgaan waarin bijvoorbeeld de Nederlandse Consumentenbond is vertegenwoordigd.

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel bekend heeft gemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

De raadsformatie die beslist over Consumentenzaken is de Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken, die formeel vier keer per jaar bijeenkomt. Ook informele of buitengewone bijeenkomsten zijn mogelijk. Besluiten worden genomen met gekwalificeerde meerderheid. Vertegenwoordiger voor Nederland, afhankelijk van het onderwerp, in deze Raad is: 

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Interne Markt en Consumentenbescherming de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland is de volgende Europarlementariër lid: 

 

Lid/leden

Plaatsvervanger(s)

Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

3.

Meer informatie

Achtergrondartikelen

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Eurobarometer

Video Europese Commissie

Delen

enveloppe

Terug naar boven