Drs. M. (Mark) Rutte

foto Drs. M. (Mark) Ruttevergrootglas Mark Rutte (1967) is sinds 14 oktober 2010 minister-president en minister van Algemene Zaken. Hij is politiek leider van de VVD. Van 29 juni 2006 tot 8 oktober 2010 was hij fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer. De heer Rutte was van 17 juni 2004 tot 28 juni 2006 staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap belast met wetenschapsbeleid, beroepsonderwijs en studiefinanciering. Daarvoor was hij bijna twee jaar staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid belast met onder andere volksverzekeringen, bijstand en arbeidsomstandigheden. De heer Rutte was eerder voorzitter van de JOVD en manager bij een werkmaatschappij van Unilever.

VVD
in de periode 2002-heden: lid Tweede Kamer, fractievoorzitter TK, staatssecretaris, minister, minister-president

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

voornaam (roepnaam)

Mark (Mark)

2.

personalia

geboorteplaats en -datum
's-Gravenhage, 14 februari 1967

3.

partij/stroming

partij(en)
VVD (Volkspartij voor Vrijheid en Democratie)

4.

loopbaan

  • human-resourcemanager N.V. "Unilever", van 1992 tot 1997 
  • personeelsmanager "Van den Bergh Nederland" (Calvé) te Delft, van 1997 tot 2000 
  • human-resource manager voor de Raad van Bestuur N.V. Unilever, van 2000 tot februari 2002 
  • human-resource directeur Unilever werkmaatschappij "IgloMora" te Den Bosch, van februari 2002 tot juli 2002 
  • staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (belast met bijstand, Wet Sociale Werkvoorziening, volksverzekeringen, pensioenen, handhaving en fraudebestrijding en arbeidsomstandigheden), van 22 juli 2002 tot 17 juni 2004 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 30 januari 2003 tot 27 mei 2003 
  • staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (belast met beroepsonderwijs en volwasseneneducatie, hoger beroepsonderwijs, wetenschapsbeleid en studiefinanciering, internationalisering), van 17 juni 2004 tot 27 juni 2006 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 28 juni 2006 tot 14 oktober 2010 
  • fractievoorzitter VVD Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 29 juni 2006 tot 8 oktober 2010 
  • minister-president en minister van Algemene Zaken, vanaf 14 oktober 2010 

5.

partijpolitieke functies

overzicht
  • politiek leider VVD, vanaf 31 mei 2006 

vorige
  • voorzitter JOVD (Jongeren Organisatie "Vrijheid en Democratie"), van 1988 tot 1991 
  • lid hoofdbestuur VVD, van 1993 tot 1997 
  • lid selectiecommissie kandidaten Tweede Kamerfractie VVD, 2002 
  • campagneleider VVD 2006 

lijsttrekkerschap etc.
  • lijsttrekker VVD Tweede Kamerverkiezingen 2006, van 31 mei 2006 tot 22 november 2006 
  • lijsttrekker VVD Tweede Kamerverkiezingen 2010, van 12 maart 2010 tot 9 juni 2010 
  • lijsttrekker VVD Tweede Kamerverkiezingen 2012, vanaf 4 mei 2012 

6.

nevenfuncties

huidige
  • gastdocent "Varias College" (Johan de Witt Scholengroep) te 's-Gravenhage, vanaf september 2008 (1 dagdeel per week) 

vorige
  • gastdocent Intercollege Business School te 's-Gravenhage, van 15 september 2006 tot oktober 2010 (1 dagdeel per week) 
  • kabinetsformateur, van 7 oktober 2010 tot 14 oktober 2010 (kreeg zijn opdracht kort voor het begin van 8 oktober) 

erefuncties, comité's van aanbeveling etc.
beschermheer Echo Foundation, vanaf juni 2006

7.

opleiding

voortgezet onderwijs
  • gymnasium-a te 's-Gravenhage, tot 1984 

academische studie
  • geschiedenis, Rijksuniversiteit Leiden, van augustus 1984 tot 1992 (in 1988-1991 onderbroken vanwege voorzitterschap JOVD) 

8.

activiteiten

als parlementariër
  • Interpelleerde op 10 maart 2009 minister Verhagen over het niet uitvoeren van een motie over de weigering van het Verenigd Koninkrijk om toegang te verlenen aan het lid Wilders 

takenpakket (bewindspersoon)
  • Was als staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid belast met aangelegenheden betreffende 1. de sociale verzekeringen, m.u.v. WAO, WW en ZW; 2. de pensioenen; 3. de bijstand en het gemeentelijk reïntegratiebeleid; 4. de Wet Sociale Werkvoorziening; 5. de handhaving en fraudebestrijding (algemene aspecten); 6. het arbeidsomstandighedenbeleid. 
  • Was als staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap belast met 1. Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie; 2. hoger beroepsonderwijs (inclusief kunstvakonderwijs); 3. wetenschappelijk onderwijs; 4. beroepskolom; 5. studiefinancieringsbeleid en 6. internationale aspecten van het beroepsonderwijs en het hoger onderwijs 

als minister-president
  • Woonde op 1 september 2011 samen met minister Rosenthal de zgn. Libiëtop in Parijs bij over de toekomst van Libië na de val van het regime-Khadaffi 
  • Bereikte op de Europese Top van 30 januari 2012 een akkoord met 24 collega-EU-regeringsleiders over het zogenoemde Begrotingspact. Hierin staan aanscherpingen van de begrotingsregels voor de lidstaten. et begrotingstekort mag niet groter zijn dan 3 procent en de staatsschuld mag niet meer bedragen dan 60 procent van het BBP. De lidstaten moeten de regels vastleggen in nationale wetgeving en op niet naleving staan sancties (boetes). 

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Speerpunten van zijn beleid als staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap waren: de beroepskolom, 'Een leven lang leren' en vernieuwing van medezeggenschap in het beroepsonderwijs 
  • Diende in 2005 een wetsvoorstel in over invoering van een stelsel van leerrechten in het hoger onderwijs voor het volgen een Bachelor- of Master-opleiding. Nieuw is een aparte lening om het collegegeld te betalen, het zogenaamde collegegeldkrediet. Dit is een extra leenvoorziening die evenveel bedraagt als het collegegeld. Het collegegeldkrediet kan voor een periode van de nominale cursusduur plus 3 jaar extra worden gebruikt. Voor het terugbetalen van schulden bij de IB-Groep komt een nieuwe regeling. In het nieuwe stelsel betaalt de student niet een vast maandbedrag, maar een percentage van zijn inkomen. 
  • Leidde in april 2006 als waarnemend minister voor Buitenlandse Handel een economische missie naar Beieren 
  • Diende in 2006 een wetsvoorstel in over grotere vrijheid voor instellingen in het hoger en wetenschappelijk onderwijs. De regeldruk voor instellingen moet afnemen. De overheid behoudt alleen als taak het bewaken van de kwaliteit van onderwijs en onderzoek. 

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 2003 de Wet werk en bijstand (Stb. 375) tot stand. Deze wet vervangt de Algemene Bijstandswet, de Wet inschakelingen werkzoekenden en andere regelingen om mensen zonder werk te voorzien in hun bestaan. In de nieuwe wet ligt de nadruk op het realiseren van werk boven inkomen. Het belang van een op arbeidsparticipatie en reïntegratie gerichte aanpak, laat onverlet dat de inkomenswaarborg een kernfunctie blijft. De centrale verantwoordelijkheid voor het bevorderen van de reïntegratie van bijstandsgerechtigden ligt bij de gemeenten, die hiervoor een eigen budget krijgen. 
  • Bracht in 2004 een wet (Stb. 343) tot aanscherping van de prestatienorm voor de studiefinanciering in het Staatsblad. Studenten krijgen hun beurs in eerste instantie uitgekeerd als een lening. Pas wanneer een bepaalde prestatie is behaald, wordt de lening omgezet in een gift. Het wetsvoorstel was door zijn voorganger Nijs door de Tweede Kamer geloodst. 

als (in)formateur
  • Kreeg op 7 oktober 2010 de opdracht om, gelet op het eindverslag van informateur Opstelten en de daarin vervatte conclusies, op de kortst mogelijke termijn een kabinet te vormen bestaande uit VVD en CDA. Bracht op 14 oktober eindverslag uit, nadat de bewindslieden voor zijn kabinet waren aangezocht. 

9.

wetenswaardigheden

algemeen
  • Werd in mei 2006 in een verkiezing door de leden van de VVD met 51,5 procent van de stemmen gekozen tot lijsttrekker bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2007. Zijn belangrijkste tegenstandster Rita Verdonk kreeg 46 procent; de derde kandidaat, Kamerlid Jelleke Veenendaal, drie procent. 
  • De rechtbank in Haarlem oordeelde in mei 2007 dat zijn beleidsvoornemen in 2003 om inwoners met een Somalische achtergrond door gemeenten extra te laten controleren op bijstandsfraude in strijd was met de Grondwet (aanzetten tot discriminatie naar ras). 
  • Op 17 augustus 2011 verwierp de Tweede Kamer een motie-Roemer/Thieme waarin zijn handelwijze bij de uitleg over het steunpakket tot 2014 voor Griekenland werd afgekeurd. De motie kreeg alleen steun van SP en PvdD. Hij had bij de presentatie van een steunpakket voor Griekenland op 21 juli (onbedoeld) de indruk gewekt dat het ging om een 109 miljard euro, waarvan 50 miljard uit de private sector. Maakte hiervoor later excuses. Het ging om 109 miljard publiek geld. Daarnaast zou de financiële sector voor 106 miljard euro bijdragen. 
  • Lanceerde in september 2011 samen met minister De Jager in een artikel in de "Financial Times" een voorstel over een stabiele euro op lange termijn. Ten eerste pleiten zij voor onafhankelijk toezicht op de naleving van de begrotingsregels. Ten tweede moeten landen die regels stelselmatig schenden stapsgewijs te maken krijgen met zwaardere sancties en minder vrijheid in hun begrotingsbeleid. Voor het onafhankelijk toezicht zou er een 'Commissaris voor begrotingsdiscipline' moeten komen, waarvan de bevoegdheden vergelijkbaar moeten zijn met die van de mededingingscommissaris. 

uit de privésfeer
  • Ambieerde in zijn jeugd een carrière als concertpianist 
  • Zijn vader was vertegenwoordiger (importeur) van een handelsonderneming in Nederlands-Indië en later (in Nederland) directeur. Zijn moeder was secretaresse. 

anekdotes
  • Over de periode waarin VVD-leider Gerrit Zalm hem vroeg als opvolger van staatssecretaris Annette Nijs op het ministerie van Onderwijs (juni 2004) zei Rutte: "Gerrit is niet van de afdeling variabelen. Ik had geen keus. Los daarvan, het was ook spannend." 

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
lid JOVD (Jongeren Organisatie "Vrijheid en Democratie") (vanaf zijn zeventiende)

hobby's
  • geschiedenis 
  • pianospelen 

10.

publicaties/bronnen

literatuur/documentatie
  • Hans van Soest, "Zondagskind in de Trêveszaal", in: Haagsche Courant, 20 maart 2004 
  • "Staatssecretaris Mark Rutte: 'Doe alleen dàt waar je achter staat'", Spits, 31 januari 2005 
  • Marcel ten Hooven en Esther Lammers, "Politiek verdort zonder groene, grazige weide", Trouw, 10 februari 2005 
  • "Een onkreukbare positivo", interview met Raoul du Pré en Philippe Remarque in "De Volkskrant", 10 september 2005 
  • "Ik ben net zo oud als Lubbers toen hij premier werd", Algemeen Dagblad, 29 mei 2010 
  • Karen Zandbergen, "De grazige weiden van Mark Rutte", Trouw, 9 oktober 2010 
  • M. van der Kooij en D. van Harten, "Mark Rutte: alleen voor de politiek" (2010) 
  • Arnold Gelder, "'Mark is een zondagskind'. Vrienden over de nieuwe premier Rutte", Algemeen Dagblad, 9 oktober 2010 
  • Thijs Niemantsverdriet en Kees Versteegh, "Gehavend leider met groeipotentieel", NRC Weekend 28 en 29 april 2012 

11.

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
ongehuwd

vader
I. Rutte, Izaäk (Ies)

moeder
H.C.Dilling, Hermina Cornelia

beroep grootvader (vaderskant)
kantoorbediende

beroep grootvader (moederskant)
opzichter Heidemaatschappij