Mr. J.P.H. (Piet Hein) Donner

foto Mr. J.P.H. (Piet Hein) Donnervergrootglas Piet Hein Donner (1948) is sinds 1 februari 2012 vicepresident van de Raad van State. Hij was van 14 oktober 2010 tot 16 december 2011 minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Van 22 juli 2002 tot 21 september 2006 was hij minister van Justitie en van 22 februari 2007 tot 14 oktober 2010 minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Daarvoor was de heer Donner onder meer voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en lid van de Raad van State (1997-2002). In 2001-2002 leidde hij een commissie die adviseerde over de WAO-problematiek en in 2002 en 2003 trad hij op als informateur. In de periode november 2006-februari 2007 was hij Tweede Kamerlid.

CDA
in de periode 1997-heden: lid Tweede Kamer, minister, lid Raad van State, vicepresident Raad van State

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

voornamen (roepnaam)

Jan Pieter Hendrik (Piet Hein)

2.

personalia

geboorteplaats en -datum
Amsterdam, 20 oktober 1948

levensbeschouwing
Protestants

3.

partij/stroming

partij(en)
CDA (Christen-Democratisch Appèl)

4.

hoofdfuncties

  • ambtenaar directoraat-generaal buitenlandse economische betrekkingen, ministerie van Economische Zaken, van 1976 tot 1981 
  • gedetacheerd bij parlementaire enquêtecommissie RSV (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 1982 tot 1984 
  • raadadviseur stafafdeling wetgeving publiekrecht, ministerie van Justitie, van 1984 tot 1990 
  • lid WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid), van 1 november 1990 tot 1 januari 1993 
  • voorzitter WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid), van 1 januari 1993 tot 22 december 1997 
  • lid Raad van State, van 22 december 1997 tot 22 juli 2002 (benoemd bij K.B. van 6 februari 1997) 
  • minister van Justitie, van 22 juli 2002 tot 21 september 2006 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 30 november 2006 tot 22 februari 2007 
  • minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 22 februari 2007 tot 14 oktober 2010 
  • minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van 14 oktober 2010 tot 16 december 2011 
  • vicepresident Raad van State, vanaf 1 februari 2012 (benoemd bij K.B. van 16 december 2011) 

5.

partijpolitieke functies

vorige
  • lid commissie CDA-verkiezingsprogramma 1998, van 1 juni 1996 tot oktober 1997 

6.

nevenfuncties

huidige
  • lid Raad van Advies Carnegiestichting 
  • voorzitter Raad van Toezicht Oorlogsgravenstichting, vanaf 16 september 2013 

vorige
  • ouderling Protestantse Kerk te 's-Gravenhage (Duinzichtkerk) 
  • lid kerkbestuur Protestantse Kerk te 's-Gravenhage (Duinzichtkerk) 
  • lid bestuur Kerk en School 
  • voorzitter Commissie toewijzing etherzendtijd voor commerciële omroep, van 26 augustus 1991 tot 27 januari 1992 
  • voorzitter Commissie functioneren Openbaar Ministerie, van 1993 tot 8 juni 1994 
  • voorzitter Tijdelijke Adviescommissie Toezicht Telecommunicatie 
  • voorzitter Christelijk Sociaal Congres 
  • voorzitter Centre for Europe and Security Studies te Groningen, tot juli 2002 
  • lid bestuur Stichting Katholieke Universiteit Brabant, tot juli 2002 
  • lid curatorium Stichting Theologische Faculteit Tilburg 
  • lid curatorium Stichting Maatschappelijk Ondernemen Midden- en Kleinbedrijf 
  • voorzitter Vereniging tot christelijke verzorging van geestes- en zenuwzieken 'Vereniging Bennekom' 
  • voorzitter Scientific Council ASWB, Onderzoeksschool Arbeid, Welzijn, Sociaal-Economisch Bestuur, Universiteit van Utrecht 
  • voorzitter Interkerkelijk Contact in Overheidszaken 
  • voorzitter Commissie Psychische Arbeidsongeschiktheid, van januari 2000 tot juli 2002 
  • voorzitter Commissie WAO-problematiek, van mei 2000 tot april 2002 
  • informateur, van 17 mei 2002 tot 4 juli 2002 
  • informateur, van 24 januari 2003 tot 12 april 2003 (vanaf 5 februari 2003 samen met F. Leijnse) 
  • lid Raad van Toezicht, Oorlogsgravenstichting, van 31 december 2012 tot 16 september 2013 

7.

opleiding

voortgezet onderwijs
  • gymnasium-b, tot 1968 (Europees eindexamen) 

academische studie
  • Nederlands recht, Vrije Universiteit te Amsterdam, van 1968 tot 1974 

post-academisch onderwijs
  • studie University of Michigan te Ann Arbor (Mich., VS) 

8.

activiteiten

als parlementariër
  • Voerde in de periode dat hij Tweede Kamerlid was (november 2006-februari 2007) het woord bij de behandeling van een wetsvoorstel tot wijziging van de Wet bodembescherming 

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Kwam in 2002 met plannen voor het op één cel plaatsen van twee gedetineerden. Er wordt daarna in enkele strafinrichtingen geëxperimenteerd met 'twee op één cel'. 
  • Zette in 2004 samen met minister Remkes naar aanleiding van aanslagen in Madrid een aanscherping van het beleid inzake terrorismebestrijding uiteen. Er komt een nationaal coördinator terrorismebestrijding. (27.925, nr. 123) 
  • Bracht in 2004 de Nota Rechtsstaat en Rechtsorde uit. Daarin komen maatregelen aan de orde ter vermindering van de regelgroei, zoals deregulering, het schrappen van planverplichtingen, en ontwikkeling van alternatieve geschillenbeslechting (mediation). 
  • Zette in 2004 samen met minister Remkes in een brief de omstandigheden en beleidsgevolgen uiteen van de moord op 2 november van de cineast/publicist Theo van Gogh. De moord werd aangeduid als een aanslag met een terroristisch karakter. In de brief wordt onder meer ingegaan op de gevaren en bestrijding van gewelddadige radicalisering van stromingen in de islam. (29.841, nr. 3) 
  • Bracht in 2005 de Nota Terrorismebestrijding uit. Daarin wordt inzicht gegeven op welke wijze radicalisme en radicalisering een bedreiging vormen voor de samenleving en de democratische rechtsorde. De nota bevat een beleidskader voor het overheidsbeleid om die dreiging tegen te gaan. Hoofdlijnen daarbij zijn: vergroting van binding van groepen en individuen aan de samenleving, het bevorderen van weerbaarheid en actief ingrijpen tegen radicalen, radicaliseerders en hun ondersteuners. 
  • Bracht in 2005 samen met minister Remkes de Nota Corruptiepreventie uit. Daarin worden diverse maatregelen aangekondigd om corruptie tegen te gaan, zoals de oprichting van een Bureau integriteitsbevordering openbare sector. 
  • Diende in 2005 een wetsvoorstel in over beperking van meervoudige nationaliteit en invoering van verlies van het Nederlanderschap wegens het toebrengen van ernstige schade aan essentiële belangen van het Koninkrijk. Dit voorstel werd in 2007 door zijn opvolger ingetrokken. (30.166) 
  • Verdedigde in 2005 en 2006 met succes het wetsvoorstel 'afgeschermde getuigen' in beide Kamers. Het wetsvoorstel werd kort na zijn aftreden door minister Hirsch Ballin in het Staatsblad gebracht. (29.743) 
  • Verdedigde in 2006 samen met minister Remkes in de Tweede Kamer met succes een wijziging van de Politiewet tot invoering van een nieuw stelsel voor bewaking en beveiliging van personen, objecten en diensten. (30.041) 
  • Diende in 2006 samen met minister Remkes een wetsvoorstel tot herstructurering van de Raad van State in (30.585) 
  • Was als minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid eerstverantwoordelijke voor het besluit om per 1 mei 2007 de grenzen open te stellen voor werknemers uit Midden- en Oosteuropese EU-landen 
  • Was in 2007 verantwoordelijk voor het besluit om het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) en het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) per 1 januari 2009 te laten fuseren 
  • Stelde eind 2007 de commissie Arbeidsparticipatie (commissie-Bakker) in, die gevraagd werd te adviseren over structurele verhoging van arbeidsparticipatie. De commissie bracht in juni 2008 advies uit. 
  • Diende in 2008 een wetsvoorstel in over het opnemen van de mogelijkheid om op eigen verzoek de AOW-leeftijd geheel of gedeeltelijk later dan 65 jaar te laten ingaan (31.774) 
  • Diende in 2008 een wetsvoorstel in over het bevorderen van participatie van jonggehandicapten door werk en arbeidsondersteuning (31.780) 
  • Kwam in 2008 met een regeling waardoor bedrijven een tijdelijke werktijdverkorting kunnen krijgen voor hun werknemers als zij door de kredietcrisis acuut omzetverlies lijden. Dit moet voorkomen dat zij overhaast werknemers ontslaan. 
  • Diende in 2009 samen met minister Hirsch Ballin een wetsvoorstel in over limitering van de ontslagvergoeding voor werknemers vanaf een jaarsalaris van f 75.000. Dit wetsvoorstel werd in 2013 ingetrokken. (31.862) 
  • Diende in 2009 samen met staatssecretaris Klijnsma een wetsvoorstel in om de AOW-leeftijd in twee stappen te verhogen naar 67 jaar. In 2020 moet de leeftijd waarop burgers AOW krijgen 66 jaar worden en in 2025 67 jaar. Werknemers die 42 jaar en minimaal drie dagen hebben gewerkt, kunnen ervoor kiezen op hun 65ste te stoppen. Zij krijgen dan ongeveer 8% minder AOW. Werknemers met zware beroepen moeten na dertig jaar een aanbod krijgen voor minder belastend werk. Als dit niet gebeurt, moet de werkgever zorgen dat zij met 65 jaar kunnen stoppen. Ook de leeftijd voor aanvullende pensioenen en socialeverzekeringswetten gaat naar 67 jaar. (32.247) 
  • Wenste in 2010 niet langer enkele pensioenfondsen uitstel te verlenen van de verplichting om uiterlijk per 1 januari 2011 korting te overwegen van pensioenuitkeringen, om zo te kunnen voldoen aan de dekkingsvereiste. Hij achtte langer uitstel gezien de duur en omvang van de problemen voor deze fondsen niet verantwoord. 
  • Bracht in 2011 als minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een brief uit over de vernieuwing van de rijksdienst. Daarmee wordt een eerste stap gezet bij de uitvoering van het kabinetsvoornemen om te komen tot een krachtige, kleine en dienstverlenende overheid, met minder ambtenaren en bestuurders. Het aangekondigde programma heeft als hoofdlijnen: opbouw van een rijksbrede infrastructuur voor de ondersteunende bedrijfsvoering, concentratie van de ondersteunende bedrijfsvoering bij de kerndepartementen en clustering van uitvoerings- en toezichtorganisaties. (31.490, nr. 54) 
  • Sloot in 2011 met provincies (IPO), gemeenten (VNG) en waterschappen (Unie van Waterschappen) een Bestuursakkoord over decentralisatie. Doel daarvan is te komen tot een krachtige, kleine en dienstverlenende overheid. De rijksoverheid draagt taken op het gebied van regionaal economisch beleid, natuur, ruimtelijke ordening en vervoer over aan provincies. Gemeenten krijgen een grotere rol op het gebied van jeugdzorg en bij vergroting van de arbeidsparticipatie van mensen met een beperking. Waterschappen krijgen meer taken op het gebied van waterbeheer en -veiligheid. Het Bestuursakkoord werd namens het Rijk medegetekend door minister Schultz van Haegen en de staatssecretarissen Weekers, Bleker, Atsma, Veldhuijzen van Zanten en De Krom. (32.749) 
  • Bracht in 2011 een nota uit over integratie, binding en burgerschap. In het integratiebeleid horen de Nederlandse samenleving en de waarden waarop deze berust, centraal te staan. Van mensen die zich in Nederland willen vestigen, wordt verwacht dat zij hun bijdrage leveren aan versterking van de maatschappelijke samenhang en betrokkenheid en burgerschap tonen. Er wordt afstand genomen van het relativisme dat besloten ligt in het model van de multiculturele samenleving. De samenleving verandert wel onder invloed van migranten, maar is niet uitwisselbaar voor welke andere samenleving dan ook. De Wet inburgering zal worden aangescherpt en subsidies en maatregelen voor integratie van specifieke groepen worden beëindigd. Het kabinet komt een verbodsverbod op gezichtsbedekkende kleding in openbare ruimte. (32.824) 
  • Bracht in 2011 samen met minister Schultz van Haegen de Visienota bestuur en bestuurlijke inrichting ('Bestuur in samenhang') uit over het bestuur van de Randstad, de afschaffing van de Wgr-plus en de opbouw van twee infrastructuurautoriteiten in de Noord- en Zuidvleugel. Uitgangspunt van de nota is het streven om te komen tot een compacte en efficiënte overheid. Onder meer samenvoeging van de provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland moet leiden tot versterking van het bestuur in de Randstad. Naast de Wgr-plus (stadsgewesten) worden ook de deelgemeenten opgeheven en wordt het aantal volksvertegenwoordigers verminderd. Er wordt gezocht naar nieuwe vormen van betrokkenheid en burgerschap door zelfbeheer in wijken en dorpen van publieke voorzieningen of zelfbestuur bij het inrichten van de openbare ruimte. (33.047) 
  • Bracht in 2011 de notitie Beleidskader gemeentelijke herindeling uit. Centrale uitgangspunt daarin is dat gemeentelijke herindeling van 'onderop' tot stand moet komen. De gemeenten zelf zijn leidend, de provincie speelt alleen in uitzonderingsgevallen een rol, bijvoorbeeld als zich bestuurlijke knelpunten voordoen en/of bij complexe regionale maatschappelijke opgaven. (28.750, nr. 28) 

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 2002 een nieuwe Wet justitiële gegevens in het Staatsblad (Stb. 552). Hierdoor kunnen onder meer gegevens over zedenmisdrijven veel langer worden bewaard. Verder wordt beter aangesloten bij privacybepalingen uit de Wet bescherming persoonsgegevens. Het wetvsoorstel was in 1996 ingediend door minister Sorgdrager en werd in de Tweede Kamer verdedigd door minister Korthals. (24.797) 
  • Bracht in 2002 samen met minister Kamp een wet in het Staatsblad (Stb. 589) waardoor bepalingen van de Huurprijzenwet woonruimte en de Wet op de huurcommissies worden geïntegreerd in een nieuwe Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte. Daarnaast wordt een deel van de tekst van de Huurprijzenwet woonruimte overgeheveld naar de nieuwe titel 7.4 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Hierdoor wordt de huur(prijs)wetgeving vereenvoudigd en moet grotere uniformiteit in de uitspraken van de huurcommissies worden bereikt. Het wetsvoorstel was in 2001 ingediend door minister Korthals en staatssecretaris Remkes. (26.090) 
  • Bracht in 2003 een wetswijziging (Stb. 198) tot stand waardoor het ongecontroleerd gebruik van verborgen camera's aan banden wordt gelegd. Het wetsvoorstel was in 1998 ingediend door minister Korthals. (27.732) 
  • Bracht in 2003 samen met staatssecretaris Wijn een wet (Stb. 199) tot stand waardoor er een wettelijke basis komt voor het gebruik van de elektronische handtekening. Het wetsvoorstel was in 2001 ingediend door minister Korthals en staatssecretaris Bos. (27.743) 
  • Bracht in 2003 een wetswijziging (Stb. 201) tot stand waarmee een wettelijke basis wordt gegeven aan DNA-onderzoek naar uiterlijk waarneembare persoonskenmerken. De bestaande regeling voor DNA-onderzoek in strafzaken stond slechts vergelijking van DNA-profielen toe. Met de wetswijziging worden de bestaande strafrechtelijke onderzoeksmogelijkheden uitgebreid. Het wetsvoorstel was in 2001 ingediend door minister Korthals. (28.072) 
  • Bracht in 2003 wijzigingen (Stb. 238) van het Burgerlijk Wetboek tot stand die tot betere bescherming van huizenkopers moeten leiden. Er wordt onder andere een bedenktijd van drie dagen ingesteld bij de koop van onroerend goed. Bij koop/aanneming van een nieuw gebouwde woning kan 5 procent van de prijs in depot worden gestort bij de notaris in verband met eventuele na de levering blijkende gebreken. Het wetsvoorstel werd in 1993 ingediend door minister Sorgdrager. (23.095) 
  • Bracht in 2003 een wijziging (Stb. 495) van het Burgerlijk Wetboek tot stand. Hierdoor vervalt de absolute verjaringstermijn voor personenschade en gaat de verjaringstermijn voor eisen tot schadevergoeding pas lopen nadat het slachtoffer de omvang van de geleden schade kent en weet wie er voor aansprakelijk is. De nieuwe wet is onder meer van belang voor slachtoffers van asbest. Het wetsvoorstel was in 1999 ingediend door minister Korthals. (26.824) 
  • Bracht in 2004 de Overleveringswet (Stb. 195) tot stand. Hiermee worden uitleveringsverzoeken in de EU vervangen door een geüniformeerd Europees aanhoudingsbevel. Verder wordt het aantal toetsingscriteria bij uitlevering verminderd en worden procedures onderling afgestemd, waarbij niet langer regeringen maar nog slechts justitiële autoriteiten zijn betrokken en waaraan termijnen zijn gekoppeld. (29.042) 
  • Bracht in 2004 de Wet terroristische misdrijven (Stb. 290) tot stand. Deze wet verhoogt onder meer de maximale gevangenisstraf voor misdrijven die met een terroristisch oogmerk worden gepleegd en stelt rekrutering voor terroristische activiteiten strafbaar. Leiders van een terroristische organisatie kunnen een levenslange gevangenisstraf krijgen. (28.463) 
  • Bracht in 2004 met minister Remkes de Wet op de uitgebreide identificatieplicht (Stb. 300) tot stand. Door deze wet krijgen politie, buitengewoon opsporingsambtenaren en de toezichthouders in het kader van hun taakuitoefening de bevoegdheid burgers inzage in hun identiteitsbewijs te vragen. Hiermee moet beter toezicht op handhaving van naleving van regels en toezicht op verblijf in de openbare ruimt eenvoudiger worden. (29.218) 
  • Bracht in 2004 een wijziging (Stb. 350) van de Penitentiaire Beginselenwet tot stand. Deze wetswijziging verruimt de mogelijkheden om in penitentiaire inrichtingen meer gedetineerden in één cel te plaatsen. Doel is de effectiviteit van de strafrechtstoepassing te vergroten door de uitbreiding van de sanctiecapaciteit. De directeur van een penitentiaire inrichting bepaalt of een gedetineerde met een andere gedetineerde in een cel wordt geplaatst, met inachtneming van in een ministeriële regeling gegeven criteria. (28.979) 
  • Bracht in 2004 een wet (Stb. 351) tot stand waardoor personen die veelvuldig strafbare feiten plegen, in een specifieke strafinrichting of afdeling van zo'n inrichting kunnen worden opgenomen. (28.980) 
  • Bracht in 2005 een wijziging (Stb. 111) van het Wetboek van Strafrecht tot stand, waardoor discriminatie vanwege een lichamelijk, psychische of verstandelijke handicap strafbaar wordt. Het wetsvoorstel was in 2002 ingediend door minister Korthals. (28.221) 
  • Bracht in 2005 een wijziging (Stb. 254) van het Wetboek van Strafrecht en Wetboek van Strafvordering tot stand, die het mogelijk maakt dat een afspraak wordt gemaakt tussen de officier van justitie en een verdachte van een strafbaar feit met het oog op het verkrijgen van een getuigenverklaring in een strafzaak tegen een andere verdachte. De verdachte krijgt dan in ruil voor de getuigenverklaring een lagere straf dan gebruikelijk. Het voorstel was in 1998 ingediend door minister Korthals. (26.294 & 28.017) 
  • Bracht in 2005 een wet (Stb. 390) over de regeling van bevoegdheden tot vordering van gegevens tot stand. Derden (zoals bibliotheken of internetproviders) kunnen in het belang van opsporing, indien nodig onder dwang, worden verplicht gegevens te verstrekken. De bevoegdheden sluiten aan bij bestaande dwangmiddelen. Het betreft bevoegdheden tot het vorderen van zogenaamde identificerende gegevens, het vorderen van andere dan identificerende gegevens, het vorderen van gevoelige gegevens en het vorderen van medewerking aan het ontsleutelen van versleutelde gegevens. (29.441) 
  • Bracht in 2006 de Wet bijzondere opsporingsdiensten (Stb. 285) tot stand. Het aantal bijzondere opsporingsdiensten met algehele opsporingsbevoegdheid wordt teruggebracht van 21 naar vier: op het gebied van financiën en economie, landbouw, milieu en leefomgeving en sociale zekerheid. Deze opsporingsdiensten zijn belast met de (strafrechtelijke) handhaving van de ordeningswetgeving. Naast de algemene opsporingsbevoegdheid regelt de wet de bevoegdheden tot geweldgebruik en tot het doen van een veiligheidsonderzoek voor de bijzondere opsporingsdiensten. Er komt in één landelijke organisatorische eenheid binnen het openbaar ministerie, het zogenoemde functioneel parket. (30.182) 
  • Bracht in 2006 de Wet OM-afdoening (Stb. 399) tot stand. Hierdoor komen alleen de zwaardere strafzaken nog bij de strafrechter terecht. Het Openbaar Ministerie krijgt de mogelijkheid om onder meer geldboetes, korte rijontzeggingen en schadevergoedingsmaatregelen op te leggen. (29.849) 
  •  
  • Bracht in 2008 als minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de Wet zwangerschaps- en bevallingsuitkering zelfstandigen (Stb. 192) tot stand. Deze wet voegt aan de Wet Arbeid en Zorg bepalingen toe over een zwangerschaps- en bevallingsverlof van maximaal 16 weken (zes weken zwangerschapsverlof en tien weken bevallingsverlof). Zelfstandigen krijgen hierdoor een gelijke regeling als werkenden in loondienst. (31.366) 
  • Bracht in 2008 de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen (Stb. 340) tot stand. Deze wet voert tot 1 juli 2016 een voorziening voor werknemers in die op of na de leeftijd van 60 jaar werkloos zijn geworden, en die gedurende de WW-periode er niet in zijn geslaagd (voldoende) inkomen te verwerven. Er geldt wel een sollicitatieplicht, maar geen vermogenstoets. (30.819) 
  • Bracht in 2008 de Wet stimulering arbeidsparticipatie (Stb. 590) en de Wet verbetering arbeidspositie alleenstaande ouders (Stb. 595) tot stand. Werkgevers kunnen een loonkostensubsidie krijgen als zij langdurig werklozen en arbeidsongeschikten van jonger dan 50 jaar in dienst nemen. Alleenstaande ouders (voorzover zij de zorg hebben voor één of meer kinderen onder de vijf jaar hebben) krijgen maximaal zes jaar de keuzemogelijkheid voor combinatie van werken en zorgen. Zij hebben dan wel een scholingsplicht. (31.519 & 31.577) 
  • Bracht in 2008 samen met staatssecretaris Klijnsma een wet (Stb. 600) tot wijziging van de structuur van de uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI) tot stand. Er komt één organisatie voor werk en inkomen om tot betere arbeidsparticipatie te komen. De dienstverlening van CWI en UWV wordt geïntegreerd. Het wetsvoorstel was in de Tweede Kamer mede verdedigd door staatssecretaris Aboutaleb. (31.514) 
  • Bracht in 2009 de Wet Bevordering participatie jonggehandicapten door werk en arbeidsparticipatie (Stb. 580) tot stand. Aan de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) wordt een nieuw stelsel toegevoegd om de kansen op betaalde arbeid voor jongeren met een beperking te vergroten. Uitgangspunt is de vraag wat jongeren met een beperking nog wel kunnen en niet wat hun beperkingen zijn. Het stelsel gaat gelden voor jongeren die vanaf 2010 in de Wajong komen. (31.780) 
  • Bracht in 2010 de Tijdelijke wet pilot loondispensatie in het Staatsblad (Stb. 217). Voor een aantal werknemers wordt het tot 1 januari 2013 mogelijk om minder dan het wettelijk minimumloon te betalen als een werknemer door een arbeidsbeperking minder productief is. De werknemer ontvangt een aanvullende uitkering van de gemeente. Hiermee moet de arbeidsparticipatie van personen met een arbeidsbeperking worden bevorderd. Het wetsvoorstel was in de Tweede Kamer verdedigd door staatssecretaris Klijnsma. (32.165) 
  •  
  • Bracht in 2010 als minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een wijziging (Stb. 790) van de Kieswet tot stand inzake de Eerste Kamerverkiezingen. Het aangaan van lijstverbindingen is niet langer mogelijk en de voorkeursdrempel gaat van 50 naar 100 procent. Verder zullen de stemmingen in alle Statencolleges op hetzelfde tijdstip plaatsvinden. Het wetsvoorstel was in 2009 ingediend en in 2010 in de Tweede Kamer verdedigd door staatssecretaris Bijleveld. (32.191) 
  • Bracht in 2011 een wet in het Staatsblad tot regeling van de tijdelijke vervanging van wethouders en gedeputeerden wegens zwangerschap en bevalling of ziekte. Het wetsvoorstel was in 2009 ingediend door minister Ter Horst. (32.209) 
  • Bracht in 2011 een wet tot stand tot samenvoeging van de gemeenten Anna Paulowna, Niedorp, Wieringen en Wieringermeer en vorming van de nieuwe gemeente Hollands Kroon 
  • Bracht in 2011 de Wet College voor de rechten van de mens tot stand. Met deze wet wordt een nationaal mensenrechteninstituut opgericht, dat zich bezighoudt met de bescherming, bewustwording en de naleving van mensenrechten. De instelling volgt uit door de VN opgestelde criteria. (32.467) 

als (in)formateur
  • Kreeg op 17 mei 2002 het verzoek de mogelijkheden te onderzoeken van de spoedige vorming van een kabinet dat mocht rekenen op een vruchtbare samenwerking met de volksvertegenwoordiging en de weg aan te geven waarlangs dat kabinet tot stand kon komen. Op 23 mei deelde VVD-fractievoorzitter Zalm mee dat zijn partij - ondanks het grote verlies bij de verkiezingen - wilde praten over regeringsdeelname. De onderhandelaars van CDA (Balkenende), LPF (Herben) en VVD (Zalm) bereikten op 1 juli overeenstemming over een ontwerp-regeerakkoord. Op 4 juli bracht hij zijn eindverslag uit. 
  • Kreeg op 24 januari 2003 het verzoek op zo kort mogelijke termijn na te gaan welke mogelijkheden er waren voor de vorming van een nieuw kabinet, dat kon rekenen op een vruchtbare samenwerking met de Staten-Generaal. Op 3 februari adviseerde hij een verder onderzoek van de vorming van een kabinet van CDA en PvdA. Tevens gaf hij een overzicht van de thema's (waaronder de begroting, de WAO, veiligheid en integratie) die tijdens de formatie verder aan bod moesten komen. 
  • Kreeg op 5 februari 2003 het verzoek om, samen met prof.dr. F. Leijnse, in lijn met zijn eindverslag onderzoek te doen naar de spoedige totstandkoming van een kabinet van CDA en PvdA. Op 26 februari stelden zij een gemeenschappelijk kader op waarbinnen de beleidsthema's verder moesten worden uitgediept. Een geschil over de steun aan de militaire operatie (buiten de VN om) in Irak werd op 25 maart opgelost. Op 11 april bleek er echter geen overeenstemming mogelijk over extra bezuinigingen. 

9.

wetenswaardigheden

algemeen
  • Werd in juni 2004 in de Tweede Kamer ernstig bekritiseerd over de gang van zaken rond een ontvluchte tbs'er die tijdens die vlucht een 12-jarig meisje had ontvoerd. Een door de LPF ingediende motie van wantrouwen kreeg echter alleen steun van LPF en PvdA. 
  • In juni 2005 moest hij zich in de Tweede Kamer verantwoorden voor de ontvluchting van een tbs'er die daarna betrokken was bij een moord. Na de toezegging dat het systeem van terbeschikkingstelling en het proefverlof kritisch onder de loep zouden worden genomen, verwierp de Tweede Kamer een door LPF en Groep-Wilders ingediende motie van wantrouwen. 
  • In september 2005 kwam hij onder vuur te liggen vanwege de gang van zaken in de Schiedamse parkmoord. Daarbij was door ernstige fouten bij het OM bij het onderzoek een persoon ten ontrechte veroordeeld en pas na vier jaar vrijgelaten. Na toezeggingen over onderzoek naar mogelijke gelijksoortige fouten, werd een door GroenLinks ingediende motie van wantrouwen verworpen. 
  • Trad af na het verschijnen op 21 september 2006 van het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, waarin een brand elf met dodelijke slachtoffers in het Detentie- en Uitzettingscentrum Schiphol-Oost mede werd verweten aan de Dienst Justitiële Inrichtingen. Deze onder zijn verantwoordelijkheid vallende instelling was belast met de veiligheid van de gedetineerden. 
  • Was in maart 2009 namens het CDA-smaldeel in het kabinet deelnemer aan de onderhandelingen met PvdA en ChristenUnie over de aanpak van de economische recessie 
  • Bemiddelde op 1 september 2010 met succes toen er een conflict was ontstaan in de CDA-fractie over (voortgang van) de formatieonderhandelingen met de PVV 

uit de privésfeer
Neef (oomzegger) van de schaakgrootmeester Jan Hein Donner

anekdotes en citaten
  • Zei na het voor de regering negatief uitgevallen referendum over de Europese Grondwet - het eerste referendum sinds omstreeks 200 jaar -: "Zo'n referendum, dat moesten we vaker doen. Misschien maar weer eens over 100 jaar." 

woonplaats
's-Gravenhage

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
lid oratorische vereniging I.U.M.B.O.

10.

publicaties/bronnen

literatuur/documentatie
  • Rinskje Koelewijn en René Moerland, "De buigzame bewaker van het gezag. Piet Hein Donner, ex-mentor van Balkenende, moet op Justitie nu gewoon vechten om te overleven", NRC Handelsblad, 5 april 2004 
  • Jan Hoedeman en Bert Wagendorp, "De wereld van Donner", De Volkskrant, 17 september 2005 
  • Interview: "'Leuk' hoort niet bij vak van minister", De Volkskrant, 4 februari 2006 
  • Cyntha van Gorp, "Hijzelf is klaar voor de kroon op zijn carrière", Trouw, 16 december 2011 
  • Klaas Broekhuizen, "Donner kan alleen beticht worden van gulzigheid", Het Financieele Dagblad, 16 december 2011 

11.

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Amstelveen, 23 juni 1973

echtgeno(o)t(e)/partner
L.M. Quanjer, Liesbeth Maria

kinderen
3 zoons

familierelaties

Delen

enveloppe

Terug naar boven