
regeringsgezind ten tijde van Willem I, regeringsgezind ten tijde van Willem II, ultraconservatief (vóór 1848)
in de periode 1829-1848: lid Tweede Kamer, voorzitter Tweede Kamer, minister, lid Raad van State
Zierikzee, 29 maart 1786
overlijdensplaats en -datum
Veur (Z.H.), 11 september 1858 (nu: Leidschendam)stroming(en)
- -regeringsgezind (ten tijde van Willem I en Willem II)
- -ultraconservatief
- -advocaat te 's-Gravenhage, van 1808 tot 1833
- -lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 oktober 1829 tot 18 oktober 1841 (1829-1840 voor Holland, 1840-1841 voor Zuid-Holland)
- -raadsheer Gerechtshof te 's-Gravenhage, van 1 oktober 1833 tot 1 oktober 1838
- -president Hof van Assises voor Friesland, Gelderland en Zeeland
- -vicepresident Provinciaal Gerechtshof te 's-Gravenhage, van 1 oktober 1838 tot 1 oktober 1839
- -voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 oktober 1838 tot 21 oktober 1839
- -lid Raad van State, van 1 oktober 1839 tot 1 augustus 1844 (benoemd bij K.B. van 22 juli 1839)
- -minister van Justitie ad interim, van 7 maart 1844 tot 1 augustus 1844
- -minister van Justitie, van 1 augustus 1844 tot 19 maart 1848
- -lid commissie belast met het ontwerpen van bepalingen tot herziening der nationale instellingen betreffende een administratieve scheiding, vanaf januari 1831
- -lid Staatscommissie tot herziening van de Grondwet, van 30 januari 1831 tot 28 mei 1831 (geheime commissie)
- -lid commissie van redactie en ter herziening van de Nederlandse wetboeken, vanaf 1831
- -Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Leiden, van 10 september 1803 tot 26 september 1807
- -Antwoordde in 1830 'nee' op de vraag of scheiding van Noord en Zuid wenselijk was
- -Behoorde in 1831 tot de 20 leden die tegen een wetsvoorstel stemden over een vrijwillige en verplichte geldlening
- -Behoorde in 1832 tot de minderheid die vóór een wetsvoorstel tot verhoging van de accijns op turf stemde. Het wetsvoorstel werd met 34 tegen 15 stemmen verworpen.
- -Behoorde in 1833 tot de minderheid die vóór een wetsvoorstel tot verhoging van de accijns op turf stemde. Het wetsvoorstel werden verworpen met 36 tegen 13 stemmen.
- -Behoorde in 1837 tot de 21 leden die tegen de begroting stemden. Stemde wel vóór de ontwerp-Wet op de middelen.
- -Behoorde in 1839 tot de 12 leden die vóór de (verworpen) ontwerp-Leningwet voor Nederlands-Indië stemden. Na deze verwerping trad minister Van den Bosch af.
- -Zijn grootvader, Bonifacius Mogge Pous, was schepen, raad, thesaurier en burgemeester van Zierikzee
- -Trad in maart 1848 af als minister, nadat de koning buiten de ministers om de Tweede-Kamervoorzitter had gevraagd de in de Tweede Kamer levende wensen voor Grondwetsherziening kenbaar te maken
woonplaats(en)/adres(sen)
's-Gravenhage
ridderorden
Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw
bezit van heerlijkheden
- -heer van Campensnieuwland, vanaf 1835
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, vanaf 1820publicaties
"Exhibens quaedam de testamento nullo et rupto, et de hujus doctrinae usu in foro" (dissertatie, 1807)
literatuur/documentatie
- -Levensbericht door J.K.J. de Jonge, in: Levensberichten van leden van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde, 1859, 94
- -Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel III, 653
publicaties over en van letterkundigen
gegevens uit de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te 's-Gravenhage, 3 juni 1812
echtgeno(o)t(e)/partner
M.M. Evertsen, vrouwe van Campensnieuwland, Magdelena Maria
kinderen
1 zoon
vader
Jhr.Mr. W.A. de Jonge van Campensnieuwland, Willem Adriaan
geboorteplaats en/of -datum
Zierikzee, 19 januari 1763
moeder
C.P. Mogge Pous, Cornelia Petronella
geboorteplaats en/of -datum
Zierikzee, 12 september 1765
beroep grootvader (vaderskant)
officier
familierelaties
- -Zoon van W.A. de Jonge van Campens Nieuwland, lid Notabelenvergadering
- -Schoonzoon van C.C. Evertsen, lid Notabelenvergadering
- -Oom van jhr. J.L. de Jonge, Tweede Kamerlid
- -Oom van jhr. W.A.C. de Jonge, secretaris-generaal en staatsraad
- -Neef (oomzegger) van jhr. F.C. de Jonge, Tweede en Eerste Kamerlid
