
CDA
in de periode 1982-1986: staatssecretaris
Leiden, 7 januari 1927
overlijdensplaats en -datum
Nieuwegein, 3 februari 2006
levensbeschouwing
Gereformeerdpartij(en)
- -CHU (Christelijk-Historische Unie), tot 11 oktober 1980
- -CDA (Christen-Democratisch Appèl), vanaf 11 oktober 1980
- -gedelegeerde VMZ (Federatie van Verzekerden en Medewerkers bestuurde Ziekenfondsen), van 1957 tot 1960 (overkoepelende organisatie van ziekenfondsen)
- -adjunct-secretaris Bedrijfschap voor de handel in vee, van 1960 tot 1967
- -secretaris Verbond van de Nederlandse Groothandel, van 15 maart 1967 tot 1 januari 1970
- -algemeen secretaris, Verbond van de Nederlandse Groothandel, van 1 januari 1970 tot 1 april 1982
- -lid gemeenteraad van Oegstgeest, van 5 september 1978 tot 5 november 1982
- -directeur sociale zaken, VNO (Verbond van Nederlandse Ondernemers), van 1 april 1982 tot november 1982
- -staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (belast met volksgezondheid, sport, maatschappelijke dienstverlening en verzetsdeelnemers), van 5 november 1982 tot 14 juli 1986
- -interim-directeur Leyenburg Ziekenhuis te 's-Gravenhage, van december 1986 tot 1 januari 1988
- -voorzitter NOS (Nederlandse Omroep Stichting), van 1 januari 1988 tot 1 oktober 1990 (per 7 september 1990 op non-actief in verband met aanstaande benoeming tot voorzitter VOO)
- -lid gemeenteraad van Oegstgeest, van 1 mei 1990 tot 15 april 1993
- -wethouder (van financiën, sport, recreatie en economische zaken) van Oegstgeest, van 1 mei 1990 tot 15 april 1993
- -voorzitter VOO (Veronica Omroep Organisatie), van 1 oktober 1990 tot 6 juli 2001
- -waarnemend burgemeester van Valkenburg (Z.H.), van 2 januari 2001 tot 1 januari 2006 (in afwachting van herindeling)
- -lid programcommissie CDA (sociaal-economische sectie)
lijsttrekkerschap etc.
- -lijsttrekker CDA Gemeenteraadsverkiezingen Oegstgeest, 1990
- -trainer-coach, zwem- en waterpolovereniging "LZC (Leidsche Zwemclub)" te Leiden (in de jaren '50 en '60)
- -voorzitter zwem- en waterpolovereniging "LZC (Leidsche Zwemclub)" te Leiden, omstreeks 1955 en nog in 1963
- -plaatsvervangend lid SER (Sociaal Economische Raad), van januari 1971 tot november 1982
- -voorzitter Stichting "Het Zilveren Kruis" (ziektekostenverzekering,), tot november 1982
- -voorzitter Stichting Leidse binnenstad, van 1981 tot november 1982
- -voorzitter Leidse Sportstichting, tot november 1982
- -voorzitter Stichting Blindbestrijding in ontwikkelingslanden
- -voorzitter organisatie van Internationale Baggeraars
- -voorzitter Raad van Commissarissen ZVA (Ziektekostenverzekering voor Ambtenaren), tot november 1982
- -voorzitter bestuur vereniging Christelijk voortgezet onderwijs Leiden en omstreken, tot november 1982
- -lid algemeen bestuur AZL (Academisch Ziekenhuis Leiden), van november 1981 tot november 1982
- -voorzitter Harmonisatieraad Welzijnsbeleid, vanaf 1987
- -voorzitter Raad van Commissarissen VAM, vanaf oktober 1987
- -voorzitter Stichting registratie alternatieve geneeswijzen, vanaf november 1987
- -penningmeester bestuur "Het Zilveren Kruis", tot 1 januari 1990
- -adviseur bestuur "Sportclub Feyenoord", van oktober 1989 tot 18 januari 1990 (moest adviseren over de bestuurlijke organisatie bij de betaald voetbalorganisatie Feyenoord)
- -voorzitter Raad van Toezicht ziekenfonds "DSW" (Delfland, Schieland, Westland), tot december 1991
- -voorzitter bestuur "Het Zilveren Kruis", vanaf 1 januari 1990
- -h.b.s.-b, "Christelijke Hogere Burgerschool" te Leiden
academische studie
- -economie, Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam, tot 23 juni 1954
- -Voerde als staatssecretaris een omvangrijke ombuigingsoperatie (f 3 miljard) door in de sector volksgezondheid. Deze moest onder meer worden bereikt door budgettering van ziekenhuizen en door beddenreductie, door afspraken met huisartsen en specialisten en door herziening van de ziektekostenverzekering.
- -Voerde in 1983 de zgn. medicijnenknaak in, waarbij ziekenfondspatiënten per geneesmiddel f 2,50 extra moesten betalen (met een maximum per jaar van f 125,- per hoofdverzekerde).
- -Bracht in 1983 de Voortgangsnota patiëntenbeleid uit over patiëntenparticipatie, -voorlichting, -organisaties en -rechten
- -Bracht in 1983 de Nota Volksgezondheid bij beperkte middelen uit over het beleid in samenhang met de bezuinigingen voor 1984-1986
- -Bracht in 1983 de Nota eerstelijnszorg uit over de samenhang en samenwerking tussen eerstelijnsvoorzieningen van volksgezondheid en maatschappelijke dienstverlening
- -Bracht in 1984 de Notitie Dierproevenbeleid uit. Hierin worden uitgangspunten geformuleerd voor het uitvoeren van proeven met dieren. Het verrichten hiervan wordt gezien als een uitvloeisel van biologisch-technisch denken. Dieren hebben daarin als deelgenoot van de schepping een eigen aard en eigen waarde; er is sprake van 'bezield' leven. Bij de vraag of dierproeven nodig zijn, moet steeds het besef van billijkheid en rechtvaardigheid een rol spelen. Binnen door de wet te stellen voorwaarden hebben wetenschappers daarin een beslissende stem. Door alternatieven te ontwikkelen, moet het aantal dierproeven worden teruggedrongen.
- -Bracht in 1984 de Nota veiligheid in de privé-sfeer uit. Geconstateerd wordt dat nog veel inspanningen nodig zijn om het aantal ongevallen in en om huis, in open water en op sportvelden en -zalen terug te dringen. Er wordt ingezet op preventie door aanpassing van producten (bijvoorbeeld kinderveilige verpakkingen van huishoudchemicaliën en geneesmiddelen, etikettering, en aanscherping van regels op grond van de Warenwet), voorlichting en opvoeding. Een belangrijke rol is weggelegd voor de (gesubsidieerde) Stichting Consument en Veiligheid.
- -Bracht in 1984 de Nota geestelijke volksgezondheid uit. Vanwege het gebrek aan samenhang tussen de diverse voorzieningen voor geestelijke gezondheidszorg (GGZ) en de aan invloed winnende cliëntenbeweging is nieuw beleid nodig. Psychosociale problemen als gevolg van menselijk leed worden gezien als behorend tot het werkterrein van de eerstelijnszorg. Daarnaast kunnen ernstige psychische problemen het gevolg zijn van ernstige psychische afwijkingen. Deze problemen behoren tot het werkterrein van de GGZ. De taak van de overheid op het gebied van de GGZ wordt gezien als kwaliteitsbevorderend en toezichthoudend. Er komt meer aandacht voor een categorale aanpak, bijvoorbeeld gericht op etnische minderheden, vrouwen en slachtoffers van geweld. Zorg moet zo dicht mogelijk bij de burger worden geboden en tussen bestaande voorzieningen moet een grotere samenhang komen, bijvoorbeeld door concentratie en samenwerking van RIAGG's met algemene psychiatrische ziekenhuizen (APZ-en). Het aantal bedden in APZ'en wordt gereduceerd onder gelijktijdige schepping van plaatsen in beschermde woonvormen. Er komen meer plaatsen voor deeltijdbehandeling. Psychotherapie zal geen deel meer uitmaken van de functie van de polikliniek van het APZ.
- -Bracht in 1984 de Nota Beroepskrachtenplanning gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening uit
- -Steunde als staatssecretaris in 1985/1986 de kandidatuur van Amsterdam voor de organisatie van de Olympische Spelen van 1992. Uiteindelijk kreeg Amsterdam slechts vijf stemmen en werden, in oktober 1986, de Spelen toegewezen aan Barcelona.
- -Diende in 1986 het wetsvoorstel Wet beroepen in de gezondheidszorg in
als bewindspersoon (wetgeving)
- -Bracht in 1984 de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo) (Stb. 94) tot stand. Op grond van deze wet krijgen zij die tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 door bijvoorbeeld bombardementen of in de naoorlogse jaren door ontploffing van munitie lichamelijk of psychisch letsel hebben opgelopen recht op een aanvullende uitkering.
- -Bracht in 1984 een herziening (Stb. 562) van de Wet op de bejaardenoorden tot stand, die leidt tot directe financiering door provincies en grote steden en tot verregaande decentralisatie.
- -Bracht in 1985 samen met staatssecretaris Ploeg de Diergeneesmiddelenwet (Stb. 410) tot stand. Deze raamwet bevat regels over registratie, kanalisatie en vergunningen voor diergeneesmiddelen. Het bereiden en afleveren van diergeneesmiddelen wordt aan een vergunningenstelsel gebonden. Veehouders moeten bij handel certificaten over toegediende geneesmiddelen overleggen.
- -Bracht in 1986 de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen (WTZ), de Wet interne lastenverevening particuliere ziektekostenverzekeringsbedrijf (ILPZ) en de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsenverzekerden (MOOZ) tot stand. Dit hield verband met de opheffing van de bejaardenverzekering en de vrijwillige ziekenfondsverzekering. De WTZ bepaalt dat particuliere verzekeraars zonder medische selectie of toeslagen een standaardverzekeringspakket moeten bieden aan hen van wie de Zfw-verzekering eindigt. De Wet ILPZ legt met het oog op zuivere concurrentieverhoudingen aan particuliere ziektekostenverzekeraars de plicht op tot een zekere mate van onderlinge lastenverevening. De Wet MOOZ verplicht particuliere ziektenkostenverzekeraars jaarlijks een bijdrage aan de algemene kas voor de verplichte ziekenfondsverzekering te storten. Dit vanwege het grote aantal ouderen in het Zfw-verzekeringsbestand.
- -Bracht in 1986 de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet (Stb. 360) tot stand. Zij die in voormalig Nederlands-Indië na de capitulatie van het KNIL hebben deelgenomen aan het verzet en daarvan lichamelijk of geestelijk schade hebben ondervonden, krijgen recht op een buitengewoon pensioen. Dit recht geldt ook voor nabestaanden.
- -Was actief als zwemmer en waterpolospeler
- -Zijn vader was eigenaar van een wasserij
woonplaats(en)/adres(sen)
- -Leiden, tot 1974
- -Oegstgeest, Terweeweg 140, van 1974 tot april 1993
ridderorden
- -Officier in de Orde van Oranje-Nassau, juni 1982
- -Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 26 augustus 1986
overige onderscheidingen en prijzen
- -dierenbeschermer van het jaar 1984
- -The Olympic Order, 2000
militaire dienst
- -dienstplichtig militair, van 1954 tot 1956
rang(en) reserve-officier
- -reserve-eerste luitenant, tot 1956
"Van Leids laken tot Gooise matras" (autobiografie, 2006)
literatuur/documentatie
- -Het Binnenhof, 13 oktober 1987
- -Trouw, 22 december 1989
- -M.O.G.J. Bakker, scriptie Staatkundig Historische Studiën, RU Leiden (1989)
- -J.M. Bik, "Een onafhankelijke banenvreter. Joop van der Reijden (1927-2006)", NRC Handelsblad, 4 februari 2006
- -gehuwd te Leiden, maart 1958 (echtgenote overleden in mei 1989)
- -gehuwd (tweede huwelijk), 1993
echtgeno(o)t(e)/partner
L. Binsbergen, (Lyd)
2e echtgeno(o)t(e)/partner
B. van Huystee, (Trix)
kinderen
2 dochters en 1 zoon
vader
J. van der Reijden, Johannes
moeder
J. Stouten, Jaantje
broers en zusters
geen
