Dr. G. (Ger) Klein

foto Dr. G. (Ger) Kleinvergrootglas Wetenschapper uit een onvervalst rood nest. Werd als Nieuw-Linkser in 1972 Tweede Kamerlid. Staatssecretaris van Onderwijs in het kabinet-Den Uyl. Enorme werklust leidde onder meer - in nauwe samenwerking met minister Van Kemenade - tot nota's over studiefinanciering en toekomst wetenschappelijk onderwijs en tot de wet herstructurering wetenschappelijk onderwijs. Een sympathieke, sociaal betrokken persoonlijkheid, die niettemin hard uit de hoek kon komen wanneer hij onrechtvaardigheid of elitair vertoon ontwaarde. Werd in 1980 lid van de Raad van Bestuur van TNO. Leed toen al aan manische depressiviteit, die steeds heviger werd. Schreef daar een indrukwekkende autobiografie over.

PvdA
in de periode 1972-1980: lid Tweede Kamer, staatssecretaris

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

voornaam (roepnaam)

Gerrit (Ger)

2.

personalia

geboorteplaats en -datum
Den Helder, 4 september 1925

overlijdensplaats en -datum
Rotterdam, 9 december 1998

levensbeschouwing
geen godsdienst

3.

partij/stroming

partij(en)
  • PvdA (Partij van de Arbeid), van februari 1946 tot december 1948 (bedankte na de tweede politionele actie) 
  • PvdA (Partij van de Arbeid), van 1953 tot 1989 (behoorde tot Nieuw Links) 

4.

loopbaan

  • wetenschappelijk medewerker, hoofdnatuurkundige, Natuurkundig Laboratorium N.V. Philips' Gloeilampenfabriek, van 1952 tot 1967 
  • bijzonder hoogleraar elektronica, Technische Hogeschool te Delft, van 1967 tot 1968 
  • hoogleraar elektronische instrumentatie, Technische Hogeschool te Delft, van september 1968 tot december 1972 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 7 december 1972 tot 11 mei 1973 
  • staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen (belast met hoger- en wetenschappelijk onderwijs), van 11 mei 1973 tot 8 september 1977 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 8 juni 1977 tot 5 februari 1980 
  • lid Raad van Bestuur (directeur sociale zaken) TNO, van februari 1980 tot 1985 

5.

partijpolitieke functies

  • lid partijbestuur PvdA, van 25 november 1967 tot 11 mei 1973 

6.

nevenfuncties

  • lid centrale ondernemingsraad, N.V. Philips' Gloeilampenfabriek, vanaf 1958 
  • voorzitter Stichting Wetenschapsjournalistiek en -voorlichting 
  • lid Nationale UNESCO-commissie 
  • lid Raad van Toezicht "Robert Fleury Stichting" 
  • voorzitter Educatief Beraad Rotterdam 

afgeleide functies, presidia etc.
ondervoorzitter vaste commissie voor het Wetenschapsbeleid (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 24 januari 1978 tot maart 1979

7.

opleiding

voortgezet onderwijs
  • h.b.s.-b, 1942 (eindexamen) 

academische studie
  • natuurkunde, Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, tot oktober 1947 (bijvak: wiskunde) 

promotie
  • wiskunde en natuurwetenschappen, Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, 28 mei 1952 

8.

activiteiten

als parlementariër
  • Was in zijn eerste periode als Kamerlid onder meer woordvoerder kernenergie en studiefinanciering 
  • Hield zich in de periode 1977-1980 in de Tweede Kamer hoofdzakelijk bezig met wetenschappelijk onderwijs, wetenschapsbeleid en kernenergie 

opvallend stemgedrag
  • Behoorde in 1978 tot de minderheid van zijn fractie die zich vanwege gevaren voor het milieu tegen aanlanding van vloeibaar aargas (LPG) in de Eemshaven keerde 

takenpakket (bewindspersoon)
  • Was als staatssecretaris belast met behartiging van zaken op het terrein van 1. het wetenschappelijk onderwijs; 2. het hoger-beroepsonderwijs (m.u.v. de aangelegenheden op het gebied van de directies Opleiding docenten en her- en bijscholing docenten); 3. de afdeling Bevordering wetenschapsbeoefening; 4. de hoofdafdeling Rijksstudietoelagen. 

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Verlaagde in 1974 het collegegeld van f 1000,- naar f 500,-, waarmee de door de ministers De Brauw en Van Veen in 1972 doorgevoerde verhoging deels ongedaan werd gemaakt. De betaling van het inschrijvingsgeld wordt verplicht gesteld voor maximaal vijf jaar. Alleen met een bewijs van betaling kunnen studenten gebruikmaken van studentenvoorzieningen en tentamens en examens afleggen. 
  • Bracht in 1974 samen met minister Van Kemenade de Nota Studiefinanciering uit. Het totale bedrag aan studiefinanciering blijft onveranderd, maar er zal een verschuiving plaatsvinden ten gunste van studenten uit lagere inkomensgroepen. Er komt een basisbeurs die gelijk is aan het bedrag van de kinderbijslaguitkering en kinderaftrek in de inkomstenbelasting. Uitwonende studenten krijgen een hogere beurs dan thuiswonende. Daarnaast kunnen rentedragende leningen onder staatsgarantie worden afgesloten. 
  • Bracht in 1975 de Nota Planning Hoger Onderwijs uit. Hierin wordt uiteengezet hoe de opbouw van het planningsysteem weer in gang is gezet. 
  • Bracht in 1975 samen met minister Van Kemenade de Nota 'Hoger onderwijs in de toekomst' uit. Hierin staat de mogelijke ontwikkeling op lange termijn en de aanzetten voor de eerstvolgende jaren. De nota gaat uit van de verwachting dat de komende 25 jaar de behoefte aan hoger onderwijs toeneemt. Er moet daarom één stelsel van hoger onderwijs komen, met daarin vier typen van programma's: voorbereiding van wetenschappelijke onderzoekers, voorbereiding van beroepen waarvoor wetenschappelijke vorming vereist is, voorbereiding voor beroepen die specifieke wetenschappelijke kennis vereisen, en algemeen toepasbare programma's. Er komen instellingen van wetenschappelijk onderwijs en instellingen van hoger-beroepsonderwijs. Ook de technische hogescholen en de landbouw-hogeschool worden universiteit. De wederzijdse doorstroming van hbo en w.o. zal worden bevorderd. 

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1975 samen met minister Van Kemenade de Wet Herstructurering wetenschappelijk onderwijs tot stand. Deze heeft als uitgangspunt verkorting van de doctorale opleiding van alle studenten en een uitbreiding van de mogelijkheden tot wetenschappelijk onderzoek na het doctoraal examen. Door de kortere opleiding moet ook de inschrijvingsduur worden teruggebracht. Er komt een assistent-onderzoekerschap. Zowel in de propedeuse als doctorale fase is één jaar overschrijding toegestaan. De mogelijkheden voor post-academisch onderwijs worden uitgebreid. Er moet nauwere samenhang komen tussen wetenschappelijk en hoger-beroepsonderwijs. De wet wordt in 1981 door minister Pais gewijzigd en als Wet twee-fasenstructuur wetenschappelijk onderwijs ingevoerd. 
  • Bracht in 1975 (tijdelijke) Wet Rijksuniversiteit Limburg (Stb. 717) tot stand. Hierdoor krijgt Maastricht een universiteit (opening vond plaats 9 januari 1976) met een medische faculteit en een faculteit algemene wetenschappen. 
  • Bracht in 1977 de wet (Stb. 298) Verlenging van de werkingsduur en wijziging van de Wet Universitaire Bestuurshervorming 1970 tot stand. De werking van de WUB, die een experimenteel karakter had en 1 september 1976 zou expireren, wordt verlengd tot 1 september 1982. Daarnaast worden enkele wijzigingen aangebracht om de werking van de wet te verbeteren. Het betreft onder meer de samenstelling van de faculteitsbesturen en van de examencommissies, en de verantwoordelijkheden van College van Bestuur en universiteitsraden. 

9.

wetenswaardigheden

algemeen
  • In 1966 mede-initiatiefnemer van Nieuw Links 
  • Verwachtte in 1978 dat hij namens zijn fractie woordvoerder zou zijn in het debat over de zaak-Aantjes, omdat hij als staatssecretaris de politiek verantwoordelijke was geweest voor het door Prof. L. de Jong geleide RIOD. Hij was steeds kritisch geweest over De Jongs functioneren als 'nationaal' geschiedschrijver over de bezettingstijd. Toen er na het mislopen van het woordvoerderschap door zijn fractie ook nauwelijks iets werd gedaan met het door hem gevormde dossier over de rol van De Jong in de zaak-Aantjes 'draaide hij door' en ontwikkelde zich - in combinatie met overwerktheid - bij hem een psychische stoornis (manische-depressiviteit). 

uit de privésfeer
  • Was in 1943/1944 tewerkgesteld in Duitsland 
  • Zijn vader was militair werkman en later broodbezorger 

woonplaats(en)/adres(sen)
  • Amsterdam 
  • Geldrop, vanaf 1952 
  • Oostvoorne, Fazantenlaan 6, omstreeks 1973 en nog in 1998 

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
  • lid Rode Valken (jongste leden van de AJC (Arbeiders Jeugd Centrale)) 
  • lid AJC (Arbeiders Jeugd Centrale) 
  • lid NBAS (Nederlandse Bond van Abstinent Studerenden) 

militaire dienst
  • vrijwiller bij de Koninklijke Marine, van november 1944 tot juni 1946 
  • marineofficier, 1945 

10.

publicaties/bronnen

publicaties
  • "Kosmische stralingscascades onder dikke lagen materiaal" (dissertatie, 1952) 
  • "Over de rooie. Het verhaal van een manisch-depressieve sociaal-democraat" (1994) 

11.

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd, december 1947

kinderen
3 kinderen

vader
G. Klein, Gerrit

geboorteplaats en/of -datum
Amsterdam

moeder
A. Bak, Adriana

geboorteplaats en/of -datum
Den Helder

broers en zusters
1 broer en 1 zus (zelf de jongste)

beroep grootvader (vaderskant)
fabrieksbaas

beroep grootvader (moederskant)
lompenkoopman