Mr. I. (Irene) Vorrink

foto Mr. I. (Irene) Vorrinkvergrootglas PvdA-senator en enige vrouwelijke minister in het kabinet-Den Uyl. Dochter van PvdA-voorman Koos Vorrink. Deskundig op het gebied van het sociaal recht en actief in Nieuw Links. Als minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne presenteerde zij diverse nota' s en bracht zijn enkele milieuwetten tot stand. Liberaliseerde verder de drugswetgeving, waarbij meer onderscheid werd gemaakt tussen hard- en softdrugs. Voorvechtster van vrouwenemancipatie. Verzette zich als minister openlijk tegen het besluit van haar collega Van Agt om het Openbaar Ministerie te gelasten de abortuskliniek 'Bloemenhove' te sluiten. Haar wethouderschap van Amsterdam werd geen succes.

PvdA
in de periode 1969-1977: lid Eerste Kamer, minister

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

voornaam (roepnaam)

Irene (Irene)

2.

personalia

geboorteplaats en -datum
's-Gravenhage, 7 januari 1918

overlijdensplaats en -datum
Leek (Gr.), 21 augustus 1996 (overleden op haar vakantieadres)

3.

partij/stroming

partij(en)
PvdA (Partij van de Arbeid) (Nieuw Links)

4.

loopbaan

  • secretaresse van haar vader op het partijbureau van de PvdA 
  • redactrice persbureau AP (Associated Press), van 1948 tot 1949 
  • medewerkster secretariaat PvdA, van 1949 tot 1954 
  • juridisch medewerkster GAK (Gemeenschappelijk Administratie Kantoor) te Amsterdam, van 1954 tot 1961 
  • griffier Raad van Beroep en Ambtenarengerecht te Utrecht, van 1 juni 1961 tot 1963 
  • griffier Raad van Beroep en Ambtenarengerecht te Amsterdam, van 1965 tot 1969 
  • ondervoorzitter Raad van Beroep en Ambtenarengerecht te Amsterdam, van 1969 tot mei 1973 
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 16 september 1969 tot 11 mei 1973 
  • minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne, van 11 mei 1973 tot 19 december 1977 
  • lid gemeenteraad van Amsterdam, van 6 september 1978 tot 1 september 1979 
  • wethouder (van openbare gezondheid, milieuhygiëne, kunstzaken en vrouwemancipatie) van Amsterdam, van 6 september 1978 tot 1 september 1979 

5.

partijpolitieke functies

  • voorzitter PvdA afdeling Amsterdam-Zuid I 
  • lid partijbestuur PvdA, van 7 maart 1969 tot 4 februari 1971 

6.

nevenfuncties

  • kroonlid SVR (Sociale Verzekeringsraad), vanaf 16 februari 1982 (nog in september 1987) 
  • plaatsvervangend kroonlid SER (Sociaal-Economische Raad), vanaf juli 1982 

7.

opleiding

voortgezet onderwijs
  • gymnasium-a, Openbaar "Barlaeus Gymnasium" te Amsterdam 

academische studie
  • Nederlands recht, Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, tot 3 maart 1943 

8.

activiteiten

als parlementariër
  • Was woordvoerster sociale zaken van de PvdA-Eerste Kamerfractie 

opvallend stemgedrag
  • Behoorde in 1969 tot de minderheid van haar fractie die tegen de ontwerp-Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers stemde 
  • In 1970 stemden zij en Versloot als enigen van hun fractie tegen een wijziging van de Arbeidswet inzake beperking van arbeid door jeugdigen 

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Tijdens haar ministerschap werd (in 1973) de door haar voorganger Stuijt ingediende Urgentienota Milieuhygiëne in de Tweede Kamer besproken. Daarbij kwamen onder meer de zoutproblematiek in de Rijn, geluidhinder, bodemverontreiniging, afvallozingen en inspraak en controle aan de orde. 
  • Het door haar in 1973 ingediende wetsvoorstel over het toevoegen van fluor aan het drinkwater kreeg in de Tweede Kamer onvoldoende steun en werd in 1976 ingetrokken 
  • Diende in 1975 de ontwerp-Wet Geluidshinder in. Dit voorstel werd in 1979 door minister Ginjaar in het Staatsblad gebracht. 
  • Diende in 1976 de ontwerp-Wet algemene bepalingen milieuhygiëne in. Dit voorstel werd door minister Ginjaar in het Staatsblad gebracht. 
  • Bracht in 1976 de Nota milieuhygiënische normen uit. Om te komen tot een beter wettelijk kader zijn normeringen wenselijk. Uitgangspunten van het vergunningenbeleid moeten zoveel mogelijk in de wet worden vastgelegd, maar ook moeten nadere regels via gedelegeerde wetgeving kunnen worden gesteld. Om betere sturing mogelijk te maken, moet de centrale overheid een belangrijker rol krijgen bij het bepalen van kaders. Ook internationale afspraken zijn van belang, met name voor de aanpak van grensoverschrijdende milieuvervuiling. 
  • Diende in 1977 samen met minister Westerterp en staatssecretaris Brinkhorst een wetsvoorstel in tot goedkeuring van de in december 1976 in Bonn tot stand gekomen overeenkomst over bescherming van de Rijn tegen chemische verontreiniging 

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1976 de Wet chemische afvalstoffen (Stb. 214) tot stand, die regels bevat over het tegengaan van verontreiniging door chemische afvalstoffen en afgewerkte olie. Er komt een regeling voor afvalverwijdering en een meldingsplicht bij verwijdering en bewaring. Ter financiering van de uitvoering komen er heffingen. 
  • Bracht in 1976 samen met minister Van Agt een wijziging (Stb. 424) van de Opiumwet tot stand. Door deze wijziging wordt de strafbaarstelling van handel in amfetaminen aanzienlijk verhoogd, worden amfetaminen en pepmiddelen onder de werking van de Opiumwet gebracht en wordt een onderscheid gemaakt tussen handel in hennepproducten (softdrugs) en in drugs met een onaanvaardbaar risico (harddrugs). Het in bezit hebben van hennepproducten wordt een overtreding in plaats van een misdrijf. 
  • Bracht in 1977 de Afvalstoffenwet (Stb. 455) tot stand, die regels bevatte over de verwerking van huishoudelijk afval, autowrakken en andere afvalstoffen, waarbij met name voor de provincie een centrale rol werd weggelegd. De wet schrijft opstelling van een indicatief meerjarenprogramma voor. 

9.

wetenswaardigheden

algemeen
  • Was in april 1971 in het alternatieve kabinet-Den Uyl/Van Mierlo/Aarden staatssecretaris van Sociale Zaken 
  • Was in november 1972 kandidaat-bewindspersoon voor Sociale Zaken in het deelkabinet-Den Uyl/Van Mierlo 
  • Verzette zich in 1976 krachtig (en met succes) tegen de door minister Van Agt voorgestane sluiting van de Bloemenhove-abortuskliniek in Heemstede door actievoerders telefonisch op de hoogte te stellen van het op handen zijnde politie-ingrijpen 
  • Was de eerste vrouwelijke wethouder van Amsterdam 

uit de privésfeer
  • Rookte kleine sigaren 
  • Haar zoon Koos Zwart kreeg begin jaren'70 bekendheid vanwege de 'beursberichten' in het politieke VARA-radioprogramma 'In de Rooie Haan', waarin hij prijsschommelingen van hasj en wiet meedeelde 
  • Kleindochter van J.A. Bergmeijer, bestuurder van de SDAP 

verkiezingen
  • Stond bij de Tweede Kamerverkiezingen in 1967 op de dertiende (onverkiesbare) plaats op de PvdA-kandidatenlijst in Noord-Holland 
  • Werd in 1969 en 1971 tot Eerste Kamerlid gekozen door Groep III: Noord-Holland en Friesland 

woonplaats(en)/adres(sen)
  • Amsterdam, Frans van Mierisstraat 45, omstreeks 1969 en nog in 1973 
  • Amsterdam, Westerstraat 35_3, omstreeks 1991 
  • Amsterdam, Jan van Eyckstraat 37, omstreeks 1992 

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
lid AJC (Arbeiders Jeugd Centrale)

10.

publicaties/bronnen

literatuur/documentatie
  • De Tijd, 25 september 1987 
  • F. Groeneveld, "Irene Vorrink (1918 - 1996); Eigenzinnig politica", NRC Handelsblad, 23 augustus 1996 
  • "Irene Vorrink 1918-1996", Trouw, 23 augustus 1996 

11.

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd (huwelijk ontbonden door echtscheiding)

echtgeno(o)t(e)/partner
J. Zwart, Joop

vader
J.J. Vorrink, Jacobus Jan (Koos)

geboorteplaats en/of -datum
Vlaardingen, 7 juni 1891

moeder
I.H.E. Bergmeijer, Irene Hendrika Elisabeth (Irene)

geboorteplaats en/of -datum
Dordrecht (omstreeks 1892)

beroep grootvader (vaderskant)
kantoorbediende N.V. Hollandse Fabriek van Melkprodukten en Voedingsmiddelen

familierelaties
Dochter van J.J. Vorrink, Eerste en Tweede Kamerlid