
conservatief, moderaat of gematigd liberaal, regeringsgezind ten tijde van Willem II
in de periode 1831-1872: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer, minister, Provinciaal Gouverneur, Commissaris van de Koning(in), minister van staat
Doesburg, 6 januari 1800
overlijdensplaats en -datum
Voorst (Gld.), 12 december 1872
levensbeschouwing
Nederlands Hervormdstroming(en)
- -gematigd liberaal, tot 1853
- -conservatief, vanaf 1853
- -tweede luitenant der artillerie, van 1817 tot 1822
- -landeigenaar en ambachtsheer
- -lid Provinciale Staten van Gelderland, van 4 juli 1826 tot 17 oktober 1831 (voor de Ridderschap)
- -lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 oktober 1831 tot 18 oktober 1841 (voor Gelderland)
- -minister van Binnenlandse Zaken, van 1 juni 1841 tot 15 februari 1846
- -minister van Buitenlandse Zaken ad interim, van 21 september 1843 tot 15 oktober 1843
- -lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 20 maart 1846 tot 1 oktober 1847
- -Gouverneur van Gelderland, van 1 oktober 1847 tot 1 augustus 1850
- -Commissaris des Konings in Gelderland, van 1 augustus 1850 tot 1 januari 1853
- -opperceremoniemeester, van 1 januari 1853 tot 1 februari 1853
- -opperhofmaarschalk, van 1 februari 1853 tot 12 december 1872
- -lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 24 juni 1853 tot 1 april 1860 (voor het kiesdistrict Zutphen)
- -voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 april 1858 tot 27 augustus 1858
- -lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 1 juni 1860 tot 12 december 1872 (voor Gelderland)
ambtstitel
- -minister van Staat, van 15 februari 1846 tot 12 december 1872
- -kanselier der Nederlandse Ridderorden
- -lid Staatscommissie inzake de financiële gevolgen van de overeenkomst met België, van 9 mei 1839 tot januari 1841
- -lid Raad van Toezicht Maatschappij tot Bevordering van Landbouw en Landontginning in Nederland, omstreeks 1857
- -officiersopleiding Artillerie- en Genieschool te Delft, van 1814 tot 1817
academische studie
- -filosofie (niet voltooid), Hogeschool te Leiden, vanaf 11 september 1821
- -Behoorde in 1832 tot de minderheid die vóór een wetsvoorstel tot verhoging van de accijns op turf stemde. Het wetsvoorstel werd met 34 tegen 15 stemmen verworpen.
- -Behoorde in 1833 tot de minderheid die vóór wetsvoorstellen tot verhoging van de accijns op turf en op steenkolen stemde. De wetsvoorstellen werden verworpen met resp. 36 tegen 13 stemmen en 34 tegen 15 stemmen.
- -Behoorde in 1833 tot de 16 leden die tegen de begroting 1834 stemden. Stemde tevens tegen de ontwerp-Wet op de middelen.
- -Behoorde in 1835 tot de 15 leden die tegen de begroting 1836 stemden. Stemde tevens tegen de ontwerp-Wet op de middelen.
- -Behoorde in 1837 tot de 21 leden die tegen de begroting 1838 stemden. Stemde tevens tegen de ontwerp-Wet op de middelen.
- -Behoorde in 1839 tot de 14 leden die tegen de voorlopige begroting 1840 stemden
- -Stelde in januari 1840 met vier anderen aan de Tweede Kamer voor om de gewenste wijzigingen van de Grondwet in de vorm van een wetsvoorstel aan de koning aan te bieden
- -Behoorde in 1840 tot de 15 leden die vóór een amendement op het Adres van Antwoord stemde om te verklaren dat de Grondwet plechtanker van Neêrlands vrijheid en volksgeluk 'moet zijn' in plaats van dat het dat 'is'
- -Stemde bij de Grondwetsherziening van 1840 tegen het voorstel inzake de koloniën
- -Stemde in 1861 tegen de ontwerp-Wet op de Raad van State
- -Stemde in 1869 tegen het voorstel tot afschaffing van het dagbladzegel
- -Stemde in 1870 tegen het voorstel tot afschaffing van de doodstraf
- -Werd in 1839 bij het opmaken voor de voordracht voor het Tweede Kamervoorzitterschap (voor de eerste kandidaat) met twee stemmen verschil verslagen door O. van Swinderen van Rensuma
- -Nam in 1846 ontslag als minister vanwege zijn gezondheid
- -Werd in november 1852, ondanks bezwaren van de koning, als Commissaris des Konings ontslagen omdat hij volgens Thorbecke te weinig in de geest van de nieuwe Grondwet bestuurde
- -Werd in september 1858 als derde op de voordracht voor het Tweede Kamervoorzitterschap gezet
uit de privésfeer
- -Een zoon van hem was gehuwd met een dochter van H.W. baron van Aylva van Waardenburg en Neerijnen, Eerste Kamerlid
- -Zijn vader was burgemeester van Hattem, raad in het Hof van Gelre (1793) en president van het Hof van Justitie te Batavia
verkiezingen
- -Werd in 1853 in de eerste stemmingsronde gekozen. Versloeg de liberalen W.H. Dullert en J.P.P. baron van Zuylen van Nijevelt
- -Versloeg in 1856 jhr. C.A.E.A. van Panhuys (lib.) en J.J.L. van der Brugghen (a.r.)
woonplaats(en)/adres(sen)
gevestigd op de buitenplaats De Poll bij Voorst
ridderorden
- -Ridder vierde klasse Militaire Willemsorde, 1831
- -Grootkruis Orde van de Nederlandse Leeuw, 1846
- -Grootkruis Orde van de Eikenkroon, 1853
bezit van heerlijkheden
- -heer van de beide Pollen en Nijenbeek
militaire dienst
- -kapitein (tijdens de Tiendaagse Veldtocht)
Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel IX, 984
archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archiefhuwelijk/samenlevingsvorm
- -gehuwd te Leiden, 27 maart 1825 (echtgenote overleden 9 november 1842)
- -gehuwd (tweede huwelijk) te 's-Gravenhage, 3 juli 1844
echtgeno(o)t(e)/partner
A.S. van Rhemen, Adriana Sophia
2e echtgeno(o)t(e)/partner
J.M. van Rhemen, Johanna Maria (zuster van eerste echtgenote)
kinderen
2 zonen en 4 dochters (uit eerste huwelijk)
vader
A.J. baron Schimmelpenninck van der Oye, Assueer Jacob
geboorteplaats en/of -datum
Zutphen, 10 juni 1769
moeder
H.A.Ch.J.A. barones van Pallandt, Henriëtte Assuera Charlotte Juliana Alexandrina
geboorteplaats en/of -datum
Zutphen, 11 december 1773
beroep grootvader (vaderskant)
- -officier
- -ambtsjonker van Brummen en Nijkerk
familierelaties
- -Vader van W.A.A.J. baron Schimmelpenninck van der Oye, Eerste-Kamerlid
- -Vader van A. baron Schimmelpenninck van der Oye, Tweede-Kamerlid
- -Zwager van C.H. baron van Rhemen van Rhemenshuizen, Eerste-Kamerlid
- -Schoonzoon van A. baron van Rhemen van Rhemenshuizen, Tweede-Kamerlid
- -Schoonvader van J.E.H. baron van Nagell van Ampsen, Eerste-Kamerlid
- -Oom van J.E.N. baron Schimmelpenninck van der Oye, Eerste- en Tweede-Kamerlid
- -Oom (aangetrouwd) van F.A. van Hall, minister en Tweede-Kamerlid
- -Grootvader van A.J. baron van Nagell van Ampsen, Eerste-Kamerlid
