
Vrij-AR, CHP, CHU, antirevolutionair
in de periode 1884-1914: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer, voorzitter Eerste Kamer
Brummen (Gld.), 12 augustus 1836
overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 11 april 1914
begraafplaats en -datum
Hoevelaken, familiegraf, 15 april 1914
levensbeschouwing
Hervormd
opmerkingen over de naam en/of titel
ook wel: Schimmelpenninck van der Oye van Hoevelakenpartij(en)
- -ARP (Anti-Revolutionaire Partij), tot 1894
- -VAR (Vrij-Antirevolutionaire Partij), van 1897 tot 16 april 1903
- -CHP (Christelijk-Historische Partij), van 16 april 1903 tot 9 juli 1908
- -CHU (Christelijk-Historische Unie), vanaf 9 juli 1908
- -officier Corps Ingenieurs, Mineurs en Sappeurs, van 30 juni 1856 tot 1882
- -officier bij de Generale Staf, van 1862 tot 1870
- -commandant der genie, Stelling van Naarden, van 1870 tot 1872
- -eerstaanwezend genie-ingenieur te 's-Gravenhage, van 1872 tot 1876
- -eerstaanwezend genie-ingenieur te Amsterdam, van 1876 tot 1878
- -commandant der genie, tweede stelling te Naarden, van 1878 tot 1 februari 1882
- -officier bij de Grote Staf, van 1 februari 1882 tot november 1884
- -landeigenaar en ambachtsheer
- -lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 november 1884 tot 18 mei 1886 (voor het kiesdistrict Utrecht)
- -officier bij de Grote Staf, van 19 mei 1886 tot juli 1886 (terugkeer in werkelijke dienst)
- -lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 juli 1886 tot 17 augustus 1887 (voor het kiesdistrict Utrecht)
- -lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1887 tot 27 maart 1888 (voor het kiesdistrict Utrecht)
- -lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 10 juli 1888 tot 20 maart 1894 (voor het kiesdistrict Amersfoort)
- -lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 16 mei 1894 tot 19 juni 1895 (voor Gelderland; bevorderd tot generaal-majoor)
- -lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 11 juli 1895 tot 23 juli 1904 (voor Gelderland)
- -voorzitter Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 17 maart 1902 tot 23 juli 1904 (benoemd bij K.B. van 17 maart 1902)
- -lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 20 september 1904 tot 11 april 1914 (voor Gelderland)
- -voorzitter Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 20 september 1904 tot 11 april 1914
officiersrangen
- -tweede luitenant der genie, van 30 juni 1856 tot 1858
- -eerste luitenant der genie, van 1858 tot februari 1867
- -kapitein der genie, van februari 1867 tot 26 mei 1876
- -majoor der genie, van 27 mei 1876 tot 1 februari 1882
- -luitenant-kolonel der genie, van 1 februari 1882 tot juli 1886
- -kolonel bij de Generale Staf, van juli 1886 tot 19 juni 1895 (sinds 1884 op non-actief)
- -generaal-majoor der genie, van 19 juni 1895 tot 16 oktober 1899
- -luitenant-generaal b.d., vanaf 16 oktober 1899
- -ondervoorzitter Vrij-Antirevolutionaire Partij, vanaf 1898
- -kamerjonker van koning Willem III, vanaf 30 april 1860
- -kamerheer in buitengewone dienst van koning Willem III en koningin Wilhelmina, van 27 maart 1877 tot 11 april 1914
- -adjudant van koning Willem III, van 1 februari 1882 tot november 1884
- -adjudant in buitengewone dienst van koning Willem III, van 22 november 1884 tot 23 november 1890
- -lid Staatscommissie ter voorbereiding van de dienstplichtwet (Staatscommissie-Bergansius), van juni 1888 tot 1890
- -lid bestuur Unie "Een school met den Bijbel", van 1890 tot 1911
- -lid Schoolraad voor Scholen met den Bijbel, van 1894 tot 1904
- -adjudant in buitengewone dienst van koningin Wilhelmina, van 23 november 1890 tot 11 april 1914
- -voorzitter Nederlands Comité voor Transvaal, vanaf januari 1900
- -voorzitter Nederlandsche Evangelisch-Protestantsche Vereeniging, omstreeks 1901
- -voorzitter College van Curatoren Technische Hogeschool te Delft, van 1905 tot 11 april 1914
- -adviseur over de vraag wie namens de 'rechterzijde' bereid zou zijn tot kabinetsformatie, van 27 februari 1907 tot 1 maart 1907
- -'formateur' ereraad inzake de zogenaamde lintjesaffaire, januari 1910 (op verzoek van Abraham Kuyper)
- -voorzitter Anti-Opiumbond, tot 11 april 1914 (mede-oprichter)
- -officiersopleiding KMA (Koninklijke Militaire Academie) te Breda, van 1852 tot 30 juni 1856
- -In de Tweede Kamer trad hij met name op als woordvoerder bij militaire aangelegenheden
- -Diende in 1886 met Kielstra en Rooseboom (lib.) een initiatiefwetsvoorstel in tot verzachting van de bepalingen in de Militaire Strafwetboeken over desertie in vredestijd. Dit voorstel werd in 1887 wet.
- -Diende in 1893 een initiatiefwetsvoorstel in over de instelling van Kamers van Arbeid; dit voorstel werd later ingetrokken
- -Stemde in 1896 tegen de ontwerp-Kieswet van Van Houten
- -De koningin vroeg hem op 27 februari 1907 na de val van het kabinet-De Meester te onderzoeken welke persoon van de 'rechterzijde' een kabinet kon vormen. Hij raadpleegde daarop enkele leidende personen uit de rechtse fracties (Kolkman, Loeff, Heemskerk, Talma en De Savornin Lohman). Zij vonden dat de rechterzijde niet geroepen was te gaan regeren, omdat met verwerping van de Oorlogsbegroting geen besluit was genomen dat tegen het programma van het kabinet-De Meester inging en er ook geen andere politieke situatie was dan onmiddellijk na de verkiezingen van 1905. Dat zou pas het geval zijn, indien bleek dat vorming van een liberaal parlementair of extraparlementair liberaal kabinet onmogelijk was. Hij gaf daarop op 1 maart zijn opdracht terug.
- -Kreeg op 26 maart 1907 van de koningin de vraag voorgelegd zowel bij de rechterzijde als bij het kabinet-De Meester te onderzoeken onder welke voorwaarden terugkeer van het demissionaire kabinet mogelijk was. Toen het kabinet bereid bleek minister Staal te vervangen en de nieuwe minister een wetsvoorstel zou verdedigen om de kwestie van het blijvend gedeelte van het leger te regelen, was de rechterzijde bereid terugkeer van het kabinet te aanvaarden.
uit de privésfeer
- -Medeoprichter van de Anti-opiumbond
- -Een zoon van hem was burgemeester van Doorn en van Maarn en voorzitter van het N.O.C.
- -Een schoonzoon van hem was burgemeester van Warnsveld
- -Een dochter van hem was gehuwd met een zoon van J.E.H. baron van Nagell van Ampsen, Eerste Kamerlid
- -Zijn vader was eerste luitenant der grenadiers en jagers en lid van Provinciale Staten van Gelderland
verkiezingen
- -Werd in 1883 bij de periodieke verkiezingen in het district Utrecht verslagen door J.N. Bastert (cons.lib.). Het verschil was 36 stemmen.
- -Versloeg in oktober 1884 J.N. Bastert na herstemming
- -Werd in 1886 bij de algemene verkiezingen in de eerste stemmingsronde gekozen. Versloeg de liberalen J. Röell en W.J. Roijaards van den Ham.
- -Werd in 1887 bij de algemene verkiezingen in de eerste stemmingsronde gekozen. Versloeg de liberalen W.J. Roijaards van den Ham en J. Duijvis.
- -Werd in 1888 bij de algemene verkiezingen in de eerste stemmingsronde verslagen door de liberalen J. Röell en A.L.W. Seyffardt
- -Versloeg in 1888 in het district Amersfoort J. Heemskerk Azn. (cons.)
- -Versloeg in 1891 W.H.J. Roijaards (lib.) na herstemming
ridderorden
- -Officier in de Orde van de Eikenkroon, 12 oktober 1880
- -Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 7 december 1887
- -Grootkruis Orde van de Nederlandse Leeuw, 30 april 1909
bezit van heerlijkheden
- -heer van Hoevelaken
- -P.C.I.M. Kroon, "Schimmelpenninck van der Oije, Jan Elias Nicolaas Baron (1836-1914)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel II, 500
- -Onze Afgevaardigden, 1891, 1901
Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland
archivalia
collectie-Schimmelpenninck van der Oye, Nationaal Archiefhuwelijk/samenlevingsvorm
- -gehuwd te Brummen, 9 oktober 1862 (echtgenote overleden 22 september 1874)
- -gehuwd (tweede huwelijk) te Doorn, 17 augustus 1877
echtgeno(o)t(e)/partner
A.S. barones van Rhemen van Rhemenshuizen, Adriana Sophia
2e echtgeno(o)t(e)/partner
G. Labouchère, Gratia
kinderen
- -1 zoon en 2 dochters (uit eerste huwelijk)
- -1 zoon en 2 dochters (uit tweede huwelijk)
vader
H.J. baron Schimmelpenninck van der Oye, Hendrik Jan
geboorteplaats en/of -datum
Arnhem, 27 november 1804
moeder
M.C. barones van Lynden van Hoevelaken, Margaretha Cornelia
geboorteplaats en/of -datum
Amsterdam, 15 april 1805
broers en zusters
2 broers en 1 zus
beroep grootvader (vaderskant)
- -burgemeester van Hattem
- -raad Hof van Gelre
- -president Hof van Justitie te Batavia
familierelaties
- -Schoonzoon van C.H. baron van Rhemen van Rhemenshuizen, Eerste Kamerlid
- -Neef van W.A.A.J. baron Schimmelpenninck van der Oye, Eerste Kamerlid en -voorzitter
- -Neef van A. baron Schimmelpenninck van der Oye, Tweede Kamerlid
- -Neef (oomzegger) van W.A. baron Schimmelpenninck van der Oye, Tweede en Eerste Kamerlid, Gouverneur, Commissaris des Konings en minister
- -Kleinzoon (van moederszijde) van jhr. J.E.N. van Lynden van Hoevelaken, lid Staten-Generaal, Tweede Kamerlid en staatsraad
