J.K.H. de Roo van Alderwerelt

foto J.K.H. de Roo van Alderwereltvergrootglas In het midden van de negentiende eeuw de belangrijkste liberale defensiewoordvoerder. Officier, maar bovenal politicus. Was betrokken bij de val van diverse ministers van Oorlog. Pleitbezorger van een volksleger, afschaffing van de plaatsvervanging bij het leger en van een vast defensiestelsel. Als kritische en ambitieuze officier overgeplaatst van Den Haag naar Leeuwarden en door de Friezen tot Tweede Kamerlid gekozen. Gezaghebbend in eigen kring en gevreesd door ministers. Kon door ziekte en zijn vroege dood als minister in het kabinet-Kappeyne van de Coppello weinig tot stand brengen.

liberaal
in de periode 1866-1878: lid Tweede Kamer, minister

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

voornamen

Jan Karel Hendrik

2.

personalia

geboorteplaats en -datum
Harderwijk, 6 augustus 1832

overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 29 december 1878

levensbeschouwing
Nederlands Hervormd

3.

partij/stroming

stroming(en)
  • liberaal 
  • Kappeyniaan 

4.

loopbaan

  • tweede luitenant der infanterie, van 1851 tot 1855 
  • eerste luitenant, achtste regiment Grenadiers en Jagers te 's-Gravenhage, van 28 september 1855 tot 20 mei 1864 
  • kapitein, eerste regiment der infanterie te Leeuwarden, van 21 mei 1864 tot 19 november 1866 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 november 1866 tot 3 januari 1868 (voor het kiesdistrict Leeuwarden) 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 25 februari 1868 tot 1 september 1874 (voor het kiesdistrict Leeuwarden; bevorderd tot majoor) 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 5 oktober 1874 tot 3 november 1877 (voor het kiesdistrict Leeuwarden) 
  • uit de dienst getreden, 30 december 1877 
  • minister van Oorlog, van 3 november 1877 tot 29 december 1878 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 4 december 1877 tot 29 december 1878 (voor het kiesdistrict Leeuwarden) 

officiersrangen
  • tweede luitenant der infanterie, van 1851 tot 1855 
  • eerste luitenant der infanterie, van 28 september 1855 tot 20 mei 1864 
  • kapitein der infanterie, van 21 mei 1864 tot 1 september 1874 (sinds 19 november 1866 buiten dienst) 
  • majoor der infanterie buiten dienst, van 1 september 1874 tot 30 december 1877 

5.

partijpolitieke functies

  • lid Commissie van Advies van de "leader" der liberalen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juni 1876 tot 1877 

6.

nevenfuncties

afgeleide functies, presidia etc.
lid commissie voor het verslag omtrent de mobilisatie in 1870 (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 1871 tot 1872

7.

opleiding

hoger beroepsonderwijs
  • officiersopleiding KMA (Koninklijke Militaire Academie) te Breda, tot 1851 

8.

activiteiten

als parlementariër
  • Militair woordvoerder der liberalen in de Tweede Kamer 
  • Stemde op 23 maart 1868 vóór de motie-Blussé van Oud-Alblas, die uitsprak dat de Kamerontbinding van 1867 niet in het landsbelang was geweest 
  • In 1873 één van 16 liberalen die medeverantwoordelijk waren voor het stranden van de poging van de ministers Geerstema en Van Limburg Stirum om de plaatsvervanging bij het leger af te schaffen 
  • Stemde in december 1873 tegen de begroting van Marine. De verwerping daarvan leidde tot het aftreden van minister Brocx. 
  • Was in 1874 één van de acht liberalen die tegen artikel 1 van de ontwerp-Censuswet stemde, waardoor dit voorstel sneuvelde 

9.

wetenswaardigheden

algemeen
  • IJverde vooral voor het tot stand brengen van een vast defensiestelsel en voor algemene oefenplicht 
  • Veroorzaakte mede de val van de ministers van Oorlog Engelvaart (1871), Van Limburg Stirum (1873), Brocx (1873), Weitzel (1875) en Klerck (1876) 
  • Hij nam in 1877 ontslag uit militaire dienst, omdat hij niet als mindere tegenover de kolonels en generaals in de Tweede Kamer wilde staan 
  • Toen hij minister van Oorlog werd, liet hij zich herkiezen tot lid van de Tweede Kamer en combineerde het kamerlidmaatschap en het ministerschap 
  • Trachtte na het uitbreken van zijn ziekte, vanaf zijn ziekbed te regeren, maar dit lukte niet en de Kamer drong aan op zijn ontslag 

uit de privésfeer
  • Hij stamde uit een invloedrijk geslacht van kooplieden en bestuurders. Het geslacht Van Alderwerelt is te traceren tot in de vijftiende eeuw in Zeeland en Vlaanderen. 
  • Het geslacht leverde achtereenvolgens voornamelijk: kooplieden, bestuurders en militairen 
  • Zijn vader was majoor der infanterie 
  • Zijn militaire carrière werd belemmerd door zijn kritische geschriften met betrekking tot het defensiestelsel 
  • Kreeg kort na zijn benoeming als minister een kwaal aan het gelaat die ook zijn ogen aantastte. Onderging verschillende operaties en overleed na een langdurig en pijnlijk ziekbed. 

woonplaats(en)/adres(sen)
  • 's-Gravenhage, van 1855 tot 1864 
  • Leeuwarden, van 1864 tot 1866 
  • 's-Gravenhage, vanaf 1866 

ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw

overige onderscheidingen en prijzen
ordeteken voor langdurige dienst als officier, 1866

10.

publicaties/bronnen

publicaties
  • Schreef boeken en kleinere geschriften met zijn ideëen over de defensie en met kritiek op het toenmalige stelsel 
  • "Over algemeene oefenplicht", in: Vragen des Tijds 1876 
  • "De Kadettenschool in Zwitserland" 

literatuur/documentatie
  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel VI, 28 
  • C.J.C. Pauw, scriptie Staatkundig-Historische Studiën, RU Leiden 
  • Ned. Patriciaat, 1956 

Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek

publicaties over en van letterkundigen
gegevens uit de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren

11.

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te 's-Gravenhage, 6 april 1859

echtgeno(o)t(e)/partner
C.J. Heldewier, Constancia Jacoba

kinderen
3 zoons en 2 dochter (en 1 jong-gestorven kind)

vader
J.C.A. de Roo van Alderwerelt, Joan Carel Anne

geboorteplaats en/of -datum
Brielle, 12 juli 1792

moeder
C.M.E. Heeneman, Carolina Maria Elandina

geboorteplaats en/of -datum
Brielle, 23 maart 1790

beroep grootvader (vaderskant)
  • schepen van Brielle 
  • rechter te Brielle 
  • president raad te Brielle 

beroep grootvader (moederskant)
  • schepen te Brielle 
  • vroedschap te Brielle 
  • burgemeester te Brielle