
conservatief
in de periode 1858-1893: lid Tweede Kamer, voorzitter Tweede Kamer, minister, vicepresident Raad van State, burgemeester van Amsterdam, minister van staat
Mr. G.C.J. van Reenen, van 9 november 1840 tot 5 januari 1876
geboorteplaats en -datum
Amsterdam, 30 september 1818
overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 31 mei 1893
levensbeschouwing
Nederlands Hervormdstroming(en)
- -conservatief-liberaal (moderaat), later conservatief
- -lid Kiezers-Vereeniging te Amsterdam
- -lid Vrijzinnige Kiezers-Vereeniging
- -lid kiezersvereniging "Nederland en Oranje"
- -advocaat te Amsterdam, vanaf 1840
- -lid stedelijke raad (vanaf 15 oktober 1851 gemeenteraad) van Amsterdam, van 8 oktober 1847 tot 19 april 1853
- -wethouder van Amsterdam, van 8 maart 1849 tot 1 maart 1850
- -burgemeester van Amsterdam, van 1 maart 1850 tot 19 april 1853 (benoemd bij K.B. van 20 februari, geïnstalleerd 8 maart)
- -lid Provinciale Staten van Noord-Holland, van 26 februari 1850 tot 19 april 1853 (in 1850 voor de steden (Amsterdam), 1850-1853 voor het kiesdistrict Amsterdam)
- -minister van Binnenlandse Zaken, van 19 april 1853 tot 1 juli 1856
- -lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 3 mei 1858 tot 1 oktober 1866 (voor het kiesdistrict Amsterdam)
- -voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 23 september 1858 tot 20 september 1869
- -lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 november 1866 tot 3 januari 1868 (voor het kiesdistrict Amsterdam)
- -lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 25 februari 1868 tot 20 september 1869 (voor het kiesdistrict Amsterdam)
- -lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 21 februari 1870 tot 20 september 1875 (voor het kiesdistrict Amsterdam)
- -vicepresident Raad van State, van 28 maart 1876 tot 31 mei 1893 (benoemd bij K.B. van 13 maart)
- -lid en voorzitter Raad van Voogdij over de Koningin, van 8 december 1890 tot 31 mei 1893
ambtstitel
- -minister van staat, van 7 mei 1889 tot 31 mei 1893
- -kabinetsformateur (samen met J.K. baron van Goltstein), 1862 (poging mislukte)
- -kabinetsformateur, van 4 mei 1868 tot 17 mei 1868 (poging mislukte)
- -lid College van Curatoren Hogeschool te Leiden, van maart 1872 tot maart 1876
afgeleide functies, presidia etc.
voorzitter Commissie van Rapporteurs inzake het wetsvoorstel wijziging der Kieswet (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 1873 tot 1874voortgezet onderwijs
- -Latijnse School te Amsterdam
academische studie
- -rechten, Atheneum Illustre te Amsterdam
- -Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op stellingen), Hogeschool te Leiden, van 25 april 1836 tot 9 november 1840 (stellingen over de Oostenrijkse Successieoorlog en de Vrede van Aken)
- -Stemde in 1866 tegen de motie-Keuchenius en in 1867 vóór de begroting van Buitenlandse Zaken
- -Voerde na 1870 alleen nog langdurig het woord bij de behandeling van het wetsvoorstel tot nieuwe regeling van het armbestuur
- -Was in 1873 met Wintgens de enige conservatief die steun gaf aan het voorstel van de ministers Geertsema en Van Limburg Stirum tot afschaffing van de plaatsvervanging bij het leger
als bewindspersoon (wetgeving)
- -Bracht in 1854 de Wet op het armbestuur tot stand. De primaire taak op het gebied voor de armenzorg kwam te liggen bij particuliere en kerkelijke instellingen. De overheid trad - zo nodig - slechts aanvullend op. Particuliere en kerkelijke instellingen moesten hun reglement melden aan de gemeente, waarin ze waren gevestigd. Alle steun kon worden verhaald op de betrokkene en diens bloed- en aanverwanten.
- -Bracht in 1854 en 1855 een groot aantal wetten tot stand waarbij kleine gemeenten in met name Noord- en Zuid-Holland werden verenigd
- -Bracht in 1855 een wet tot voorlopige voorziening in sommige waterstaatsbelangen tot stand. Deze verleende aan waterschapsbesturen de bevoegdheid om keuren (verordeningen) te maken en gaf Gedeputeerde Staten de mogelijkheid om uitvoering van werken te vorderen.
- -Werd vanaf 1859 steeds in de eerste stemming tot voorzitter gekozen met een alsmaar toenemende meerderheid
- -Werd in september 1858 na vier stemmingen tot Tweede Kamervoorzitter gekozen
- -Werd in september 1868 via loting met Dullert herkozen als voorzitter, nadat in vier stemmingen geen kandidaat de meerderheid had verkregen
- -Deelde op 5 juli 1869 mee zich niet langer beschikbaar te stellen voor het voorzitterschap en bedankte korte tijd later tevens voor het Kamerlidmaatschap
uit de privésfeer
- -Zijn zoon Maurits was gemeentesecretaris van 's-Gravenhage
- -Een zoon van hem was gehuwd met een dochter van I.D. Fransen van de Putte, Tweede en Eerste Kamerlid en minister
verkiezingen
- -Werd in 1856 in het district Leiden verslagen door Groen van Prinsterer, nadat een eerste stemmingsronde onbeslist was gebleven
- -Werd in april 1858 bij tussentijdse verkiezingen bij enkelvoudige kandidaatstelling gekozen
- -Werd in 1858 bij de periodieke verkiezingen in de eerste stemmingsronde gekozen. Tegenkandidaten die niet werden gekozen, waren J.L. de Bruyn Kops en jhr. F. van Hogendorp.
- -Werd in 1862 in de eerste stemmingsronde gekozen. Tegenkandidaten die niet werden gekozen, waren J.D. van Herwerden en S.R. van Franck.
- -Werd in 1866 in de eerste stemmingsronde gekozen. Tegenkandidaten die niet werden gekozen, waren de antirevolutionairen J. Messchert van Vollenhoven, J.J. Teding van Berkhout en L.W.Ch. Keuchenius.
- -Werd in 1866 bij de algemene verkiezingen in de eerste stemmingsronde gekozen. Kreeg met ruim 91 procent van alle kandidaten de meeste stemmen.
- -Werd in 1868 bij de algemene verkiezingen in de eerste stemmingsronde gekozen. Kreeg met ruim 95 procent van alle kandidaten de meeste stemmen.
- -Versloeg in 1870 bij tussentijdse verkiezingen T.M.C. Asser (lib.)
- -Werd in 1871 in de eerste stemmingsronde gekozen. Tegenkandidaten die niet werden gekozen, waren onder anderen J.P. de Bordes (lib.), A.S. van Nierop (lib.) en H.A. Insinger (cons.)
- -Werd in 1875 verslagen door de liberalen M.H. Godefroi, G. de Vries en S.A. Vening Meinesz
niet-aanvaarde politieke functies
- -minister van Binnenlandse Zaken, maart 1858 (geweigerd)
- -minister van Binnenlandse Zaken, 1866
- -Commissaris des Konings in Zuid-Holland, 1871 (geweigerd vanwege familie-omstandigheden)
- -formatie-opdracht, 1872
- -formatie-opdracht, 23 augustus 1873
woonplaats(en)/adres(sen)
- -Amsterdam, Herengracht, omstreeks 1850
- -'s-Gravenhage, Noordeinde 52, omstreeks 1875
- -Wassenaar, landgoed Voorlinden (buitenhuis)
ridderorden
- -Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 28 juni 1854
- -Grootkruis Orde van de Eikenkroon, 22 februari 1861
- -Grootkruis Orde van de Nederlandse Leeuw, 8 december 1887
predicaten/adellijke titels
- -jonkheer, 5 januari 1876
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
directeur Hollandsche Maatschappij der Wetenschappenliteratuur/documentatie
- -W. van Goltstein, "Jhr.mr.G.C.J. van Reenen als staatsman geschetst" ('s-Gravenhage, 1894)
- -Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel II, 1176
- -P. Hofland, "Leden van de raad. De Amsterdamse gemeenteraad 1814-1941"
- -H. van Felius en H.J. Metselaars, "Noordhollandse Statenleden 1840-1919"
- -Ned. Patriciaat, 1956
Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboekhuwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Utrecht, 7 mei 1842
echtgeno(o)t(e)/partner
C.F. van de Poll, Clara Frederica
kinderen
4 zoons en 6 dochters
vader
Mr. J.H. van Reenen, Jacobus Henricus
geboorteplaats en/of -datum
Amsterdam, 2 november 1783
moeder
L. van Vollenhoven, Louise
geboorteplaats en/of -datum
Amsterdam, 2 februari 1790
beroep grootvader (vaderskant)
- -commissaris van Amsterdam
- -schepen van Amsterdam
beroep grootvader (moederskant)
- -eigenaar bierbrouwerij en azijnmakerij "De Gekroonde Valk"
- -directeur Oosterse handelsmaatschappij
- -eigenaar rederij
familierelaties
- -Zoon van J.H. van Reenen, Tweede Kamerlid
- -Vader van jhr. J.H. van Reenen, lid Rekenkamer
- -Schoonzoon van F. van de Poll, Tweede Kamerlid, burgemeester van Amsterdam, Gouverneur en Commissaris des Konings
- -Schoonvader van H.A. van de Velde, Tweede Kamerlid
