
Vrij-AR, CHP, CHU, antirevolutionair, ARP
in de periode 1882-1910: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer, minister
Jhr. K.A. de Beaufort, van 16 januari 1850 tot 29 april 1856
geboorteplaats en -datum
Utrecht, 16 januari 1850
overlijdensplaats en -datum
Maarsbergen (gem. Maarn), 7 april 1921
begraafplaats en -datum
Maarsbergen, familiegraf bij Kasteel Maarsbergen, 11 april 1921
levensbeschouwing
Hervormd: orthodox
opmerkingen over de naam en/of titel
Bij K.B. van 29 april 1856 werd vergunning gegeven de naam "Godin" voor zijn achternaam de plaatsenpartij(en)
- -ARP (Anti-Revolutionaire Partij), tot 1896
- -VAR (Vrij-Antirevolutionaire Partij), van 1897 tot 16 april 1903
- -CHP (Christelijk-Historische Partij), van 16 april 1903 tot 9 juli 1908
- -CHU (Christelijk-Historische Unie), vanaf 9 juli 1908
- -landeigenaar
- -lid gemeenteraad van Utrecht, van 1881 tot 1888
- -lid Provinciale Staten van Utrecht, van 22 februari 1881 tot 20 april 1888 (voor het kiesdistrict Amerongen)
- -lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 november 1882 tot 11 oktober 1884 (voor het kiesdistrict Gouda)
- -lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 november 1884 tot 18 mei 1886 (voor het kiesdistrict Gouda)
- -lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 juli 1886 tot 17 augustus 1887 (voor het kiesdistrict Gouda)
- -lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1887 tot 27 maart 1888 (voor het kiesdistrict Gouda)
- -minister van Financiën, van 21 april 1888 tot 21 augustus 1891
- -lid Provinciale Staten van Utrecht, van november 1892 tot 19 september 1893 (voor het kiesdistrict Amerongen)
- -lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1893 tot 23 juli 1904 (voor Zeeland)
- -lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 20 september 1904 tot 1 november 1910 (voor Zeeland)
- -hoogheemraad Hoogheemraadschap van de Lekdijk Benedendams en de IJsseldam, van 1882 tot 21 april 1888
- -lid Staatscommissie onderzoek in de landbouw, van 1886 tot 1888
- -lid en plaatsvervangend voorzitter Raad van Beroep voor de Vermogensbelasting, vanaf september 1893 (nog in 1904)
- -dijkgraaf Hoogheemraadschap van de Lekdijk Benedendams en de IJsseldam, vanaf 1898
- -voorzitter Staatscommissie onderzoek naar de financiële toestand van de gemeenten, van 7 juli 1903 tot januari 1906
- -hoofdingeland waterschap Langbroek, omstreeks 1904
- -Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Utrecht, tot 9 december 1873
- -Sprak in de Tweede Kamer met name over financiële onderwerpen, over handel en over kiesrechtzaken 40 tegen 2 stemmen verworpen
- -Sprak in de Eerste Kamer enkele malen over financiële onderwerpen
opvallend stemgedrag
- -Stemde in 1896 tegen de ontwerp-Kieswet van Van Houten
- -Behoorde in 1907 tot de twaalf leden van de rechterzijde die tegen de ontwerp-Wet op het arbeidscontract stemden
als bewindspersoon (beleidsmatig)
- -Het door hem in 1889 verdedigde wetsvoorstel tot instelling van een consignatiekas werd in de Eerste Kamer met
als bewindspersoon (wetgeving)
- -Bracht in 1888 een wet tot verlenging en wijziging van het aan De Nederlandsche Bank verleende octrooi tot stand. Het in 1863 aan de Nederlandsche Bank verleende octrooi om als circulatiebank op te treden, werd opnieuw met 25 jaar verlengd. Verder werd het kapitaal van de Bank vergroot. De Bank kreeg de bevoegdheid om dat kapitaal deels in solide effecten te beleggen en om wisselbrieven en ander handelspapier te kopen en verkopen. De Staat kreeg een aandeel in de winsten die de Bank maakte boven de gewone kapitaalrente. Het wetsvoorstel was in 1886 ingediend door minister Bloem.
- -Bracht in 1890 de Pensioenwet voor burgerlijke ambtenaren tot stand, die een pensioenvoorziening regelde voor ambtenaren, en hun weduwen en wezen. Er werd een pensioenraad voor burgerlijke ambtenaren ingesteld, die de aanvragen voor pensioen beoordeelde. Het Weduwen- en wezenfonds voor burgerlijke ambtenaren werd beheerd door vijf koninklijke commissarissen.
- -In 1889 stemden alle liberale Tweede Kamerleden tegen zijn begroting
uit de privésfeer
- -Zijn vader was landeigenaar, gemeenteraadslid van Utrecht, lid van Gedeputeerde Staten van Utrecht en curator van de Hogeschool te Utrecht
- -W.A.A.J. baron Schimmelpenninck van der Oye, Eerste Kamerlid, was een aangetrouwde neef van zijn echtgenote
verkiezingen
- -Versloeg in 1882 J. Drooglever Fortuyn (lib.)
- -Versloeg in 1883 W. Thorbecke (lib.)
- -Werd in 1884, 1886, 1887 en 1888 steeds in de eerste stemmingsronde gekozen. Was in 1888 ook kandidaat in het district Wijk bij Duurstede.
- -Was in 1894 anti-Takkiaans Tweede Kamerkandidaat in Amersfoort
woonplaats(en)/adres(sen)
- -Utrecht
- -Maarsbergen, kasteel Maarsbergen, van 1882 tot 7 april 1921
ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 8 december 1887publicaties
"Proeve over de strafrechtelijke verantwoordelijkheid des ministers in de constitutionele monarchie" (dissertatie, 1873)
literatuur/documentatie
- -A.Th. van Deursen, "Beaufort, jhr. Karel Antonie de (1850-1921)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel IV, 20
- -M. Mens-Hess, scriptie Staatkundig-Historische Studiën, RU Leiden (1980)
- -Onze Afgevaardigden, 1905, 1909
Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederlandhuwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te De Bilt, 8 januari 1874
echtgeno(o)t(e)/partner
Jkvr. C.J. Steengracht van Oostcapelle, Cornelia Johanna
kinderen
2 zoons en 2 dochters
vader
Jhr.Mr. P. de Beaufort, Pieter
geboorteplaats en/of -datum
Utrecht, 26 februari 1807
moeder
Jkvr. C.J. van Eysinga, Catharina Johanna
geboorteplaats en/of -datum
Beetsterzwaag, 12 mei 1817
beroep grootvader (moederskant)
directeur postkantoor te Leeuwarden
familierelaties
- -Broer van jhr. W.H. de Beaufort, Tweede Kamerlid
- -Broer van jhr. B.Ph. de Beaufort, burgemeester van 's-Gravenhage
- -Zwager van jhr. J. Röell, Tweede en Eerste Kamerlid, minister en vicepresident Raad van State
- -Zwager van jhr. G.J.A. Schimmelpenninck, Tweede Kamerlid
- -Schoonvader van jhr. L. van Bronkhorst Sandberg, staatsraad
- -Kleinzoon van W.H. de Beaufort, lid Notabelenvergadering
