
ARP, CDA
in de periode 1964-1978: lid Tweede Kamer, minister, lid Europees Parlement (vóór 1979)
Leeuwarden, 2 december 1929
overlijdensplaats en -datum
Amsterdam, 6 maart 2012
levensbeschouwing
Gereformeerdpartij(en)
- -ARP (Anti-Revolutionaire Partij), tot 11 oktober 1980
- -CDA (Christen-Democratisch Appèl) (alleen lid via de ARP)
- -partijloos, van 11 oktober 1980 tot 1989
- -PvdA (Partij van de Arbeid), van 1989 tot januari 1996
- -partijloos, vanaf januari 1996
- -medewerker bloembollenbedrijf N.V. "Zonneveld & Philippo" (tijdens studie, ieder jaar vanaf 1950 gedurende een paar maanden)
- -medewerker administratie, Vrije Universiteit te Amsterdam (tijdens studie)
- -economisch medewerker, wetenschappelijke afdeling CNV (Christelijk Nationaal Vakverbond) te Utrecht, van 3 augustus 1953 tot september 1964
- -lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15 september 1964 tot 6 juli 1971
- -lid Europees Parlement, van 8 mei 1967 tot 6 juli 1971 (aangewezen door de Staten-Generaal)
- -minister van Sociale Zaken, van 6 juli 1971 tot 19 december 1977
- -lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 7 december 1972 tot 7 maart 1973
- -minister van Landbouw en Visserij, van 1 januari 1973 tot 11 mei 1973 (na het aftreden van minister Lardinois)
- -lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 8 juni 1977 tot 8 september 1977
- -lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 januari 1978 tot 1 november 1978
- -hoofd divisie Techniek en Bouw, bouw- en handelsconcern N.V. OGEM, van 1 december 1978 tot 1 januari 1982
- -ambteloos, van 1 januari 1982 tot 1 september 1983
- -directeur Gemeentelijke Stadsreiniging Amsterdam, van 1 september 1983 tot december 1993
- -lid bestuur ARP kiesvereniging Zeist, van 1958 tot 1964
- -lid redactie "AR-staatkunde in christen-democratisch perspectief", van januari 1978 tot december 1980
lijsttrekkerschap etc.
- -In 1972 nummer 3 op de ARP-kandidatenlijst bij de Tweede Kamerverkiezingen
- -lid CPC (Centrale Plancommissie)
- -plaatsvervangend lid SER (Sociaal-Economische Raad), van januari 1960 tot 1 april 1964
- -economisch adviseur CNV (Christelijk Nationaal Vakverbond), van 1969 tot 1971
- -docent economie CICSA (Centraal Instituut voor Christelijke Sociale Arbeid) te Amsterdam, tot 1971
- -lid bestuur Nationaal Instituut voor Toegepast Huishoudkundig Onderzoek, omstreeks 1970
- -voorzitter CCO (Consumenten Contact Orgaan)
- -lid Centrale Commissie voor de Statistiek, tot 1971
- -voorzitter Stichting vergelijkend warenonderzoek
- -lid bestuur Nationaal Ziekenhuisinstituut
- -lid Noord-Atlantische Assemblée, van januari 1978 tot november 1978
- -hoofd Sociale Dienst van het CNV
- -lid Raad van Commissarissen ABN (Algemene Bank Nederland), tot 1 mei 1982
- -lid Raad van Commissarissen zetmeelbedrijf "De Bijenkorf"
- -voorzitter Stichting voorzieningsfonds voor kunstenaars te 's-Gravenhage, van 1 juli 1987 tot 1994
- -voorzitter RBA (Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening) Midden-Brabant, vanaf 1 januari 1995
afgeleide functies, presidia etc.
- -ondervoorzitter bijzondere commissie voor het wetsontwerp jaarrekening ondernemingen en enquêterecht ondernemingen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 28 juni 1968 tot 14 januari 1970
- -voorzitter bijzondere commissie voor de ontwerp-Noodwet Arbeidsvoorziening (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 16 oktober 1968 tot februari 1971
- -voorzitter bijzondere commissie voor de ontwerp-Wet Instelling bezitvormingsfonds (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 10 juni 1969 tot februari 1971
- -voorzitter bijzondere commissie voor het wetsontwerp Wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 29 juni 1971 tot 14 juli 1971
- -Prot.Chr. lagere school te Franeker
voortgezet onderwijs
- -h.b.s.-a, Christelijke Hogere Burgerschool te Leeuwarden, tot juli 1947
academische studie
- -economie, Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam, van 25 september 1947 tot 1948
- -economie, Vrije Universiteit te Amsterdam, van 1948 tot 14 juli 1954
- -Was woordvoerder economische zaken (conjunctuurbeleid, prijsbeleid, consumentenzaken, handelspolitiek), sociale zaken (inkomensbeleid, medezeggenschap), volksgezondheid en milieuhygiëne (Wet inzake de luchtverontreiniging). Voerde in 1966 het woord bij de behandeling van de ontwerp-Wet op het leerlingwezen en was in 1969 woordvoerder van zijn fractie bij de behandeling van de Wet op de loonvorming.
opvallend stemgedrag
- -Stemde in 1966 als enige van zijn fractie tegen een verhoging van de omzetbelasting in het kader van het belastingplan 1967 van minister Zijlstra
- -Behoorde in 1967 tot de minderheid van zijn fractie die vóór een motie-Voogd over afschaffing van keuring van tv-films stemde
- -In 1967 stemden hij en Van Bennekom als enigen van hun fractie vóór een (verworpen) motie-Aarden waarin om een bezuiniging van f 38 miljoen op de defensiebegroting werd gevraagd
- -Stemde in 1969 als enige van zijn fractie tegen een amendement van zijn fractiegenoot Boertien dat beoogde de verkoop van condooms via automaten aan banden te leggen
- -Stemde in 1969 als enige van zijn fractie tegen een wetsvoorstel om de inkomstenbelasting als correctie voor de inflatie te verlagen
- -In 1970 stemden hij en mevrouw Van Leeuwen als enigen van hun fractie vóór een (verworpen) motie-Den Uyl waarin de door de regering genomen loonmaatregel werd afgewezen
- -Behoorde in 1971 tot de minderheid van zijn fractie die vóór het initiatiefwetsvoorstel stemde over de mogelijkheid van vervroeging van Prinsjesdag
- -Behoorde in 1978 tot de minderheid van zijn fractie die vóór een (verworpen) motie-Den Uyl stemde over het afzien van een korting op de sociale uitkeringen per 1 januari 1979
als bewindspersoon (beleidsmatig)
- -Verzette zich in het kabinet-Biesheuvel I tegen het nemen van een loonmaatregel. Kwam hierdoor in het kabinet tegenover de ministers van DS'70 te staan.
- -Onderhandelde in april 1973 als minister van Landbouw over verhoging van de landbouwprijzen in de Europese Economische Gemeenschap. Verzette zich samen met de Duitse minister Ertl lange tijd tegen een melkprijsverhoging van zes procent en stemde uiteindelijk in met verhoging van 5,5 procent (vanwege de duurdere munt bleef de verhoging in België, Duitsland en Nederland beperkt tot vier procent).
- -Was in het kabinet-Den Uyl eerstverantwoordelijke voor het beleid van inkomensnivellering, waarbij het minimumloon en sociale uitkeringen werden verhoogd en topinkomens werden gematigd. Trok de leeftijd voor het minimumjeugdloon op van 15 tot 22 jaar en voerde diverse verhogingen door van de bijstand, de AOW en van het minimumloon. Per 1 juli 1974 werd het minimumloon met 10,7 procent en de AOW/AWW-pensioenen met circa 7 procent verhoogd. Ook per 1 april 1975 en 1 januari 1976 werden (extra) verhogingen doorgevoerd, waardoor de netto AOW-uitkering gelijk werd gesteld aan het netto-minimumloon.
- -Was in 1973 met minister Lubbers de voornaamste verdediger van het wetsvoorstel Machtigingswet inkomensvorming en bescherming werkgelegenheid, die het kabinet bevoegdheden gaf om de loon- en prijsontwikkeling in de hand te houden
- -Vaardigde in 1974, 1975 en 1976 beperkte loonmaatregelen uit
- -Tijdens zijn ministerschap werd (in 1974) de in 1970 ingediende Nota buitenlandse werknemers behandeld. Zag onder druk van de Tweede Kamer af van een bonus ('vertrekpremie') voor terugkerende buitenlandse werknemers. Wel kregen zij een bijdrage voor reïntegratie in het land van herkomst. Moest ook afzien van een maximering van het aantal buitenlandse werknemers per bedrijf.
- -Bracht in 1975 samen met onder anderen minister Lubbers de Interimnota Inkomensbeleid uit. Hierin staat een nieuw programma van aanvullende werkgelegenheid en worden maatregelen aangekondigd om de arbeidsmarkt beter te laten werken. Er komen speciale maatregelen om de werkgelegenheid in de bouw te vergroten en er komt extra geld beschikbaar voor het arbeidsmarktbeleid.
- -Diende in 1975 samen met staatssecretaris Zeevalking het wetsvoorstel Wet arbeid buitenlandse werknemers in, die moet regelen dat niet de buitenlandse werknemer maar de Nederlandse werkgever een vergunning moet hebben voor werkzaamheden van buitenlandse werknemers. Verdedigde dit voorstel in 1976 met succes in de Tweede Kamer. De ministers Albeda en De Ruiter brachten het voorstel in 1978 in het Staatsblad.
- -Diende in 1976 samen met minister Duisenberg een wetsvoorstel in tot invoering van een Vermogensaanwasdeling (VAD). Hierdoor moeten overwinsten van bedrijven ten goede komen aan de werknemers via een fonds, dat door de vakbonden moet worden beheerd. Het wetsvoorstel werd door het opvolgende kabinet ingetrokken.
- -Diende in 1976 samen met minister Van Agt een wetsvoorstel Herziening van de Wet op de ondernemingsraden in, waardoor de ondernemingsraden een zelfstandiger positie moeten krijgen binnen de onderneming. Verdedigde dit voorstel in 1977 in de Tweede Kamer, maar de behandeling werd niet afgerond. Minister Albeda bracht de (gewijzigde) wet in 1979 in het Staatsblad.
- -Diende in 1977 een ontwerp-Arbeidsomstandighedenwet in, die door zijn opvolger in 1980 in het Staatsblad werd gebracht
- -Diende in 1977 een ontwerp-Wet openbaarheid van inkomens. Dit voorstel werd in 1985 ingetrokken.
als bewindspersoon (wetgeving)
- -Bracht in 1972 samen met staatssecretaris Van der Stee de Wet begeleiding van spaarloon op het terrein van de belasting- en premieheffing (Stb. 697) tot stand. Om bezitsvorming te stimuleren komt er een belastingvrijstelling op spaarbewijzen. De Algemene Premiespaarwet wordt ingetrokken.
- -Bracht in 1972 samen met staatssecretaris Rietkerk een wet tot stand inzake verhoging van pensioenen en uitkeringen aan ouderen en van de ziekenfondsgrens voor bejaarden
- -Bracht in 1973 samen met staatssecretaris Van Hulten de Wet arbeids- en rusttijden zeescheepvaart (Stb. 380) tot stand. Via een AMvB werd aan overwerk door schepelingen aan boord van zeeschepen, gerekend over een periode van 28 dagen, een limiet gesteld, dat per schip kon verschillen. Daarbij was tevens een bepaalde rusttijd voorgeschreven. Bij de indiening in 1971 was staatssecretaris Kruisinga medeondertekenaar.
- -Bracht in 1973 als minister van Landbouw en Visserij samen met minister Nelissen een wet tot stand tot wijziging van de Landbouwwet, de Financiële-Verhoudingswet 1960 en de Provinciewet in verband met invoering van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen. Voor die eigen middelen draagt Nederland opbrengsten van landbouwheffingen over aan de EG. Dit gaat ten koste van het Gemeente- en provinciefonds, maar daarvoor vindt compensatie plaats.
- -Bracht in 1974 de Wet inzake gevaarlijke werktuigen (Stb. 161 en 162) tot stand, die de minister de mogelijkheid biedt invoer, uitvoer, gebruik, vervoer en tentoonstelling van gevaarlijke werktuigen te verbieden
- -Bracht in 1975 de Wet gelijk loon vrouwen en mannen (Stb. 129) tot stand. Vrouwelijke werknemers hebben bij gelijksoortige arbeid recht op het zelfde loon als mannelijke werknemers.
- -Bracht in 1975 samen met staatssecretaris Mertens de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) (Stb. 674) tot stand, die ook voor werknemers die niet in loondienst zijn (landbouwers, zelfstandigen) een verzekering geeft tegen arbeidsongeschiktheid.
- -Bracht in 1976 een wijziging (Stb. 346) van de Wet op de loonvorming 1970 tot stand, waardoor het omstreden artikel 8 over het onverbindendverklaren van c.a.o.'s - dat overigens nooit werd toegepast - werd geschrapt.
- -Bracht in 1976 de Wet melding collectief ontslag (Stb. 223) tot stand. Deze verplicht een werkgever die ten minste twintig werknemers wil ontslaan, dit ontslag drie maanden tevoren te melden bij de directeur van het gewestelijk arbeidsbureau en bij de vakorganisaties.
- -Bracht in 1976 samen met minister Van Agt een wet (Stb. 295) inzake ontslagverbod bij huwelijk, zwangerschap en bevalling tot stand.
- -Bracht in 1977 een wijziging (Stb. 360) van de Arbeidswet 1919 tot stand, waarbij een apart jongerenstatuut werd ingevoerd. Dit statuut bevat onder meer regels over arbeid van lichte aard door kinderen van 14 en 15 jaar (zoals vakantiewerk, krantenbezorgen, culturele optredens) en over rusttijden na die arbeid.
- -Behoorde in december 1966 met onder anderen De Graaf en Boukema tot een aantal ARP-leden die per brief het Centraal Comité van de ARP liet weten teleurgesteld te zijn over het niet voor een Tweede Kamerkandidatuur voordragen van J. Smallenbroek.
- -Antwoordde op 27 februari 1973, tegen de wens van partijleider Biesheuvel, positief op het verzoek van formateur Burger om toe te treden tot het kabinet-Den Uyl
- -Vroeg in 1978 ontslag als lid der Tweede Kamer, omdat hij zich niet meer kon verenigen met het beleid van het kabinet-Van Agt/Wiegel, uit onvrede over het functioneren van het CDA in de regeringscoalitie met de VVD en omdat het ARP-geluid te weinig doordrong in het CDA. Hij was bovendien ontstemd dat zijn fractie hem niet als medewoordvoerder wilde aanvaarden in de begrotingsdebatten.
- -Verklaarde in 1981 in een interview met "Vrij Nederland" op grond van onder meer zijn ervaringen bij OGEM dat veel topmensen in het bedrijfsleven uitsluitend bezig waren hun eigenbelang te behartigen. Door deze en andere pittige uitspraken van hem en verdachtmakingen tegen hem liep hij nieuwe functies mis, zoals het directeurschap van de Staatsuitgeverij en het burgemeesterschap van Leeuwarden.
uit de privésfeer
- -Zijn zoon kwam in augustus 1973 om het leven bij een militair-vliegongeluk
- -Zijn vader was landarbeider (tot 1936), kruidenier te Franeker (1936-1937) en wegwerker bij de Nederlandse Spoorwegen (sinds 1937)
anekdotes
- -Verklaarde in oktober 2002 in het tv-geschiedenisprogramma 'Andere Tijden' over de rol van DS'70 in het kabinet-Biesheuvel, dat hij indertijd het bloed van zijn collega De Brauw wel kon drinken. De Brauw keerde zich tegen de loonpolitiek van Boersma.
woonplaats(en)/adres(sen)
- -Leeuwarden
- -Franeker, omstreeks 1947
- -Haarlem (omstreeks 1948)
- -Sassenheim, Charbonlaan 9, omstreeks 1953 en nog in 1954
- -Zeist, C.M.J.M. Burgerlaan 3, omstreeks 1958 en nog in 1967
- -Amsterdam
- -'s-Gravenhage, Zandvoortselaan 154, omstreeks 1996
- -Oisterwijk
ridderorden
Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 11 april 1978
militaire dienst
- -dienstplichtig militair, Koninklijke Landmacht "Prinses Irenebrigade" te Vught
- -dienstplichtig militair, Koninklijke Landmacht te Ermelo
- -dienstplichtig militair, Koninklijke Landmacht Contra-inlichtingendienst te Harderwijk, tot 1956
J. Boersma & J. Terlingen, "Wat ik nog zeggen wilde" (1985)
literatuur/documentatie
- -"'Er wordt vaak gezegd dat calvinisten zo dor zijn, maar velen waren levensgenieter'", Bibeb-interview, Vrij Nederland
- -De Nieuwe Linie 25 oktober 1978
- -F. van der Molen, "Wie is Wie in de Tweede Kamer?" (1970)
- -Hans Goslinga, "Verrader en held", Trouw, 8 maart 2012
- -gehuwd te Franeker, augustus 1950 (huwelijk ontbonden)
- -gehuwd (tweede huwelijk) te Leiderdorp, 26 maart 1979 (huwelijk ontbonden juni 1980)
- -gehuwd (derde huwelijk), april 1981
echtgeno(o)t(e)/partner
G.M. Aangeenbrug, Gerardina Maria (Iny)
2e echtgeno(o)t(e)/partner
A. Oppenheim, Alice
3e echtgeno(o)t(e)/partner
E. van Soest, Ella
kinderen
1 zoon en 2 dochters
vader
J. Boersma, Jacob
moeder
R. Piebenga, Ruurdje
broers en zusters
2 broers en 3 zusters
beroep grootvader (vaderskant)
landarbeider in Friesland
